Uit het kerkelijk leven.
De „Gereformeerden" en de „ Confessioneelen".
Wat Ds. Lingbeek nu weer in »de Geref. Kerk« van ons zegt is niet geheel juist.
Hij stelt het n.l. aan de lezers van »de Geref. Kerk — zonder onze woorden mee te deelen — zoó voor, alsof wij het opnamen voor wat Dr. Kuyper jr. van Rotterdam geschreven heeft aan het adres van onze Herv. Kerk.
Daar is natuurlijk geen woord van aan! Wij hebben geen woord geschreven over 't geen Dr. Kuyper Jr. beweerd heeft.
Maar we hebben geschreven, dat Ds. Lingbeek in zijn antwoord aan Dr. Kuyper Jr. fout ging, toen hij beweerde, dat in de Ned. Herv. Kerk alleen kinderen gedoopt worden van ouders, van wier belijdenis overigens niets bizonders te zeggen valt.
Ziet, die beschouwing en voorstelling van Ds. Lingbeek hebben we veroordeeld als onwaar.
Maar over de beschouwingen van Dr. Kuyper Jr., aangaande onze Herv. Kerk hebben we geen woord gezegd; nog veel minder hebben we die beschouwing overgenomen. Onze lezers weten uit onze artikelen »Is de Ned. Herv. Kerk de valsche Kerk« welbeter!
Wij betreuren het, dat Ds. Lingbeek tot deze manier van strijden zijn toevlucht neemt.
Héél eerlijk kunnen we het niet vinden.
En we hopen dan ook, dat hij zijn voorstelling in »de Geref. Kerk nog zal herzien. Men moet altijd voorzichtig zijn om niet mee te werken, dat anderen een verkeerden indruk moeten krijgen van iemands bedoelen.
Maar nu gaan we verder.
VIII. {Slot)
Ons betoog ging hierom: dat het voor de Kerk geen onverschillige zaak mag zijn wie tot den doop naderen.
En voor de ouders geldt dan, dat zij zich voor de Kerk als geloovigen — d.w.z. als in leer en leven belijdenis-getrouwen — hebben te openbaren.
De Kerk oordeelt niet over het inwendige. Maar leer en leven van de leden der gemeente mag overigens geen onverschillige zaak zijn, gelijk uit de 3 doopvragen wel blijkt.
Daarom is de algemeene regel ook altijd geweest: „Men doope de kinderen der lidmaten en erkenne ze als kinderen der geloovigen, tenzij ten duidelijkste gebleken is, dat de ouders van den doopeling uit het verbond Gods zijn uitgevallen".
Was dat laatste zoo, dan moest, zou het kind gedoopt worden, dit kind door getuigen, grootouders, kerkeraad of wie ook worden overgenomen, om dan ouder belofte door anderen afgelegd, het teeken des doops te ontvangen.
Wij gaan in deze dus volstrekt niet op Labadistischen lijn.
Neen, weet gij wat Labadistisch was in deze ?
De Labadisten wilden evenals de Mennonisten eene Kerk uitsluitend van wedergeborenen.
Daartoe wilden zij natuurlijk liefst ook alle onzuivere elementen, waarvan men niet wist of ze wel wedergeboren waren en zagen daarom ook niet gaarne, dat de kinderen gedoopt werden en door dien doop in de gemeente werden opgenomen.
Want men kon niet weten of die kinderen wel uitverkoren waren!
En daarom wilde men van Labadistische zijde liefst, dat de doop lang werd uitgesteld, opdat het kind zelf eenige teekenen en bewijzen kon geven van geloof en bekeering.
Yvon leerde dan ook: Men mag-se met eene goede conscience doopen, soo haest het blijken sal dat God haer sijne vreeze der liefde medegedeeld heeft. Alleenlick staet te overwegen, of het niet beter is te wachten, totdat eenige merckteekenen hier van blijken, eer dat men haer het heylig zegel geeft, als sich te haesten met haar hetselve te geven, sonder dat men reden heeft te gelooven dat het haer in waerheyt toekomt."
Yvon stelde dus voor „een behoorlijke tijd wachten, om eenigszins te zien of degene die men doopt, van het getal zijn dergenen die God aengenomen en in syn heylig Verbond ingeleydt heeft."
Op deze wijze wilden de Labadisten komen tot een geheiligde gemeente van wedergeborenen.
Van deze Labadistische leeringen willen wij niets weten.
Wij wenschen, dat de kinderen dergenen, die in het midden der gemeente leven, zullen gedoopt worden, op grond van Gods verbondsbelofte: „Ik ben uw God en de God van uw zaad", waarbij het voor de Kerk allernoodzakelijkst is, dat zij acht geve dat bet heilige heilig gehouden wordt en bet Sacrament Gods niet ontheiligd wordt.
Wij hadden in deze zaak, die de tuchteloosheid in onze Herv. Kerk raakt en de heiligheid van Gods Verbond, niet gedacht dat er een tegenstelling was tusschen Confessioneelen en Gereformeerden.
De belijdenis spreekt hierin zoo duidelijk! En het zou ook geen verschil zijn, indien het de Confessioneelen ging om de Gereformeerde Kerk; maar dat ongelukkige en onwaarachtige woord Volkskerk bederft alles.
De Heere geve dat we elkander nog eens beter mogen leeren verstaan.
Laat ons van ónze zijde nog eens verzekeren, dat we o! zoo gaarne saam willen werken en saam willen optrekken met allen die op den bodem onzer Geref. belijdenisschriften staan. Die de breuke onzer Herv. (Geref.) Kerk voelende, belijden: wij willen de oprichting van de Herv. (Geref.) Kerk uit. haar diepen val, en wij wenschen, dat zij hare plaats weer zal innemen in het midden van ons volk, zooals de Heere haar die van ouds heeft aangewezen.
Met allen die belijden: wij willen een belijdenis-kerk, en wel een Kerk met gereformeerde belijdenis, zooals die tot op dit oogenblik bet meest zuiver en helder is uitgedrukt in de 3 Formulieren van Eenigheid. Waarbij een Kerke-orde hoort naar den inhoud van de Dordtscbe van 1619, waarin de lijnen van een presbyteriale Kerkregeering getrokken zijn.
Om een Gereformeerde Kerk gaat het ons, waarin kunnen en mogen en moeten saam wonen allen die hare belijdenis toegedaan zijn, met hunne kinderen. In welke Kerk een zuivere bediening des Woords, reine bediening der Sacramenten, en oefening der christelijke tucht moeten wezen, naar het bevel van Christus, en naar uitwijzen van Gods Woord.
De proponentsformule enz.
Daar zijn we nog niet mee klaar. Maar we willen het niet laten liggen. Wie weet of ook hier niet waar is: „de aanhouder wint. Het is dan ook ons voornemen telkens op deze zaak terug te komen I
Allereerst willen we dan even nagaan, hoe ons voorstel van dezen zomer in de Synode ontvangen en besproken is. De Handelingen van de 97ste gewone vergadering der Algemeene Synode van de Ned. Herv. Kerk ten jare 1912, uitgegeven te 's-Gravenhage, door de Nederlandsche boek-en steendrukkerij, voorheen H. L. Smits, kunnen ons daaromtrent een en ander meedeelen, (een boek van + 700 blz. benevens ± 500 blz. bijlagen). Daar lezen we blz. 885 welke 39 kerkeraden instemming betuigd hebben met het adres van den Geref. Bond aan de Synode inzake wijziging van de proponentsformule, de godsdienstonderwijzersverklaring en de 3 belijdenisvragen.
De Kerkeraden zijn: Gameren, Nijkerk, Delft, Hillegersberg, IJsselmonde, Woubrugge, Ottoland en Nederblokland, Schoonrewoerd, Arnemuiden, Genemuiden, Wassenaar, Vianen, Ouddorp, Wilnis, Onstwedde, Otterloo, Bleiswijk, Maassluis, Bodegraven, Krimpen a.d. Lek, Waarder, Dirksland, Nieuwen St. Joosland, Vinkeveen, Kijssen, Veenendaal, Strijen, Leerdam, St. Maartensdijk, den Ham, 't Woud, Ameide en Tienhoven, Groot-Ammers, Poortvliet, Hoog-Blokland, Hilver" sum, Mijdrecht, Jaarsveld en Bunnik.
Bovendien was het adres ondersteund door 36 van de 43 leden van de Classicale Vergadering te Leiden.
Ook wais er een betuiging van adbaesie met dat verzoek van den Kerkeraad te Waspik, met dien verstande evenwel, dat in de belijdenis-vragen zullen bewaard blijven de woorden „geloof in God den Vader, in Jezus Christus en in den H. Geest; terwijl Waspik's Kerkeraad ook verzocht om in plaats van de woorden: „met opvolging harer verordeningen" te willen lezen „met onderwerping aan de Kerkelijke orde en tucht", daar eene Kerk niet bevoegd is de conscientie te binden aan hare verordeningen zonder meer.
Nog was er een voorstel van de Classicale Vergadering van Arnhem (30 tegen 20 stemmen) en den bizonderen Kerkeraad te Apeldoorn en het Loo tot wijziging van art. 27 van het Regl. op het examen (proponentsformule) geheel gelijkluidend met het voorstel van den Geref. Bond.
Ook was er een voorstel van den kerkeraad van Doesburg, voorstellen van de Classicale Vergaderingen van Sneek (47 tegen 17 stemmen) en Dordrecht (8 leden) om art. 27 zoó te wijzigen, dat geen opvattingen meer bestaanbaar zijn, die rechtstreeks tegenover elkander staan en elkander uitsluiten. .
Terwijl er eindelijk nog een voorstel van de Classicale Vergaderingen van Sneek (42 tegen 18 stemmen) en Dordrecht (8 leden) en van den Kerkeraad te Kampen was om vóór de beiijdenisvragen te laten wegvallen de woorden „althans wat betreft den geest en de hoofdzaak van de daarin vervatte belijdenis, verklaring en belofte", waarbij de Kerkeraad van Kampen schreef: „ . . .opdat bet belijdend karakter onzer Kerk meer op den voorgrond geplaatst worde. Hij meent, dat het schrappen van genoemde woorden een eerste stap in de gewenschte richting zal zijn".
Ten slotte vermelden we nog een voorstel van Ds. B. O. Koolhaas, pred. te Zuidland, met adbaesie-betuigingen van predikanten en ouderlingen van de N. H. Gemeenten te Goedereede, Melissaut, Brielle, Middelharnis, Herkingen, den Bommel en Zuidland, waarbij gevraagd werd schrapping van de woorden „althans wat betreft den geest en de hoofdzaak van de daarin vervatte belijdenis, verklaring en belofte", alsook om in de proponentsformule op te nemen „om overeenkomstig de beginselen der Kerk, uitgedrukt in hare belijdenisschriften ...."
In heel wat gemeenten is deze zaak dus besproken. Heel wat predikanten en ouderlingen hebben er zich mee ingelaten.
Jammer dat er zooveel Kerkeraden achtergebleven zijn, die we zeker in de rij verwacht hadden.
Terwijl er tot onze vreugd óok Kerkeraden bij waren, op welke we nu niet precies hadden gerekend.
Zou het niet de moeite waard zijn om deze zaak nog eens aan te pakken en dan beter voorbereid dan in Juni jl.
We willen de volgende maal eens zien, hoe de Synode zich te midden van deze voorstellen en adressen gehouden heeft.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's