De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Voor Jong en Oud.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Voor Jong en Oud.

5 minuten leestijd

18) John Bunyan.

Na het landgoed van den Reus Wanhoop verlaten te hebben, vervolgden Christen en Hoop hun weg, tot zij aan de Lieflijke Bergen kwamen.

Hier klommen zij op, om de tuinen en de boomgaarden, de wijngaarden en de waterfonteinen te bezien. Zij dronken van het water, waschten zich aan de fontein en aten vrijelijk van de vrucht des wijnstoks.

Daar waren op de toppen dezer bergen herders, hunne kudde weidende en stonden juist aan den kant van den heirweg. Daarom gingen de pelgrims naar hen toe en leunende op hunne staven (zooals vermoeide pelgrims gewoon zijn te doen, als zij met iemand aan den weg staan te praten) vroegen zij : Wiens zijn deze Lieflijke Bergen ? En wiens zijn de schapen die daarop grazen ?

Herder: deze bergen zijn Immanuels land en zij liggen in het gezicht van Zijne stad; de schapen zijn ook van Hem en Hij gaf Zijn leven voor hen. Joh. 10 : 11.

Christen: Is dit de weg naar de Hemelstad ? Herder: Gij zijt op den rechten weg.

Christen : Hoe ver is het nog wel derwaarts ?

Herder: Te ver voor ieder, behalve voor hen, die daar zullen binnen komen. Christen: Is de weg veilig of gevaarlijk?

Herder: veilig voor wie hij veilig gemaakt is, maar de overtreders zullen daarin vallen. Hoz. 14:10.

Christen: Maar is hier op deze plaats niet eenige verkwikking te verkrijgen voor pelgrims, die vermoeid zijn en op den weg bezwijken ?

Herder: de Heere van deze bergen heeft ons last gegeven dat wij niet vergeten zouden de vreemdelingen te onthalen, Hebr. 13:2, derhalve is al het goede van deze plaats ter uwe beschikking.

Ik zag in mijn droom, dat de Herders, toen zij merkten, dat zij reizende lieden waren, hen vragen deden, waarop zij als in andere plaatsen antwoordden, zooals: „Vanwaar komt gij ? " «Hoe zijt gij op dezen weg gekomen'" „ Waardoor hebt gij steeds in dezen weg volbard ? " Want maar weinigen van de lieden die hun reis herwaarts ondernemen, laten zich op de bergen zien. Maar toen de Herders hunne antwoorden hoorden, zagen zij hen zeer vriendelijk aan, want zij spraken naar hun hart, en zij zeiden: „Welkom op de Lieflijke Bergen".

De herders dan, wier namen waren Kennis, Bevinding, Waakzaam en Oprecht, namen hen bij de hand en brachten hen naar hunne tenten, deelden hun mede, wat zij daar in grooten overvloed hadden, en verzochten, of zij daar eene wijle vertoeven wilden, opdat zij nader met elkander mochten kennis maken en zij zich te meer met het goede van deze Lieflijke Bergen mochten verkwikken. Zij zeiden tot de Herders dat zij daarin genoegen namen ; daarna begaven zij zich daar dien nacht ter ruste, want het was nu al zeer laat geworden.

Toen zag ik in mijn droom, dat de Herders 's morgens Christen en hoop opriepen, om met hen eene wandeling op de bergen te doen. Zoo gingen zij met hen op weg en wandelden een tijdlang, terwijl zij aan beide zijden een heerlijk vergezicht genoten. Toen zeiden de Herders tot elkander: „Zullen wij dezen pelgrims niet eens eenige wonderen laten zien ? " Toen allen dit goedvonden, brachten zij hen eerst op den top van een heuvel. Dwaling genaamd, die aan de achterzijde zeer steil was. Zij verzochten hun, eens naar beneden te zien. Christen en Hoop zagen naar beneden en ziet, op den bodem der diepte lagen vele lieden, die van den top des heuvels gevallen en verpletterd waren.

Toen zeide Christen: Wat beteekent dit? " De herders antwoordden: Hebt gij nooit gehoord van diegenen, die aan het dwalen zijn geraakt, door te hooren naar Hymeneus en Philetus aangaande het geloof in de opstanding der dooden ? " 2 Tim. 2:17, 18. Zij antwoordden: Ja." „Welnu", zeiden de Herders, „dat zijn zij, die gij daar verpletterd aan den voet van dezen berg ziet liggen; en zij zijn tot op dezen dag toe onbegraven gebleven, zooals gij ziet, tot een teeken en voorbeeld voor anderen, om zorg te dragen, dat zij niet te hoog opklimmen, of te dicht naderen aan den rand van dezen berg." Toen zag ik, dat zij hen leidden naar den top van een anderen berg, welks naam was Waarschuwing, en verzochten hun eens ver af te zien. toen zij dat deden, meenden zij verscheidene lieden te bemerken, die op en neder wandelden tusschen de graven, die daar waren: zij merkten duidelijk dat die mannen blind waren, omdat zij zich verscheidene malen tegen de grafsteenen stootten en ook omdat zij niet tusschen deze graven weg kouden komen. Toen vroeg Christen: Wat beduidt dit? "

De Herders antwoordden toen: „Zaagt gij niet een weinig beneden deze bergen een overloop, die in eene weide voert, ter linker zijde van dezen weg? " „Ja, " zeiden zij. Daarop vervolgden de Herders: „ Van dien overloop voert een pad recht op het kasteel Vertwijfeling aan, dat bewoond wordt door den reus Wanhoop en die lieden tusschen de graven, waren ook eens op hun pelgrimstocht gelijk gij, tot zij aan dien overloop kwamen.

{Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Voor Jong en Oud.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's