De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit het kerkelijk leven

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit het kerkelijk leven

8 minuten leestijd

Dordrecht.

Met een enkel woord maakten we reeds melding van de beslissing van het Provinciaal Kerkbestuur van Zuid-Holland in betrekking tot de belijdeniskwestie, die er bestaat in het midden van de Herv. Gemeente te Dordrecht.

Daar waren een paar personen te Dordrecht, die vrij wilden zijn en vrij wilden blijven om te gelooven en te belijden wat hun goeddunkt.

Niet de belijdenis der Herv. Kerk, maar hun eigen belijdenis wilden ze eerbiedigen.

Maar toen deze personen gekozen werden tot ouderling en diaken en Ds. Keiler hen moest bevestigen, zei deze natuurlijk: onze Herv. Kerk heeft een belijdenis en gij moet verklaren, dat die belijdenis, in geest en hoofdzaak, de uwe is — want een belijdenis van broeder V. of van broeder B. of van broeder K. ken en erken ik niet in het midden van de Herv. Kerk.

De Dordtsche broeders Vleesenbeek, Bachman en Kramer óok niet mis, wierpen de neus in de hoogte en antwoordden in het openbaar: het is en het blijft naar onze opvatting! — waarop Ds. Keiler antwoordde: dan kunt Gij niet als ouderling en diaken bevestigd worden.

Men kon 't op de vingers uitrekenen, dat het daarmee niet uit was.

En men had mogen verwachten, dat bedoelde vrijzinnige heeren, die vrij willen blijven in hun belijdenis, een aanklacht hadden ingediend bij het Ciassicaal Bestuur tegen Ds. Keiler.

Dat was de aangewezen weg geweest. Dan had het Ciassicaal Bestuur van Dordrecht kunnen onderzoeken, of de vrijzinnigen recht hebben, om in het midden van de Herv. Kerk te zeggen, we hebben maling aan de belijdenis der Kerk, we vatten die belijdenis op, zooals wij dat willen en niemand heeft ons rekenschap te vragen.

Veroordeeling van de vrijzinnige broeders was dan natuurlijk gevolgd.

Art. 11 Algem. regl., art. 3 Regl. voor de Kerkeraden, art. 39 Regl. op het Godsd. onderwijs, art. 3 Regl. Opzicht en tucht geven daar niet alleen vrijheid voor, maar schrijven dat als roeping voor aan allen, die met eenig kerkelijk bestuur belast zijn.

Geen énkel bestuurslid mag anders handelen.

Maar de vrijzinnige heeren lieten zich in het openbaar door Ds. Keller veroordeelen als niet bevoegd om een kerkelijk ambt te bekleeden en ... zwegen.

Of liever ze zwegen niet. Maar schreven Woensdag 10 Jan. een brief aan den Kerkeraad, waarin zij berichtten voor hun benoeming tot ouderling en diaken te bedanken.

Da's ook een houding!... Maar het is nu eenmaal zoo geschied en ... toen werden dezelfde mannen weer tot ouderling en diaken gekozen.

Dat kan alleen maar in de Herv. Kerk, zooals de modernen die tijdelijk zoo gemaakt hebben. Die hebben het op haar ondergang gemunt en elk middel, dat ze daarvoor gebruiken kunnen is hun welkom. De Herv. belijdenis moet weg.

Dan is de Herv. Kerk óok weg... Dus wéér geprobeerd, om deze vrijzinnige mannen in het ambt te krijgen.

En toen kwam een protest van 10 lidmaten, die in 't midden brachten „dat het niet aangaat, dat toekomstige kerkeraadsleden er ieder eene bizondere opvatting op na houden" en dat „het ambt van ouderling en diaken van te hooge strekking is, om mannen als opziener en armverzorger toe te laten, die geen beslist „neen" of „ja" durven en kunnen uitspreken."

Tegen toekomstige Kerkeraadsleden, die nog niet aan de Gemeente waren voorgesteld, ging het protest. Dus tegen de belijdenis van gewone lidmaten der gemeente. En daar moet de Kerkeraad over beslissen.

Art. 4 van het Reglement voor de Kerkeraden zegt toch, al. 3: „aan den biz. Kerkeraad is bepaaldelijk opgedragen het toezicht op de belijdenis en den wandel van de leden der gemeente en de handhaving der kerkelijke orde, volgens het reglement voor kerkelijk opzicht en tucht".

Terwijl art. 3 van het Regl. voor kerkelijk opzicht en tucht luidt: „aan de kerkelijke tucht zijn onderworpen alle lidmaten ter zake van onchristelijken wandel, van openbaren strijd met den geest en de beginselen van de belijdenis der Hervormde Kerk (art. 39 van het Regl. op het godsd. onderwijs)".

Er was dus oorzaak voor den Kerkeraad om tusschen beide te treden, volgens art. 22 Algem. Regl. dat zegt: „de censuur over de leden der gemeente geschiedt ter eerster instantie door den Kerkeraad".

De Kerkeraad van Dordt heeft evenwel in deze zaak zich vergist. Want hij heeft de lidmaten V., B. en K. behandeld als ouderlingen en diakenen. Als mannen die reeds in het ambt staan. En ja, die staan in deze onder 't opzicht van het Ciassicaal Bestuur. Zie art. 22 Algem. Regl. „de censuur over de leden der gemeente, met uitzondering van de predikanten, zoowel emeriti als dienstdoende, van de ouderlingen, de diakenen en de candidaten tot den H. Dienst, geschiedt ter eerster instantie door den Kerkeraad".

Maar de heeren V. B. en K. waren geen ouderlingen en diaken. Ze moesten ook nog worden voorgesteld aan de Gemeente als benoemd tot ouderling en benoemd tot diaken. En daarom had de Kerkeraad hier moeten handelen.

Dat is niet gebeurd. De Kerkeraad heeft de zaak uit zijn eigen hand gegeven en gelegd in handen van het Ciassicaal Bestuur.

Dat had de Kerkeraad niet moeten doen. En het Ciassicaal Bestuur had het niet mogen aannemen. Ieder moet blijven in den kring van zijn bevoegdheid. Lees het bekende art. 13 van het Algem. Regl. maar, (dat overeenstemt met art. 30 van de oude Dordtsche Kerkorde). „De Kerkelijke Besturen bepalen hunne werkzaamheden binnen de grenzen hunner bevoegdheid, zoodat zij niets behandelen wat uitsluitend tot den werkkring van een ander college behoort".

Vandaar, dat het Provinciaal Bestuur van Zuid-Holland nu heeft uitgesproken, dat het Ciassicaal Bestuur van Dordt zich bemoeid heeft met een zaak, die niet tot zijn bevoegdheid behoorde en deze zaak nu bij den Kerkeraad heeft gebracht, waar zij thuis hoort.

De Kerkeraad van Dordrecht zal nu het protest van de 10 lidmaten moeten behandelen en uitspraak doen.

Hoe dat zal afloopen? Dat is wel na te gaan. Er zal wel een meerderheid zijn, die durft verklaren, dat bedoelde vrijzinnige personen onberispelijk zijn in belijdenis.

De pot kan de ketel toch niet verwijten dat zij zwart is!

En dus dan zijn ze „onberispelijk in belijdenis".

Dan is 't voor de klagers uit. Die zijn maar aanbrengers. En als zij hun klaeht hebben gebracht aan het kantoor, waar deze thuis hoort, dan hebben de aanbrengers afgedaan. Hooger beroep in deze is niet mogelijk. Zie art. 33 Regl. voor kerkelijk opzicht en tucht.

Hij, tegen wien een aanklacht kwam, kan, indien hij veroordeeld wordt, binnen 14 dagen na de dagteekening der hem toegezonden kennisgeving van de uitspraak, in hooger beroep gaan. Maar die de aanklacht indiende heeft, na vrijspraak van den beklaagde, geen recht van apèl.

En dus in zooverre zal aan den Kerkeraad van Dordt wel het laatste woord zijn.

Maar natuurlijk mogen de klagers, voor God en hun conscientie, de zaak hier niet laten dood loopen.

Ook niet om de belangen van de Kerk in het algemeen.

En daarom, wanneer de tijd komt, dat de heeren V. B. en K aan de Gemeente worden voorgesteld als benoemd ouderling en benoemd diaken (volgens art. 8 Regl. op de Kerkeraden moeten ze op 2 Zondagen aan de gemeente worden voorgesteld), dan moeten de protesteerende lidmaten letten op art. 9 Regl, op de Kerkeraden waar staat: „Bezwaren tegen een benoemde worden bij den Kerkeraad schriftelijk en onderteekend ingediend, uiterlijk op den tweeden dag na de afkondiging".

Terwijl dit art, dan verder zegt: „de bij den Kerkeraad ingediende bezwaren worden aan het Ciassicaal Bestuur ter beoordeeling en beslissing opgezonden, "

Dan kan dus de zaak behandeld worden, zooals zij reeds behandeld is. Dn dan, zonder dat men zeggen kan: het Ciassicaal Bestuur is z'n bevoegdheid te buiten gegaan.

De protesteerenden kunnen in hun bezwaar, na de voorstelling aan de Gemeeete, natuurlijk gebruiken wat nu van deze mannen V., B. en K. publiek is, waarin hun ontkenningen van de beginselen onzer Herv, Kerk niet onduidelijk aan 't licht gekomen zijn.

Laat deze zaak nu kalm en waardig behandeld worden, dan kan het Ciassicaal Be­stuur van Dordrecht uitkomen voor z'n beginsel, door te zeggen, dat het niet dulden mag en niet dulden wil, dat de beginselen van onze Herv, belijdenis geweld wordt aangedaan,

Zooals we dachten

is geschied, We lezen toch in de „Dordtsche Courant":

»In de Maandagavond gehouden vergadering van den Kerkeraad der Ned. Herv. Gemeente kwam de zaak van de heeren A. Vleesenbeek en E. Bachman, benoemd ouderling en H. P, Kramer Bzn., benoemd diaken ter sprake.

De meerderheid van den kerkeraad plaatste zich op het standpunt, dat in de vergadering van 25 Januari j.l. reeds kennis is genomen van de toen in die vergadering geopperde bezwaren en dat die dezelfde strekking hadden als die, neergelegd in het protest der heeren G. van Rekom c. s. De kerkeraad had toen reeds in afwijzenden zin daarop beslist en hij bleef daar thans bij.

Met 19 stemmen voor, 4 tegen, 4 blanco en éen onthouding werd thans besloten, de genoemde heeren ouderlingen en diaken tot de bevestiging toe te laten.

Deze plechtigheid zal plaats hebben 29 September a.s. in de Augustijnenkerk, vermoedelijk door dr. A. van Iterson.

Dit laatste begrijpen we niet goed.

Moeten de benoemden niet 2 Zondagen aan de Gemeente worden voorgesteld? (art. 8 Regl. voor de Kerkeraden).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 september 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit het kerkelijk leven

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 september 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's