De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven

11 minuten leestijd

Aangenomen.

Voor den aanvang van de Synodale zittingen wezen we er op, dat de Synode dit jaar over belangrijke dingen zou hebben te beraadslagen, o. a. over het vrouwenkiesrecht, de proponentsformule, wijkgemeenten enz.

Het vrouwenkiesrecht is van de baan.

De proponentsformule verscherpen wilde men niet. Maar het voorgestelde reglement op de Wijkgemeenten met een aanvulling van het Algemeen Reglement is aangenomen in de Synode; met algemeene stemmen.

Het gaat over de groote gemeenten. Om die beter te kunnen bewerken.

Iets, wat we zeker zouden toejuichen, indien er in onze Ned. Herv. Kerk in werkelijkheid sprake was van één belijdenis. Hoe beter het werk dan verdeeld wordt, hoe beter de gemeente kan verzorgd worden.

Maar nu er geen eenheid is in belijdenis, in prediking, in catechetisch onderwijs, in huisbezoek, in ziekenbezoek, — nu verwachten we er niets van.

Nu zouden we 't betreuren indien een dergelijke regeling getroffen werd.

Want nu zal men een verwarring krijgen, nóg grooter dan er reeds is.

De menschen laten zich niet in loketjes zetten, zooals de kaartjes in de stationskantoren worden bij elkaar gelegd, naar volgorde van de letters.

Wie in wijk A woont laat zich niet terug dringen uit wijk B, indien de prediking van Ds. B. hem meer zint dan de richting van Ds. A. .

En zoo ook met catechisatie, met doopen, met avondmaal, met ziekenbezoek, met bijbellezing, met school-onderwijs enz. enz.

Nu zal elke wijk afzonderlijk den kerkelijken strijd aanbinden, zooals bij de verkiezing voor den Gemeenteraad.

Wijk A zal heel anders uitkomen dan wijk B. En wijk O wéér anders.

Modern, Evangelisch, Christen-socialistisch, Ethisch, Gereformeerd — uitzoeken maar.

Door ieder wordt immers een eigen deur geopend om binnen te gaan — door ieder zal ook, binnengelaten, een eigen weg worden gebaand.

En de modernen, de evangelischen, de etbischen zoeken al een wijk uit waar hun partij het sterkst is, waar zi/j de meeste stemmen kunnen behalen, waar zij de meerderheid in het kiescollege kunnen verkrijgen, waar zij ouderlingen en diakenen kunnen kiezen, waar zij een dominé kunnen beroepen enz.

En niet om de kudde beter te verzorgen, niet om de Gemeente beter te kunnen bewerken — maar om zelf weer aan het bewind te komen, dat is de geschiedenis.

Niet in theorie. Geenszins. In de verste verte niet. We willen dat gaarne aannemen.

Maar de practijk zal zoo zijn.

De practijk die dikwijls met de schoonste theorieën spot.

En daarom zullen allen die aan de Confessie vasthouden en de belijdenis onzer Geref. Kerk liefhebben zich tegen deze wetswijziging moeten verzetten, eenparig verklarende: GEEF ONS EERST MEER ZEKERHEID,

DAT DE BELIJDENIS ONZER KERK TOT HAAR RECHT ZAL KOMEN.

Eerst wijziging van de proponentsformule. - Eerst verhinderd, dat publiek en brutaal spotten met de grondwaarheden der Heilige Schrift!

Eerst eenvoudige, belijnde belijdenisvragen.

Eerst éen in ons allerheiligst en dierbaar geloof.

En dan saam aan het werk.

Met de Gemeente mag niet langer gespot worden.

Het eerste en het voornaamste van alles waarop de Gemeente recht heeft is, dat men eerbied toone voor haar belijdenis, voor haar Bijbel, voor haar Zaligmaker en Koning.

Onthoudt haar toch, haar wettig eigendom niet.

Want het is het Licht, het Leven voor haar. Al het andere wat men haar geeft zal haar niet baten, als men haar eerst niet geeft wat haar eerste levensvoorwaarde is.

Wat baat het of men een bloem al water geeft, als men haar bij den wortel afrukt.

Ze mag wat nageuren met kleurenpracht. Maar de kleur verwelkt en de geur neemt af. Vast en zeker.

Maar een kwijnende bloem in de zon gebracht leeft op en verspreidt een aangenamen geur, velen tot een blij genot.

Om een overzicht van de kwestie te krijgen, laten we een verslag volgen van de zitting der Synode, waarin het Reglement op de Wi)kgemeenten behandeld is.

Het luidt: De heeren P. Bruining, dr. J. R. Callenbach, prof. dr. M. A. Gooszen, dr. H. W. ter Haar Bz, , B. ten Kate, B. Klein Wassink, G. Salomons en dr. J. R. Slotemaker de Bruine hebben aan de Synode een „Reglement op de Wijkgemeenten" aangeboden, en in verband daarmee voorgesteld eene aanvulling van het Algemeen Reglement (art. 17: „Grootere gemeenten kunnen worden verdeeld in territoriaal afgebakende wijkgemeenten, en worden in dat geval bestuurd overeenkomstig de bepalingen van het desbetreffend bijzonder Reglement). De adressanten hebben zulks gedaan, omdat zij overtuigd zijn, dat ter versterking of terugwinning van den invloed onzer kerk op het volksleven de invoering van het z.g. Parochiestelsel zeer bevorderlijk zou kunnen zijn.

De commissie van rapport juicht dit voorstel toe, dat zich hierin onderscheidt van vroegere dergelijke voorstellen, dat het geheel facultatief is, dat het streng aan de teiritoriale scheiding der wijkgemeenten vasthoudt, en dat het deze scheiding vooral wenscht uit pastoraal oogpunt.

Het aangeboden Reglement behelst 5 artikelen, welke door de commissie van rapport en later ten gevolge van de discussie worden gewijzigd. Zij luiden aldus:

Art. 1. Grootere gemeenten in den zin van art. 17 Alg. Regl. zijn gemeenten met meer dan ééne predikants-plaats.

Art. 2. De verdeeling in wijkgemeenten geschiedt bij besluit van den kerkeraad in gemeenten met 2 predikants-plaatsen, het college van kerkvoogden gehoord, en in gemeenten met meer dan 2 predikantsplaatsen, den bijzondere kerkeraad, het college van diakenen en het college van kerkvoogden gehoord, in beide gevallen, nadat de lidmaten gedurende 14 dagen in de gelegenheid zijn gesteld, hunne bezwaren daartegen in te brengen.

Dit besluit behoeft de goedkeuring van het prov. kerkbestuur, het class, bestuur gehoord, welke besturen rekening houden met de bezwaren door lidmaten bij den kerkeraad ingediend.

' Art. 3. Het in art. 2 bedoelde besluit bevat tevens een plaatselijk reglement op de wijkgemeenten, waarin bepaald wordt:

a. welke de verhouding zal zijn tusschen den kerkeraad der geheele gemeente en die der wijkgemeenten.

Bepaald mag worden, dat de kerkeraad der geheele gemeente bestaat uit de gezamenlijke leden of uit de afgevaardigden van de kerkeraden der wijkgemeenten.

b. op welke wijze een bureau wordt ingericht en in stand gehouden, waar met het oog op de geheele keikelijke gemeente inlichtingen worden verstrekt, inzake godsdienstoefeningen, bediening van Doop en Avondmaal, huwel.-inzegening, godsdienstonderwijs, afgifte en inlevering van attestatiën, kerkelijke armverzorging.

c. hoe voor de geheele gemeente de registers van de stemgerechtigden, de lidmaten, de gedoopten, de kerkelijk in het huwelijk ingezegenden zullen worden gehouden.

d. hoe de administratie der diaconale goederen en fondsen zal geregeld zijn. Bepaald mag worden, dat deze goederen en fondsen administratief een eenheid zullen blijven en beheerd zullen worden door de kerkvoogdij der geheele gemeente. Ter uitvoering van deze alinea treedt de kerkeraad in overleg met de kerkvoogdij der gemeente.

Art. 4. De wijkgemeenten worden bestuurd door wijkkerkeraden, die de bevoegdheden hebben van kerkeraden, behalve voor zoover in het plaatselijk Reglement op de wijkgemeenten anders wordt bepaald.

Art. 5. Voor de beroeping van predikanten en de benoeming van ouderlingen en diakenen gelden de bepalingen van de kerkelijke reglementen, met dien verstande:

a. dat de predikanten beroepen worden door lederen wijkkerkeraad voor de wijkgemeente, waar eene predikantsvacature ont-, staat, nadat zij door den kerkeraad of het kiescollege dier wijkgemeente zijn verkozen;

b. dat voor ouderling en diaken in iedere wijkgemeente verkiesbaar zijn stemgerechtigde lidmaten, in die gemeente woonachtig. Verhuizing naar eene andere wijkgemeente noodzaakt niet tot het aanstonds nederleggen van mandaat. Zij die in functie zijn, hebben het recht hunnen diensttijd uit te dienen en zijn daarna benoembaar in de wijkgemeente hunner vestiging;

c. dat stemgerechtigd voor de verkiezing, benoeming en beroeping, bedoeld in artt. 2 en 3 van het Regl. op de benoeming enz. en verkiesbaar als gemachtigde in het kiescollege zijn alleen de stemgerechtigden, die binnen het ressort der wijkgemeente wonen.

d. dat verhuizing binnen de gemeente niet naar art. 3 al. 1 Alg. Regl. verlies van de stemgerechtigdheid ten gevolge heeft, doch zij die overigens stemgerechtigd waren, dat blijven in de wijkgemeente, die zij verlaten hebben, tot op een bij het plaatselijk reglement vast te stellen datum en onmiddellijk daarna stemgerechtigd worden in de wijkgemeente, waarin zij zich gevestigd hebben.

In de discussie wordt opgemerkt, dat wat hier voorgesteld wordt inderdaad niets anders is dan — zooals het ook heet — een voorstel tot invoering van wijkgemeenten, dat het evenwel niet mag heeten eene invoering van het Parochie-stelsel. Bepaaldelijk wordt door den vice-president betoogd, dat de invoering van het eigenlijke parochie stelsel niet mogelijk zou zijn in de kerk „zoo lang beheer en bestuur niet in ééne hand zijn".

Daartegenover wordt er op gewezen, dat de in de Ned. Herv. Kerk bestaande toestand van scheiding tusschen bestuur en beheer, niet in den weg staat aan hetgeen hier wordt voorgesteld. Men moet dit voorstel beschouwen als een gelukkige eerste schrede op een goeden weg. Niettemin verwachten sommige leden (de heeren Van Melle en dr. Visser) van die eerste schreden niet bijzonder veel, vooral waar men toch reeds in de steden wijken en — zooals te Groningen — „klutten" heeft. De heer De Haan zou hetgeen voorgesteld wordt, liever imperatief dan facultatief willen zien gemaakt, doch hij begrijpt dat er dan op dit oogenblik niets van zou komen. Zoowel hij als de heeren Gronemeijer en Schrieke bepleitten het voorgestelde, dat een deur opent voor nieuwe, betere toestanden.

Eerst wordt nu het nieuwe art. 17 Alg. Regl, in stemming gebracht. Het wordt aangenomen met algemeene stemmen,

Is de Herv. Kerk de valsche Kerk?

X.

Een ideale tijd was aanstaande.

Geen scheuring, geen partijschap meer. Alle Protestanten in één kerkverband. Waar dan de belijdenis der kerk maar een weinig voor op losse schroeven moest worden gezet.

Heerlijk ideaal: héél het volk van Nederland weldra Protestant.

En heel de protestantsche natie in één kerk, de Ned. Herv. Kerk, saèm wonend. In de steden één „groote" kerk. Op het dorp één Hervormde kerk.

Zooveel mogelijk alle families in één kerkgemeenschap; één doop, ook een begraafplaats. In de kerk en rondom de kerk.

Hoog zou de toren der Protestantsche Kerk boven alles en allen uitsteken. En allen zouden rondom die toren leven en sterven.

Wel sloop allerlei leugen-leer binnen. Het modernisme deed overal z'n intree. De loochening van den Christus werd van menigen kansel gehoord.

Tal van gemeente-leden, die trotsch waren tot de Hervormde Kerk te behooren, lieten de kerk voor wat ze was en bekommerden zich om den waren godsdienst niet.

Ach arme! Daar stond de Gereformeerde Kerk weldra met een groot deel van het volk binnen hare muren, maar zonder de gereformeerde waarheid.

Om héél de Schrift ging het niet meer, wel om héél het volk.

De geest der wereld domineerde, de geest van Christus moest zwijgen.

En een nieuwe kerkregeering zette er de kroon op: 't was een vereeniging geworden waarin elk kon vinden, wat hij begeerde — behalve die het hield met de gereformeerde belijdenis en die stond naar een gereformeerde kerk, met een haar passende gereformeerde kerkregeering.

Wat ellend voor kerk en volk.

Want als de kerk afwijkt van haar belijdenis is haar kracht en sieraad weg. Dan kan ze ook niet meer zijn een pilaar en vastigheid der waarheid.

Ook niet meer een licht op den kandelaar. Ook niet meer een leidsvrouwe voor het volk.

Ook niet meer tot zegen voor de natie. Dan is het dreigement van het smakelooze zout over haar gekomen.

Dat wordt ook openbaar. Ze is groot, de Vaderlandsche Kerk! Maar ze weet zelf niet wat ze wil in zake de waarheid.

Daarom is ze groot, maar krachteloos. Daarom brokkelt ze met het jaar af.

Daarom groeien allerlei andere kerken en secten naast haar als paddestoelen uit den grond op.

Daarom handelt men over haar en doet met haar — zonder met haar te spreken of met haar te rekenen. Omdat ze zelf oorzaak heeft gegeven, dat men niet meer kan uithoeken wat ze is en wat ze wil.

Wil ze staan op den bodem der Schrift? Op het fundament barer belijdenis?

Wil ze dat de gereformeerde waarheid het accoord van gemeenschap, het herkenningsteeken, het vaandel zal zijn? Eigenlijk niet.

Ze wil de voordelen, de positie van de Gereformeerde Kerk.

Maar ze wil niet uit haar belijdenis leven, niet haar taal naspreken, niet haar weg wandelen. ,

Dat is de ongelukkige positie waarin de Ned. Herv. Kerk verkeert op dit oogenblik.

Waarbij de Heere in Zijn wondere genade de gereformeerde belijdenisschriften haar bewaard heeft, opdat nog zou zijn aan te wijzen dat zij de ware Kerk van Christus is in ons Vaderland.

Maar waarbij nu ook is aan te wijzen, dat zij in haar tegenwoordige openbaring, een valsche positie inneemt.

Een valsche positie — waarbij allen die de gereformeerde belijdenis liefhebben den vinger op de wonde plek moeten leggen en met de historische, waardevolle documenten in de hand, in de mogendheid des Heeren moeten opkomen voor de rechten der Gereformeerde Kerk en alles moeten doen, dat onze Hervormde Kerk moge terugkeeren tot hare zuiver Gereformeerde levenspractijken.

Onze Hervormde Kerk moet weer worden de Gereformeerde Kerk.

Met haar Gereformeerde belijdenis.

Om op die Gereformeerde belijdenis aan te nemen.

Om ook naar die Gereformeerde belijdenis zich te sluiten.

Om uit die Gereformeerde belijdenis te leven als de ware Kerk van Christus, die met de beloften Gods zoo rijk is en zonder Zijn zegen zoo ellendig te noemen.

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's