Kerstmis,
Het lied der Galileërs.,
Jes. 9 : 5—6.
Wat heil, wat heil werd ons beschoren! Hoe heeft de Heere aan ons gedacht! Een Kind, een Kind is ons geboren; een Zoon, een Zoon! God lof gebracht! Hem hoort de heerschappij; Hij rijze en 't praalgewaad der Majesteit golft van Zijn schoudren ten bewijze van Zijn doorluchte mogendheid!
Zijn Naam? — O, hoort met heilig beven dit wonder aan! — Wie spreekt dien uit? Nooit werd er zulk een naam gegeven, die heel het Wezen binnensluit; „Raadgever, Sterke Held, Aartsvader der eeuwen. Heer' des heils!" Welaan, Komt met gejuich dit Wonder nader; knielt neer en bidt uw Goël aan!
Die heerschappij zal staag vermeeren; geen eind, geen grenzen kent dit heil: de gunst, de goedheid onzes Heeren is maat-en eindloos, zonder peil. Voor Davids troon en voor den luister van Zijn roemruchte Koningsmacht moet zwichten ook het angstigst duister, ja, de allerholste hellenacht.
Om Davids troon en macht te gronden en vast te stellen in beleid en in gerechtigheid, van stonden' afaan tot in der eeuwigheid, doet de ijverzucht des Heeren Heeren, der legerscharen God, 't bestel der eeuw'ge Wijsheid triumfeeren en zalft Hij Zijn Immanuël.
1912.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's