De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

6 minuten leestijd

De oude paden.

De heer Dijkstra van Loenen a.d. Vecht die in „de Voorzorg" schreef over „de oude paden" en toen door Dr. Slotemaker de Bruine gevraagd werd om nu eens te vertellen wat hij daarmee bedoelde, heeft, zooals we verleden week meedeelden, daarop geantwoord. Maar Dr. Slotemaker de Bruine was het daar niet mee eens, althans hij maakte enkele aanteekeningen onder het stuk van den heer Dijkstra, waarin duidelijk uitkwam dat hij heel anders over „de oude paden" denkt dan de inzender uit Loenen.

De heer Dijkstra zond toen een antwoord op de aanteekeningen van Dr. Slotemaker de Bruine, maar... de deur is op de knip! Hij kreeg het antwoord netjes terug. Dat verwondert ons wel een weinig. Want wij meenen, dat het in den Chr. Nat. Werkmansbond oók gaat om de zaken van de Ned. Herv. Kerk. En dus geschrijf over het herstel van die Kerk is in „de Voorzorg" op zijn plaats — althans als men wil gelooven, dat er in Nederland ook nog menschen zijn, die meenen dat het niet goed staat met de Herv. Kerk en die gelooven dat dit komt, omdat de Herv. Kerk van haar belijdenis is afgeweken en dus terug geroepen moet worden. Maar van „afwijken" wil men blijkbaar niet veel hooren; daarom ook niet van „laat ons wederkeeren tot den rechten weg, vanwaar we uitvielen"; men wil vooruit, vooruit  ! zonder te willen aannemen de mogelijkheid, dat men eerst terug moet.

Dat spijt ons. Temeer daar „de Voorzorg" nu pas min of meer uit de handen van een paar redacteuren uitgenomen en aan den Bond zelf gegeven. Ons dacht, nu mocht een lid van den Bond nog wel aan 't woord gelaten worden in het Bondsorgaan. En daarom nu de heer Dijkstra ons verzocht zijn antwoord aan S. de B. in „de Waarheidsvriend" te willen opnemen, hebben we daar geen bezwaar tegen. We meenen te weten, dat er ook Herv. werklieden zijn, die er iets anders over denken dan S. d. B. En we begrijpen niet, waarom die werklieden moeten worden doodgezwegen.

De heer Dijkstra schreef dan aan „de Voorzorg":

Mijnheer de Redacteur.

In het antwoord van Dr. Slotemaker de Bruine op mijn ingezonden stuk van 23 Sept. j.l. merk ik tot mijn verbazing, dat de geleerde opponent de beginselen van onze oude Geref. Kerk blijft verwarren met de toestanden, die men eertijds in haar midden vond. Want als ik spreek over de gereformeerde belijdenis, prediking. Sacramentsbediening, tucht enz., dan blijft hij zeggen: "maar het was toen oók alles geen goud wat er blonk" er triomfantelijk bijvoegende: »vriend Dijkstra wil dus óok niet terug naar de vroegere toestanden!» Echter vergeet S. d. B. er bij te zeggen: vriend Dijkstra ik ben het hartelijk met u eens, dat onze Ned. Herv. (Geref) Kerk weer in leer en leven, in prediking en sacramentsbediening terug gebracht moet worden tot »de oude paden , waaronder we verstaan »de beginselen, waarop onze aloude Geref. Kerk hier te lande gefundeerd is geweest, blijkens de 3 Formulieren van Eenigheid.«

Dat zegt Dr. S. d. B. niet. Over die beginselen spreekt Dr. S. de B. zich niet uit. Wil hij die oude paden 'niet? Is dat  fundament hem niet deugdzaam en niet aangenaam?

Ik wil niet kwaaddenkend zijn, maar ik geloof dat Dr. S. de B. van die oude paden, van die beginselen, van dat fundament niet veel hebben moet. Wat ik opmaak uit zijn woorden, als hij ernstig waarschuwen gaat voor mijn opvatting, voor 't geen gereformeerd is. En welke is mijn opvatting blijkens mijn ingezonden stuk?

Ik heb van mijzelf gezegd: »een belijdenis te hebben, die overeenkomstig Gods Woord is, opgevat in den zin van de drie formulieren van eenigheid, dat is gereformeerd."

En ziet tegen die opvatting een waarschuwing met grooten nadruk in ons Bondsorgaan »de Voorzorg*. Dat teekent voor mij.

En daarom vermoed ik, dat Dr. S. de B. van  "gereformeerd", zooals dat altijd in den loop der historie door gereformeerde theologen is opgevat, niets, niets hebben moet.

En dat maakt mij bezorgd, als dan zóo de levensvragen besproken worden in onzen Chr. Nat. Werkmansbond ; als zóo herstel en opbouw van onze Herv. Kerk moet worden gezocht; als zóo de liefde voor die Kerk zal worden aangekweekt bij onze mannen broeders.

Ik wilde wel, dat Dr. S. de B. zich in deze eens uitsprak of hij meent, dat alle Hervormde werklui, die lid van den Chr. Nat. Werkmansbond zijn, moeten denken zooals hij, of dat ze ook gereformeerde mogen zijn, overeenkomstig Gods Woord en onze belijdenisschriften.

Ik althans, ik neem geen genoegen met zijn zeggen: »ik doe van ganscher harte mee als men den toestand der Kerk hoe langer hoe meer wil verbeterd zien naar de door God gegeven lijnen" als men tegelijk met grooten nadruk waarschuwt voor de gereformeerde lijnen die overeenkomstig Gods Woord zijn, opgevat in den zin van de 3 formulieren.

Ik ben bang voor revolutie-bouw, en die vertrouw ik niet. Daar zit geen fut in. Waarbij ik tegelijk wil opmerken, dat ik mij grootelijks verbaasd heb over het schrijven van den hooggeleerden Dr. S. de B. waar hij zegt: we hebben nu door de organisatie van 1816—1852 een zeer groot voordeel verkregen, want wij staan sinds dien volkomen vrij van de ovèrheid.« Ik meen, dat er ook nog wel een enkel mensch in Nederland gevonden wordt, die zegt: als men u van het eene verlost en men legt u een ander juk op, dat veel zwaarder is, dan is er niet bepaald van groot voordeel te spreken...

Neen, we moesten niet zoo om de dingen heen praten. Of is er veel voordeel aan verbonden als men u op een zekeren dag uit de gevangeniscel haalt en men stopt u, zonder veel praat, in een ander gevangenishok ?

Ik zou Dr. S. de B-wel eens over dat groot voordeel willen hooren spreken, als hij de persoon in kwestie was!

En zoo denkt nu een gereformeerd mensch, die gereformeerd is - overeenkomstig Gods Woord, opgevat in den zin van de drie formulieren van Eenigheid,  wat betreft den toestand van onze Herv. (Geref.) Kerk.

Zeker, veranderd is er veel, maar verbeterd niet. Onze Kerk is gebonden als een slaaf en onze Kerk moet vrijkomen, om vrij zich te kunnen inrichten overeenkomstig Gods Woord, en vrij te spreken naar dat Getuigenis in de prediking, in de sacramentsbediening, in de oefening der tucht enz.

Daarom willen we dat de beginselen, die naar Gods Woord zijn, van ouds door onze Vaderen in de 3 Formulieren van Eenigheid neergelegd (»de oude paden«) weer zullen worden blootgelegd voor ons en onze kinderen.

En daar willen we van blijven getuigen, zoolang God ons kracht daaroe geeft.

Gelijk we ook zoo gaarne wilden, dat Dr. S. de B. meer op kwam voor de gereformeerde beginselen in het midden van den Chr. Nat. Werkmansbond.

Met dank voor de plaatsing, in afwachting,

Uw dw. dnr. en br. F.J. Dijkstra

Loenen ad. Vecht, 24Sept.'12.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 oktober 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 oktober 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's