Staat en Maatschappij.
Niet de juiste weg.
De brochure, die door Dr. Kromsigt werd aangekondigd als weldra te zullen verschijnen en die de rede zal bevatten, welke door den Amsterdamschen predikant op de jaarvergadering der Chr. Hist. Unie werd gehouden, zal als titel voeren : Geen coalitie zonder vast accoord inzake Kerk en School. Zooals wij reeds bij eene vorige gelegenheid schreven, zullen wij over de zaak zelve het stilzwijgen bewaren tot tijd en wijle door ons van den inhoud van het geschrift is kennis genomen. Wij laten Artikel 171 der Grondwet dus rusten. Toch moge het ons veroorloofd zijn een enkele opmerking te maken over den titel der brochure, welke, naar het ons wil voorkomen, aan de medestanders van Dr. Kromsigt de richting aangeeft, welke bij de komende stembus zal behooren gevolgd te worden.
In zooverre zit in wat Dr. Kromsigt wil een politiek advies. Een zelfde politieke gedragslijn trofifen wij ook dezer dagen aan in een artikel van de „Banier", het orgaan der Friesch Christelijk-Historischen. Naar dit blad betoogt, zal de medewerking der Friesch Chr. Hist, partij aan de algemeene christelijke politiek alleen te verkrijgen zijn onder de voorwaarde, dat van Art. 171 der Grondwet het status quo gehandhaafd blijve en niet op eenigerlei wijze aan zijne waarde en kracht worde getornd.
Eigenlijk gaat de voorwaarde van de „Banier" hier verder, dan de eisch welke door Dr. Kromsigt gesteld wordt. Dr. Kromsigt wil wél coalitie, maar slechts op vast accoord, terwijl de „Banier" reeds dadelijk het status quo van het tegenwoordig Grondwetsartikel wil gehandhaafd zien. En dat de „Banier" haar standpunt tot het uiterste wil volhouden, blijkt wel hieruit, dat zij als ultimatum doet hooren dat, bijaldien het Hollandsche deel der Christelijk-Historischen de bewuste voorstellen van de Commissie voor de Grondwetsherziening aannemelijk acht, de fusie zal verbroken worden en de Unie weer in twee deelen zal uiteengaan.
Men herinnert zich, dat op den Frieschen landdag ten opzichte van het daar aan de orde zijnde artikel 171 der Grondwet, door Mr. de Savornin Lohman, den afgevaardigde voor Goes en eere-voorzitter der partij, een geheel ander standpunt met betrekking tot het kerkelijk vraagstuk werd ingenomen dan het gros der daar aanwezige Christelijk-Historischen, die, ter vergadering in Leeuwarden, meerendeels van Friesch Christelijk-Historische richting waren.
De „Banier" schrijft over de inzichten van den Goeschen afgevaardigde: "thans evenwel, nu de beginselen van den eere-voorzitter op de vergadering van de Chr. Hist. Unie te Leeuwarden in deze kwestie tot openbaring kwamen, is gebleken dat deze, hoe hoog de achting ook is die hem in de Unie wordt betoond, in strijd zijn met hetgeen op dit gebied onder het Friesche deel der Unie predomineert en leeft."
Wij zouden haast geneigd zijn nog andere citaten uit het zoo belangrijke artikel uit de „Banier" neer te schrijven, wijl dit artikel ons o. m. een kijkje geeft over de wijze, waarop destijds de fusie tusschen Friesch-en Hollandsch-Chr.-Hist. is tot stand gekomen, doch de beperkte ruimte van ons blad laat dit niet toe. Wij moeten ons op dit oogenblik tot de opmerking bepalen, die wij naar aanleiding van den titel van de brochure van Dr. Kromsigt wilden maken: Geen coalitie zonder vast accoord in zake Kerk en School. Naar het ons wil voorkomen, schuilt in die leuze een ernstig gevaar, en wel in tweeërlei zin.
In de eerste plaats snijdt men, zonder dat er voorafgaande bespreking plaats had, geheel onverwacht de knoop door van het gemeen overleg tusschen de partijen onderling. De „Banier" kwam al vast met het dreigement van afscheiding. Dat die wijze van handelen de goede weg zou zijn om de gewenschte verstandhouding te bevorderen, zal moeilijk kunnen toegegeven worden. Een onderdeel van eene politieke fractie komt geheel plotseling voor het voetlicht met een eisch, die zoo deze niet onmiddellijk wordt ingewilligd, het uittreden van dien groep zal tengevolge hebben. Zal men, zoo handelende, het zoo aanstonds aan een andere fractie der rechterzijde kunnen kwalijk nemen, als deze weer op haar beurt een ander punt op den voorgrond schuift, wat voor haar van zoo eminent belang is, dat zij de coalitie er desnoods op laat springen?
Wij hebben nimmer onze meening onder stoelen en banken gestoken, alsof wij zulke groote bewonderaars zouden zijn van de tegenwoordige coalitie. Het zou ons heel wat waard zijn, als de stukken anders op het schaakbord konden geplaatst worden, maar dit kan voor het oogenblik niet anders. Het landsbelang eischt de voortzetting der coalitie.
Maar wat zal men nu bereiken als de coalitie uiteenvalt en de linkerzijde als gevolg daarvan in de meerderheid komt ? Zullen dan de Friesch Christelijk-Historischen met een kabinet, dat onder de directe of indirecte leiding van Mr. Troelstra staat, zooveel beter uit zijn ? Wie dit gelooven wil, mag het doen. Wij slaan de sympathieën van die zijde voor de Kerk niet hoog aan.
En nu de andere richting waaruit gevaar dreigt. Hebben zij, die den eisch doen hooren van handhaving van het status quo van artikel 171 der Grondwet, wel overwogen, dat het met kracht inwerken van deze gedachte op een deel der kiezers, de geesten dier kiezers zóo zullen bewerkt zijn, dat de leiders, zoo zij het al gewenscht zouden achten om later op hun besluit geheel of gedeeltelijk terug te komen, zij den invloed zullen missen om de stroom in de goede bedding te leiden ? Natuurlijk zal men van de zijde der vrijzinnigheid alles doen om dat deel der Hervormden, dat de leiding der „Banier" volgt, duidelijk te maken, dat de Hervormde Kerk bij de Grondwetsherziening het kind der rekening wordt. Zelfs heeft niemand minder dan Mr. Troelstra in zijne redevoering, die hij te Amsterdam aan den vooravond van „Rooden Dinsdag" hield, op die achteruitzetting van de N. H. K. gewezen.
Zoo zal men de geesten van het volk leiden; maar zal men de gemoederen ook meester blijven?
Ware het niet veel wenschelijker geweest, als men vooraf eens getracht had met elkander een uitweg te zoeken, voor en aleer men het grof geschut in werking bracht ? De voorstellen der regeering zijn toch nog niet ingekomen.
Hebben de bezwaarden tegen het voorstel der Grondwetscommissie zich al eens tot de regeering gewend? Zulk een stap zou o. i. wel overweging verdienen.
Geld uit Indië.
Een der laatste nummers van het „Bat. Nbl." meldde het volgende bericht:
De door een comité te Batavia op touw gezette actie tot het verleenen van geldelijke hulp aan de vrijzinnige partijen in Nederland, bij de verkiezingen, het volgende jaar te houden, heeft ook buiten de kringen van Europeanen de aandacht getrokken. Verschillende Chineezen schreven voor aanzienlijke bedragen in; en zoo deed ook de Landbouw-Vereeniging Tangerang, die een som van vijfhonderd gulden bijdroeg. Tot dusver zijn, naar wij vernemen, acht duizend gulden bijeengebracht.
Commentaar op dit bericht lijkt ons overbodig. Men kan er uit opmaken, hoe alles beproefd wordt, om den stembusstrijd in het komende jaar ten gunste van de vrijzinnigheid te doen uitloopen. Gelukt dit, dan is het ook voor Indie met het Christelijk regeerbeleid van den Gouverneur-Generaal Idenburg uit, dan kan het liberalisme weer zijn ouden gang gaan, wordt de Zending de breidel aangelegd en de voort gang van het Christelijk onderwijs ingetoomd.
En daarom is het de vrijzinnige heeren in Indie te doen.
Opruien.
Er zijn nog altijd menschen, die niet inzien het groote gevaar dat het rustige leven van ons volk bedreigt van de zijde der sociaaldemocraten. Het revolutionaire karakter van die partij grenst aan het misdadige.
Wat Het Volk van 24 September op dit punt te lezen gaf, is een van die staaltjes, waarvan het goed is dat ze in breeden kring onder ons bekend worden.
Als naklank op den „rooden Dinsdag" vinden in de rubriek: „Voor de vrouwen" deze opruiende woorden een plaats:
"We hebben de militaire macht tegenover ons gezien in een politieken strijd. En het moet toch wel opgekomen zijn in de ziel van menige vrouw, dat die huzaren, politie-agenten en soldaten alle zonen zijn van de vrouwen der arbeiders. Vrouwen, ziet, wat rond u geschiedt. Wordt wakker, spoedig! Kent toch uw macht! Weet, de tijd komt dat de bezittende klasse niets meer zal hebben dan het leger om zich te verdedigen. Ondermijnt dat leger, gij kunt het. Wekt bij uw zonen afschuw en haat voor dat leger, waarin zij gebruikt zullen worden om de vijanden te dienen van hun eigen moeders en vaders en broers en zusters, waar zij gedrild en afgejakkerd worden om de bestrijders te worden van hun eigen klasse."
Is het geen ontzettende taal, welke hier gehoord wordt? En hoeveel miliciens zullen van die opruiende woorden niet het slachtoffer worden?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 oktober 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's