De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

4 minuten leestijd

De reehthebbende.

Men hoort — zoo schrijft «De Standaard» (15 Nov.) — in verband met den eisch van art. 20 van het Program der antirevolutionaire partij, waar de eisch gesteld wordt, dat met de Kerken in kapitaal zou worden afgerekend en daarna de rekening gesloten, men hoort in verband hiermee beweren, dat dus «de Ned, Herv, Kerk» de op dit kapitaal rechthebbende zou zijn.

Is dit wel juist? Wanneer is «de Ned. Herv. Kerk» als éen lichaam ontstaan? Antwoord: in 1815, toen de Koning, die er niets over te zeggen had, alle zelfstandige plaatselijke Kerken van Gereformeerde Belijdenis door de instelling van het Synodaal Bestuur tot een eenheid heeft saamgeklonken.

En wanneer is aan de Kerken de Grondwettige verzekering gegeven, dat ze haar tractementen zouden erlangen en behouden?

Antwoord: op 24 Maart 1814. Alzoo bijna een jaar vroeger.

De verzekering heeft alzoo plaats gehad niet aan de Ned. Herv. Kerk als éen lichaam, maar aan de plaatselijke Kerken, die in 1814 nog slechts nominaal als de Christelijke Hervormde Kerk werden aangeduid.

En nu ten derde: Is zulk een verzekering in de Grondwet een in rechten den Staat bindende contractueele bepaling?

Geenszins, immers art. 143 en v.v. in de Grondwet wezen toen reeds aan, dat de voorafgaande bepalingen konden gewijzigd of tenietgedaan worden en bepaalden tevens hoe dit alsdan zou moeten geschieden.

Geheel afgescheiden alzoo van de vraag, of wat door den Staat geweigerd was, nog zal zijn vast te stellen, zal men goed doen er op bedacht te zijn, dat de belofte, waarop men zich beroept, alle privaatrechtelijk karakter mist, zoodat van een verwering ervan voor den rechter toch nooit sprake zou kunnen zijn.

Wie zijn doel wil bereiken — een doel ook door ons Program als wenschelijk gesteld — zij er daarom op bedacht, dat men hiertoe alleen kan geraken door - medewerking van de meerderheid, niet in rechten, maar op politiek terrein.

Wachte men er zich daarom voor, noodeloos af te stooten elke groep, wier hulp ter doelsbereiking wel eens onmisbaar kon blijken.

Gelijk we binnenkort betoogen zullen, zijn ook wij tegen een rekening houden met de verdubbeling van de bevolking allerminst gekant, maar laat men juist daarom niet te stout van de vroegere rechten van het éene Kerkgenootschap spreken.

Wie zich op die oude rechten baseert, mist niet alleen zijn rechtsgrond, maar moet bovendien tot veel lager cijfer afdalen dan nu het budget van Financiën aanwijst, en moet dan nog altoos van alle verhooging afzien.

Het is zoo te betreuren, dat men zich zoo telkens stout en boud over dit geschil uitspreekt, blijkbaar zonder de quaestie die het geldt, diep genoeg te hebben in-en doorgedacht.

Men kon zeer wel tot doeltreffende actie komen, maar zóo wordt 't een harrewarren van den éen tegen den ander in.

Toch zullen we aldoor pogen den trein weer op de rails te helpen.

Blijft men toch van de rails af, dan komt men er stellig niet.

In „De Nederlander" schrijft Prof, Obbink van Amsterdam eene recensie, die we hier laten volgen:

Plaats en taak van de Hervormde Kerk, door Dr, J, R. Slotemaker de Bruine. Utrecht, G. J.A. Ruys.

Op zijn gewone heldere wijze bespreekt de schrijver achtereenvolgens: de posjtie der Herv. Kerk, de tegenwoordige toestand, volkskerk naast belijdeniskerk, handhaving der belijdenis, de Herv. Kerk en de Ger. Bond. In hoofdzaak is het hier geschrevene een samenvatting van wat te dezer zake door den schrijver in de Nederl. Kerkbode was geplaatst. Een nadere aanduiding van den inhoud dezer belangrijke brochure blijve derhalve hier achterwege.

De clou schijnt mij te zijn dat de schrijver het bestaan van een »volkskerk« »belijdeniskerk« verdedigt. Hij acht dat mogelijk in dier voege, »dat de beide partijen elkaar niet zien als tegenstanders, die strijden moeten op leven en dood, doch als medestrijders voor "het ééne groote doel, dat elk echter langs eigen weg het best te bereiken acht.« Ja zelfs spreekt hij uit (bl. 17): »wij willen hartelijk medehelpen, om wie hier (bedoeld is: de volkskerk) zich niet in vinden kunnen, een eigen goed gesloten kerkverband met streng gehandhaafde belijdenis te doen verkrijgen. Laten zij ons helpen, om de Hervormde Kerk met haar kerkgebouwen enz. te doen voortbestaan*. Maar als de schrijver dan vraagt of hierin niet de oplossing is te zien van het kerkelijk vraagstuk ? Dan lijkt mij dat voor een man met scherpzinnigheid en doorzicht als Dr. Slotemaker de Bruine meer naïef dan doordacht. Niet alleen dat de Gereformeerde Kerken daaraan niet zullen willen medewerken, maar ik geloof niet, dat er een «Gereformeerde» is, die dïit plan zal durven toejuichen. Laat Dr. Kromsigt zich er eens over uitspreken! De locus de ecclesia bekleedt een te eigenaardige plaats in de Gereformeerde dogmatiek, dan dat een plan als dit er zelfs ernstig in overweging zou komen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's