Vragenbus.
VRAAG. Waren onze Vaderen niet zéér ruim in hun doopspractijk ? zoodat kinderen van hoereerders, afgesnedenen, Roomschen en dergelijken, zonder onderscheid gedoopt moesten worden ?
ANTWOORD. Ongetwijfeld moeten we antwoorden, dat onze Vaderen zéér ruim waren in hun doopspractijk; zóo ruim, dat men zich verbaast over het feit, dat gereformeerde menschen, die het zoo goed wisten, het zoo slecht deden.
Want laat ons het maar aanstonds zeggen, dat we 't in véél opzichten met de practijken van onze Vaderen (die ook menschen waren met een hart naar de beschrijving van Jer. 17:9!) lang niet eens zijn.
In theorie stonden ze wel zuiver. Dan hielden ze zich aan den algemeen geldenden regel: »men doope de kinderen der lidmaten en erkenne ze als kinderen der geloovigen, tenzij ten duidelijkste gebleken is, dat de ouders van den doopeling uit het verbond Gods zijn uitgevallen.»
Maar in de practijk handelden ze wel eens anders!
En de oorzaak is wel na te gaan.
1e. wilde de Overheid dat alle kinderen, ook van anders denkenden, gedoopt zouden worden in de Geref. Kerk, zonder nauw onderzoek naar het geloof der ouders!
't Was zelfs pl.m. 1667 zóo erg, dat de Overheid eenvoudig zei, dat er maar éen Kerk was hier te lande, de Geref. Kerk, die de Staatskerk was, en dat alle menschen, of ze Protestant of Roomsch waren, dat hinderde niet, hun kinderen in de Geref. Staatskerk moesten laten doopen. En die zijn kind een jaar na de geboorte nog niet had laten doopen in de Geref. Kerk, kreeg een boete van 150 gulden voor ieder kind!
Niemand dan de Gereformeerde leeraren mocht het sacrament bedienen.
Een pastoor die het deed kreeg 100 gulden boete. En ieder mensch, zonder onderscheid, moest zijn kind in de Geref. Kerk laten doopen; wie het niet deed moest 150 gulden betalen.
Zulke toestanden hebben we werkelijk in ons goede Nederland doorgemaakt ! Toen de Overheid het zwaard droeg om alle afgoderij te weren en uit te roeien. Waarbij natuurlijk de ware religie allerkostelijkst beschermd werd !
En — dit komt als No 2 in aanmerking — onze vaderen, ook de predikanten zelf, waren er zóo mee ingenomen, met die heerlijke maatregelen van de Overheid, dat b. v. 8 Mei 1668 negen predikanten van Groningen het verzoek richtten aan de Ed. Mog. Heeren Burgemeesteren en Raad der Stad, om toch vooral de boete te handhaven voor die Roomschen, die hun kinderen niet lieten doopen, want dat al hun bezwaren om hun - kind in de Geref. Kerk te laten doopen toch niets beteekenden en dat de Magistraet het burgerrecht moest ontzeggen aan allen, wier namen niet stonden . . in de Doopboeken der Geref. Kerk!
Is het niet verschrikkelijk ? Is het niet spotten met het heilige? '
Men moet het »Stadsplakkaat tegen de Pausgezinden» 30 Dec. 1667 in de stad Groningen uitgevaardigd, maar eens lezen. En de synode der stad Groningen en de Ommelanden wenschte dat deze ordonnantie »goeden voortganck» zou hebben. Ook in Gelderland waren de maatregelen tegen de Katholieken streng.
Wel begon het plakkaat van 24 Juli 1651 met de zoete woorden, dat ieder «in dezen Landen» gewetensvrijheid gelaten werd, maar art. 11 van datzelfde plakkaat zegt dan toch maar eventjes, dat Roomsche ouders binnen een jaar hun kindeken moesten laten doopen in de Geref. Kerk. En in art. 16 stond, dat de landheeren hun landerijen niet mochten verhuren aan iemand, die niet uitdrukkelijk beloofde niet ter mis te zullen gaan en niet in de Roomsche Kerk te zullen laten doopen.
Heerlijke gewetensvrijheid toch!
Natuurlijk dat zulke onzinnige dingen niets baatten, want de Roomschen lieten hun kinderen toch heimelijk door priesters doopen.
Maar onze Vaderen hadden voor deze onzinnige dingen wel ooren!
Men wilde de kinderen zoo gaarne inlijven in de Geref. Kerk, dan werden ze afgesnoept van de Roomsche Kerk, die Kerk zou dan uitsterven en de Geref. Kerk in dezen lande zou heerlijk groot worden. Er zou ten slotte maar éen Kerk in Nederland zijn. O, heerlijk ideaal: de Gereformeerde Kerk als Volkskerk! Staat en Kerk waren het hierin roerend eens!
Maar natuurlijk moesten onze Vaderen dan niet zoo nauw kijken en de oogen sluiten als het heilige heilig moest worden gehouden.
En zoo besloot b. v. de synode van Middelburg in 1581, dat de Roomsche ouders, die hun kind lieten doopen in de Geref. Kerk niet behoefden te antwoorden op de vraag of zij instemden met de leer die in de Geref. Kerken geleerd werd, als het kind maar in de Geref. Kerk gedoopt werd, dan zou dat kind daar wel opgroeien, daar ook wel belijdenis des geloofs(? ) afleggen en zoo doende de Roomsche Kerk in aantal leden afbreken en de Geref. Kerk in aantal leden doen toenemen!
Of dat dan Gereformeerd was? Of dat dan overeenkomstig Gods Woord was?
Neen! onze Vaderen wisten wel beter.
Maar .... die Volkskerk, ziet u, dat was toch een begeerlijk goed. En daarom nu ja, 't was wel niet Gereformeerd, 't was wel niet naar 't Woord, maar.. als men een Volkskerk wil, moet men 't zoo nauw niet nemen! Want wat was de Gereformeerde theorie van onze Vaderen?
Dat was op de synode van Embden in 1571 uitgekomen. Daar werd over het doopen Van kinderen van anders denkenden gesproken en men besloot: »het beste ende aller seeckerste is geen kinderen tot den doop toe te laten oft 't ontfangen, dan van welcken die Vaederen lidtmaeten des lichaems der Kerken zijn ende voorwaar het is den ordinaris Regule die men in deser saecken behoort te gebruicken.»
En waren er omstandigheden, dat de ouders niet mochten worden toegelaten, dan moesten er getuigen optreden bij den doop, die het bewijs konden overleggen, dat hun van de ouders qevraagd was geworden, hun kinderen ten doop te presenteeren; terwijl het getuigen moesten zijn, die zich verbonden om getrouwelijk zich te zullen kwijten van de verplichtingen die zij bij den doop op zich namen.
Op die zelfde Synode werd geoordeeld, dat men voorzichtig moest zijn rnet de kinderen van ouders »die van den Evangelio gansch niet en weten en daarin geheel onverstandich sijn, » Waarom ?
De Synode anttwoordde: slndien men in deser saecken den toom langer gaeve ende meer toeliete, dan soude veele verwoestinghe ende groote ongeschicktheit uyt volgen.»
Gelijk Calvijn in de Institutie, het 4de boek, het 16de hoofdstuk, § 6 duidelijk zegt, dat het kind uit geloovige ouders geboren moet zijn, of dat althans èen van de ouders geloovig moet wezen. Of zooals hij in § 24 schrijft: «indien de kinderen der geloovigen aan het Verbond deel hebben, zoo heeft men geen reden om hen van het teeken des verbonds af te houden. Maar die ongeloovig is en van ongeloovige ouders afkomstig, die wordt van de gemeenschap des verbonds vreemd geacht. En daarom is het geen wonder, dat men den zoodanige het teeken niet geeft, welks beteekenis in hem ijdel en bedriegelijk wezen zou.»
Het beginsel van onze Vaderen is dus wel goed geweest, maar men heeft zich laten verleiden om van het beginsel af te wijken tot allerlei dwaze en zondige zijpaden.
Dat het beginsel niet verkeerd was, blijkt b. v. ook uit de besprekingen op de nationole synode van Dordt in 1618, waar de neiging groot was om de kinderen van anders denkenden op te slokken, opdat andere gezindten zouden verdwijnen en de Geref. Kerk zou groot worden.
Want de theorie bleef ook daar, dat men wel ruim, zéér ruim zou zijn bij den doop, maar dat men toch zorgen moest, dat de doop op «behoirlicker wijse» zou plaats hebben, zoodat slechte ouders eerst betering des levens moesten beloven en geloovige getuigen moesten instaan voor de opvoeding van het kind. Dan, als aan die twee voorwaarden voldaan was, dan mochten kinderen van «allerley menschen kin deren, als van hoereerders, Afghesnedenen, Papisten en de anderen dier ghelijcken» gedoopt worden. Helaas! dat die schoone theorie in de practijk spoedig weinig of in 't geheel niet werd vastgehouden.
Als de Geref, Kerk maar groot werd. . . .
Wat hinderde het, of er «veele verwoestinghe ende groote ongeschicktheit uyt volgde». . .
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's