Uit het kerkelijk leven.
Een medewerker schrijft ons:
Ethische voorlichting.
V.
Indien men de kwestie mocht formuleeren met de oude strijdwoorden quia en quatenus d.i. de Belijdenis aanvaard, omdat of voorzoover zij overeenkomt met de Heilige Schrift, dan zou natuurlijk het quatenus het moeten winnen. Want wie de belijdenis aanvaardt, omdat zij met de Schrift overeenkomt, moet absoluut onvermijdelijk — het is met de stukken te bewijzen — de Schrift gaan uitleggen naar de Belijdenis d.i. de Belijdenis maken tot maatstaf en de Schrift maken tot ondergeschikte — zegt Dr, S. de B. 1)
Ook ten dezen opzichte zouden wij de stukken gaarne voor ons zien, die hij evenwel als een meester in het debat voor de repliek zeker achterhoudt. Wij aanvaarden de Belijdenis omdat zij overeenkomt naar ons inzicht met de H. Schrift, maar wanneer er b.v. in Art. 36 omtrent het ambt der Overheid een standpunt wordt ingenomen, dat o. i. onschriftuurlijk is, dan laten wij dit varen, wijl de Belijdenis aan de Schrift is ondergeschikt gelijk zij implicite in Art. 7 van zichzelve erkent.
De meening van Jacobus Trigland daaromtrent, reeds voor ruim twee en halve eeuw uitgesproken, is in allen deele de onze, wanneer hij verklaart: Hoewel wij de Nederlandtsche Belijdenisse des Gheloofs 2) houden den Woorde Godts conform, nochtans ondat se een menschelijck schrift is, en houden wij die niet voor den Reghel van ons Geloof, maer alleen de H. Prophetische en de Apostolische schriften aen dewelcke wij deselve Confessie houden altijdt te zijn examinabel. Kan yemandt ons overtuyghen dat se in eenich poinct afwijcht van Oodes Woordt, wij sullen dat poinct laten varen: meer en mach men ons niet afeyschen S). Dat wij die sender reden uyt Godts Woort gehoort te hebben, souden moeten laten varen om een Lybertynschen loskop, houden wij onbillijck te wesen *) gelijk ook Dr. A. Kuyper in zijn Voorrede voor zijn uitgave van de Drie formulieren van Eenigheid op gelijke wijze zegt: Betuiging van instemming met deze „Formulieren" beteekent dus niet, dat men deze formulieren als losse en op zichzelf-staande stukken-voor eensluidend met de volstrekte waarheid acht; maar beduidt veel meer, dat men de Belijdenis van de Kerken, die deze Formulieren aldus lieten uitgaan, als de zuiverste dusver bekende kerkbelijdenis eert; haar zelf kerkelijk belijdt en dan ze alleen wil varen laten bijaldien eenig deel in haar bleek te strijden met den Woorde Gods, waarbij Dr. Bavinck zich aansluit: de belijdenis verdient alleen geloof, omdat en in zoover zij met de Schrift overeenkomt en blijft, als feilbaar menschenwerk, revisibel en examinabel aan de Schrift. 5) Oudere en nieuwere gereforgereformeerden tezamen trekken ten dezen opzichte volmaakt ééne lijn:
Handhaving van de belijdenis is niet Roomsch en is niet binden der conscientie, zegt Dr. S. d. B. terecht. Allen willen een zekere leertucht. Allen, ook de vrijzinnigen. De gedachte, dat de kerk een karakter moet hebben is genoeg ingedrongen om te verhoeden, dat iemand algeheele leer-vrijheid verdedigen zou. Wanneer een.predikant overigens Protestant gebleven, op den kansel en in de leerkamer den Maria-dienst ging aanbevelen, dan zouden ongetwijfeld allen zijn afzetting vergen. Allen. Er is dus een grens voor de vrijheid 1).
Allen. Ook de vrijzinnigen. Dit is onjuist. Zeker heeft de vader van het modernisme in ons land Scholten helder de leuze doen weerklinken 2): Geen Kerk zonder belijdenis. Hare overtuiging uit te spreken en de beginselen vast te stellen, tot wier erkenning ieder lid gehouden is, is een recht, dat aan elke maatschappij behoort en met de verloochening waarvan de kerk haar karakter als godsdienstige vereeniging met de daad zou opheffen." Zijne epigonen — sit venia verbo — zijn dit niet allen met hem eens. Prof. Van Manen b.v. was anti confessioneel tot in zijne nieren, wilde onbeperkte leervrijheid, gelijk in zijn levensbeschrijving van de hand van Prof. Meijboom in het Theol. Tijdschrift, verschenen, is te vinden. Prof. Meijboom is precies van dezelfde gedacïilie naar wij meenen. Zijn verzet tegen den „doopdwang" vindt daarin ook zijn grond. Niet onduidelijk was de stelling van Dr. A. .F. Krull, achter zijn proefschrift over Jacohus Koelman: In de Ned. Herv. Kerk is geen plaats voor leervrijheid tegen hem gericht. Of denkt Dr. S. de B. soms dat Dr. Krull deze stelling zou geponeerd hebben, wanneer zij door iedereen als een axioma werd toegestemd? Wij hebben een hooger idee van stellingen voor de promotie en Dr. Krull zeker ook om niet met een dooddoener te sluiten.
Het zou kunnen zijn, dat Prof. Meijboom ! c. s. het hardst zouden roepen, wanneer een predikant den Mariadienst zou gaan aanbevelen, dat dit onprotestantsch was, en indruischte tegen de beginselen der Hervorming, en wat voor fraaie woorden er nog meer gebruikt worden, wanneer het er over gaat om een Boeddhist van zijn ambt te ontzetten. Dat is wel mogelijk en protestantsch is zeker de Mariadienst niet — maar wanneer Prof. Meijboom e. a. dat deden, dan zou dit alleen bewijzen, dat de natuur ook bij hen boven de leer gaat en hun haat tegen Rome oorzaak zou wezen, dat zij aan hun beginsel ontrouw werden. Het zou hetzelfde geval zijn als bij de deterministen onder de modernen, die dikwerf al het mogelijke doen om de Remonstranten van 1618 en '19 te verdedigen, hoewel beider beginsel vlakweg tegenover elkander staat. Devèrklaring evenwel is niet ver te zoeken: „het bloed kruipt waar het niet gaan kan."
2) wij doen het exept art. 36,
Niet alleen, dat meer dan een moderne zich principieel tegen alle leertucht verzet, verschillende ethischen doen hetzelfde. Weet Dr, S. de B. niet, dat Dr. de Sopper nog niet zoo lang geleden (naar wij meenen op een Predikanten vergadering te Utrecht gehouden) geweeklaagd heeft over het onprotestantsche van leertucht 1 Protestantsch schijnt volgens dezen gelijk te wezen met te mogen doen — in elk geval te gelooven — wat recht, is in eens iegelijks oogen! Herinnert zich Dr. S. de B. niet onder welke vrome phrasen Prof. Valeton zich tegen leertucht verzette: Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden vanwege de veelheid der menschen en der beesten die in haar midden wezen zal" (Zach. 2 : 4). Het was: Jeruzalem zal dorpsgewijze bewoond worden, toen wij student werden, toen wij zijn colleges volgden, toen we ze hadden gevolgd. „Muur of geen muur, practijk of visie." „Of Dr. Bahler — zoo zeide Prof. Valeton eens in een openingstoespraak voor zijn colleges zijn Boeddhistische ideën in de Kerk kan verkondigen, dat hindert niet, als de gemeente maar wast, " daarmee de oude tegenstelling tusschen gemeente en Kerk opnieuw makend, waartegen zijn zwager Ds. Hogerzeil — ethisch als hij — reeds voor jaren terecht had gewaarschuwd.
3) Wij cursiveeren.
Waarom een predikant moet worden afgezet, wanneer hij den Mariadienst aanbeveelt — gelijk volgens Dr. S. de B. allen vergen — en Dr. Bahler en zoovele andere moderne predikanten niet, omdat men de belijdenis alleen door zedelijke middelen wil handhaven en hoewel het principieel recht der vrijzinnige prediking binnen de-Kerk betwistend, weigert deze prediking door machtsmiddel te bannen, 5) is ons niet helder. Maar dat zal wel aan öns crypto-catholicisme liggen, —het crypto-catholicisme der Anti-revolutionairen, waarover Mr. S. van Houten het nog al eens heeft — dat wij nl. met de Roomschen, die de artikelen van ons algemeen ongetwijfeld Christelijk gor loof onderschrijven, tot op een aanmerkelijke hoogte staan, op eenzelfde basis, terwijl alle modernen den Christus uit het Christendom wegnemen om ten slotte vast te houden den grootsten gemeenen deeler van alle godsdiensten, gelijk als resultaat van het godsdienstcongres van Chicago aan den dag trad. Uit de redeneering van Dr. S. de B.
4) Kerckelijcke Geschiedenissen. Leiden 1650 blz. 168, 169.
5) Gereformeerde Dogmatiek I^ blz. 73.
i) a. w. blz. 18, 19.
2) De leer der Hervormde Kerk. I* blz, 16.
3) a. w. blz, 12,
Een volgende maal over Dr. S. de B.'s bestrijding van ons kerkrechtelijk beginsel met daarnevens een critiek op zijn eigen standpunt.
Volkskerk.
Het is gewoonte geworden om de Ned, Herv. Kerk voor te stellen als de Volkskerk. En in verband daarmee wordt dan geleerd, dat naar de belijdenis niet in bizonderheden moet worden gevraagd en leertucht uit den tijd is.
Dat men in de Roomsche Kerk of in een of ander Gereformeerd of Christelijk Gereformeerd Kerkje nog zoekt de belijdenis nauwkeurig te omschrijven, waarbij leertucht geoefend wordt over degenen die met die omschreven belijdenis verschillen, dat is nog tot daaraantoe.
Maar — zoo zegt men — voor onze Hervormde Kerk is dat alles een overwonnen standpunt. Daar zijn we bij ons boven uit gegroeid.
Leertucht is niet meer voor onzen tijd.
Ds. J. van Dijk Mzn. schreef 18 April 1888 in het Doetinchemsch Weekblad dat de Nederlandsch Hervormde Kerk juist zóo is te beschouwen, „dat het geloof met het ongeloof daarin op een zuiver terrein worstelen kan."
Wat overeenstemt met hetgeen de Algemeene Synode verklaarde in een Synodale Missive van 2 Dec. 1886 No. 662 (zie Kerkel. Courant van 4 Dec. '86 No, 49) „Omdat onze Kerk de Volksketk is en dus in haar midden nawerkt, wat in den tijd gist, hebben de Kerkelijke Besturen zooveel mogelijk aan ieders geweten overgelaten, om te bepalen, of hij in de Hervormde Kerk zou kunnen blijven en arbeiden."
Waarbij „de Wageninger" in Juli 1888 zei: „De groote meerderheid onzer predikanten en gemeenteleden is van die handhaving der Dordtsche leer niet gediend en ziet daarin voor het Godsrijk in 't algemeen en voor onze Kerk in 't bizonder geen heil. We zijn nu eenmaal aan den leerdwang ontwassen. In een klein genootschap als dat der Christelijk Gereformeerden kan dit nog zoo eenigszins; misschien ook in de Doleerende vereenigingen; maar in een groote Volkskerk gaat het onmogelijk. Men kan daar de geesten niet binden."
't Is wat moois!
En de consequentie is natuurlijk om met Ds. P. J. R. Laan te zeggen: „Daarom reik ik de broederband aan alle waarlijk oprechten, al heeten zij Heiden, Jood, Mohammedaan, Katholiek, Modern, Evangelisch, Ethisch, Gereformeerd enz. enz"
O! die heerlijke „vrije vroomheid."
Maar wij wiilen er niets van weten.
Onze Ned. Herv. (Geref.) Kerk heeft een belijdenis. In haar Formulieren van Eenigheid. En die Geref. belijdenis hoort vergezeld te gaan met een Geref. Kerkeorde, naar de lijnen in 1619 te Dordt getrokken. Dan kan onze Herv. (Geref.) Herk zich weer als de Gereformeerde Kerk van Nederland openbaren, staande als een pilaar en vastigheid der waarheid.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 januari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's