In de Vrijstad.
In de Vrijstad.
Geef Heer' mij plaats, dat ook ik bij U wone: ik kom gevlucht ter Vrijstad, naar het recht, dat Gij den moorder zelf hebt toegezegd, opdat het zwaard des wrekers hem verschoone.
Hier is mijn plaats: ik sidder voor de wrake van 't Godlijk recht; ik heb zoo zwaar misdaan; met bloed bevlekt, met schulden overlaèn, vervolgt het mij tot ik den doodssnik slake.
Mijn Goël, help ! Och, laat mij hier vernachten; wasch Gij mij rein van 't wrakeschreiend bloed ; gun rust en troost aan 't fel geprangd gemoed en zet mij in de schaduw des Almachten!
Sluit achter mij! — Wat rust heerscht om mij henen! Hier beeft geen knie bij 't allerminst geluid. 't Is Eden weer, waar niemand buitensluit, want de Engel met het vuurzwaard is verdwenen.
1912.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's