Ingezonden.
Hooggeachte Redactie,
Met verschuldigden eerbied verzoek ik voor onderstaande regelen een plaatsje in de Waarheidsvriend. Bij voorbaat mijn dank. Als abonné en getrouw lezer der Waarheidsvriend is mij niet ontgaan wat uw medewerker voor rubriek Staat en Maatschappij schreef in no. 2 van dezen jaargang onder opschrift "Hooge verwachting», waar hij aldus schrijft:
»Sommige groepen van rechtzinnig Hervormden zien reikhalzend uit naar den dag dat het met de coalitie uit zal zijn. Zij droomen zich gouden bergen van de tijden die daarna komen zullen. Naar welke partijgroepeering dan zal geregeerd worden, daarover bekommeren zich echter de meesten niet.«
Dit schrijven van uw geachten medewerker gaf mij niet weinig stof tot overdenking, en wel om de volgende redenen. Ten eerste zijn er nog vele rechtzinnig Hervormden, die de coalitie altijd beschouwd hebben als een verschijnsel van ongeloof, of, op zijn zachtst uitgedrukt, van kleingeloof, want men durfde het niet op God te wagen, om den strijd aan te binden op politiek terrein, want men zag op de schaar kiezers, die voor hun beginsel uitkwamen, om zich te richten naar Gods geboden, of tenminste naar Christelijke beginselen, en dan was men ver in de minderheid. Toen moest er naar andere middelen omgezien worden om in de meerderheid te komen, omdat men ging zeggen: zoo komen wij er nooit! dan maar samen gaan met Rome, dan is er kans. Zoo redeneert de mensch in zijn zwakheid. Dan de afgoden, die men vroeger verbrand heeft, maar weer aangebeden. Dat gaat te ver zult u zeggen, maar staat het niet gelijk met Israel, dat tegen den wil des Heeren afging naar Egypte om hulp te halen, een verbond met Farao te maken (Jesaja 30.) Maar het is hun tot schande geworden. Was Israel niet uit het diensthuis van Egypte door God zelf verlost? en zijn ook wij niet uit het diensthuis van Rome verlost door dienzelfden God? Maar, zal men zeggen, Rome is zelf naar ons toegekomen om gezamenlijk den strijd aan te binden tegen het Liberalisme en zijn verwanten. Maar wat is bij Rome de drijfveer geweest? Niet de eere Gods, dat zult u toch niet meenen, veronderstel ik, want hoe kan zij de eere Gods bedoelen, daar haar gansche eeredienst niets anders is dan een gruwel in Gods oog.
Ten tweede, hoe kan een mensch die genade heeft leeren kennen, die een open oog gekregen heeft voor den diepen val waarin ons land en volk gevallen is, waar men breede scharen ziet die-met God en Zijn dienst gebroken hebben en al driester het hoofd opsteken, en wanneer de Heere het niet verhoedt, het gansche volk straks mee zullen sleepen in zijn heillooze vaart — wanneer dat alles hem is op de ziel gebonden, hoe kan dan een kind des Heeren vrijmoedigheid gevoelen om in het gebed toe te gaan tot den troon der genade en vragen of de Heere dat verbond met Rome zegenen wil, opdat er geregeerd zal worden naar Zijn wil ? Moest het niet veeleer een gruwel in ons oog zijn? dan er met mee te gaan. Want dat Rome er niets anders dan eigen grootheid en macht mee op 't oog heeft, dat zult u mij toch wel niet betwisten ? Rome verloochent er zijn beginsel niet mee door met ons samen te gaan, want hun beginsel is »het doel heiligt de middelen», dat heeft zij door alle tijden heen bewezen.
Maar des Heeren woord leert ons anders. Dat leert ons strijd te voeren met eerlijke wapenen en geen gemeenschap te hebben met de werken der duisternis.
O! geachte schrijver, het is mij wel eens bange wanneer ik verschillende zaken gadesla op maatschappelijk gebied en vooral op politiek terrein. Dan zeg ik wel eens bij mij zelven: waar gaat het toch heen, wat al gepleister met looze kalk en wat een drogredenen om het verbond met Rome toch maar goed te praten, dan moet ik wel eens uitroepen: Heere, hoe lang nog! Wanneer zullen de oogen van ons volk open gaan, dat men zien zal dat men gedwaald heeft met zich aan Rome te koppelen.
De derde reden van mijn schrijven is, dat men zich heusch geen gouden bergen droomt van de verbreking der coalitie, maar langer samen gaan kan niet anders brengen dan verderf. Waarom het beginsel niet rein gehouden? met eerlijke wapens gestreden, de breuke bloot gelegd, los van banden die op den duur niets doen dan knellen, maar met eigen beginsel, gegrond op Gods getuigenis; dan kan er nog verwachting zijn dat de Heere zich nog betuigen wil, en het geroep wil hooren; maar langs geen kronkelwegen, dat kan niets anders wezen als een gruwel in Gods oog en brengt een te laat berouw.
Dat men veel verliezen zal wat men nu gewonnen waant, dat gevoel ik best, maar is het niet beter alles te verliezen en den weg van gehoorzaamheid te bewandelen, trouw aan het beginsel, en niet in tegenspraak met onze belijdenis ?
Nu zijn de Christelijken in de meerderheid in de Kamer, maar dan wordt men minderheid; maar het is beter een droge bete met rust daar bij, dan een stal met gemeste beesten met onrust. daar bij. Ik kan het mij best begrijpen dat er nog vele kiezers zijn, wanneer zij voor de keuze staan van een Roomsche of een Liberaal of soortgelijke, dat men een Liberaal stemt. De Watergeuzen voor Leiden hadden op hun hoeden geschreven: «liever Turksch dan Paapsch», en ze zijn er nog; dat geslacht is nog niet uitgestorven, al heeft de tijd veel doen vergeten. Maar de kloof is niet gedempt en dat zal zij ook nooit worden zoolang de Roomschen Roomsch en de Protestanten Protestantsch blijven.
REEWIJK - A. Verboom
Onderschrift van de redactie.
Wij verwijzen den geachten schrijver van dit stuk naar ons artikel onder »Staat en Maatschappij». In stede van in het voorbijgaan de belangrijke kwestie van de «samenwerking met Rome» te behandelen, oordeelden wij het wcnschelijker hierop meer breedvoerig in te gaan. Het eerste artikel over deze «samenwerking, » mochten wij thans plaatsen.
Hier ter plaatse zij er echter de aandacht op gevestigd, dat toen wij in no. 2 van ons blad over "Hooge verwachting», schreven wij tot de »sommige groepen van rechtzinnige Hervormden» die wij in dat artikel op het oog hadden, niet rekenden die groep, waartoe de inzender behoort, welke tegen de coalitie bezwaar maakte uithoofde van de samenwerking met Rome.
Wij hadden op hen onze aandacht gevestigd, die in de coalitie haast meer tegenzin hebben tegen de antirevolutionairen dan tegen de Roomsch-katholieken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's