De proponentsformule enz.
II.
Bij de behandeling van de voorstellen tot wijziging van de proponentsformule enz. werd door de Commissie die voor deze zaak benoemd was, bestaande uit de heeren: D. Eilerts de Haan, Ph. H. Ediing, Prof. Dr. H. M. van Nes, C. P. Gronemeyer en Otto Schrieke, o. a. het volgende opgemerkt:
„Wij hebben hier dus verschillende voorstellen betreffende de zoogenaamde proponentsformule, de godsdienstonderwijzersverklaring en de belijdenisvragen. Alle willen de tegenwoordige ruime beloften en verklaringen, die alleen instemming eischen in geest en in hoofdzaak of in beginsel en karakter, meer of minder nauwkeurig omlijnen, om uiteen loopende en met elkander strijdige meeningen te voorkomen."
„Men wil in hoofdzaak, dat beloofd zal worden het Evangelie te verkondigen „overeenkomstig de beginselen der Kerk, uitgedrukt in hare belijdenisschriften, gegrond op Gods Woord." „Uwe Commissie kan zich vereenigen met de bewering in de toelichting van den Geref. Bond, dat noch in 1816, noch in latere jaren de Synode ooit heeft toegegeven, dat er geen kerkelijke leer of kerkelijke belijdenis zou bestaan en dat-de hoofdwaarheden dier leer zouden mogen worden geloochend. Maar wat betreft de opvatting van de leer of de belijdenis heeft de Synode groote vrijheid gelaten blijkens de woorden geest en hoofdzaak, beginsel en karakter.
Heeft de Synode nimmer willen schrappen uit de Reglementen de woorden „handhaving der leer", zij heeft ook nimmer willen toegeven aan den drang, door velen geoefend, om te omschrijven wat onder de leer moet worden verstaan en te verklaren, dat daarmede bedoeld is de leer, vervat in de belijdenisschriften. Willen thans de voorstellers de verkondiging van het Evangelie binden „aan de leer die in het Oude en Nieuwe Testament en in de 12 artikelen der christelijken geloofs begrepen is, in den zin die door de Kerk onzer Vaderen blijkens hare belijdenisschriften daaraan gehecht wordt, " Uwe Commissie moet zich unaniem daartegen verklaren. Eén in de conclusie, is zij het echter op verschillende gronden.
Zonder in uitvoerige beschouwingen te treden geeft zij hier eene korte samenvatting dezer gronden:
Twee leden stellen op den voorgrond, dat ook zij geen Kerk zonder belijdenis willen; maar zij maken onderscheid tusschen een belijdenis des geloofs en een betuiging van instemming met een belijdenisschrift. In een Christelijke Kerk mag geen letterlijke instemming mei een geschreven leer worden geëischt, maar moet vrijheid van opvatting worden gelaten. Men mag niet méér vragen dan overeenstemming in geest en in hoofdzaak, in beginsel en karakter.*
Hiermede is voldoende waarborg gegeven, dat allen willen verkondigen de hoofdwaarbeden van het Evangelie en arbeiden aan de komst van Gods Koninkrijk.
Men mag dan maar niet leeren wat men wil maar is gebonden aan geest en hoofdzaak. Wat onder geest en hoofdzaak moet worden verstaan, mag en kan niemand voor een ander uitmaken, maar moet ieder in zijn eigen conscientie beslissen.
Deze vrijheid zal zeker aanleiding geven tot uitersten en excessen, maar deze zijn ook niet te voorkomen bij de consequente doorvoering van het Confessionalisme.
Is vrijheid een bron van losbandigheid, belijdenisdwang kweekt bij velen onwaarheid en geveinsdheid.
Er is geen enkele richting, die niet hare eigenaardige gevaren met zich brengt.
Verschillende meeningen en uiteenloopende opvattingen zullen er blijven bestaan, ook als instemming wordt geëischt met de belijdenisschriften.
Maar hierin ligt niet het kwaad. Integendeel.
De verschillende richtingen hebben van elkander te leeren en elkander op te voeden.
Slechts door den strijd der meeningen wordt de waarheid geboren.
Het groote kwaad ligt daarin, dat ieder zijn opvatting van de Evangelie-waarheid als de eenig mogelijke wil zien beschouwd en aan anderen opgedrongen en de daaruit voortvloeiende onverdraagzaamheid en gemis aan waardeering."
{Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's