De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

7 minuten leestijd

En zoo velen als er naar dezen regel zullen wandelen, over dezelve zal zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israel Gods. Gal. 6:16.

De regel des levens.

„Hoe zal de mensch gelukkig worden? " is een vraag van alle tijden. Maar niemand weet er een antwoord op dan God zelf — en die het van den Heere geleerd hebben.

Alle menschen hadden het kunnen weten, daar de Heere het ons aller vader en moeder, Adam en Eva, geleerd heeft. Die heeft God met beide voeten gezet op den weg des levens en Hij heeft hen geopenbaard, wat hen waarlijk gelukkig kon maken. Hun levensweg was met vrede en zaligheid!

Maar ze hebben God niet vertrouwd. Ze hebben hun oor te luisteren gelegd bij Satan, den overste der wereld. En op zijn aanraden hebben ze den weg Gods verlaten en hebben zelf naar de teugels van hun levenswagen gegrepen, om — de Heere had het voorzegd! — in de diepste diepte van ellende neer te storten, niet in staat om uit den dood weer op te staan.

Zoo is de mensch in een zonde-en doodstaat gevallen. Door moedwillige ongehoorzaamheid is de mensch zoo diep ongelukkig geworden. En als een vogel boven de zee, zwerft de mensch her-en derwaarts, zonder dat hij kan getuigen rust en vrede te kunnen vinden.

O zeker, de mensch beproeft wel telkens en overal vasten voet te krijgen, maar het blijkt telkens geen grond te zijn om op te staan.

Telkens wordt wel een nieuwe regel des levens uitgevonden en voorgeschreven, maar het blijkt telkens, dat de mensch is afgedwaald van den eenigen weg des heils, terwijl hij nu blind en dwaas is, niet bij machte iets te vinden of te maken, dat hulpe bieden kan.

Had de Heere nu Zelf geen regel des levens en geen weg ter zaligheid geopenbaard, dan zou het buiten hope zijn. Maar gelukkig voor het schepsel, dat tegen zijn Maker rebelleerde en zijn Schepper moed-en vrijwillig verliet, heeft de Almachtige God, in wondere barmhartigheid daartoe bewogen, een weg geopenbaard, waarin nog verzoening voor de zonde en eeuwige zaligheid te verkrijgen is voor een arm en ellendig zondaarsvolk, uit louter genade, enkel om de verdiensten van Jezus Christus.

Doch — wat leeren de tijden? Dat de mensch alles wil — behalve dat! Van élken weg wil de mensch hooren ook van den dwaasten; élk middel wil dë mensch beproeven — ook dat, 't welk door de grootste bedriegers wordt aanbevolen; maar van den weg Gods, naar Zijn eeuwigen Raad; van het middel Gods, in de verzoening der zonde door Christus' bloed, wil de mensch van nature niet hooren. Hij staat er vijandig tegenover. Hij vecht er tegen in, zoolang hij kan.

Zélf wil de mensch den regel des levens stellen.

Zélf een weg ter zaligheid maken. Van een weg Gods, uit genade geopenbaard, wil hij niet weten. Van een door God voorgeschreven regel des levens, waarby de mensch niets is en Christus alles, wil hij niet hooren.

Alle tijden hebben het bewezen: Adam wilde Gods weg niet en nam den regel des levens over van den duivel. Kaïn nam geen genoegen met Gods gunst over Abel en maakte aanspraak op den zegen om zijns zelfs wil. Zóo vijandig stond hij tegenover Gods doen en zóo hoog ging hij op zijn eigen doen, dat hij Abel doodsloeg en zich voor God niet schaamde. Israels natie heeft Gods weg veracht en Gods regel vertreden. En als profeet na profeet gezonden wordt om te verkondigen den weg Gods en te spreken van den regel des levens, naar uitwijzen van Gods getuigenis, heeft höt volk van Israel profeet na profeet vervolgd, geslagen, uitgeworpen, gesteenigd en gedood. Men wilde den weg Gods niet betreden. Men wilde van den regel des levens, door den Heere voorgeschreven, niet hooren. En als de Heere dan Zijn eigen Zoon zendt, Zijn eeniggeborene, dien Hij liefheeft - dan loopt Farizeër en Sadduceër te hoop tegen Jezus, die op aarde was gekomen om Gods wil te doen en voor Zijn Sion kwam verkondigen: Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven, niemand komt tot den Vader dan door Mij - en het volk rust niet voor de Gezondene des Vaders is uitgeworpen buiten Jeruzalem en de Zoon des Vaders hangt aan een vloek-en schandhout. Waarin het volk niet verandert, ook als na de opstanding van Christus de discipelen dezelfde woorden spreken, die Jezus gesproken had en denzelfden regel des levens voorschrijven, die hun Meester bekend gemaakt had.

Onveranderlijk staat de mensch tegenover Gods weg. De mensch wil zich zélf een regel des levens voorschrijven.

Hij duldt niet, dat deze hem voorgeschreven wordt door God, dat deze hem voorgehouden wordt door Gods Woord, dat deze komt te liggen in het geloof in Jezus Christus, den Borg en Middelaar van Sion, die alleen Zijn volk kan dekken met Zijn borggerechtigheid en die alleen Zijn volk kan zalig maken door 't geen Hij verworven heeft aan het kruis.

En toch is dat de éenige weg tot zaligheid. En die door Gods genade in dien weg worden ingeleid, om daar te ervaren, dat God almachtig, wijs en goed is — die leert belijden: „en zoovelen als er naar dézen regel zullen wandelen, over dezelve zal Zijn vrede en barmhartigheid, en over het Israël Gods."

„ Zoovelen als er naar dézen regel zullen wandelen.., ."

Welke regel is dat? Paulus zet het in den brief aan de Galatiërs zoo duidelijk en zoo heerlijk uiteen, handelend over de rechtvaardigmakjng des zondaars, enkel en alleen in de toegerekende borggerechtigheid van Jezus Christus.

Dat hebben de valsche, Joodsche leeraars niet geweten, dat ze door htin aanvallen op Paulus óns zoo'n heerlijke uiteenzetting van de rechtvaardigmaking des zondaars zouden bezorgen!

Maar de Heere regeert en Hij gebruikt ook de vijanden tot de dingen die Hem welbehagelijk zijn.

Laten de Joodsche leeraars maar bazelen van gebod op gebod en regel op regel. Laten ze maar spreken van besnijdenis en voorhuid. Laten ze maar fulmineeren tegen Paulus, den apostel der heidenen. Dat zal Paulus hoe langer hoe meer er toe brengen om stuk voor stuk in zijn brieven uiteen te zetten wat de ware regel des levens is voor.Gods gemeente.

En lees dan vers 14 maar eens van ons teksthoofdstuk, dan vindt gij wat de regel des levens is voor Gods kind: het zij verre van mij, dat ik zou roemen, anders dan in het kruis van onzen Heere Jezus Christus.

Natuurlijk ligt de roem van Paulus niet in een stuk hout gekruist over elkaar gelegd. Neen, als hij spreekt van „het kruis van onzen Heere Jezus Christus", dan bedoelt hij daarmee: Jezus, de Gekruiste; Jezus, die den vloek Gods gedragen heeft om Sion van den vloek te verlossen; Jezus, die tot de laatste penning betaald heeft, opdat Zijn volk met vrede en barmhartigheid zou worden vervuld.

Dat is voor Paulus de grootste schat: Jezus, de Gekruiste. Gelijk hij aan de Corinthen reeds geschreven had: ik heb niet voorgenomen iets te weten onder u, dan Jezus Christus en dien gekruisigd." (1 Oor. 2:2.)

En roept de wereld dan: „ga gij met uw kruis maar weg, want wij willen.dat kruis nietl" — dan antwoordt Paulus: „ga gij met uw eer, uw aanzien, uw geld, uw gunst, uw macht en heerlijkheid maar weg, want ik begeer die niet, omdat ik in het kruis van Christus alles heb voor den tijd en voor de eeuwigheid."

Dat willen die woorden zeggen: door welken de wereld mij gekruisigd is en ik der wereld.

Zooals de wereld Paulus veracht met zijn kruis, zoo begeert Paulus de wereld niet met haar geld en goed!

Waarbij Paulus weet, dat de wereld door God geoordeeld zal worden, terwijl Sion op den Heere mag hopen tot zaligheid.

(Slot volgt.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 november 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's