De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

4 minuten leestijd

In verschillende bladen zagen wij het artikel van Ds. Schouten van Arnhem overgenomen in zake het gebed van den ouderling, uit te spreken vóór den dienst in de Kerkekamer,

Het luidt als volgt:

»In onze Gereformeerde kerken bestaat de gewoonte, dat voor den aanvang van den dienst des Woords namens den kerkeraad door een van de ouderlingen een gebed wordt gedaan, met het oog op de samenkomst van de gemeente.

Meermalen werd de vraag gedaan, of zulk een gebed niet overtollig ware en niet gevoegelijk kon nagelaten worden. Er wordt immers in het gezin reeds gebeden, voor men zich opmaakt, om zich onder de verkonding van Gods Woord neder te zetten.

Daarenboven hebben wij ook nog het particuliere gebed, dat door elken kerkganger bij zijn komst in het huis des Heeren wordt opgezonden tot den troon der genade. Eindelijk komt hier nog bij het gemeenschappelijke gebed, dat bij den aanvang van de godsdienstoefening door den dienaar des Woords in naam van heel de gemeente-tot den Heere wordt opgezonden.

Is dan eigenlijk het gebed in de consistorie niet overbodig te noemen, en loopen wij niet gevaar, door al te veel gebeden in een kort tijdsbestek samen te brengen, het gebed als zoodanig te vermoorden?

Wij meenen op deze telkens weer opduikende vraag een ontkennend antwoord te moeten geven, maar hierbij tevens de aandacht te moeten vestigen, op het eigenaardig karakter dat dit gebed draagt, en dat door den voorganger niet uit het oog mag worden verloren.

In het gezin wordt door den priester des huizes het gebed gedaan in naam van de huisgenooten. Bij het komen in de kerk bidt elk lid der gemeente voor zichzelf persoonlijk. Bij het gemeenschappelijk gebed verschijnt de dienaar des Woords, in naam van heel de gemeente, voor het aangezicht des Heeren.

Er blijft dus nog plaats over voor het gebed dat in naam van den kerkeraad, voor den dienst, in de consistorie wordt gedaan. Wij zouden dat gebed zelfs niet gaarne missen, al zouden wij over het algemeen gaarne zien dat het wat meer aan zijn doel beantwoordde. Menigvuldig toch is de klacht dat er bij die gelegenheid dikwerf voor alles en allerlei gebeden wordt, terwijl de hoofdzaak, waarom het in dit gebed gaat, op den achtergrond wordt gedrongen, of, wat ook voorkomt geheel uit het oog wordt verloren. De voorganger heeft zich rekenschap te geven van het feit, dat hij bij dit gebed in naam van den kerkeraad optreedt en dat zijn bidden niet een persoonlijk maar een ambtelijk karakter heeft te dragen. Zal zulk een gebed waarlijk aan zijn doel beantwoorden, dan moet het kort en zakelijk zijn. In de allereerste plaats kort, want anders loopt men gevaar in plaats van stichting ontstichting te brengen. In de tweede plaats zakelijk, waarbij men zich helder rekenschap moet geven van de zaak waarom het gaat. De kerkeraad heeft hier bij monde van den dienstdoenden ouderling het aangezicht des Heeren te zoeken, opdat het Gode behage den dienaar des Woords te sterken tot den arbeid waartoe deze in het midden der gemeente geroepen zal worden. Hij moet in naam der gemeente het gebed der gemeente dragen voor Gods troon en in den naam des Heeren het Woord Gods brengen aan de gemeente.

Met het oog op deze dubbele werkzaamheid vraagt de kerkeraad van den Heere, dat het. Hem behage Zijnen dienaar te bekwamen tot den dienst der gebeden en den dienst des Woords, opdat het gemeenschappelijk samenzijn moge zijn der gemeente ten zegen, Gode tot eere.

Deze eene zaak heeft de kerkeraad van den Heere te vragen. Niets meer, maar ook niets minder. Al het andere, hoe goed ook bedoeld, is in dit gebed niet op zijn plaats en geeft zoo licht tot ontstichting aanleiding. Er gaan zelfs hier en daar stemmen op, om voor deze ambtelijke werkzaamheid een formuliergebed te gebruiken, opdat aan het kwaad van het subjectivisme in dezen weg een einde moge worden gemaakt.

Daar zit in deze gedachte wel iets dat ons toelacht. Wij bezitten echter geen formuliergebed voor deze ambtelijke werkzaamheid. Nu zou er wel door den Kerkeraad zulk een gebed kunnen worden opgesteld, maar dit zou op onderscheidene plaatsen tot allerlei onaangename verwikkelingen aanleiding kunnen geven.

Het komt ons voor dat het noodig is, dat zoo nu en dan eens op deze uiterst kiesche zaak de aandacht wordt gevestigd, opdat het gebed in de consistorie niet ga ontaarden in een ijdel verhaal van woorden, maar meer en meer ga beantwoorden aan het karakter dat het draagt en aan het doel dat het beoogt. De geesten der profeten moeten ook hier aan de profeten onderworpen zijn; dan zal het.gebed in de consistorie niet buiten zijn oevers treden, maar in de daarvoor aangewezen bedding worden geleid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 augustus 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's