Staat en Maatschappij.
Samenwerking met Rome.
(Slot)
Om ook met een enkel voorbeeld uit den laatsten tijd te toonen, hoe er voor de doorwerking der Christelijke beginselen bij de Roomsch-Katholieken steun te vinden is, daarvoor moge b.v. herinnerd worden aan de debatten, die in Juni van het vorige jaar in den Raad der gemeente Rotterdam plaats hadden met betrekking tot het voorstel van een der Rotterdamsche antirevolutionaire raadsleden om de verordening der straatpolitie in die gemeente zoodanig te wijzigen, dat: „het houden van met muziek of gezang rondgaande of het karakter van betooging dragende optochten op den Zondag", verboden werd; welk voorstel op den 20sten dier maand mei 21 tegen 20 stemmen werd aangenomen, terwijl de wijziging in de verordening zelf op 28 November d.a.v. met 23 tegen 14 stemmen tot stand kwam. Bij eerstgenoemde stemming stond het grootste gedeelte, bij laatstgenoemde stemming alle Katholieke raadsleden aan de zijde van den antirevolutionairen voorsteller.
Wij zouden gaarne eenige stukken uit de rede van den R.K. Wethouder, die door dit lid van het Dagelijksch Bestuur bij deze gelegenheid gehouden werd, willen laten afdrukken, maar meenen dat de geest van de rede van den Wethouder voldoende blijkt uit hetgeen hij in het slot. van zijn rede zeide: „Maar dit wil ik zeggen. Mijnheer de Voorzitter, dat de heiliging van den Zondag voor mij zoo hoog staat, dat ik die zeker niet door dergelijke politieke betoogingen (betoogingen als in het voorstel hierboven bedoeld) wensch te zien ontwijd."
Zoo sprak een Roomsch-Katholieke Wethouder in den gemeenteraad te Rotterdam, in welke rede een meening uitgesproken werd, die ook door ieder man van Gereformeerden huize kan worden onderschreven.
Hier verleende de Roomsch-Katholieke Wethouder en met hem zijn geestverwanten, die aan zijn zijde stonden, daadwerkelijken steun aan de doorwerking van het Christelijk beginsel ten opzichte van het heiligen van den Zondag.
Gelijk wij er reeds op wezen werd het voorstel tot wijziging der verordening met 21 tegen 20 stemmen aangenomen, zoodat het aan de krachtige medewerking der Roomsch Katholieken te danken was, dat op 28 November de verandering in de Rotterdamsche verordening tot stand kwam,
Intusschen stemden alle vrijzinnigen, de socialisten incluis, tegen het voorstel van het antirevolutionaire raadslid.
Doch niet alleen kan op de medewerking der Roomsch-Katholieke Staatspartij gerekend worden, waar het betreft het opkomen voor het Christelijk beginsel in de staatkunde, maar hetzelfde geldt ook voor alle die gevallen waarin gestreefd wordt om het zedelijk peil van het volksleven te verhoogen.
Om dit nader aan te toonen mag verwezen worden naar de behandeling der wet tot bestrijding van de zedeloosheid, die nog niet lang geleden tot stand kwam, een wet die thans gebleken is zoozeer ten heil te wezen voor ons volk en die in bijzondere mate zoo doelmatig blijkt te zijn tot bewaring en bescherming van de reinheid der jeugd.
Reeds bij meer dan eene gelegenheid mochten wij op deze wet en op hetgeen zij uitwerkt de aandacht vestigen, zoodat wij ditmaal kunnen volstaan met er aan te herinneren, dat de wet in de Tweede en daarna in de Eerste Kamer aangenomen werd óok met al de stemmen der Roomsch-Katholieken. Alle leden der Liberale Unie en ook de Socialisten stemden toen tegen de wet.
Het wil ons voorkomen dat na al hetgeen wij ten bewijze van onze stelling aanvoerden, dat de Roomsch-Katholieke Staatspartij naast het belijdend Protestantsche deel der natie staat, zoo het er om gaat om de Christelijke grondslagen van ons volksleven te bevestigen, meerdere argumenten die voor samenwerking pleiten knnnen achterwege blijven. Wat wij op dit punt gaven, lijkt ons voldoende.
Uit alles blijkt duidelijk, dat waar met het liberalisme elk punt van aanraking ontbreekt, dit met de Roomsch-Katholieken heel anders slaat.
En daarom pleit dit voor samenwerking met Rome.
Wij achten samenwerking geoorloofd mits met behoud van eigen zelfstandigheid. Dit behoud van eigen zelfstandigheid is een zaak van groote beteekenis. In hoeverre de antirevolutionairen die zelfstandigheid weten te bewaren, daarover hopen we in een afzonderlijk artikel de volgende week iets te schrijven. Het zal dan blijken dat het niet geheel juist is dat alleen dé Christelijke Historische parlij in hare beginselen den waarborg geeft voor het bewaren van die zelfstandigheid,
Intusschen — en deze opmerking willen wij nog tenslotte maken: zij ook met betrekking tot de samenwerking met Rome een ieder in zijne conscientie ten volle verzekerd. Het lag niet in de strekking van hetgeen wij in onze serie artikelen schreven om stemmen van onze lezers voor R K. candidaten te winnen. Wij bedoelden alleen om op dit punt op objectieve gronden het samengaan te rechtvaardigen en om op duidelijke wijze aan te geven dat in de gegeven omstandigheden het gezamenlijk optrekken toelaatbaar is te achten.
Mogen wij in die poging geslaagd zijn!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's