Financiën.
Ja, penningmeester, schreef mij A. Z. te D., ik had nu eens zin om u te schrijven. Maar omdat ik wel begreep, dat ge met enkel woorden ook al niet veel kunt uitvoeren, doe ik er f 1.50 bij aan postzegels. Och, wat zal er toch nog eens van terecht komen! Als ik de menschen gadesla in onze gemeente, dan vraag ik wel eens: zijn er nu van de 10 wel 2 die behoefte hebben aan de zuivere Waarheid? En als dat dan overal zoo is, dan zoudt ge den moed wel opgeven. Maar als ik dan weer zie hoe de gaven voor het Leerstoelfonds blijven vloeien, dan krijg ik weer hoop, dan denk ik wel eens: het is evenals met het zalig worden. De Heere zegt er van: Bij de menschen is het onmogelijk, maar niet bij God. En zoo is het ook met de Waarheid in de Herv. Kerk. Niet ons, o Heere, maar Uw Naam alleen de eere. Want dat is zeker: de Heere zal het moeten doen. Maar daarom gaan wij niet in ledigheid onzen weg, evenmin als Nehemia, daar lezen wij ook van dat hij nacht en dag werkte: in de eene hand het geweer en in de andere het gereedschap.
Wij kunnen niets, dat staat vast. Maar in de kracht des Heeren kan een mensch gebruikt worden. De oude schrijver Smytegelt zegt, dat een slapende soldaat wordt doodgeschoten.
Dus werken zoolang het dag is en de talenten, die ons geschonken zijn, gebruiken en niet begraven. Ja, er zijn menschen bij ons die gaven hebben en een ontwikkeld verstand, die tehuis blijven zitten en een preek lezen; zij gaan niet naar de kerk en kijken nergens naar om. Maar van den Heere Jezus lezen wij, dat hij naar gewoonte opging naar den tempel. Laten zulke lieden meehelpen in de kracht Gods.
Nu, waarde vriend, mijn papier is vol. U zet maar: van een lezer van de „ Waarheidsvriend" 30 postzegels — — — — — —
Kijk, dat vind ik nu wel aardig, zoo eens een 'briefje te ontvangen en eens een stem te hooren van een ander en mij dunkt, met de lezers gaat het ook zoo, die hooren ook voor een keer wel eens graag iemand anders dan elke week dezelfde penningmeester over hetzelfde onderwerp. Nu, ik heb er nog meer deze week. Luister maar, weer een andere stem.
Geachte Heer. Aangezien ik u, zoolang als het Leerstoelfonds bestaat, voor elk jaar een bedrag per postwissel heb toegezonden, hetwelk ik ook voor dit jaar heb gedaan, zoo wensch ik u mede te deelen, dat u mij voor een vaste jaarlijksche bijdrage kunt opschrijven voor een bedrag van f 1.50.
Hoogachtend, R. B. te B.
Vindt u dat ook geen mooie stem ? Ik wel. Daar zou ik best eens een vol koor van willen hooren. Zoo van een 500 man. Of dat zou klinken? ? !!
Wacht, daar hoor ik weer iemand! Dat is een bekende, geloof ik. Of ik die ken! Da's Jacob Bot uit Feyenoord, de penningmeester van de afdeeling. Neen maar, daar luister ik wel zoo graag naar, want die heeft altijd wat goeds te vertellen.
Waarde penningmeester. Het is mij aangenaam u in dezen slappen tijd weer spoedig iets te kunnen zenden. Toen ik Maandag de laatste referaten aan de leden bracht, ontmoette ik een onzer leden, n.l. A. N. v. d. B. Deze vertelde mij o a., dat hij wegens zaken verhinderd was geweest de jaarvergadering bij te wonen. Hij had toen gedacht iets voor het Leerstoelfonds mede te brengen en het u te overhandigen. Dat is nu niet gebeurd en van oversturen is nog niets gekomen. Nu, dat was juist iets voor mij. Ik zei natuurlyk dadelijk: dan zal ik u wel helpen. U geeft het maar aan mij en dan zal ik er wel voor zorgen. Dat is goed, zegt hij, maar er zijn mogelijk nog meer menschen, die in dezelfde omstandigheden verkeeren en daardoor verzuimden iets te geven aan het Leerstoelfonds. U moet vragen aan den Penningmeester, of hij daarop eens wil wijzen. Mogelijk geven ze het dan nu nog. Dus, penningmeester, dat wilt u dan wel doen, niet waar ? Onze vriend stelde mij f2.50 ter hand. Dan heb ik nog in kas van een ledenvergadering f 0.88 en uit busjes 25 en 26, hangende in het lokaal vanaf 9 Juli, f5.97, alzoo te zamen de som van f 9 35. Zoo is het bij elkaar toch weer een aardig sommetje, dat u wel weer welkom zal wezen. Groetend, Uw vriend, J. Bot.
zal wezen. Groetend, Uw vriend, J. Bot. Daar behoeft u nietaan te twijfelen, vriend Bot. Al zondt gij mij elke week hetzelfde, het zou mij steeds welkom zijn.
Zoo hebt u daar nu reeds 3 verschillende stemmen gehoord, waarde lezer, en u zult mij toestemmen: ze klonken zeer mooi. Nu zou ik er u nog gaarne meer laten hooren. want er is nogal aardig wat gekomen deze week. Het zou evenwel te veel ruimte innemen en in mijn verbeelding zie ik het gezicht van den drukker en hoor ik hem zeggen: die penningmeester maakt het weer bar van de week. Dit zou zoo onharmonisch klinken bij al wat wij hoorden, dat ik mij liever maar bekort. Dan moet ge nu nog even naar mi; luisteren, als ik u mededeel, dat ik Uit Wilnis gezonden kreeg van Ds. de Geus f5.20, zijnde het eerste halfjaar 1912 uit busje 101.
Uit Zegveld van O. Bardelmeyer uit busje No. 20 f5.32 van de maand Augustus.
Uit Hoogeveen door K. Bruinsting f3 uit busje 152 van Noordscheschut. Dit busje is thans in handen van Hendrikje Boer en Catharina Veldman, die beloofden er een goed en langdurig gebruik van te maken.
Uit Leerdam van de firma Ursinus en Van Mourik f 13.25. Dit was dezen keer van 2 maanden, Juni en Juli. Ik geloof niet dat ik daar beter van geworden ben. Maar er kunnen omstandigheden zijn waartegen niets te doen is. Wij willen hopen dat het bedrag weer op dezelfde hoogte komt. Eindelijk nog Uit Vlaardingen van Ds. J. van Duijvenbooden een postwissel van 19.50. Dit bedrag was in verschillende gaven en op verschillende tijden Z.Eerw. toegezonden en verantwoord in de „Zondagsbode voor den ring Schiedam." Voor de moeite van het bewaren en het toezenden, alsmede aan de gevers onzen hartelijken dank.
En nu, lezers, weet ge er alles van. Opgeteld zult ge zien dat wij dezen keer niet te klagen hebben en leven maar weer in-afwachting wat ons de volgende dagen zullen brengen. Als uw naam nog nooit op het lijstje is voorgekomen, laat het dan nu eens voor het eerst zijn.
Delft,
Nieuwe Laan 44.
De Penningmeester,
J. C. FLIEHE.
Oude postz., Capsules, Zilverpapier,
Met vriendelijken dank bericht ik de ontvangst van
Ie. van Jan Moes te 's Gravenhage een doos postzegels;
2e. van Mej. D. B. te 's Gravenhage een doos postzegels;
3e. van Mej. R. Bruinsting te Hoogeyeen een doos postzegels, capsules en zilverpapier;
4e. van Mej. S. Oudshoorn te Vinkeveen een pak postzegels, capsules en zilrerpapier.
Met voortdurende aanbeveling,
Mej. H. H. VERBEEK,
Kanaalweg 14, Scheveningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 augustus 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's