Staat en Maatschappij.
Artikel 171.
Het voorstel der Staatscommissie voor de Grondwetsherziening betreffende de wijziging van artikel 171 der Grondwet, regelende de financieele verhouding tusschen Staat en Kerk, heeft bij de Christelijk-Historischen geen instemming kunnen verwerven. Integendeel! Wat de Commissie op dit punt wenscht, wordt van dien kant „een mijn onder de Ned. Herv. Kerk" genoemd. Zoo ten minste sprak onlangs Ds. Wagenaar van Rotterdam zich over het concept-artikel uit. Eene meening, welke doof Dr. Kromsigt, blijkens zijne rede op de jaarvergadering der Chr.-Hist. Unie op 3 September te Leeuwarden gehouden, wordt onderschreven en waaraan door laatstgenoemden predikant in een artikel in de Gereformeerde Kerk van 12 September nog eens wordt herinnerd.
In de oogen van Dr. Kromsigt is in dit verband het. standpunt, dat onzerzijds jegens het voorstel der Staatscommissie wordt ingenomen en dat wij destijds uiteenzetten, ten eenenmale te veroordeelen. Wat wij in het nummer van De Waarheidsvriend van 5 Juli 11. neerschreven, was te bar. En het paste niet, dat we toen het nieuwe Grondwetsartikel aanprezen, een artikel, dat naar het oordeel van dezen predikant: „een streep haalt door ons historisch, Protestantsch verleden, de Roomsche Kerk op eens geheel op één lijn plaatst met onze Hervormde (of Gereformeerde) Kerk en de zuivere belichaming is der afscheidingsbeginselen."
Tegenover dit separatistisch drijven van De Waarheidsvriend — al degenen, die niet op het standpunt der confessioneelen, dat der „Volkskerk", staan, zijn separatisten — steekt naar het oordeel van Dr. Kromsigt in de Gereformeerde Kerk kloek en fier af de door Ds. Wagenaar voorgestelde en op de jaarvergadering van de Christelijk-Hisiorische Unie te Leeuwarden unaniem aangenomen motie {De Nederlander bericht intusschen met bijzonderen nadruk, dat de leider der Chr.-Hist. de vergadering voor de stemming had verlaten), die aldus luidde:
De vergadering', gehoord het referaat van Dr. Kromsigt en de daarop gehouden discussie, spreekt als haar gevoelen uit, dat de door de Staatscommissie voorgestelde wijziging van art. 171 der Grondwet het revolutionaire beginsel inzake de Kerk bestendigt en bevestigt dat het in de bestaande Grondwet bevestigde rechten der Ned. Herv. Kerk miskent en gaat over tot de orde van den dag.
Wij zullen wellicht binnenkort de gelegenbeid krijgen deze motie en wat er mede in verband staat nader te beschouwen, als Dr. Kromsigt zijne bezwaren omtrent het voorstel der Staatscommissie zal hebben ontwikkeld in de toegezegde brochure: Geen coalitie zonder vast accoord in zake Kerk en School.
Voorshands bepalen wij ons tot het maken van een enkele opmerking.
Hebben wij het betoog van Dr. Kromsigt goed begrepen, dan ligt zijn voornaamste bezwaar tegen het Grondwetsartikel hierin, dat de Ned. Hervormde Kerk hare bevoorrechte positie bij opneming van' het voorgestelde artikel in de Grondwet zal inboeten. Het voorstel der Commissie miskent immers, volgens dit zeggen: de in de bestaande Grondwet bevestigde rechten der N. H. K. De bevoorrechte positie, waarover Dr. Kromsigt spreekt, wordt op het oogenblik verkregen door de toekenning van eene hoogere geldelijke uitkeering aan de N. H. K., vergeleken bij hetgeen aan andere Kerken wordt toegekend. En die gevolgde regel zal nu in het voorstel der Staatscommissie een wijziging ondergaan. Daartegen gaat het protest! „Alle Kerken", zoo luidt de klacht van Dr. Kromsigt, „worden in deze benarde tijden geholpen, alleen de Ned. Herv. Kerk niet; zij mag hare groote stadsgemeenten geestelijk zien verwilderen !"
Het bezwaar van Dr. Kromsigt tegen het nieuwe Grondwetsartikel is er dus hoofdzakelijk een dat de zilveren koorde betreft, Ware door de Commissie voorgesteld geworden om de Ned. Hervormde Kerk bij gelegenheid der Grondwetsrevisie eens financieel goed te bedenken, dan zou de zaak — wanneer wij de redeneering van den Amsterdamschen predikant goed begrijpen — in orde zijn geweest, en alzoo de positie der Ned. Herv. Kerk geen schade hebben geleden.
Nu kunnen wij ons in dit bezwaar van Dr. Kromsigt intusschen niet goed indenken. Zeker, ook wij begeeren eene behoorlijke financieele regeling tusschen den Staat en de Ned. Herv. Kerk, maar voor ons is toch de geldelijke kwestie niet de allesbeheerschende factor.
Vergeleken bij de vele belangen van hoogeren aard, die hier aan de orde zijn, is de financieele verhouding tusschen Staat en Kerk voor ons ondergeschikt. Naar ons oordeel staat of valt de positie der Ned. Herv. Kerk niet met hoogere of lagere uitkeering van den Staat. En dat is gelukkig ook. De N. H. Kerk moet hare positie niet afhankelijk weten van wat de Staat bijdraagt. Zoeken wij het in dien. weg, dan zal de invloed van de Kerk gaandeweg verminderen. Het opbloeien der Kerk moet niet van buiten af maar van binnen uit komen. In onzen tijd redeneert men heel wat over de „volkskerk." „Heel de Kerk en heel het volk" is daarbij de leuze.
En niet bewust van den werkelijken toestand waarin de Kerk verkeert, en de middelen niet overwegende, die de Kerk hare positie te midden van ons volk kan doen herkrijgen, stuurt men steeds verder van den goeden weg af. Men zoekt de verbetering in het geld. Maar in 't geld zit 't 'm niet. Ten bewijze daarvan kunnen wij op de positie der Gereformeerde Kerken wijzen. Die Kerken ontvingen nog nooit één cent uit de schatkist. Wil men daarom in waarheid de Ned. Herv. Kerk weer haar oude plaats doen innemen, dan moet men beginnen om eerst aan haar inwendig herstel te arbeiden.
Doch hoe dit alles ook zij, wij wachten met belangstelling de uitgave der brochure van Dr. Kromsigt af. De Amsterdamsche predikant veroorlove ons echter eene vraag aan zijn adres te doen. Aangenomen dat het juist is, dat het voorstel der Staatscommissie betreffende art. 171 der Grondwet verkeerd is, dat die wijziging het revolutionaire beginsel in zake de Kerk bestendigt en bevestigt, hoe zal dan de inhoud van het artikel moeten luiden om aan de wensohen der Christelijk-Historischen te voldoen?
Men brak in Leeuwarden wel af, maar deed geen poging om op te bouwen.
Met geen enkel woord werd in Frieslands hoofdstad van een nieuwe redactie gerept.
En had dit niet behooren te geschieden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 september 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 september 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's