De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Nieuwjaar.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Nieuwjaar.

6 minuten leestijd

Mijne hulp is van den Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft. Ps. 121 : 2.

Achter ons ligt weer een vervlogen jaar, een jaar vol aangename en smartelijke herinneringen, Een jaar, waarin wij Gods gunst, gezien hebben. Doch ook een jaar, waarin onze ongerechtigheid vermenigvuldigd werd.

En nu worden wij geplaatst voor een Nieuwjaar. Het is geen wonder dat vragen groot in getal en verschillend van aard opdoemen voor onzen geestesblik. In 365 dagen kan er zooveel met ons, met ons gezin, met onze Kerk en ons volk gebeuren. Zal het voor ons een jaar van het welbehagen des Heeren zijn ? Zullen wij Gods gunst in dit jaar genieten? Zullen wij dit jaar voleindigen?

Op die vragen ligt een bevredigend antwoord in onzen tekst. Alleen als wij het den psalmist kunnen nazeggen: „Mijne hulp is van den Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft", kunnen wij veilig dit jaar intrekken.

Deze psalm is 'n lied Hammaalóth. Een lied, dat gezongen werd door de reizigers, die optrokken naar Jeruzalem om God in Zijn heiligen tempel te ontmoeten.

Welnu Gods kinderen hebben ook een doel. 's Heeren Kerk begeert eenmaal God hierboven te ontmoeten om het daarboven eenparig uit te jubelen:

„Jeruzalem, dat ik bemin. Wij treden Uwe poorten in; Daar staan, o Godsstad, onze voeten !"

De tocht naar Sions heuveltop was vaak bezwaarlijk. Allerlei omstandigheden bemoeilijkten de reis. Menschen konden tegenhouden, de moeilijkheden van den weg bezwaarden vaak den reiziger, eigen zwakheid was wel eens een hinderpaal in het reizen. Doch bekrachtigd door 's Heeren genade legde de reiziger naar Sion afstand na afstand af.

Achter u, kind des Heeren, ligt weer een gedeelte van den afgelegden weg door 's Heeren genade beëindigd. Maar voor u ligt weer een nieuwe tijdruimte, ligt weer een nieuw gedeelte van den weg. „Voorwaarts", zoo roept de Heere u toe.

Doch gij let, en terecht, op de bezwaren, die uwe tocht kunnen bemoeiligken. De menschen kunnen u vijandig worden om u te bestrijden of zij kunnen door list trachten u af te voeren van den smallen weg.

De weg zelfs is zoo moeielijk. Het is een weg, waarop gij alle zonden zult afsterven, om alleen ter eere des Heeren te leven. Het is een weg, waar de struikelblokken u voor de voeten geworpen worden door den Satan. Het is een weg geheel geestelijk. En gij zijt zoo zwak. Uwe krachten zullen u maar al te vaak ontzinken. Spijze n.l. Gods woord hebt gij noodig, opdat gij bekrachtigd wordt. Water des levens moet gij ontvangen om niet amechtig neer te zinken. Daarom als gij op alle bezwaren, ja alleen op de bezwaren let zegt gij, hoe zal ik nog eenmaal Sion bereiken? Hoe zal ik ook dit jaar recht wandelen voor des Heeren aangezicht?

Hulp hebt gij noodig. Zonder hulp voleindigt gij de reis niet. Zonder hulp bereikt gij nimmer Jeruzalem, de stad des grooten konings.

Zoek nu de hulp echter op de rechte plaats ! Wij zijn zoo geneigd menschelijke hulp in plaats van Goddelijke hulp te zoeken. Zeker de Heere gebruikt menschen om Zijn raad te volvoeren en om Zijn volk te steunen. En in dat opzicht mogen wij deze hulp aanvaarden. Doch nooit mogen wij op den mensch ons vertrouwen zetten. Want dan zullen ons ook dit jaar de bitterste teleurstellingen niet gespaard worden.

Ook eigen hulp mag niet worden ingeroepen. Het spreekwoord dezer wereld is: »Help u zelf." Een spreekwoord, waarmede wel eens veel menschelijke krachtsinspanning wordt bereikt. Doch u, kind Gods zal dit niet baten. Als uw hulp is enkel ijdelheid tegenover de macht uwer vijanden.

Bearbeide de Heere u zoo door Zijn Geest, dat gij boven dit Nieuwjaar schrijven moogt: „Mijn hulp is van den Heere!"

In 's Heeren hulp ligt volkomen sterkte. Als gij die hulp bezit, in dit jaar, ja voor uw leven, zal u niets ontbreken.

Want 's Heeren hulp is een algenoegzame hulp. Hij is de Heere, die hemel en aarde gemaakt heeft. Toen Jeruzalem eenmaal belegerd werd door Sanheribs legerscharen, vluchtte de vrome Hiskia tot den Heere. En gij weet, de talrijke vijanden werden als in één oogenblik weggevaagd. De Heere is nog de Machtige. Alles in den hemel en alles op de aarde staat in Zijn dienst. Ziet alle dingen en personen zijn Zijne knechten om u, o kind Gods te redden of te bewaren op uwe reize door dit leven. Verborgen mogen de lagen zijn u door den vijand gelegd, verraderlijk mag de inwonende zonde met u handelen. Geen nood. Voor Gods oog ligt alles bloot. Hij zal u niet overgeven aan uw vijand en aan uwe zonde.

De Heere bewijst ook genadige hulp. Menschen onttrekken zich in hunnen bijstand. Zoo spoedig, maar al te spoedig zijn wij geneigd bijstand te weigeren, zeggende: „Hij of zij is het niet waardig." Maar de Heere, wiens naam is de Getrouwe, schenkt hulp. Hij redt Zijne kinderen keer op keer. Onverdiend is die hulp. Als gij let op het jaar, dat achter u ligt moet gij zeggen: „Zou de Heere mij nog willen en kunnen helpen? " Gelukkig, dat gij met dien Verbonds Jehova te doen , hebt, wiens genadeverbond nimmer wankelt - of wijkt. De Heere schenkt ook ongevraagde hulp. Hoe weinig wordt deze verleend onder menschen. De mensch wil zoo gaarne gekend en gevraagd zijn. Zeker de Heere is het waardig om aangeroepen te worden. Het is zoo schrikkelijk in tijden van angst en nood den Heere voorbij te gaan. Doch zelfs in die oogenblikken wil God ongevraagd helpen. Hij doet Zijn volk nimmer naar schuld en ongerechtigheid.

Als dat, waarde lezer, ook uwe belijdenis is, zijt gij gelukkig te noemen. Bedenk het toch dat 's menschen hulp enkel ijdelheid is. Er zijn oogenblikken in Uw leven geweest, dat gij dit duidelijk zaagt. Geloof het, dat de mensch ons niet baten zal. Vooral niet, als eenmaal de Oudejaarsavond van ons leven zal aanbreken. Zij er bij u een gebed om tot de belijdenis van onze tekst te komen. Met deze reispas reist gij veilig en zeker naar het Nieuw Jeruzalem.

En als dit uw belijdenis in beginsel geworden is, kunt gij gerust dat jaar intreden. Zeker de bezwaren zijn vele, machtiger echter is de Heere.

De vragen die oprijzen, zijn vele. Maar Hij, die hemel en aarde geschapen heeft, zal ze u ten beste beantwoorden.

Breke de Heere ook dit jaar uw eigen kracht en sterkte af en doe Hij uwe oogen richten op den Heere alleen. Dan zult gij durven zingen:

De Heer' is bij mij: 'k zal niet vreezen. De Heer' zal mij getrouw behoên, Daar God mijn schild en hulp wil wezen ; Wat zal een nietig mensch mij doen ?

Veenendaal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Nieuwjaar.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1912

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's