Uit het kerkelijk leven.
Een medewerker schrijft ons:
Ethische voorlichting.
I.
Hebben wij het verschillende keeren mogen hebben over de voorlichting, die van Confessioneele zijde — met name van den kant van Ds. Lingbeek — betreffende de Gereformeerden in de Ned. Herv. Kerk wordt ten beste gegeven, voor en na hem is er een theoloog van de dusgenaamd ethische richting tegen ons in het strijdperk getreden-, n.l. Dr. J. R. Slotemaker de Bruine, pred. te Utrecht door het schrijven van verschillende artikelen, die in de Nederlandsche Kerkbode verschenen, welke aangevuld en uitgebreid hun plaats hebben gevonden in zijne bochure: Plaats en taak van de Hervormde Kerk i)
Voordat wij verder gaan, moet ons de gulle bekentenis van het hart, dat het orgaan: de Nederlandsche Kerkbode buiten onzen gezichtskring ligt.
Wij staan ten dezen opzichte ongeveer op hetzelfde niveau als de oefenaar J. van Alphen, die in 1900 te Est by Geldermalsen overleed, van wien Dr. J. H. Gunning J.Hz. in zijn De gezangenkwestie in de Nederd. Hervomïde Kerk 2) vertelt, dat voor dezen broeder de Evangelische Gezangen zoo geheel en al buiten zijn gedachtenkring lagen, dat hun naam, naar hij meent, geen enkele maal in zijn boek : Aan mijne medereizigers naar de eeuwigheid wordt aangetroffen.
Eerlijk gezegd — het ontbreekt ons aan den tijd en ik zal het nu maar met een vreemd woord noemen — aan den nervus rerum om naast de Nieuwe Rotterdamsche Courant, De Standaard, De Heraut, De Gereformeerde Kerk en De Waarheidsvriend nog andere organen: als De Nederlandsche Kerkbode, Evangelisch Zondagsblad, Weekblad voor Vrijzinnig Hervormden (schoon wij daarmee eens tot ons genoegen mochten kennismaken en het een hartelijk tot weerziens hebben toegeroepen) De Hervorming en de van levenskracht tintelende Kerkelijke Courant, het officieel orgaan onzer Kerk bij te houden. Wij houden ons evenwel voor toezending van die nummers, die in 't bijzonder de Gereformeerde richting betreffen, aanbevolen.
Dr, Slotemaker de Bruijne dan zooals gezegd — heeft, wat hem op het harte lag, — in een brochure den volke kond gedaan. Wij hebben haar met aandacht — schoon niet met onverdeelde instemming — gelezen. Een woord van verweer, dat strekken moge tot nadere opheldering en terechtzetting, moge hier zijn plaats vinden.
Voordat wij ons aangorden om Dr. S. d. B. te bestrijden, willen we gaarne erkennen, dat hij een der meest begaafde een sympathieke vertegenwoordigers is der ethische richting, die een ongelijk veel beteren kijk heeft op de ontwikkeling van het moderae leven dan de Confessioneelen in doorsnee, iemand die inziet wat de taak en de roeping van het Christendom ten dezen is, voor wiens werkkracht aan den dag tredend in zijn verschillende werken — laatstelijk in dat over: Sociologie en Christendom — wij grooten eerbied hebben. Wij meenen goed te doen dit voorop te stellen, opdat het duidelijk moge zijn, dat het er verre van af is, dat wij Dr. S. d. B. persoonlijk eens willen over den hekel halen in plaats van zoo zuiver mogelijk beginsel tegenover beginsel te stellen.
Het is opmerkelijk, dat Dr. S. d. B. in zijn bovenvermelde brochure over de Plaats en taak van de Hervormde Kerk met zoo'n klem en nadruk den Gereformeerden Bond bestrijdt, terwijl hij over het streven der Confessioneele Vereeniging a.h.w. ter loops spreekt. Zou het soms niet daarom zijn, dat de geachte schrijver met zijn helderen blik inziet, dat het standpunt der Confessioneelen lijdt aan een innerlijke tegenspraak, en hun doelwit onbereikbaar is, terwijl de idee van den Gereformeerden Bond maar al te veel kans heeft om verwezenlijkt te worden, hetgeen Dr. S. de B. juist met groote bezorgdheid vervult, zoodat hij zijn aanval bij uitstek tegen den Bond richt?
Blz. 12, 13 zegt hij volkomen terecht: „Naar wij meenen zullen de Confessioneelen niet op hun standpunt kunnen blijven staan. In dezen tijd de Hervormde Kerk de „ware" kerk te noemen in den zin, dat tegen God zondigt, wie niet tot haar behoort, schijnt ons onhoudbaar. En volks-kerk te willen wezen, zooveel mogelijk het gansche volk willen omvatten, maar tegelijk de belijdenis willen handhaven, de drie eeuwen oude belijdenis stipt en streng ... het schijnt toch elkander uit te sluiten. Zoodat zij naar het ons voorkomt of tot de „Gereformeerden" of tot de „Etischen" moeten naderen, gelijk dan ook reeds geschiedt.
De Gereformeerde Bond daarentegen is het voorwerp van Dr. S. de B.'s bestrijding van blz. 6 af tot blz. 46 toe. Hij (d.i. de Bond) koestert zeer speciale wenschen en verwachtingen omtrent de Hervormde Kerk i) — iets wat wij niet willen ontkennen. Reeds bij de benoeming van Dr. Visscher en Dr. van Leeuwen heeft het streven medegewerkt, om langzamerhand de Hervormde Kerk te doen verdwijnen èn hetzij haar op te lossen hetzij haar om te zetten in een Gereformeerde Kerk in den bekrompen zin, dien het woord „Gereformeerd" als partijnaam heeft. Nu kan Dr. S. de B. zeer goed voorstellen, dat iemand als ideaal heeft, dat straks alle „Gereformeerden" in Nederland in ééne gereformeerde kerk zullen zijn samengekomen. Maar hij zou deze oplossing van het kerkelijk vraagstuk de slechtst denkbare vinden, omdat daarmede de Evangelisatie van ons volk als geheel uiterst bezwaarlijk worden zou en wij het groote middel van de Hervormde Kerk daarbij zouden verliezen. 2)
De vraag waarom men nu zoo weinig met de Hervormde Kerk rekent, beantwoordt Dr. S. de B. aldus: Omdat zij zelf niet weet, wat zij wil. Zij leeft thans eenvoudig voort zonder meer. De Gereformeerde Bond stuurt volgens hem aan op een oplossing van de Hervormde Kerk, waarna dan de nu kerkelijk gedeelde gereformeerden samen een gereformeerde Belijdeniskerk kunnen vormen. Laat na vastlegging van den voorsprong der Hervormde Kerk subsidie voor alle kerken worden geregeld, dat zal het uittreden van sommige leden van den Bond bevorderen en dus de toestanden verhelderen. De oplossing der Herv. Kerk zou de schrijver een ramp vinden en daartegenover gewogen veel liever een uittreding beleven i).
De kwestie hoe het kerkelijk vraagstuk moet worden opgelost ligt volgens Dr. S. de B. op practisch terrein. De principieele vraag: wat de Schrift ten deze leert laat hij rusten, omdat zij naar zijne overuiging ten deze niets leert 2j en de practische vraag beantwoordt hij aldus: dat de Evangelisatie van een gansch volk het best verkregen wordt door een volkskerk en een of meer belijdeniskerken naast elkaar 3) De volkskerk draagt de traditie en daarom mag de Hervormde Kerk ook niet worden opgelost in — zooals men heeft voorgesteld — drie nieuwe kerkgroepen; een moderne, ethische en een gereformeerde. 4)
Dr. S. de B. wil géén volkskerk zonder belijdenis, waar evenmin een handhaving van de belijdenis door machtsmiddelen.
De gedachte, dat de kerk een karakter hebben moet, is genoeg ingedrongen om te verhoeden, dat iemand algeheele leer-vrijheid verdedigen zou. Wanneer een predikant den Mariadienst ging aanbevelen, dan zouden ongetwijfeld allen zijn afzetting vergen 5) Handhaving van de belijdenis is volgens Dr. S. de B. niet Roomsch en is niet binden van de consciëntie. 6) We moeten uitgaan van het geheel der Belijdenisschriften. Men moet natuurlijk — zegt hij — de belijdenis aanvaarden voorzoover zij met de Heilige Schrift overeenkomt. Want wie de belijdenis aanvaardt, omdat zij met de schrift overeenkomt moet absoluut onvermijdelijk — het is met de stukken te bewijzen — de Schrift gaan uitleggen naar de Belijdenis d.i. de Belijdenis maken tot maatstaf en de Schrift tot ondergeschikte. 7) Voor de handhaving van de getuigenis is de formule onverschillig, de handhaving wordt verkregen door den geest, die in de kerk of in de vereeniging woont. 8) Om hetgeen de Belijdenis altijd heeft willen wezen, is een letterlijk handhaven van die Belijdenis nooit bedoeld geweest.9) Voor handhaving is het geestelijk leven der(gemeente noodig, waardoor de „leer" tot leven wordt en dan van zelf zich handhaaft en dan van zelf de afwijkingen uitdrijft 10).
Wanneer zal het geestelijk leven zoó hoog zijn opgebloeid, dat de zuivering „vanzelf" komt? 11) De toestand, is nooit goed geiveest 12) en de toestanden zijn tegenwoordig niet exceptioneel slecht. 13)
Dr. S. de B. wil — aldus schrijft hij in het hoofdstuk: De Hervormde Kerk en de Gereformeerde Bond 14) de Confessioneelen en Gereformeerden houden binnen de kerk, maar evenzeer de belijders van den Christus, die deze namen niet dragen, doch hij stelt deze.voorwaarde, dat gelijk wij anderen beschouwen en behandelen als broeders, volkomen gelijk berechtigd met ons, de anderen ons zullen beschouwen en behandelen als broeders, volkomen gelijk berechtigd met hen 15). Wij eischen ons recht om er te zijn, precies zooals wij zijn 16). De leden vanden Bond kenmerken zich door het gesloten laten van den gezangenbundel, het zeer nadrukkelijk Heere zeggen en tal van andere kenmerken 17). Groot is de verwatenheid van den Bond om uitsluitend voor eigen inzicht en eigen gedrag den naam „Gereformeerd" op te eischen en dien naam aan alle anderen te ontzeggen, al de anderen ook buiten de Hervormde Kerk te wenschen. Er zijn gewoon Gereformeerde ethischen. De leuze: „ethisch of Gereformeerd ? " is leugenachtig. De leden van den Bond „evangeliseeren" ook tegenover confessioneele predikanten 18). Zij willen dus ter dege iets principieels als verschil erkend hebben. De geest van den Catechismus wordt in hun prediking doorloopend gemist. Dr. S. d. B. zou dit gaarne met de stukken bewijzen 19). Al is er ingrijpend verschil tusschen het philosophische verkiezingssysteem van vele Gereformeerden en de religieuse verkiezingsgedachte der Heilige Schrift, S. de B. erkent volmondig, dat wie de verkiezing belijdt en predikt, de Schrift aan zijn zijde heeft; hij belijdt en predikt haar zelf 20).
Aan het einde van zijn betóog herhaalt de schrijver: het is onwaar, dat de Gereformeerde Kerk „gereformeerd" was in den bekrompen zin van den Bond; het is onwaar, dat ooit in eenig tijdperk van onze vaderlandsche geschiedenis de toestand der Kerk beantwoordde aan het ideaal; het is onwaar dat van de tegenwoordige Hervormde Kerk geen kracht uitgaat op oms volksleven 1). Beduidt dit — vraagt hij ten slotte — of hij en die met hem hetzelfde denken deze Gereformeerden gaarne zouden uitbannen en in elk geval hen bij beroepingen en benoemingen passeeren zullen? Dat hangt uitsluitend van den Bond af. Als de leden van den Bond het zeggenschap opeischen voor zich alleen; de andere Gereformeerden bestrijden, de ruimere vormen bestrijden als zij de anderen bannen willen en bij beroeping en benoeming hen bannen zullen, natuurlijk, dan stellen wij ons te weer, niet om ons zelf, maar om ons land en ons volk .... 2).
Hiermede meenen we een objectieve uiteenzetting gegeven te hebben van de brochure van Dr. Slotemaker de Bruijne over de Plaats en taak der Hervormde Kerk. Wij achten ons daartoe verplicht, voor dat wij overgaan haar te bestrijden, hetgeen wij in verschillende volgende nummers van ons orgaan hopen te doen.
i) Zie blz. 36; een groot deel van den inhoud dezer brochure is eerst door ons in. De Nederlandsche Kerkbode gepubliceerd.
a) Aanteekeningen blz. 93, 94.
I) Blz. 6.
2) Blz. 10.
3) Blz. II.
I) Blz. 13-
2) Blz. 14.
3) Blz. 15-
4) Blz. 16, 17.
5) Blz. 18.
6) Blz. 19.
7) Blz. 21.
8) Blz. 23--
9) Blz. 23--26.
10) Blz. 28.
11) Blz. 29.
12) Blz. 31-
13) Blz. 31-32.
14) Blz. 34—46, blz. 3?
15) Biz.
15) Biz. 16) Blz. 35-
17) Blz. 36. 38.
18) Blz.
19) Blz. 39. 40.
20) Blz, 41.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 december 1912
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's