De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven

9 minuten leestijd

Afgewezen.

Zooals men weet had het Hoofdbestuur van den Gereformeerden Bond tot verbreiding en verdediging der waarheid in de Ned. Herv. (Geref.) Kerk een voorstel ingediend bij de Synode tot wijziging van art. 27 Regl. op het Examen (de z.g.n. proponentsformule) en van art. 19 en 39 van het Regl. op het godsdienstonderwijs (de z.g.n. belijdenisvragen).

Verscheidene kerkeraden (40) hadden instemming met dit verzoek betuigd, terwijl sommige kerkeraden en classicale vergaderingen dergelijke verzoeken, doch in eenigszins anderen vorm hadden ingediend.

't Ging dus om deze zaak: dat de tegenwoordige ruime belofte en verklaringen, die alleen instemming eischen in „geest" en in „hoofdzaak" meer of minder zóo te omschrijven, dat in de Herv. Kerk de belijdenis der . Vaderen meer tot haar recht zou komen en aan de willekeur van zeer velen, die geheel met die belijdenis gebroken hebben, een eind zou komen.

Het verzoek is evenwel door de Synode afgewezen. En met dit verzoek ook andere voorstellen die iets dergelijks bedoelden.

Dat ons dit zéér leed doet behoeft geen betoog.

We hopen er ter gelegener tijd nog wel eens iets over te schrijven. Want 't hierbij te laten zitten mag natuurlijk niet.

Voor 't oogenblik wilden we er, juist voor de courant ter perse gaat, slechts even melding van maken.

Waarbij we laten volgen het verslag van de 23ste zitting op 12 Aug. zooals we dat vonden in „de Nederlander."

De correspondent van „de Nederlander", zelf lid van de Synode zijnde, schrijft:

En nu vroeg een onderwerp de aandacht, dat levendige belangstelling wekte. Het was niet nieuw. Van tijd tot tijd keert het weder, 't laatst in 1909. Het is een gevolg van het richtingverschil, van de begeerte naar meer eenheid naar belijdenisprediking en leer. Niet allen zijn het eens over den weg daarheen. Zoo was het jaren lang, zoo is het nog. Sommigen wachten heil van verscherping van formules, een soort afsparring van het kerkelijk terrein; anderen wachten herstel der kerk van Evangelieprediking, evangelisatie.

Verscherping van beloften, waarmede men zich in verschillende verhoudingen aan de kerk verbindt, werd ook nu gevraagd. In de formule, door proponenten te onderteekenen, komt thans Voor, dat zij overeenkomstig de beginselen en het karakter der Herv. Kerk hier te lande, het Evangelie van Jezus Christus zullen verkondigen, enz. Iets dergelijks staat in de verklaring, 'die godsd. onderwijzers oliderteekenen. En aan de belijdenisvragen, die de aannemelingen hebben te beantwoorden, gaat dit vooraf, dat de volgende vragen, althans wat betreft den geest en de hoofdzaak van de daarin vervatte belijdenis, verklaring en belofte hun ter beantwoording worden voorgesteld. «Karakter en bêginselen«, »geest en hoofdzaak», die uitdrukkingen zijn velen te vaag. Daarvan kan alles gemaakt worden. Zij willen krachtiger de versperring oprichten, om de personen, die hun ongewenscht zijn, buiten het kerkelijk erf te houden.

Zoo had nu weder het Bestuur van den Gereformeerden Bond in een waardig schrijven het verzoek gedaan, om in de proponentsformule deze verandering op te nemen: dat onderget., «overeenkomstig de leer, die in het O. en N. Testament en in de 12 artikelen des Chr. geloofs begrepen is, in den zin, die door de kerk der Vaderen, blijkens hare belijdenisschriften, daaraan gehecht wordt, het Evangelie van Jezus Christus zullen verkondigen», in de Godsdienstonderwijzers verklaring iets dergelijks. In de belijdenisvragen in plaats van "Belijdt gij te gelooven in God, den Vader, en in Jezus Christus, Zijnen Zoon, onzen Heer en in den H. Geest, het volgende: Belijdt gij tè gelooven de leer, die in het O. en N. Testament en in de 12 artikelen des Chr. geloofs begrepen is, in den zin, die door de kerk der Vaderen, blijkens hare belijdenisschriften, daaraan gehecht wordt? "

Aan dit verzoek hadden een 40-tal kerkeraden en éen classis steun verleend. Anderen hadden andere formules in dien geest voorgesteld of gevraagd bij het voorschiift aangaande-de belijdenisvragen de woorden wi geest en hoofdzaak te verwijderen.

Aangaande de eerste verzoeken, adviseerde de comm. V. Rapp. eenstemmig tot ajwijzing. En op weinige stemmen na vereenigde de Synode zich hiermede. Al verklaarden vele leden in te stemmen met de belijdenis, onbekrompen en ondubbelzinnig. Protestantsch is: gebonden te zijn aan de H. Schrift en niet aan de woorden eener belijdenis, die eene samenvatting harer leer tracht te zijn in woorden van een vorig tijdvak, waarin niemand zich geheel terug vindt en die zeer strak kan worden getrokken. De belijdenis: te gelooven in God en in den Heiland, zegt ook meer dan dat men belijdt eene leer te gelooven.

Anders stond het met het weglaten der woorden »in geest en hoofdzaak*. Hier waren Comm. en Synode verdeeld. Er waren drie stroomingen. Zij, die scherper begrenzing wilden en zich er op beriepen, dat de willekeur bij dit voorschrift hoogtij viert, waaraan een eind moet komen. Vragen werden gedaan, die niets meer van den geëischten geest en hoofdzaak hebben. Daartegenover'stonden zij die de vrijheid van uitdrukking handhaafden in den ruimsten zin. Maar daarnaast dezulken, die geen kracht tot wering zien in voorgeschreven formules, aangezien ieder zich veroorloven kan ze naar zijn inzicht uit te leggen, ze opnemend als historische getuigenissen, wier inhoud men nu anders zou uitdrukken! In de dagen der onderteekening van de scherpste formules zijn juist de meest afwijkende leeringen opgekomen, die de kerk beroerden. Bovendien, er is geen recht van willekeur: men is gebonden aan de belijdenis, verklaring en belofte, in de belijdenisvragen vervat, al mag men die eenigszins anders omschrijven.

Zoo werd na lang debat opnieuw het voorstel afgewezen met 10 tegen 9 stemmen, maar 't zal nog wel eens terugkomen.

Is de Herv. Kerk de valsche Kerk?

IX.

' Op allerlei wijze zal in de Reglementen van onze Ned. Herv. Kerk, waar overal gesproken wordt van de „de leer" en „de belijdenis", nader moeten worden aangeduid, dat de leer der Hervormde Kerk de leer naar Gods Woord, de leer onzer geref. belijdenis-schriften is.

En in overeenstemming daarmee zal dan de regeering der Kerk moeten worden ingericht, zoodat onze Herv. (Geref.) Kerk ook bare wettige kerkelijke vergaderingen weer terug krijgt.

Daar moet het om gaan bij allen, die de gereformeerde waarheid liefhebben.

Om een Gereformeerde Kerk, met gereformeerde belijdenis en gereformeerde kerkeorde !

Dal ideaal moet ons overal voor oogen staan. En alles wat maar mogelijk is moet beproefd worden, om in alles te doen gevoelen en in alles te laten blijken: 't gaat om de gereformeerde waarheid in onze Hervormde Kerk!

Daar heeft allang veel aan ontbroken! Allang voor 1816 was afwijking op dit punt aan te wijzen.

Zeker, het ging in de 17de en 18de eeuw in sommige opzichten wel in den vorm van het gereformeerde. Ook wat de onderteekening van de belijdenis-schriften aangaat.

Maar er was in het midden van onze Herv. Kerk een streven, om die kerk zoo groot mogelijk te maken en zoo groot mogelijk te houden.

Zeker, bij de prediking moest wel acht gegeven worden of de predikers rechtzinnig waren en met de belijdenis der kerk instemden.

En ook wat de catechisanten aangaat, werd bij het afleggen der belijdenis acht gegeven op de zuiverheid in de leer.

Maar de idee: de kerk moet groot worden en groot blijven; de Herv. Kerk moet héél het volk, met al de families en al de geslachten omvatten — die idee ging onze Vaderen parten spelen, waarbij het ten slotte toch minder op de kwaliteit (de hoedanigheid) aan kwam, als de kwantiteit (de hoeveelheid) maar groot, vooral gróót was.

O! die ongelukkige tijd der staatskerken. Op het platteland hadden wereldlijke heeren maar al te dikwijls veel Ie veel macht en invloed.

In de meerdere vergaderingen oefenden „politieke commissarissen" niet zelden dictatoriale macht uit van achter de hooge tafel op de tribune. In zake de benoeming van theologische professoren had de kerk geen macht.

Uitwendige zending was haar onmogelijk: die werd gedreven door de Compagnieën in Oost-en West-Indië, waarbij alles dienstbaar gemaakt werd, om gedweeë inboorlingen te krijgen, waar winzuchtige kooplieden voordeel van hadden.

Inwendige zending was uiterst moeilijk, daar allen die buiten de heerschende kerk leefden, vijandig tegenover die staatskerk stonden, vanwege de plagerijen en verdrukkingen door haar geoefend over andersdenkenden.

Offervaardigheid en hartelijk meeleven in de Staatskerk werd eer verhinderd dan aangemoedigd, doordat de overheid de ketters moest uitroeien, voor de scholen zorgde, kerkgebouwen nam en gaf naar believen, kerkelijke goederen schonk en ruilde naar willekeur. Wat, wat wilde men nog meer?

En ja — bij publieke collecten voor de armen langs de huizen, b.v. bij gelegenheid van het Kerstfeest, ja, daar was het gewoonte om soms enorme giften te geven, waarvan de oude diaconie-rekeningen kunnen getuigen; maar overigens liep alles immers toch van zelf.

't Was groot alles. Omstreeks 1600 maakten de Roomscben de grootste helft der bevolking uit. In 1700 slechts 1/3.

En zoo ging het ook met de Doopsgezinden en Remonstranten.

De Hervormde Staatskerk groeide. Een herhaling van 't geen in de dagen van den 1sten christen-keizer gezien was: groot, grooter, en nóg grooter werd de kerk.

Maar de waarheid werd mager, magerder en nóg magerder.

De wereld kwam in de kerk. De censuur kwam bijna nooit voor. 't Beginsel was immers: elk burger van Nederland behoorde Hervormd te zijn.

Dan moest men ook niet al te kieskeurig zijn; niet al te streng.

En alles werd goed gepraat met de tooverformules: volkskerk en verbond.

Daar is door de echt-gereformeerde theologen wel tegen geprotesteerd.

Wel heeft men tal van vromen gekend, die daar ernstig bezwaar tegen hadden.

Men wilde de Waarheid, de gereformeerde waarheid handhaven en verdedigen.

De waarheid moest boven alles gaan, zeiden ze, daarin de Ned. Gel. belijdenis nasprekende, waartoe ze in het midden der Herv. Kerk recht hadden.

Maar hun roepen werd overstemd door de groote menigte, die gereformeerd heette, omdat men tot de gereformeerde landskerk behoorde, doch niet wetende wat gereformeerd was.

Alles wat Protestant was behoorde tot de Gereformeerde kerk. Ieder werd gedoopt, deed naar begeeren belijdenis, kwam vrij tot het avondmaal.

Van leertucht geen sprake meer. En de verlichte denkbeelden van het eind van de 18de eeuw hadden vrijen toegang lot de gereformeerde volkskerk, omdat 't immers een „volks"-kerk moest zijn. Waardoor het gereformeerd beginsel geheel en al werd onderdrukt en krachteloos gemaakt.

Zoo vond Koning Willem I haar. Wat de vorm aangaat met een gereformeerde belijdenis.

De gereformeerde Kerke-orde nog van 1618—19.

Maar immer aangewezen om héél het volk te omvatten!

En het ideaal bleef bij den vorst: een gereformeerde kerk, met de oud Nederl, belijdenis, pasklaar gemaakt voor heel het Nederl. volk; waarvoor een andere kerkregeering nog profijtelijker zou zijn, welke nieuwe kerkregeering de koning dan ook maar even gaf, de Dordtsche Kerke-orde eenvoudig buiten werking stellend!

Immers alles wat aan die Dordtsche Synode herinnerde, herinnerde aan twist en tweedracht in de kerk.

En dat mocht niet meer voorkomen.

{Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 augustus 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's