Uit het kerkelijk leven.
De proponentsformule enz.
V.
Nadat dus de voorstellen tot wijziging van de proponentsformule verworpen waren — dat van den Geref. Bond met 17 en dat van Ds. Koolhaas met 14 stemmen (van de 19) begon de bespreking over het al of niet schrappen van de woorden „althans wat betreft den geest en de hoofdzaak van de daarin vervatte belijdenis, verklaring en belofte" voorkomend in art. 39 Regl. Godsd. onderwijs.
Prof van Nes meent — evenals in 1909 — dat bedoelde woorden er in gezet zijn voor degenen die hebben te antwoorden, niet voor den predikant die heeft te vragen. Hij heeft echter in de Handelingen gezien, dat dit standpunt onjuist is. En daarom wil hij de vrijheid aan den predikant om de vragen te wijzigen ontnemen, maar de woorden „geest en hoofdzaak" naar de laatste alinea verplaatsen.
Prof. Mallinckrodt acht de woorden zoowel voor den predikant als voor den leerling van belang en wil ze houden.
De Secretaris zegt, dat de woorden zien op den predikant, die te vragen heeft. Ze te verplaatsen naar de laatste alinea acht hij overbodig. Om de vragen bepaald verplichtend te stellen en dus de woorden „geest en hoofdzaak" weg te nemen wil hij niet. Alleen de voorbeelden van bijna ongelooflijk misbruik, door vele predikanten van de in art. 39 hun toegestane vrijheid gemaakt, zouden hem er haast toe brengen.
De heer Weyland meent, dat de vragen moeten gedaan worden zooals ze geformuleerd zijn, maar die ze beantwoordt, mag het doen naar geest en hoofdzaak.
De heer Landsman is ook altijd van meening geweest, dat de liturg gebonden is aan die vragen; hoort hij, dat men niet "overal zich aan het doen van die vragen gebonden acht, dan is hij er zéér voor ze te schrappen.
Ds. de Groot spreekt in denzelfden geest.
Ds. Gronemeyer acht het absurd aan den predikant vrijheid te geven de vragen te wijzigen.
Ds. Schrieke is bang voor eiken stap op juridischen weg. Hij zou de woorden er niet willen invoegen, maar nu ze er in staan, wil hij ze ook niet wegnemen.
Wanneer er sprake is van geest en hoofdzaak, ziet dit toch op de belijdenis, verklaring en belofte en daardoor kan men niet alles vragen wat men wil.
Ds. Ellens geeft toe, dat er vaak misbruik gemaakt wordt van de vrijheid; maar zou de woorden toch niet willen zien weggenomen.
Ds. Edling wijst er op, dat niet alleen bij vrijzinnigen, maar ook bij rechtzinnigen verschil van opvatting is van de vragen.
Hoe zal men kunnen nagaan, welke vragen gedaan zijn. Schrijft men ze voor, dan worden zij als formule gedaan en verliezen daardoor toch hunne beteekenis. In het wegnemen ziet hij geen heil, maar schade voor de Kerk.
Ds. Visser wil de vrijheid bewaard hebben. Ds. Steenbeek wil de woorden weg hebben, evenals Ds. van Druten, die opmerkt dat er zoo willekeurig mee gehandeld wordt. Volgens Prof. Scholten moet er onder verstaan worden: de hoofdwaarheden van het Evangelie en in dien zin vat hij het ook op.
Ds. de Haan pleit voor het behoud der woorden; wil men ter wille van misbruiken verandering brengen, dan moet men niet vergeten, dat ook weer andere misbruiken daaruit ontstaan zullen.
De President Ds. Leenmans zegt, dat hij de woorden „althans..." vaak heeft verdedigd, omdat hij altijd meende, dat wat als geest en hoofdzaak aan te merken is met de kern van de zaak overeenkomen moet.
Met het oog op misbruiken, die er van gemaakt worden, moet hij echter aansturen op het wegnemen van de bedoelde woorden.
Is onze Kerk een belijdende Kerk, dan hebben al degenen, die belijdenis zullen afleggen, het recht, dat hun diezelfde vragen gedaan worden.
Het voorstel de woorden „althans wat betreft den geest en de hoofdzaak ..." in art. 39 te behouden wordt, op advies van Prof. Mallinckrodt en tegen het advies van Prof. van Nes, aangenomen met 10 van de 19 stemmen.
Voor het behoud van de woorden waren: de heeren Weyland, Zyp, Schrieke, Ellens, Huber, Edling, Visser, Picard, Boot en de Haan.
Voor schrappen waren: de heeren Landsman, de Groot, Gronemeyer, Koopmans, van Melle, Creutzberg, Steenbeek, van Druten en de President.
10 tegen 9 dus. Als de rechtzinnige leden: Ds. Weyland en Ds. Schrieke eens aan den anderen kant gekomen waren, dan ...
Maar wat in 1912 niet lukte, kan misschien in 1913.
Dan zal het in de Synode staan:12 orthodoxen tegen 7 modernen.
Wie weet....
Dom of slecht?
In „De Nederlander" was dezer dagen, onder het opschrift dom of slecht? het volgende bericht te lezen:
In de Ned. Herv. Kerk te Ede (G.) werd j.l. Zondag door den leeraar ds. J. Ph. Schippers der gemeente bekend gemaakt, dat Donderdag 13 Februari voor haar zou optreden ds. Drenth, geestelijk verzorger in het gesticht voor krankzinnigen te Wolfheze.
Z.Eerw. voegde aan deze mededeeling toe, dat, hoewel ds. Drenth behoorde tot de »Gereformeerde Kerk", dit toch zeker geen bezwaar zou zijn, in grooten getale op te komen, waar het hier gold het bepleiten van een zaak, die de liefde behoort te hebben van gansch de Christenheid in Nederland, onverschillig tot welk kerkgenootschap zij behooren.
In verband met deze verklaring van den predikant vindt men heden in een te Ede verschijnend blad de volgende advertentie:
Lidmaten der Ned. Herv. Kerk!
Zondagmorgen werd in de Ned. Herv. Kerk te Ede bekend gemaakt, dat de Doleerende of Ger. Predikant ds. Drenth van Wolfheze voor de Herv. Gemeente op zal treden. Toont door uw thuisblijven dat gij met zulk een predikant niet tevreden zijt.
Blijft thuis! Vele leden der Ned. Herv. Kerk.
Waar moet zulks heen?
Ja, waar moet zulks heen ?
Is het niet verschrikkelijk, dat men zoo dom en zoo slecht is?
Dat men zoo solt en speelt met „onze Hervormde Kerk"?
Wacht u voor zulke „leden"! 't Zijn wolven in schaapskleeren. Gelukkig kunnen we meedeelen dat de lezing van Ds. Drenth is doorgegaan, dat er een flinke opkomst was, een aandachtig gehoor — terwijl de collecte voor Wolfheze ruim f60 opbracht.
Zoo moet men eigenlijk die z.g.n. vrienden van de Herv. Kerk om de ooren slaan.
Dat helpt nog eens!
Wijs en goed ?
Ds. Lingbeek van Spijk, die „de Vragenbus" in „de Geref. Kerk", het orgaan van de Confessioneele Vereeniging verzorgt, ontving een vraag ter beantwoordiag, die betrekking had op den Geref. Zendingsbond.
De vraag luidde — of neen 'tis geen vraag.
De verklaring van een „inzender" luidde (typisch om zooiets in „de Vragenbus" te plaatsen; de Vragen-beantwoorder moet er wel met héél z'n hart bij gevallen zijn, anders had het desnoods eenvoudig als „ingezonden" kunnen worden Opgenomen) de verklaring luidde, «men wordt gewaarschuwd, dat men toch in plaatsen, waar de Kerkeraad Confessioneel is, geen gehoor geve aan de uitnoodiging om eens een dominé te laten optreden om een bidstond te houden voor den Gereformeerden Zendingsbond of iets dergelijks.
't Schijnt zoo onschuldig, zoo'n bidstond voor de Zending, schrijft inzender, maar in waarheid is 't een propagandamiddel voor de Neo-Calvinistische of Kuyperiaansche richting in onze kerk. En als men eenmaal in eene gemeente zulk een bidstond heeft toegelaten, dan heeft men er »de poppen aan het dansen.»
Dom of slecht? zou „De Nederlander" er misschien boven gezet hebben.
Ds. Lingbeek zet er niets boven. Maar hij zet er een „antwoord" onder. Een antwoord — op de waarschuwing. En het antwoord is, dat de waarschuwing wijs en goed is!
Want Ds. Lingbeek schrijft: Antwoord. Wat wij uit zulke en dergelijke mededeelingen opmerken is, dat 't weer net gaat als in de dagen voor het uitbreken der Doleantie. De agenten reisden toen rond om voor de Vrije Universiteit een spreekbeurt te vervullen. Stond nu een predikant daarvoor zijn kansel af, dan was zijn carrière gemaakt. Zijn naam werd ingeboekt in het stamboek en het duurde niet lang of het beroep naar een betere plaats, misschien wel naar een groote stad, volgde.
Die propaganda voor de Vrije Universiteil deed dus tegelijkertijd dienst als middel om een partij in de kerk en in elke gemeente te organiseeren en straks ter Doleantie te leiden.
Als iets dergelijlis schijnt nu de Gereformeerde Zending te moeten dienst doen.
't Is misschien door die geschiedenis uit Ede. Maar onze pen is geneigd om hier boven zetten: dom of slecht?
En om er onder te zetten: waar moet zulks heen?
Een min of meer officieel advies van den kant van do Confessioneele vereeniging....
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 februari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's