Stichtelijke overdenking.
Vader, ik heb gezondigd. Lukas 15 : 21.
Gezondigd.
Zou die schuldbelijdenis niet ons allen betamen? immers wie zijn wij en wat zijn wij?
Eens ontmoette ik een man zonder zonde, 't Was een oude van dagen. Een lang leven lag er achter hem. Volgens Mozes' bekende woord behoorde hij tot de zeer sterken, want meer dan tachtig jaren was hij oud. Hij lag op zijn ziekbed, dat wellicht zijn sterfbed worden zou. Ik vroeg, hoe hij dacht over de groote reis, die we eenmaal allen moeten maken. Hij antwoordde dat dat wel gaan zou, „want", zeide hij, „ik heb nooit kwaad gedaan." Dat was een man zonder zonde; doch niet in werkelijkheid, want hij bedroog zichzelven op ontzettende wijze in zijn gemoed.
Niemand is zonder zonde. Ten minste niet sinds Adam's val. Want wel heeft God den mensch goed geschapen, naar Zijn beeld en gelijkenis, doch de mensch is gevallen, en werd zondaar geheel en al. „De Heere heeft nedergezien uit den hemel op de menschenkinderen, om te zien of iemand verstandig ware, die God zocht. Zij zijn allen afgeweken, tezamen zijn zij stinkende geworden; er is niemand die goed doet, ook niet één. (Ps. 14:2 en 3).
Niemand is zonder zonde. Geen koning en geen bedelaar, geen grijsaard en geen bloeiende maagd, zelfs het kind in de wieg niet, want naar waarheid sprak Israel's vrome koning: „Zie, ik ben in ongerechtigheid geboren, en in zonde heeft mij mijne moeder ontvangen.".
Daarom, wat dwaze inbeelding, te meenen, gansch heilig, goed, zonder zonde, vlekkeloos te zijn! Wat ijdele waan te meenen dat we van nature nog eenig geestelijk goed bezitten sinds onzen smadelijken aftocht uit het verloren paradijs!
En toch, waarlijk, die oude man, dien ik op zijn sterfbed ontmoette, hij is niet de eenige, die den zoeten droom van een mensch zonder zonde droomt. Hoevelen zouden er niet zijn, die in eigen oog geen of zeer weinig zonden bezitten, en daarom meenen, dat er voor hen geen reden bestaat, zich voor den rechterstoel van Christus zoo bezorgd te maken ?
Slechts één mensch, die echter ook tegelijk God was, de Heere Jezus Christus, was zonder eenige zonde; daarom was Hij ook de éénige, geschikte persoon, om voor Zijn volk Borg en Middelaar te zijn, immers zulk een Middelaar hebben wij naar luid van den Catechismus, vr. 15, te zoeken die een waarachtig en rechtvaardig mensch is, en nochtans ook sterker dan alle schepselen, dat is, die tegelijk waarachtig God is.
Ontzettend gemis, dat gemis van schuldbesef! Men kan beter geld, goed, eer, troon en kroon missen. Terecht toch zingt David in Ps. 51:
Gods offers zijn een gansch verbroken geest; Door schuldbesef getroffen en verslagen: Dit offer kan Uw heilig oog behagen; 't Is nooit, o God, van U veracht geweest.
Geen schuldbesef beteekent geen behoefte aan het dierbaar bloed van Christus en aan de ware gemeenschap met God in Zijn lieven Zoon.
Arme mensch, die dit mist! Misschien komt de dood u straks overvallen; en wat dan? Dan zullen de oogen opengaan, maar dan is het voor altijd te laat.
Ingebeelde vromen ook hoort men nimmer over hunne zonden spreken, of slechts zelden, wanneer zij meenen dat het noodig is om indruk op hun evenmenschen te maken. Neem als voorbeeld eens den Farizeër uit de bekende gelijkenis. Hoe luidt zijn gebed, in het heiligdom opgezonden? „O God, ik dank U, dat ik niet ben gelijk de andere menschen, roovers, onrechtvaardigen, overspelers, of ook gelijk deze tollenaar. Ik vast tweemaal per week, ik geef tienden van alles, wat ik bezit." Zoo luidde zijn gebed. Te vragen had hij niets, van boete en berouw is geen sprake, hij had slechts te danken voor al zijne vermeende deugden, en hij ging af gerechtvaardigd in zijn huis, doch slechts in eigen oog, niet in Gods oog (Lukas 18:11 enz.) Daarom betuigt ook de Heere Jezus: Niet een iegelijk, die tot Mij zegt: Heere, Heere! zal ingaan in het Koninkrijk der hemelen, maar die daar doet den wil Mijns Vaders, die in de hemelen is. Velen zullen te dien dage (d.i. in den oordeelsdag) tot Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uwen naam geprofeteerd en in Uwen naam duivelen uitgeworpen, en in Uwen naam vele krachten gedaan ? En dan zal ik hun openlijk aanzeggen: Ik heb u nooit gekend; gaat weg van Mij, gij, die de ongerechtigheid werkt." (Matth. 7 : 21, 23).
Wanneer Gods Heilige Geest in den mensch werkt met Gods Woord als middel, worden we overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel. Zoo komt het ook, dat, als we gesprekken beluisteren of geschriften lezen van ware kinderen Gods, we daaruit steeds de taal van zelfkennis beluisteren. Ja, we kunnen gerust aannemen: hoe meer vordering in heiligmaking, hoe dieper de smart over de zonde. Luister naar een Mozes in den 90sten psalm: Gij stelt onze ongerechtigheden voor U, onze heimelijke zonden in het licht Uws aanschijns." Jesaja, toen hij den Heere zag zitten op een hoogen en verheven troon, terwijl de zoomen Zijns kleeds den tempel vervulden (Jesaja 6), riep uit: Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijne oogen hebben den Koning, den Heere der heirscharen gezien." Paulus zucht: Ik ellendig mensch! wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods? (Rom. 7:24). Jacobus belijdt: Wij struikelen allen in vele" (Jac. 3 vers 2).
Het stuk der ellende leidt, .dan ook tot verlossing en daarna tot dankbaarheid. Evenals de armen langs de huizen loopen te bedelen, zoo komen ook slechts arme zondaren tot Jezus. Evenals een naakte zoekt naar een kleed, zoo ook, die de schande en schaamte der zonde gevoelt, wenscht bekleed te worden met. den mantel van Jezus' gerechtigheid.
„Vader, ik heb gezondigd", sprak de verloren zoon. Zijn vader gevoelde niet den minsten lust zijn berouwvol, verlegen kind van zich te stooten. Dit kon ook niet, het zou strijden tegen de natuur van het vaderschap. Als uw kind voor u staat in wrevel en hoogmoed en uwe bestraffing niet aanneemt, dan is het wat anders, doch als uw kind kwaad deed, en het komt tot u met betraande oogen en vraagt om vergiffenis, en uw vaderlijk gevoel zegt u, dat het gemeend is bij uw kind, dan gaan bij u armen en hart open, en de kus der verzoening wordt tusschen vader en kind gewisseld.
Zou de hemelsche Vader minder dan een aardsche zijn ? De goddelooze koning Manasse kwam door zijn zondig leven in de gevangenis, maar binnen de kerkermuren leerde hij voor Jehova's heilig aangezicht zijn schuld belijden, en de Heere vergaf hem alles wat hij had misdreven, zoodat hij wel met den 130sten psalm kon aanheffen:
Maar neen, daar is vergeving Altijd bij U geweest; Dies wordt Gij, Heer, met beving, Recht kinderlijk gevreesd.
David had een diepen val gedaan. Toen zijne oogen er voor open gingen, zong hij zijn boetepsalm, en de Heere kastijdde hem wel, doch stiet hem niet van zich, maar troostte hem in Zijne eeuwige liefdearmen.
Paulus had de gemeente Gods vervolgd, en behagen gehad in het martelaarsbloed van Stephanus, doch toen hij in het huis in de straat genaamd „De rechte" zijn knieën boog, zond dezelfde Jezus, dien hij vervolgd had, Ananias om den besten zielebalsum te brengen.
Wie zou de lange lijst kunnen opnoemen met de namen van hen, die van hun God vergiffenis kregen en wier zielen gereinigd zijn door het bloed van Jezus Christus ? Hun namen zijn slechts daar bekend, waar de engelen vreugde bedrijven over één zondaar die zich bekeert, en waar er geen van Jezus' schapen vergeten wordt, ook de allerkleinste en geringste lammerkens niet.
Daar zal niemand zeggen: „Ik hebbe gezondigd", want daar zijn geen zonden en daarom ook geen zorgen.
Maar, medereizigers naar de eeuwigheid, werkt het ontdekkend licht des Heiligen Geestes nu in onze harten? Kennen wij die droefheid over de zonde, die eene onberouwelijke bekeering werkt tot zaligheid? Kijkt, daar komt het nu op aan; want zonder schuldbelijdenis geen vergiffenis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's