Vragenbus.
VRAAG. Wat zijn, zoo kort mogelijk gezegd, de beginselen van de gereformeerde kerkregeering; de lijnen van de Roomsche wijze van Kerkregeering; wat is het Luthersche — en wat het Independentistische stelsel?
ANTWOORD. Om de beginselen van de gereformeerde wijze van kerkregeering te weten te komen slaan we art. 30 van de Ned. Gel. bel. op. Daar lezen we: «Wij gelooven, dat deze ware Kerk geregeerd moet worden naar de geestelijke bediening, welke ons onze Heere heeft geleerd in Zijn Woord.»
No 1. van de gereformeerde kerkregeering is dus, dat het een geestelijke bediening is en dat de lijnen (niet art. voor artikel, maar de beginselen en de hoofdlijnen) zijn te vinden in Gods Woord.
Die hoofdlijnen naar Gods Woord zijn dan: «namelijk, dat er Dienaars of Herders moeten zijn om Gods Woord te prediken en de Sacramenten te bedienen; dat er ook Opzieners en Diakenen zijn, om met de Herders te zijn als de Raad der Kerk, en door dit middel de ware Religie te onderhouden en te maken, dat de ware leer haren loop hebbe; dat ook de overtreders op geestelijke wijze gestraft worden en in den toom gehouden: opdat ook de armen en bedrukten geholpen en getroost worden, naardat zij noodig hebben.»
Hieruit blijkt, dat de gereformeerde kerkregeering begint in den Kerkeraad, bij de Herders en Leeraars en Opzieners en Diakenen.
De Kerkeraad is de eerste kerkelijke vergadering. Want in de Gereformeerde kerkregeering gaan wij van het beginsel uit, dat de plaatselijke Kerken door hun plaatselijke Kerkeraden-, door hun eigen dienaren, Herders en Leeraars en Opzieners, worden geregeerd. Dat is geheel naar de Schrift. En daarom spreekt ook onze Geref. belijdenis zoo. Daarom is ook de Dordtsche Kerkenorde er geheel naar ingericht.
Daar lezen we toch in art. 3 «de Diensten zijn vierderlei; van de Dienaren des Woords, van 4« Doctoren, van de Ouderlingen en van de Diakenen.»
In art. 29 staat: Vierderlei kerkelijke samenkomsten zullen onderhouden worden: de Kerkeraad, de Classicale vergaderingen, de particuliere of Provinciale Synode en de Generale of Nationale Synode
En art. 30 bepaalt dan: «In deze samenkomsten zullen geen andere, dan kerkelijke zaken en dezelve op kerkelijke wijze verhandeld worden. In meerdere vergaderingen zal men niet handelen, dan 't geen in mindere niet heeft afgehandeld kunnen worden of dat tot de Kerken der meerdere vergadering in 't gemeen behoort.»
De Gereformeerde Kerkregeering staat dus vijandig tegen het stelsel, dat al de plaatselijke Kerken wil opslokken en de rechten van de Kerkeraden wil te niete maken.
En de Ned. Gel. belijdenis én de Dordtsche Kerkeorde zet uiteen, dat de plaatselijke Kerken nummer éen zijn en ook nummer éen moeten blijven in hare eigene rechten, daar het uitdrukkelijk verboden wordt dat meerdere vergaderingen zich zullen bemoeien met dingen die in mindere vergaderingen kunnen en behooren af gehandeld te worden.
Wij moesten dus in onze dagen niet sprfeken van de Ned. Herv. (Geref.) Kerk, maar, zooals ook de Dordtsche Kerkeorde doet, van de Ned, Herv. (Geref.) Kerken.
Dat is geheel naar de Schrift.
De Schrift kent alleen plaatselijke Kerken of gemeenten, zooals de gemeenten van Jeruzalem, Antiochië, Efeze, Pergamus, Filadelfia, Smyrna enz. enz. Art. 37 van de Dordtsche Kerkeorde zegt dan ook: «In alle Kerken (Kerken staat er) zal een Kerkeraad zijn, bestaande uit Dienaren des Woords en Ouderlingen dewelke ten minste alle weken ééns te samenkomen zullen.»
En art. 40 zegt: «Insgelijks zullen de Diakenen alle weken te samen komen, om met aanroeping van den Name Gods, van de zaken hun ambt betreffende, te handelen; waai toe de Dienaren des Woords goede opzicht zullen nemen en zoo noodig zich daarbij laten vinden.»
Deze plaatselijke Kerken zijn — reeds de gemeenschap der heiligen eischt dit — geroepen met elkander in geordend kerkelijk verband te tr-eden en goede kerkelijke correspondentie met elkander te oefenen) De eerste Christelijke Kerken hebben er het goede voorbeeld van gegeven.
't Gaat in de Schrift om héél de Gemeente, heel het Lichaam, enz. (Hand. 5:11; Hand. 8:1; Rom. 12 : 5; 1 Cor. 12 : 12—28; i Cor. 15 : 9; Gal. 1:13. Fil. 3 : 6; Ef. 1 : 22; Ef. 5 : 32; Col. 1:18, 24, 25..
't Gaat om de gemeenschap der geloovigen; (Hand. 2 : 44—47.) Jezus Christus erkennen als den éenigen Zaligmaker, Koning en Behouder (Ef. 1:22; Ef. 5:23.)
Maar de eenheid en de gemeenschap, onder de heerschappij van het éene Hoofd, openbaart zich geestelijk, gelijk in Gods Woord ons geopenbaard is, van uit en door de plaatselijke gemeenten, die ieder een eigen Herder en Leeraar, een eigen Kerkeraad enz. hebben, waar eigen zaken op eigene wijze worden behandeld en afgedaan.
Waarbij gemeenschap geoefend wordt bij alles wat nuttig en noodig is, met andere gemeenten, gelijk de eerste christelijke Kerken ons het goede voorbeeld hebben nagelaten. (Hand. 15; 2 Cor. 8.)
Alle genabuurde Kerken eener zelfde streek moesten vgl. de Dordtsche Kerkeorde, art. 41, om de 3 maanden, door middel van hunne afgevaardigden, saam komen, om dan samen te behandelen, wat in éen plaatselijke Kerk niet kon worden afgedaan of wat de gemeenschappelijke belangen der Kerken te samen : .raakte.
Deze vergaderingen worden classicale genoemd. vergaderingen
Voor deze vergaderingen zijn geen vaste besturen, want als de vergadering uiteen gaat, dan bestaat er geen classicale vergadering noch classicaal bestuur meer. Hoogstens worden enkele personen door de Kerken benoemd voor een bepaalden tijd, om, namens de Kerken te verrichten wat de Kerken hun opdragen (deputaten.)
Art. 35 van de Dordtsche Kerkeorde zegt o. a. van den Praeses: «voorts zal zijn ambt een einde nemen, wanneer de samenkomst uit elkander gaat.»
En art. 44. «Ook zal de Classis eenige harer Dienaren, ten minste twee, van de oudste, ervarenste en geschikste authoriseeren, om in alle Kerken, van de steden zoowel als op het platte land, alle jaar visitatie te doen en toe te zien of de leeraars, kerkeraden en schoolmeesters hun ambt getrouwelijk waarnemen, bij de zuiverheid der leer blijven enz.»
Op dezelfde wijze als art. 41 dan voor de genabuurde Kerken uit een en dezelfde streek handelt over de classicale vergaderingen, handelt art. 47 over de Particuliere Synode en zegt, dat de Gereformeerde Kerken eener zelfde Provincie eens per jaar in Provinciale Synode moeten saam komen. Terwijl art. 50 voorschrijft, dat de Gereformeerde Kerken van het gansche land moeten vergaderen om de 3 jaar in Generale of Nationale Synode.
Voegen we hier nu ten slotte nog bij dat de Overheid niet de aller geringste gebiedende macht in de Kerk heeft, daar deze eenig en alleen toekomt aan den Koning der Kerk, onzen Heere Jezus Christus, die Zijn Kerk door Zijne dienaren regeert — dan hebben we in 't kort de hoofdlijnen van de Gereformeerde Kerkregeering aangegeven; en de volgende maal kunnen we dan zien wat de beginselen zijn van de Roomsche wijze van Kerkregeering.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's