Staat en Maatschappij.
Recht zetten.
In eene politieke rede, die Mr. Dr. Schokking onlangs te Nieuw-Amsterdam hield, behandelde hij het onderwerp „Waarom Christelijk-Historisch ? "
Blijkens een zeer kort verslag der vergadering, voorkomende in het nummer van 19 November van Onze Courant, het antirevolutionaire orgaan in de provincies Overijsel en Drente, besprak de Leidsche predikant o. m. het diepe verschil dat, volgens hem, bestaat tusschen Antirevolutionairen en Chr.-Historischen.
Een dezer verschillen noemde spreker de verhouding tot de Roomsch-Katholieken.
Bij de Antirevolutionairen — zoo moet Mr. Schokking gezegd hébben — zweeg men toen de Paus zijn veelbesproken encycliek de wereld inzond.
Het verslag meldt niet welke encycliek bedoeld werd. Waarschijnlijk had de spreker de Borromeo-encycliek op het oog. Maar dan moge, om op dit punt juist te zijn, er aan herinnerd worden, dat toen op 24 Juni 1910 de interpellatie naar aanleiding van die encycliek in de Tweede Kamer aan de orde was, de Antirevolutionairen niet zwegen, maar bij monde van den beer Van der Voort van Zijp aan het debat deelnamen.
Dit optreden van den afgevaardigde van Tietjerksteradeel zal Mr. Schokking ontgaan zijn.
Wel degelijk weten de Antirevolutionairen hunne volkomen zelfstandigheid jegens de Roomsch-Katholieken te bewaren en te handhaven.
Het kwam ons gewenscht voor even aan de rede van den heer Van der Voort van Zijp te herinneren, om daarmede op dit punt de zaak recht te zetten.
De Zending in gevaar.
In het laatste zittingjaar der Kamer heeft het politiek debat bij de Staatsbegrooting bijzondere beteekenis.
Niet alleen dat bij die gelegenheid de rekening met het Kabinet wordt opgemaakt, maar ook wordt dan de positie der partijen vastgesteld en de groote lijnen aangegeven, waarlangs de verkiezingsstrijd loopen zal.
Het koloniaal debat leidt gewoonlijk deze besprekingen in.
Dat het koloniaal debat ditmaal van bijzondere beteekenis moest zijn, gelet op de weinige ingenomenheid die van de zijde der vrijzinnigheid met het beleid van den Gouverneur-Generaal werd betoond, was voor een ieder, die met belangstelling de Indische aangelegenheden volgde, duidelijk.
Daarbij deed zich als van zelf de vraag voor, in welke richting zal de koloniale politiek geleid worden, wanneer de linksche concentratie in den a.s. zomer komt te zegevieren. Een vraag, die niet van gewicht ontbloot is, wanneer men naast den tegenstand, welke de kerstening van Indië in steeds sterker mate ontmoet, plaatst de vijandige gezindheid die onder de Mohammedaansche bevolking door de Europeanen, de z.g. neutralisten, op stelselmatige wijze tegen de Zending en de opkomende Christelijke school wordt bevorderd en aangewakkerd.
Nog niet lang geleden schreef het Bataviaasch Nieuwsblad: „Naar onze eerlijke overtuiging is een streven naar kerstening van den inlander een fout, die zich zal wreken!" Iets verder heet het in dat blad, dat véél erger dan de Zondagspogingen tot kerstening van de Christelijke Nederlanders, de steun is die door de regeering verleend wordt aan zendingsposten en aan Christelijk onderwijs, omdat daardoor de Islam opgejaagd, opgedreven en teruggedrongen wordt. „Eigenlijk — zoo schrijft het Nieuwsblad ten slotte — moest een vrijzinnige regeering de zending op Java verbieden; het grootste gevaar voor de rust in Indië is, wanneer er weer een zendeling met een stoomvaartmaatschappij komt en in Indië neerploft."
In denzelfden geest argumenteerde de Nieuwe Rott. Courant van een veertien dagen geleden: dat het zoo verkeerd van de regeering gezien was, om voor Bantam toe te staan dat daar een zendeling onder de bevolking mocht arbeiden, dat de regeering dat had moeten verbieden, omdat de rust en de orde er door zou worden verstoord.
Niet minder kras werd een en ander gezegd bij de behandeling der Indische begrooting in de Tweede Kamer, in de vorige en in deze week. Het was daarbij vooral de heer De Meester, de koloniale specialiteit der linkerzijde, die in het debat duidelijk deed uitkomen, dat de vrijzinnigen zich vierkant stellen tegenover het regeerbeleid van den Minisier van Koloniën en den Gouverneur-Generaal en wel voornamelijk wat betreft hunne welwillende houdingjegens de zending en de bevordering van het Chr. Onderwijs.
Zeker, men pleitte wel, en dan op vrijzinnige wijze, voor de Zending, maar die Zending behoorde buiten Java te blijven. Het Zendingdrijven moest alleen daar toegelaten zijn, waar de bevolking nog in het heidendom verkeert. Maar absoluut onjuist achtte men het standpunt der regeering, om de Zending ook toe te laten bij die volkeren, welke den Mohammedaanschen godsdienst zijn toegedaan.
De bestaande zendingsposten, die op het oogenblik op Java met zoo\ eel zegen werken, moeten dan ook van dit eiland verdreven worden, omdat de Zending daar de rust en orde in gevaar brengt.
Met een kloek en krachtig woord bestreed Dr. Scheurer dit standpunt der vrijzinnigen. Hij verweet den liberalen terecht, dat zij steeds het Mohammedanisme de eer gaven ten nadeele van het Christendom. Toen destijds de Solovallei geopend werd, werd een Mohammedaansch priester door de Nederlandsche ambtenaren uilgenoodigd, daar den zegen van Allah voor het welslagen van de ondernemiüg af te smeeken. Zoo iets had de Gouverneur-Generaal eens moeten doen, om bij de opening van een spoorweg een orthodox predikant te vragen een zegen af te smeeken voor de onderneming! Men zou wat gehoord hebben. Toen was daar geen critiek, maar thans hoort men overal in Indië en in ons vaderland niets anders dan over het gevaar; ja men spreekt zelfs van een bom, die straks in Batavia barsten zal over dit optreden van de Christelijke regeering.
Nog nooit — zoo betoogde de antirevolutionaire afgevaardigde van Sneek verder — zijn in Indië of in eenig ander land ter wereld de rust en de orde verstoord als gevolg van de werking, van het Evangelie. Ik daag de heeren uit om met een concreet feit het tegendeel aan te toonen. Neen, de rust en de orde worden verstoord door de heeren zelf. Zij zoeken door agitatie en opwinding het volk tegen het wettig gezag op te hitsen.
Met enkele voorbeelden toonde Dr. Scheurer dit optreden der vrijzinnigen in Indië aan. Ernstig protesteerde hij tegen de beschuldiging, als zou het Christelijk Ministerie den Islam ondermijnen. Het Christendom —.en hier verhief de afgevaardigde zijn stem — dwingt niet de geesten, maar het komt alleen, trouw aan het bevel van den Zender, het Evangelie verkondigen. Hier worden niet de geesten gedwongen, maar wordt aan de volken bekend gemaakt, dat alleen Gods Geest de harten omzet.
Het was goed dat dit - eens in de Kamer gezegd werd, en voorzeker verdient Dr. Scheurer den dank voor deze openlijke belijdenis, die hij in het midden der volksvertegenwoordigers uitsprak.
De stembusstrijd, die ons in het volgend jaar wacht, werd bij de koloniale debatten ingeluid. De fijnenhaat in Indië kant zich tegen de Zending. Die Zending moet, het kost wat het wil, uit Java uitgebannen worden. Voor dat doel wordt het geld der vrijzinnigen bijeengegaard en naar Holland overgemaakt, om bij de liberalen de hoogste krachtsinspanning bij de verkiezingen mogelijk te maken. De prijs voor dien financieelen steun zal zijn: „het verbod van Evangelieprediking." De heer Lohman riep het den liberalen toe: „Geef dat geld terug."' Hij kreeg geen gehoor.
Intusschen gaat men in Indië voort de Aziaten, Mohammedanen-Chineezen, tegen het gezag op te zetten om dan, door de orde en de rust in gevaar te brengen, de Zending des te krachtiger te kunnen bestrijden.
Het is goed dat wij hier gewaarschuwd zijn en het weten wat ons van de zijde der concentratie wacht.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 november 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's