Het „Onze Vader"
naar den Heidelbergschen Catechismus,
Deel, Heere God, van stonden aan
dat wij ons schikken ten gebede,
die kinderlijke vreeze ons mede,
waarmee wij tot „den Vader" gaan.
Verwek, versterk in onze zielen
het recht geloof, dat Gij veel meer
dan aardsche Vaders, in den Heer'
ons schenken zult waar wij om knielen!
Geef, dat wij Uwe Majesteit
toch nimmer aardsch gedenken mogen,
maar immer heffen hart en oogen
ten Hemel Uwer Heerlijkheid.
Zóó eeren wij Uw macht en zullen
des lichaams en der ziele nood
vertrouwend leggen in den schoot
Van U, die 't alles wilt vervullen l
Geef, Vader, ons het recht verstand
om al de deugden op te merken,
die klaar zich toonen in de werken
van Uw almachte rechterhand.
Och, wierd gestaag geheel ons wezen,
in woord en werk, gedachte en dicht,
door Uw genade zóó gericht,
dat wij Uw Naam in alles prezen!
Regeer ons door Uw Geest en Woord,
dat wij ons buigen voor Uw sterke,
Uw machtig' arm. Bewaar Uw Kerke,
vermeerder Haar en leid Haar voort
tot Satans laatste sterkten vallen
en alle boos geweld bezwijk'
voor 't volle komen van Uw Rijk,
waarin Gij alles zijt in allen!
Geef door genade, o God,
dat wij den eigen wil verzaken leeren
en heel ons hart Uw wijs regeeren
toch onbepaald gehoorzaam zij.
Och, schenke Uw goedheid ons den zegen,
dat elk zijn godlijk ambt en plicht
zóó willig en getrouw verricht
als de Englen in den Hemel plegen!
Och, zegen onzer handen vlijt,
opdat wij U, de Bron van leven,
vol dankbaarheid getuignis geven,
dat Ge aller goeden Oorsprong zijt.
Dat we op geen schepsel mogen bouwen,
maar, met Uw zegen slechts tevreên,
op U geheel, op U alleen
ons hopen stellen en vertrouwen!
Wil zondaars, die daar aan uw voet
gebogen om genade smeeken,
toch vrij van schuld en zonden spreken
om Christus' kostbaar offerbloed,
naardien zij ook, door U gedreven,
met waar verlangen zijn vervuld
om aan den evenmensch de schuld
van ganscher harte te vergeven!
Waar we in onszelf zoo onbekwaam,
zoo moed-en machtloos zijn in strijden
als wij den feilen aanval lijden
van hel en vleeseh en wereld saam,
och, steun en sterk ons, Geest des Heeren,
dat we in dien strijd niet ondergaan,
maar kloek en dapper tegenstaan
tot wij ten laatste triumfeeren!
Dit alles, Vader, bidden wij
van U, den Schepper aller dingen,
van U, de Bron der zegeningen,
den Oorsprong aller heerschappij.
Gij hebt den wil en het vermogen
ons al dit goed te geven, Heer',
opdat wij, zóo gezegend, de eer
Uws heilgen Naams alleen verhoogen.
Dit alles is zóó vast en waar,
dat nooit een woord ervan zal vallen,
maar alles wordt vervuld in allen,
die pleiten op den Middelaar,
God zal den bidder niet beschamen,
maar neemt veel meer ons smeeken aan
dan we ooit beseffen of verstaan,
dat wij 't van Hem begeeren, Amen,
1912.
H, J. S,
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's