De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven

17 minuten leestijd

Spreekbeurten.

De zomer, met z'n droge en natte dagen, is weer voorbij. De lamp moet er weer zoo langzamerhand aan gelooven. We gaan zoo zoetjes aan „de nachtschuit" (zooals ze in Z.-Holland zeggen) weer in.

Dan wordt er weer meer gepraat in den familiekring; meer gelezen; ook wordt het weer de tijd van vergadering-houden en lezingen-bijwonen.

We zijn wel eens bang, dat er te veel vergaderingen komen. Men kan onmogelijk alles bijhouden. Ook loopt de ouderwetsche huiselijkheid van ons en onze kinderen gevaar.

Er wordt zooveel buiten 't huis gezocht. Er wordt zooveel gehoord, zooveel gepraat. Ook veel gelezen? Ook veel onderzocht? Ook veel overwogen?

We vreezen wel eens. Maar voor 't misbruik behoeft het rechte gebruik van de dingen niet op zij te worden gezet.

Vergaderingen kunnen van groot nut zijn. We hooren dan nog weer eens over de dingen handelen, die niet zelden dreigen in 't vergeetboek te raken en die toch zoo noodzakelijk door ons betracht moeten worden.

Daarom ook hopen we, dat er in den komenden winter weer eens op tal van plaatsen, door tal van kerkeraden, afdeelingsbesturen, vereenigingen enz. avonden zullen worden georganiseerd, om te spreken en te hooren spreken over den nood der Kerk en over de opleiding van onze a.s. herders en leeraars.

Telkens krijgen we zooveel waarschuwingen, naar 'sHeeren alwijs en genadig bestel, dat het mét de Kerk des Heeren ten onzent zoo diep treurig is gesteld. Dat de prediking zoo gansch in strijd is met Gods Woord; dat de sacramentsbediening zoo ellendig is; dat héél het kerkelijk leven bewijst, hoe ver men afgegleden is van de rechte paden.

En o! dat dit nu allerwege eens gevoeld mocht worden. Dat de breuke gepeild, de zonde gevoeld, de overtreding beleden mocht worden.

Dat er een onderzoeken van onze wegen mocht komen. En dat, waar zonde zonde genoemd wordt, uit den nood een klachte mocht oprijzen naar omhoog en een klachte mocht gaan door gansch het land.

O! dan zouden we stille kunnen zijn bij al het woelen en werken der vijanden; stille bij alle schampere woorden en valsche aanklachten; stille, waar de wagenen en paarden van degenen die Gods Woord verwerpen en Zijn Waarheid bestrijden, velen zijn.

Stille — want vleesch en bloed zal het niet kunnen uithouden tegenover Hem, die de Almachtige is, de God des eeds en des verbonds. En we zouden, werkzaam met Zijn beloften en bedreigingen, werkzaam met Zijn inzettingen en waarschuwingen, saam verbonden worden om voor Zijn aangezicht te wandelen en te strijden den goeden strijd des geloofs, zeggende: voor God en Zijnen Christus!

Ons kerkelijk leven en de opleiding van onze a.s. predikanten moet dan maar weer eens besproken worden!

Ernstig, nauwkeurig, naar uitwijzen van Gods Woord en ziende op de droeve werkelijkheid.

En, gelijk we gelooven dat deze vergaderingen in den laatst verloopen winter niet ongezegend zijn geweest, hebben we goede hope, dat er ook in den komenden winter weer flink zal worden aangepakt, opdat onze zaak goeden voortgang hebbe!

Predikantstractementen.

Nu de kwestie van de predikantstractementen ook in ons land aan de orde is, kan het z'n nut hebben eenige cijfers te noemen aangaande tractementen in andere landen, zooals deze te vinden zijn in het Fransche weekblad Le Christianisme, overgenomen door Hollandia.

In Zwitserland ontvangen, de. predikanten van de Nationale Protestantsche Kerk op net platteland van f1500—f1800, in de voorsteden van f 2150—f 2600 en in de steden van f2600—f3650, alles uit de kerkelijke fondsen.

In Elzas-Lotharingen wordt van staatswege aan tractement uitbetaald: voor minder dan 3 dienstjaren f1250; van 3 tot 6 dienstjaren f 1562.50; van 6 tot 9 dienstjaren f 1750; en zoo vervolgens met driejaarlijksche verhoogingen van ieder f 187.50 tot aan het 22sté dienstjaar, waarna nog éénmaal met f125 verhoogd wordt, en op het 24ste dienstjaar het maximum van f2750 is bereikt. Bij dit staats-traktement moeten dan nog worden gevoegd de subsidies van de burgerlijke en kerkelijke gemeenten, die respectievelijk bedragen f 62.50—f 187.50 en f 62.50—f 250, alsmede het veordeel van pensioen, weduwenen weezen-ondersteuningen van staatswege en dergelijke emolumenten.

Verder bedragen de tractementen in de verschillende Duitsche staten: Anhalt f1875 —f 4500; Baden f 1500—f 3375; Beieren f1500 —f2250; Hessen-Darmstadt plm. f1400— ruim f3500; Lippe f 1500—f 3000; Mecklenburg-Schwerin f2250—f5000; Mecklenburg-Strelitz f 1875—f 3437.50; Oldenburg f1500 —f 2500—f 3000 ; Pruisen f 1500—f 3350 ; Saksen (Koninkrijk) plm. f 1700—plm. f 5000; Saksen-Weimar f 1300-f 3000; Saksen-Altenburg, Ooburg, Gotha en. Heiningen; Reuss, Schwarzburg-Éudolstadt, Waldeck en Wurtemberg ongeveer f 1500—f 3000.

De hoogste tractementen worden gegeven in Amerika, waar de Unitariërs bezoldigd worden met f 4250—f 7500; de Presbyterianen met f 3000—f 5500; de Methodisten met f 2250 —f3650. Bij de Baptisten zijn ten slotte de cijfers voor blanke dominees f2150—f4000, en voor hun zwarte collega's slechts f625— f 1500.

De Gereformeerde Kerk en het Volksleven.

(Slot)

De Kerk des Heeren en het volksleven behooren bij elkaar.

Wat voor ons Vaderland beteekent: de Gereformeerde Kerk van Nederland en het leven van Neerlands natie behooren bij elkaar.

De Heere roept Zijn Kerke alom te voorschijn en wil dan alom van die Kerk een zegen doen afvloeien voor de volkeren.

Van Zijn Kerk. Niet van iets, dat zich Kerk des Heeren noemt maar geen Kerk des Heeren is. Niet van een kerk, die niet uit God is, die niet de draagster is van het licht Gods, die niet de verkondigster is van Gods evangelie.

Niet van een kerk, die niet leeft bij Gods getuigenis, die het niet durft wagen met Gods waarheid, die niet bouwt op Gods fundament, die niet vertrouwt op Gods wil, die niet wandelt naar Gods inzettingen, die niet gesterkt wordt door Gods beloften.

Neen van die kerk of kerken vloeit geen zegen af, maar een vloek.

Het Mohammedanisme bewijst het, het gnosticisme, het pelagianisme, het remonstrantisme, het modernisme-bewijst het.

Het evangelie van het socialisme is niet tot zegen en welvaart.

Maar wel de Kerke des Heeren, wel de Kerk, die de woorden der waarheid draagt en uitdraagt, wel de plantinge van Gods Heiligen Geest, die niet anders groeit en bloeit dan door de genade Gods, Christus tot levenswortel hebbend.  Die Kerk is tot een zegen. Die éene Kerk. Die Kerk die over de gansche aarde verspreid leeft.

Die zich in het midden van óns land openbaart als de gereformeerde Kerk van Nederland, hebbende hare gereformeerde belijdenisschriften als uiteenzetting van haar goddelijk, allerheiligst en ongetwijfeld Christelijk geloof. Die Kerk heeft de Heere tot een zegen gesteld voor het volksleven. Neen, het is niet de vraag of beschaafden en ontwikkelden zich vinden kunnen in de leer dier Kerk. Het gaat er niet om of de rijken en de edelen behagen scheppen in dat evangelie. Of men in de achterbuurten naar die Kerk vraagt. Of onverschillige doopouders die Kerk 't liefst begeeren.

Niets, niets van dat alles. Die Kerk, gebouwd op het fundament der apostelen en der profeten, heeft steeds de wijzen en de edelen tegen zich gehad. En God voegde haar wijzen en edelen toe ! Die Kerk is door aanzienlijken en rijken veracht en God deed aanzienlijken en rijken in haar midden geboren worden! Die Kerk is uitgescholden in de achterbuurten en God heeft ze uit heggen en steggen binnengebracht! Gods Kerke zal tot een zegen zijn. Ook al dreigde judaïsme en gnosticisme. God heeft Zijn waarheid beschermd. Ook al leerde Pelagius allerlei dwaling, in Augustinus vond de Kerk des Heeren haar leeraar. Rome heeft de Kerk des Heeren van haar licht willen berooven, maar de Heere gaf Luther en Calvijn de fakkel der waarheid weer in de hand.

De Remonstranten hebben Gods waarheid willen krenken in het midden van de Gereformeerde Kerk te dezen lande, maar de Heere gaf getrouwe wachters op Sions muren. En nu heeft men in de laatste 100 jaar wéér de waarheid willen veranderen in leugen, maar de Heere is weer bezig om het licht weer op den kandelaar te plaatsen, belovende dat het den volke tot een zegen zal zijn.

„Maar de Gereformeerde Kerk kan toch niet tot zegen zijn voor het volksleven, want de Gereformeerde leer wil men niet!" zoo antwoordt men.

Voert men dat als bezwaar aan ? Maar wanneer en waar zegt de Heere dan dat de Kerk een leer moet verkondigen en een waarheid moet verbreiden die men wel wil? Sedert wanneer heeft God gezegd dat Zijn Kerk een evangelie moet verkondigen naar den mensch?

Sedert wanneer heeft de Heere gezegd, dat Zijn Waarheid naar het oordeel van de wijzen en verstandigen bestaan kan of dat Zijn Woord door den natuurlijken mensch, die tot in hart en nieren materialistisch is zal worden aangenomen in de achterbuurten ? Neen, 't zal juist met een evangelie moeten dat niet naar den mensch is; met een waarheid, die naar het oordeel van arm en rijk dwaasheid en leugen is. Maar dat evangelie moet dan naar Gods Woord zijn en die waarheid naar Gods getuigenis. Zooals de-Kerk van Christus van ouds heeft beleden. Zooals helder en klaar is uiteengezet in de belijdenisschriften onzer Gereformeerde Kerk. Maar, zoo zegt men, de Herv. Kerk omvat zooveel richtingen en zoudt gij nu willen, dat de Herv. Kerk gereformeerd gemaakt werd ? Waar moeten de dnderen dan blijven? Ons antwoord is: onze Hervormde Kerk is de Gereformeerde Kerk. Ze is nooit anders geweest. Lees haar belijdenis maar. En ook in 1816 is het publiekelijk erkend dat het de Gereformeerde Kerk was en moest blijven. Gelijk ook als het om het geld gaat, de pretentie van de Hervormde Kerk is, dat zij de voortzetting is van de aloude Gereformeerde Kerk van Nederland.

Wat wilt ge dan meer? De Herv. Kerk is dus de gereformeerde Kerk.. Maar dan moet ze het ook willen zijn. Geen twee gezichten! Dat is altijd door eerlijke menschen veracht geworden.

Neen, geen Januskop! En dus Onze Herv. Kerk is de gereformeerde Kerk. Altijd geweest en nu nóg. Waarom wij niet kunnen begrijpen hoe er met ernst bezwaar zou kunnen worden ingebracht tegen hen, die er naar staan om de Herv. Kerk — die nu een valsche positie inneemt en knoeierig te werk gaat met de woorden „geest en hoofdzaak" — om die Herv. Kerk - weer te doen worden in leer en leven, in prediking en sacramentsbediening, in vermaan en tucht de Gereformeerde Kerk van Nederland.

Dat nu honderden en duizenden naar hun eerlijke overtuiging buiten de Hervormde Kerk leven, in van die Kerk afgescheidene groepen Waar de gereformeerde leer wordt beleden - ziet, dat rekent men niet.

Die scheur komt voor rekening van hen, zegt men, en niet voor de Herv. Kerk. Neen, dat er een scheur ligt tusschen hen, van wie alleen maar invloed ten goede kan uitgaan voor land en volk, dat acht men niet zwaar.

Dan gaat men praten, alsof zij die nu 100 jaar reuzen van geleerden in hun midden hebben gehad, die boek na boek hebben geschreven om hun modern standpunt uiteen te zetten en te verdedigen, die week aan week en jaar aan jaar de uiteenzetting der leer van gereformeerde zijde hebben gehoord en gelezen en bestudeerd en besproken en veroordeeld - alsof die menschen als halve onnoozelen niet weten wat ze doen, waarom nu eindelijk eens kalm begonnen moet worden om dezulken zachtkens te onderwijzen - binnen een paar jaar zijn ze dan allen gewonnen voor het orthodoxe geloof en we kunnen allen saam blijven wonen in één huis !...

Maar o! wee, als er eens een schijn van beweging komt, om tot de modernen te zeggen : uw plaats is niet in de Herv Kerk - o! wee wat moet men dan niet hooren. En dan is het: medelijden, medelijden! Dan is het: voorzichtig, voorzichtig! Dan gaat men liegen, dat die menschen niet anders weten en dat ze nog onderricht moeten worden.

Och, of er eens een heilige ijver kwam bij de loochening van de grondwaarheden onzer gereformeerde leer, bij de schending van Gods eer, bij de ontheiliging van de sacramtnten, waardoor de toorn Gods komt over héél de gemeente.

Welbewust staan zij die de leer der Kerk aannemen en zij die deze leer verwerpen tegen over elkaar. Welbewust van deze tegenstelling, van deze vijandschap, van deze zonde, leeft men in eén Kerk.

In de Gereformeerde Kerk. Och, dat er eindelijk eens een krachtige actie kwam om zonde zonde te noemen, en blind voor de toekomst in het gebod Gods te zien.

God geve getrouw makende genade.

God geve, dat onze Hervormde Kerk weer spoedig ook in de openbaring des levens, in prediking en sacramentsbediening, in vermaan en tucht de Gereformeerde Kerk van Nederland mag genoemd worden.

't Zal héél ons volk tot zegen zijn. Want de Gereformeerde Kerk is van God geroepen te zijn als een zout en zuurdeeg, als een licht op den kandelaar, als een pilaar en vastigheid der waarheid.

En de Gereformeerde Kerk kan dit alleen zijn.

Geen andere Kerk. Naar uitwijzen van Gods Woord. Naar uitwijzen ook van de leidingen Gods in de historie van ons vaderland.

Dordrecht.

Nog altijd was hangende de kwestie Dordt. Men herinnert zich dat de heeren A. Vleesenbeek en E Bachman, benoemd ouderling en H. P. Kramer Bzn., benoemd diaken der Ned. Herv. Gemeente te Dordrecht, door het Class. Bestuur van Dordrecht voor onbepaalden tijd vervallen verklaard waren van de bevoegdheid tot het aanvaarden van kerkelijke bedieningen, om reden, dat zij „niet onberispelijk waren in de Belijdenis".

Het Classicaal Bestuur was daartoe gekomen doordat er een bezwaarschrift bij hen was ingekomen van 10 lidmaten der Gemeente tegen bovengenoemde heeren en doordat bij het onderzoek naar de belijdenis, door bovengenoemde heeren zulke antwoorden werden gegeven, dat het Class. Bestuur constateerde, dat zij niet met den geest en de hoofdzaak van de leer der Herv. Kerk instemden.

De heeren gingen toen in hooger beroep bij het Prov. Kerkbestuur, 't welk nu verleden week uitspraak deed.

Het Prov. Kerkbestuur antwoordde: dat het Classicaal Bestuur van Dordt deze zaak niet had moeten behandelen, daar de Kerkeraad het lichaam is waar zulks thuis hoort. Genoemde heeren niet in hunne ambten bevestigd, zijn als gewone lidmaten, naar art 39 Regl. van Kerkelijk Opzicht en Tucht aan de tucht van den Kerkeraad onderworpen.

Mitsdien behooren die uitspraken van het Classicaal Bestuur vernietigd te worden en moet het protest van de 10 lidmaten der Herv. Gemeente van Dordt tegen de heeren Vleesenbeek, Bachman en Kramer als nog door den Kerkeraad van Dordt behandeld worden.

Nu is dus het woord in deze kwestie aan Dordrechts Kerkeraad.

Nieuwe Bijbelvertaling.

Bij al hetgeen reeds geschreven is over het noodzakelijke van een nieuwe Bijbelvertaling; willen we ook nog even herinneren aan 't geen b.v. Prof. Dr. Geesink, hoogleeraar aan de vrije Universiteit, in 1897 reeds zei in zijn rectorale oratie „de ethiek in de Geref. theologie". Daar lezen we pag. 64 en 65:

„ Wij Nederlanders van dezen tijd drukken in ónze taal dezelfde gedachten uit als de vroegere geslachten van ons volk in de hunne. Het is dezelfde inhoud, maar de taal is anders geworden; zij onderging een gedaanteverwisseling en wel eene die zoó sterk is, dat velen onzer tijdgenooten de taal van vóór twee eeuwen al niet meer verstaan en, om iets te noemen, een omwerking onzer Statenoverzetting voor het tegenwoordig geslacht noodig was."

De Geref. Zendingsbond.

„De Heraut" die een overzicht geeft van den zendingsarbeid onzer dagen, schrijft over onzen Zendingsbond het volgende:

Kort geleden werd met een enkel woord melding gemaakt van den arbeid van den Gereformeerden Zendingsbond. Sedert kwamen ons, dank zij de welwillende medewerking van de zijde van den bond zelf, de nieuwste gegevens omtrent zijn arbeid ter hand, zoodat we gaarne van de gelegenheid gebruik maken, nog eens op de zaak terug te komen.

De vereeniging is een specifiek Nederlandsch-Hervormde, Februari 1901 opgericht en gevestigd te Utrecht. Zij staat op den bodem der drie formulieren van eenigheid. Alleen Gereformeerde predikanten, kerkeraden en gemeenten zijn dan ook bij den bond aangesloten.

In den loop der jaren is aan kapitaal bijeengegaard een som van plm. f25.000. Het batig saldo van de laatste rekening bedroeg pl.m. f8000, hetgeen voor den bond een ongekend hoog bedrag is en waaruit blijkt, dat hij de laatste jaren hard vooruit gaat. De gelden komen binnen door spreekbeurten, - contributiën, pinkstercollecten, hulpvereenigingen en rente van effecten.

Voorloopig is men, zooals reeds eerder werd opgemerkt, aan de uitzending nog niet toe. Medio 1913 hoopt men den eersten zendeling, den heer A. A. van de Loosdrecht, zendeling-kweekeling aan de zendingsschool te Rotterdam, uit te doen zenden, en wel door een gemeente.

Het zendingsterrein is de afdeeling Loewoe met de hoofdplaats Rante Pao, het gebied der Sadang Toradja's, gelegen in Zuidwest-Midden-Celebes. De berichten, hier en daar in de couranten voorkomende, als zoude het Leger des Heils daar gaan werken, zijn onjuist. Wel is een officier van het L. d. H. er heen geweest, maar de Gouv.-Generaal schijnt bedoeld gebied reeds officieus aan den bond te hebben toegezegd én de officieele aanvrage voor de akte van toelating is onderweg. De zaak is dan ook in vergevorderden staat van voorbereiding, zoodat de oficieele toewijding van het meergenoemde gebied, gelegen ten zuiden van het arbeidsveld van het N.-Z.-G., zich wel niet lang meer zal laten wachten.

De pogingen door den bond aangewend, om aan den zendeling toe te voegen onderwijskrachten te vinden, zijn tot nu toe ijdel geweest. (Gelukkig is daarin verandering gekomen en is een onderwijzer benoemd. Red. van „de W.") De medische zending wenscht men mede op advies van de zijde van hooggeplaatste regeeringspersonen eveneens ter hand te nemen; de zaak is in voorbereiding. Behalve over onderwijzers zal de bond dus over doctoren de beschikking moeten krijgen. We vestigen te dezer plaatse op de vraag naar deze tweeërlei arbeidskracht gaarne de aandacht van belanghebbenden.

Het maandblad Alle den Volcke heeft zijn zesden jaargang bereikt en wordt verspreid in bijna 4000 exemplaren. Het staat onder leiding van de heeren Ds. J. J. van Ingen, hoofdredacteur. Dr. P. G. Datema en Ds. D. Boonstra, redacteuren. Het blad is gebleken voor propaganda van onschatbare waarde te zijn.

De G. Z. B. heeft nu sinds 5jaar ook zijn zendingsdag, die steeds in de eerste week van Augustus gehouden wordt, en wel in de bosschen van Heelsum, Driebergen, Zeist enz., waar een 5000 menschen dan plegen samen te komen om te luisteren naar een tiental sprekers, die elkander op twee spreekplaatsen opvolgen. Een afzonderlijke commissie bereidt deze zendingsdagen voor en regelt ze.

Een propagandacommissie, nu een jaar of drie bestaande, heeft tot taak, te werken in de verschillende gemeenten in ons land, welke de richting van den bond zijn toegedaan, maar waarin zoo ongeveer alle zendingsleven en alle liefde voor de zending ontbreekt. Zij bewerkte in het afgeloopen jaar, dat er 54 spreekbeurten werden vervuld in Zendingsbidstonden op winteravonden, waardoor een f 1200 werd opgebracht, terwijl veel belangstelling en liefde werd gewekt en menig lid en contribuant werd gewonnen.

Door middel van de spreekbeurten tracht de G, Z. B. ook hulpvereenigingen in de verschillende gemeenten op te richten. Voor twee winters werd daarmede begonnen en thans bestaan reeds 15 hulpvereenigingen, waarvan die van Delft de grootste is, die sinds haar bestaan pl.m. f 1500 aan den bond kon afdragen.

De bond heeft een bibliotheek, die gevestigd is bij Ds. Datema te Delfshaven. Leden van den bond kunnen daar zendingslectuur in alle talen bekomen. Voorts staan zendingsstudiekringen opgericht te worden.

Uit alles bemerkt men, dat de bond nog' in zijn eerste stadium is. In de eerste jaren wilde het niet vlotten; er was geen leven en geen vooruitgang. Sedert een jaar of 4 gaat het echter goed, ieder jaar zelfs beter.

De laatste cijfers zijn de beste en geven alle hoop op welslagen en voortgaanden bloei. Het Gereformeerde volk in de Ned. Herv. Kerk wordt wakker voor den arbeid der zending.

Is de arbeid van den bond nu zeker niet gemakkelijk, straks wacht hem een zij het dan ook al niet gemakkelijker, dan toch aangenamer tijd, als gemeenten tot zenden in staat gesteld kunnen worden en de eigenlijke arbeid kan aanvangen. Verveelvoudiging van gaven en belangstelling zal echter alsnog daartoe dringend noodig zijn.

Moge de bond, bij wiens arbeid we eenigszins uitvoerig stilstaan, omdat het hier een nieuwopkomende zendingscorporatie geldt, die van beteekenis kan worden en belangstelling verdient, als de laatste jaren ook verder in bloei toenemen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 september 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's