De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vragenbus.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vragenbus.

4 minuten leestijd

VRAAG: Is het waar, dat onze Herv. Kerk geen belijdenis meer heeft en van degenen, die tot haar behooren of tot haar inkomen niet meer vraagt instemming met een of andere leer? Mogen predikanten en gemeenteleden belijden en leeren wat zij willen ?

ANTWOORD. Ergens in N. Brabant was onlangs iemand die er stilletjes een pandjeshuis op na hield en op onderpand arme menschen aan geld hielp tegen 200 pCt. rente. Toen hij gesnapt werd en de rechter hem het onbehoorlijke van dit alles onder 't oog bracht, toonde de man - zoo staat er in de courantenverslagen - zich tegenover den rechter zeer verontwaardigd en antwoordde uit de hoogte, dat hij het vreeselijk vond, dat zijn goedheid en hulpvaardigheid tegenover vele arme menschen zóo miskend werd....

Da's óok een leeperd!

En zoo doet de moderne Ds. Niemeyer van Bolsward — en met hem de modernen in het algemeen — tegenover degenen, die hem toevoegen: de modernen hooren niet in de Herv. Kerk thuis, want ze ontkennen de hoofdwaarheden van de kerkelijke belijdenis. Ze doen in die Kerk wat ze niet mogen doen: de grondslagen van de Kerk omwoelen. 'Ze moeten de Kerk verlaten, omdat ze tegen beter weten in, de waarheid naar Gods Woord, in de kerkelijke belijdenis neergelegd, verkrachten.

Dan antwoordt Ds, Niemeyer zeer verontwaardigd en zeer uit de hoogte: "wij, modernen, de hoofdwaarheden van het christelijk geloof ontkennen? wij, modernen, de grondslagen van de Kerk omwoelen? wij, modernen, niet in de Herv, Kerk thuis hooren? man — wij, modernen, zijn juist degenen die de ware grondslagen van het geloof kennen en wij zijn juist degenen, die gelooven en spreken overeenkomstig den geest en het karakter van de Hervormde Kerk. De Herv. Kerk heeft al lang de geref. belijdenis weggedaan en staat op de moderne belijdenis; en daarom wij behooren er in en gij, gereformeerden, moet er maar zoo spoedig mogelijk uitgaan, dan hebben we geen last meer van u.«

Wij vermoeden dat de rechter, die den pandjeshuishouder, die 200 pet. rente nam voor zijn geld, en die met verontwaardiging van zich afslingerde dat hij een woekeraar was, zichzelf hulpvaardig en zeer barmhartig noemende — wij vermoeden, dat de rechter zal gezegd hebben: »'tzij zoo! maar... wij zullen je dan toch maar als een woekeraar beschouwen en als een woekeraar behandelen en al je hulpvaardigheid en barmhartigheid geven we je cadeau.»

En zoo doen we ook met de redeneeringen van de modernen in deze.

O ! wat een moeite doen ze, om duidelijk te maken, dat onze Herv. Kerk geen belijdenis meer heeft en dat de modernen er thuis hooren, terwijl alle leertucht on-Hervormd is!

Ja, ja — dat zou men wel willen.

Maar Prof. Dr. J. J.Toorenenbergen schreef in 1895 al de Inleiding van zijn »de Symbolische Schriften der Nederlandsche Hervormde Kerk" (2de druk) »de kunst, waarmede men menigmaal óf den zin der Symbolische Schriften of Formulieren van Eenigheid heeft getracht te verwringen, of zich tegen haar wettig gebruik te verbergen of te verweren, is wel het klaarste bewijs, dat zij op dit punt eene stem hebben, die niet te smoren is.a. Hij zegt dan ook weinige regels van te voren: «Die Symbolische Schriften of Formulieren van eenigheid, gelijk men ze later naar het voorbeeld • der Luihersche zusterkerk noemde, moeten nog altijd uitwijzen of wij kinderen van het kerkelijk huisgezin zijn." (Inleiding blz. IX).

Deze zelfde hoogleeraar, die er dus van spreekt dat de kinderen van het kerkelijk huisgezin met de Formulieren van Eenigheid rekening hebben te houden, schreef in 1883 in een Open brief: »In den strijd der meeningen, die zich willen doen gelden, achten wij het onzen plicht te doen uitkomen, dat in de Hervormde Kerk niet aan elke opvatting en voorstelling van hetgeen men Christelijke leer gelieft te noemen het burgerrecht kan worden toegekend en wij meenen, dat de Symbolische Schriften nog steeds behooren te worden erkend als bevattende het criterium, waaraan de kinderen des huizes zijn te onderkennen."

(Wordt vervolgd.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Vragenbus.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 februari 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's