De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

5 minuten leestijd

Hooge verwachtingen.

Sommige groepen van rechtzinnig Hervormden zien reikhalzend uit naar den dag, dat het met de coalitie uit zal zijn. Zij droomen zich gouden bergen van de tijden die daarna komen zullen. Naar welke partijgroepeering dan zal geregeerd worden, daarover bekommeren zich echter de meesten niet.

Anders staan op dit punt de mannen van de Beukelaar, die zich onlangs in de Christelijk-sociale partij organiseerden. Voor hen is de zaak klaar. „Bij vergelijking van de hoofdpunten der coalitie-en der concentratiepolitiek moet — zoo schreef de redactie van het weekblad — aan hetgeen deze laatste op practisch politiek terrein voorstaat, op onderscheiden punten de voorkeur worden gegeven."

Met eigen candidaten zal de Christelijk-Sociale partij bij de stembus van 1913 moeten uitkomen, voor zoover de kleine kracht dit toelaat, terwijl dan voor de herstemming het recept gereed is: de concentratiegenooten de voorkeur boven de coalitiemannen.

Natuurlijk verwacht men in het geval dat de Vrijzinnigen met de Sociaal-Democraten in de meerderheid zullen komen, dat met de belangen der rechtzinnig-Hervormden inzake de Kerk, de School, de Zending enz. terdege zal rekening gehouden worden. Is er te weinig subsidie voor de bijzondere Hervormde scholen, of is er behoefte aan financieelen steun voor de Zending, dan zal — gelijk het van zelf spreekt — de meerderheid wel voor het noodige zorgen. . —

Gelooven die mannen dat nu werkelijk? Het zou niet kwaad zijn als zij zich eens een tijdje op de „Handelingen der Staten-Generaal" abonneerden en zich dan eens onledig hielden met het bestudeeren van het koloniaal debat, dat dezer dagen in de Kamer gehouden werd.

Of kan het die rechtzinnig-Hervormden niet schelen hoe het bij een linksche meerderheid gaan zal?

Zoo dit hunne meening is, laten ze het dan duidelijk uitspreken, zoodat de groepen die hen volgen, niet op een dwaalspoor komen.

Vooral bij een in het zicht zijnde stembus is het noodzakelijk dat het volk juist voorgelicht worde en dat het wete welken stap het doet, en ook do gevolgen van dien stap kenne.

Een goed voorbeeld.

De Rotterdamsche gemeenteraad heeft de vorige week met 23 tegen 14 stemmen besloten in de verordening op de straatpolitie het volgend artikel op te nemen:

«Het is verboden op den weg op Zondag optochten, welke met muziek of zang rondgaan of het karakter van een betooging dragen, te houden, aan te kondigen of daaraan deel te nemen. Het is verboden optochten, niet vallende onder het verbod der eerste alinea, op den weg te houden, aan te kondigen of daaraan deel te nemen, tenzij daartoe door den Burgemeester schriftelijk vergunning is verleend en de aan die vergunning verbonden voorwaarden worden in acht genomen.*

Bij de stemming stond het links tegen rechts. Alle man van de rechterzijde stemde voor, al de vrijzinnigen en sociaal-demoeraten stem den tegen het nieuwe artikel in de verordening. Dat wij ons over dezen uitslag verheugen, zal men, na al hetgeen we over deze kwestie bij vorige gelegenheden schreven, begrijpen.

Bijzonderlijk heeft het ons verblijd, dat naast de Antirevolutionairen en Christelijk-Historischen, ook alle Koomsch-Katholieken hun stem aan het artikel gaven. Die omstandigheid geeft goede hoop, dat bij eene eventueele herziening der Zondagswetde geheele rechterzijde één lijn zal trekken.

Intusschen bleek het ook weer bij deze stemming, dat ons volk voor eene rustige viering van den Zondag van de linkerzijde niets te verwachten heeft.

Vinde het voorbeeld, dat door den Rotterdamschen raad gegeven werd, in andere gemeenten navolging.

Geen onjuist beeld.

In eene redevoering, welke een der leiders van de Christelijk-Historische Unie op 28 November te Charlois hield, gebruikte de spreker, blijkens een verslag in de Nederlander, een eigenaardig beeld, om daarmede de positie aan te geven, die de Christelijk-Historischen in de coalitie innemen. Hij zeide:

Ze (de Chr.-Historischen) zijn de jongste broeder in 't gezin, die wel van de oudere broers soms lievigheden hoort, of zoetigheden krijgt, maar zich niet verbeelden moet mee te mogen praten. Dan krijgt hij wat anders dan lieve woorden te hooren en is verwonderd dat die broers zoo hard kunnen zijn, terwijl hij 't toch zoo goed meent met hen. Misschien zijn de oudere broers 't zich niet bewust dat ze soms zoo »hard« en zoo »hoog« zijn. Het beeld (spreker geeft het toe) gaat niet geheel op, doch in hoofdzaak wel.

"Wij zouden met betrekking tot dit beeld heel wat commentaren kunnen maken, als daar zijn: dat een kleine jongen, ook al meent hij dit zoo niet, aardig wat pretenties kan hebben, dat zijn aard vaak een beetje dwingerig is, dat als het hem naar den zin wil gaan, het gezin zoo nu en dan eens om hem heen moet draaien, dat hij soms fameus kan opspelen, zoodat de buren er wel eens aan te pas moeten komen enz. enz.

Ook wij geven toe, dat het beeld dat wij van zulk een jongen geven, niet altijd geheel opgaat, maar in hoofdzaak wel. Doch in welk geval de spreker het beeld in al zijn juistheid schetste, was toen hij de jongere broer voorstelde als de kleine wien de zoetigheden worden toebedeeld. Over het niet ontvangen van die zoetigheden hebben de Christelijk-Historischen niet te klagen. Krijgen de Antirevolutionairen inzake de benoemingen vaak de gard, de eerstgenoemden ontvangen daarentegen het grootste aantal keeren de koek.

Laten wij ten bewijze daarvan b.v. mogen herinneren aan de benoeming van Chr. Hist, burgemeesters in de gemeenten Arnhem, Leiden, Haarlem, Steenwijk, Bussum, Rijswijk, Voorburg enz.

Vergelijken wij daarmede de gevallen, waarin de Antirevolutionairen in aanmerking kwamen, dan zal men het den geachten redenaar uit Charlois moeten toegeven, dat het beeld, dat hij voor de Chr. Historischen nam, nog niet zoo onjuist gekozen was.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 december 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's