De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

8 minuten leestijd

En gij zult zijn naam heeten Jezus. Matth. 1:21m

„De Naam Jezus."

Ons Kerstfeest is nabij gekomen.

Als na den komenden rustdag de deuren van het Huis des gebeds zich weer ontsluiten zullen, dan zal 't zijn, opdat de gemeente inga en beluistere het Kerstevangelie.

't Is goed, dat we ons daarop voorbereiden.

De diepe goddelijke zin van ons Kerstfeest verzet zich tegen een gedachteloos meejubelen in het ondiep vreugdebetoon, dat allerwegen weer zal worden aanschouwd.

Onder alle Christelijke feesten trekt Kerstfeest altijd nog het meest de gekerstende wereld aan.

Aan den allerbuitensten omtrek van den Kerstglans plaatsen zich vele duizenden, die van Kerstmis' innerlijken rijkdom gansch vervreemd zijn.

Ook zoo nog pleit dit voor de machtige bekoring, die van de kribbe uitgaat. Zelfs aan den bolster zoekt 't zoo kille menschheidsleven zich wat te verwarmen.

Maar van 's Heeren gemeente geldt: „niet alzoo"; „gij hebt Christus alzoo niet geleerd."

Zij mag niet blijven staan bij dien zeer afgeleiden uiterlijken glans van vergenoeging, die Kerstmis over deze kille wereld spreidt.

Zij heeft tot de kern der dingen door te dringen.

Zij moet verstaan, waarom zich die staldeur opent, opdat 't Woord zal vleesch worden in zulk eene omgeving, en onder ons, kruis-en vloekdragers, zal wonen.

Haar Kerstlied moet rijzen uit een harte, dat de diepte der ellende heeft doorwaad.

In haar feestzang, waarmee zij den geboren Koning nadert, moet ruischen de juichtoon eener ziele, die weet uit wat grooten nood zij door dien Heiland wordt verlost.

Ook Kerstfeest, als alle Gods gunstrijke bemoeienissen met ons moet staan in dit teeken, dat God nederigen genade geeft.

Hij heeft, na lang geduld, Met goederen vervuld Der hongerigen monden; Hij zag geen rijken aan. Maar heeft ze in hunnen waan Gansch ledig weggezonden.

In deze strofe uit Maria's lofzang ligt het doen Gods in de Vleeschwording des Woords zoo klaar vertolkt.

En als wij waardig Kerstfeest zullen vieren, lezer, moeten we onszelf de ernstige vraag voorleggen, of ook de harp onzer ziele op dit lied is gestemd.

En de bede moet rijzen, dat God zelf in ons hart zoo een plaats inruime voor Zijn Zoon, Die verlorenen zoekt.

Alle oppervlakkigheid worde uitgebannen. De nood van eigen verlorenheid worde grondig erkend.

Maar 't oog ga ook open voor de algenoegzaamheid van den Heere Jezus Christus. Zoo wordt het tot ware Kerstvreugde ervaren, dat een rijke Christus en een arme zondaar naar Gods bestel bijeen behooren, dat bij verlorenen zulk een Redder past.

Hoe zullen we dat beter verstaan dan door eerbiedig 't oor te luister te leggen naar de sprake, die daar uitgaat van den heiligen Jezus-naam.

Terecht heeft de Kerk des Heeren altijd hooge waarde gehecht aan de namen van den Borg.

Al is in ons zondig leven 't evenwicht tusschen naam en wezen, vorm en inhoud verstoord, 's Heilands namen zijn nog altijd de reine, klare, ongerepte spiegel, waarin zich Zijn ware Wezen weerkaatst.

En nu moeten wij uit dien spiegel dat afgekaalste Beeld van Zijn Waarachtig Wezen met schuchterheid en eerbied zoeken op te vangen.

De liefelijke Jezus-naam is van Hebreeuwschen oorsprong.

Hij stemt in beteekenis overeen met de Oud-Testamentische namen Jozua, Jesua, Jehosua, Hosea.

De beduidenis is: de Heere vorlost; God is redder. Heiland.

Jezus zult gij Zijn naam noemen, sprak de engel, want Hij zal Zijn volk zalig maken, van hunne zonden.

Jozua, de zoon van Nun, de dappere held, die Israels stammen Kanaan binnenleidde; en Jozua, de zoon van Josadak, de Hoogepriester in de dagen van der Joden terugkeer uit Babel naar Palestina, waren beiden typen van Hem die alleen in de volle zin van 't woord den Jezus-naam dragen kon.

Saam maken zij 't schaduwbeeld van den waren Jozua volledig; verlossen en zaligmaken; 't verzoenen der zondeschuld voor God en het inbrengen in het land der zalige ruste.

Uit omzwerving en ballingschap brachten Jozua, de zoon van Nun, en Jozua, de Hoogepriester, het volk Israels in het land door God hun toegezegd; zoo zou deze Jezus, de Overste Leidsman en Hoogepriester der toekomende goederen, een volk dat omzwierf in verstrooiing en ellende weerbrengen in het huis des Vaders, met God verzoenen, binnenleiden in de landpalen der eeuwige ruste; neerleggen aan 't Vaderhart, waarin ontferming roert.

Lezer, zoo ge u slechts krank moogt weten van gemis aan God; zoo 't u maar pijnde door de ziel, dat gij van God vervreemd zijt, en dat de muren uwer zonden hoog opgerezen zijn tusschen God en uw harte. Indien ge den afgrond slechts peilt, die uwe ongerechtigheid delft tusschen u en den Sprinkader des levenden waters. Zoo ge u waarlijk balling moogt weten buiten 't Vaderhuis, dan zult ge een onuitsprekelijken rijkdom van heil en zaligheid aanschouwen in dit Kindeke van Bethlehem.

Dan zult ge in Hem aanbidden dien machtigen Held, dien waren Jozua, Die de scheidsmuren, slecht, de kloven dempt. Die u draagt over de afgronden in het eeuwige licht.

Straks zal de Zoon des menschen zelf spreken dat ontdekkende woord: de gezonden hebben den Medicijnmeester niet van noode, maar die krank zijn. Welnu, prent dat woord in uwe ziel, als ge uw Kerstfeest gaat vieren. Zal 't u ten zegen zijn, dan moet ge er zoeken de artsenij der vrije genade voor een arme, doorwonde ziel.

En dan zult ge uw jubel misschien ettelijke tonen lager aanstemmen, maar dan zal uw blijdschap ook dieper opkomen. Dan ruischt de Jezus-naam stillend en troostend, niet langs een wolkenhemel die zich welft over geestelijke luchtkasteelen, maar langs de afgronden, waardoor een tollenaarsziel is heengeslingerd.

Den dorstige is de teuge waters welkom; den hongerige de bete broods. En levensbrood daalt in die kribbe neder; en de fonteinen des heils besproeien er de verschroeide ziel.

Dierbaar is deze Jezus dien, die gelooft; die gelooft, en zoo stond van aangezicht tot aangezicht tegenover de werkelijkheid zijner ellende, zijner omzwerving in een vreemd land, en den weg terug in het donker niet vinden kon; vanwege zijne onbetaalde schuld zou hij toch ook den toegang gesloten vinden naar 't hemelsche Kanaan; moegezworven zinkt hij neer aan de zijde van den weg in de schaduw der steenrotsen.

Al zijne gerechtigheid is als kaf verstoven op den adem van Gods wet. Hij heeft niet om den losprijs zijner ziel te betalen. Zijne zonden zijn 't, die scheiding maken tusschen God en zijne ziel.

Zijne overtreding, die den bronader van 't water des levens heeft afgesneden, die den stroom des heils heeft afgedamd, afgeleid, zoodat versmachting dreigt.

Dat zijn de kranken, die den Medicijnmeester van noode hebben. Daarvan moet ge kennen, lezer, om in Kerstfeest oorzaak te vinden tot ziele blijdschap. Want dan is de tijd daar, dat ge in Christus Jezus onuitsprekelijke schatten vindt en smaakt. Dan komt de goede Herder, om 't schaap, dat van Hem afdwaalde, te zoeken langs berg en rots, aan kloof en afgrond; en 't vindend, moegezworven, neergezonken aan den rand van het ravijn, draagt Hij het op de armen en laat het niet meer rukken uit Zijn hand. Zijn zorg omringt ze overal, totdat Hij eindelijk de Zijnen, als de woestijnreis is volbracht en de omzwervingen uithebben, door den doods-Jordaan binnendraagt in het ware en bétere Kanaan.

Daar reikt Hij Zijn vrijgekocht volk harp en cither, opdat ze zonder stoornis onder de wuivende palmen aan de levensstroomen zullen zingen het lied der verlosten, het nieuwe lied Gode tot éere en het Lam.

Om dit te volbrengen komt Gods Zoon naar deze aarde; hoor 't straks van Zijne eigen lippen, als Hij bet doel Zijner komst stelt in 't zoeken en zaligen van verlorenen.

Maar wat zult gij dan bij Zijne kribbe, als ge geen doodkranke zondaarsziele in u omdraagt ?

Wat, als ge te pralen begeert met het hoog opgezette scherm van geestelijke inbeeldingen? Wat, als ge niets te bekennen hebt, dat gelijkt op de zelfaanklacht des dichters:

'k Ben, door Uwe wet te schenden. Krom van lenden. Vol van druk, benauwd van hart"?

Daarentegen, als de klacht over dit alles wel uit uwe ziel opklimt, en ge redding zoekt, o hoe draagt deze de Jezus'-banier boven tienduizenden! Hoe spreekt Zijn Naam dan vertroostend tot verscheurde harten!

Jezus: Zaligmaker.

Die Naam werpt neer alle hoogte, die zich in ons verheft tegen den berg van 's Heeren heiligheid.

Maar deze Naam roept en noodt en wenkt vermoeiden en beladenen, om ruste te vinden.

Van zonde maakt Hij zalig.

Zonde is het struikelblok, de slagboom op den weg naar waarachtig geluk. Zonde is 't geeselkoord, dat u kastijdt. Zonde de worm, die eeuwig zal knagen aan uw hart, zoo ge niet wordt uitgerukt.

Maar als die zonde u kwelt, sta dan niet van verre, maar treed nader en luister toe naar dien lieflijken naam, die Bethlehem's Kindeke dragen zal: „Jezus, want Hij zal Zijn volk zalig maken van hunne zonden."

Het teeken, dat wedersproken zal worden. Door allen, die er niet aan willen, dat bij hen een Heiland past, die van zonde verlost en zalig maakt. Dezulke willen ook nog wel een Jezus, maar dan één, die de deugd leert betrachten, — van dwaling terugbrengt, en in ééne rechtopgaande lijn zijn volgers 't pad wijst naar den bergtop der volmaaktheid. 'n Tollenaar weet beter.

Gij ook, mijn lezer?

Kniel dan in Bethlehem met de bede: „O God, wees mij zondaar genadig", en 't antwoord van omhoog zal in den Jezusnaam u toeruischen: vrees niet, waat Ik heb u verlost.

Laat ons dan naderen met .een verslagen geest.

Zulk offer kan alleen aan God behagen. En wie zoo tot den Heere Jezus Christus mag naderen, zal ervaren, dat hij geenszins wordt uitgeworpen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 december 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's