Staat en Maatschappij.
Het eehtseheidings-ontwerp.
Het. Burgerlijk Wetboek bepaalt ten opzichte van de echtscheiding, dat echtscheiding niet anders kan uitgesproken worden dan op grond van overspel, van ernstige mishandeling, van langdurige gevangenisschap en van scheiding van tafel en bed gedurende vijf jaar. Voorts laat het Wetboek niet toe, dat echtscheiding uitgesproken wordt bij onderlinge overeenstemming van partijen.
"Vooral de laatste bepaling is tegenwoordig voor velen tot groote ergernis. Naar de moderne begrippen, die zich omtrent het huwelijk hebben baangebroken, is het huwelijk — Mr. S. van Houten spreekt dit in zijn staatkundigen brief van 19 Februari 1909 alzoo uit — in zijn wezen een feitelijke levensgemeenschap, waarbij de Staat alleen de burgerlijke en vooral de geldelijke rechtsgevolgen heeft te regelen voor zoover partijen daarin niet bij contract hebben voorzien.
Volgens deze beschouwing moet de wetgever het nu mogelijk maken, dat, wanneer man en vrouw niet meer saam willen leven, zij van elkaar af kunnen. In dezen geest sprak zich ook enkele jaren geleden Prof. Mr. D. Simons, hoogleeraar in het Strafrecht te Utrecht, uit, toen hij voor een studentengezelschap te Amsterdam over de echtscheiding het woord voerde.
Een van de stellingen van den hoogleeraar was toen, dat: a. de gronden, waarop de echtscheiding kan worden gevorderd, worden uitgebreid. b. echtscheiding worde toegelaten bij onderlinge toestemming, onder voorwaarde dat de daarop gerichte ernstige wil der echtgenooten met voldoende zekerheid zij gebleken en indien er uit het huwelijk kinderen zijn gesproten, voor de belangen van deze, ten genoegen van den rechter, zoo goed mogelijk zij gezorgd.
Men ziet dat ook deze hoogleeraar voor echtscheiding om „allerlei oorzaak" is, indien maar beide echtgenooten het wezenlijk willen. Het bij deze twee uitspraken latende, die duidelijk aangeven hoe in onze dagen een der hechtste grondslagen van ons Christelijk volksleven wordt ondermijnd en in welke beschouwingen het huwelijk als eene inzetting van God wordt geloochend. Staat men bij deze aangelegenheid voor het ontzettende verschijnsel, dat ter bereiking van zijn doel — de echtscheiding — steeds meerdere gehuwden er toe overgaan om ter ontduiking van de wet van het bekende middel gebruik te maken. Zonder dat eenig feit plaats had, laat de man zich door de vrouw beschuldigen van overspel; de man weerspreekt die aanklacht niet. Op de terechtzitting verschijnt noch man, noch vrouw en op eenvoudige wijze wordt bij verstek de echtscheiding uitgesproken.
Binnen weinige weken is op deze wijze met onderlinge toestemming echtscheiding te verkrijgen en dat geheel tegen de bedoeling en het uitdrukkelijk verbod der wet in.
Terecht heeft de Minister van Justitie den tijd gekomen geacht om aan dezen onduldbaren toestand, waarin het recht een ware bespotting wordt, een einde te maken.
Minister Regout heeft een ontwerp van wet ingediend, waarbij echtscheiding op verstek niet meer zal kunnen wórden uitgesproken, indien niet op grond van wettige bewijsmiddelen den rechter duidelijk is gebleken, dat de ten laste gelegde feiten juist zijn. Onze dank aan den Minister van Justitie voor de indiening van het wetsontwerp.
Revolutionair.
Het ziet er met onze marine droevig uit, Jaarlijks wordt door de Staten-Generaal meer dan twintig millioen gulden voor de vloot toegestaan, onverminderd de millioenen, welke op de Indische begrooïing voor de zeemacht staan uitgetrokken. En toch ontbreekt het ten eenemale aan het noodige vertrouwen, dat de vloot, wanneer het er op aan zou komen, haar aandeel ter versterking onzer positie leveren zal.
Niet alleen betreft dit het materiaal maar ook het personeel.
Mogen wij nu de Regeering dankbaar zijn, dat zij met bekwamen spoed eene Staatscommissie samenstelde om maatregelen te beramen, welke tot een voorstel kunnen leiden, om het moederland en de koloniën van eene krachtige vloot te voorzien — deze plannen, zoo zij al verwezenlijkt worden, zullen onze marine niet uit het moeras helpen, zoolang het met het personeel — en wij bedoelen hier het mindere personeel, bijzonderlijk de matrozen — niet in orde komt.
Vooral de geest, welke in dit personeel leeft, geeft tot groote ongerustheid aanleiding. De jarenlange bearbeiding van den marineman door het modernisme, gevoegd bij de weinige belangstelling, welke ons Christenvolk ten opzichte van het geestelijk welzijn van den matroos toonde, heeft bij het vlootvolk — en wij wezen daarop reeds bij eene vorige gelegenheid — allen godsdienstzin gedoofd en een gevoel van onverschilligheid opgewekt. Haast zouden wij de vraag willen stellen: ligt de vloot niet onder het oordeel der verharding?
En de gevolgen? Zij zijn niet uitgebleven. Het ontzettende feit valt niet te loochenen, dat het overgroote deel van het matrozenpersoneel revolutionair gezind is.
De bekende „Matrozenbond", die in "Het Anker" zijn orgaan heeft, predikt het lijdelijk verzet en aan die prediking geeft niet minder dan 88.5 % matrozen, 81 % mariniers en 50 % stokers gehoor.
Niet de marine-autoriteit behoort gehoorzaamd te worden, maar het bestuur der vakvereeniging zal de gedragingen aangeven, naar welke de leden der organisatie zich hebben te richten.
Toen eenigen tijd geleden bij scheepsorder het passagieren belangrijk werd ingeperkt, nam de Matrozenbond het besluit, dat, zoolang die order niet werd ingetrokken, geen enkel lid der vereeniging meer aan officieele wedstrijden en feesten zou deelnemen. En hoever het.met den strijd tusschen marineautoriteit en vakvereeniging gekomen is, bewijst het feit, dat op 15 Juni 11. in eene vergadering der leden in Indie met algemeene stemmen besloten werd de 50 ct., die aan de schepelingen bij de verjaardagen van leden van het Koninklijk Huis wordt toegekend, op 2 en 31 Augustus algemeen te weigeren.
Maar sterker nog dan dit feit spreekt de revolutionaire gezindheid onder het scheepsvolk uit de houding van het bestuur van den Bond, alsmede uit de getrouwheid waarmede de bevelen der organisatie worden nageleefd naar aanleiding van het bij de vereeniging ingekomen bericht, dat de hierboven genoemde passagiersorder in Oost-Indie was gewijzigd geworden.
Het heet daarvan in het orgaan „Het Correspondentieblad van den Bond van minder Marine-personeel" van September:
Thans geldt het om te overwegen of onze houding moet worden herzien. Organisatorisch, dat wil zeggen, ordelijk is de maatregel tot onthouding van alle officieele wedstrijden en feesten genomen, op dezelfde wijze dient het sein van de organisatie zelf weder om eene eventueele andere houding aan te nemen. En wij aarzelen dan ook niet het af te keuren, dat enkele leden na het bericht van de passagiersregeling op eigen houtje weer gingen meedoen aan de nog niet geheel afgeloopen wedstrijden. Dat mag niet. De organisatie zelf zal bepalen wanneer de actie geëindigd is en niet de leden individueel. Laat ons hopen dat die gevallen tot de uitzonderingen hebben behoord. Allereerst wacht het H.B. thans op bericht uit Oost-Indie. Wij dienen te weten, hoe de nieuwe regeling wordt toegepast, om te kunnen bepalen hoe onze houding er tegenover dient te zijn. Bovendien geldt de regeling zoover we weten, alleen voor Oost-Indie. Hoe het in West-Indie is of wordt, weten we dus nog niet. Vermoedelijk zal de a.s. jaarvergadering de plaats worden, waar wij onze houding definitief zullen vaststellen. Is er aanleiding toe, dan desnoods eerder; doch momenteel, daar dienen de leden om te denken, is er nog niets veranderd. Wacht het besluit van uw Bond dus af. Als één man aanvaardden wij den strijd, als één man zal die weder moeten worden geëindigd ook.
"Wat zegt men wel van zulk optreden. Is het niet dóór en dóór revolutionair? Het gezag is verplaatst van de Marine-overheid naar het bestuur der vakvereeniging, dat tevens besloot deel te nemen met banier aan de te Den Helder te houden kiesrechtbetooging op Zondag 15 September en ook om naar den Rooden Dinsdag op 17 September de beide beambten met de banier af te vaardigen, terwijl voor den kiesrechtstrijd f50 zal worden bijgedragen.
Op de vloot deelt de sociaal-democratie de lakens uit. , -
Is deze toestand langer te dulden? Er moet krachtig ingegrepen worden, wil de Marine niet de weinige sympathie, die zij nog bij ons volk heeft, inboeten. Zoo toch kan het niet langer blijven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's