Ingezonden.
ALPHEN (Z, H.), 19 Februari 1913,
Geachte Hoofdredacteur,
Mag ik U beleefd verzoeken het volgende op te nemen in *De Waarheidsvriend«, niet om tot een rijke gedachtenwisseling te komen maar om de waarheid in 't licht te stellen.
Den 1 Februari j.l. werd ik van bevriende zijde opmerkzaam gemaakt 1) op een ingezonden stuk aan mijn adres voorkomende in »De Waarheidsvriend» van 31 Januari j.l. Bij het lezen trof mij de tact waarmede waarheid en onwaarheid. waren saamgevlochten, zóó dat de argelooze lezer, die den onder het gras wegschuilenden adder niet zag, aanstonds moest beamen dat Ds. Veldhoen inderdaad de broeders van den Geref. Bond te Alphen had misleid en minder eerlijk spel gespeeld.
Aan mij dus de taak om waarheid en onwaarheid schiftend de ware toedracht van het gebeurde mede te deelen.
Waarheid is 't dat op een circulaire van het Hoofdbestuur om een spreekbeurt in dé Ned, Herv. Kerk te Alphen in het belang van het Leerstoelfonds van den Geref. Bond »en van den Geref. Bond!« afwijzend is beschikt.
Waarheid is 't dat daarna twee bestuursleden van de afdeeling Alphen en Omstreken zich tot mij hebben gewend met het verzoek aan den Kerkeraad om een spreker te doen optreden voor het Leerstoelfonds van den Geref. Bond, welk verzoek ik beloofde te zullen overbrengen, er bij voegende, dat het hoogstwaarschijnlijk niet zou worden toegestaan.
Waarheid is ten slotte ook dat ik 12 Januari aan de gemeente heb bekend gemaakt dat ik Woensdagavond d. a. v. een lezing zou houden in het belang van het Leerstoelfonds van de Confessioneele Vereeniging en dat van den Geref. Bond.
Maar dan houdt het op. De rest van het stuk is onwaar — en niet anders dan spel van rijke fantasie — naar mijn meening meer stoelend op den wortel van gekwetsten hoogmoed en verbittering dan op dien van waarheidsliefde.
Wat is geschied? De Kerkeraad wilde, nu het verzoek van het Hoofdbestuur eenmaal was afgewezen, voet bij stuk houden en op het verzoek van de afdeeling Alphen afwijzend beschikken. Doch op mijn voorstel is toen na eenig overleg het volgende besluit genomen dat ik woordelijk uit de reeds goedgekeurde notulen van den Kerkeraad overneem:
»0m aan die leden der gemeente tegemoet te komen wier Sympathieën meer naar den kant van het Leerstoelfonds van den Geref. Bond liggen, komt de Kerkeraad overeen dat de Voorzitter een lezing zal houden in het belang van het Leerstoelfonds der Confessioneele Vereeniging en dat van den Geref. Bond."
Dat besluit heb ik meegedeeld aan het bestuurslid dat bij me kwam om den uitslag te vernemen. Enkele dagen daarna was het genoegzaam in de gemeente bekend, zóó dat ik er zelfs over geïnterpelleerd werd.
De zaak stond dus zóó: Ik zou op verzoek van den Kerkeraad en dus niet voor de Afdeeling Alphen spreken in het belang der beide Leerstoelfondsen.
Der beide Leerstoelfondsen? Hoe is 't mogelijk, vraagt de afdeeling Alphen. Hoe dat mogelijk is ? Wel, de Kerkeraad stond met mij op dit standpunt: Wij verblijden ons in de pogingen die worden aangewend om Gereformeerde Hoogleeraren te benoemen — wij mogen in deze niet stilzitten — maar wij betreuren het dat in een strijd waarin al wat rechtzinnig is en de belijdenis der Ned. Herv. Kerk lief heeft schouder aan schouder moest staan, zoo jammerlijke verdeeldheid heerscht. Het lust mij niet om die verdeeldheid in de hand te werken. Een huis zóó tegen zichzelf verdeeld kan niet bestaan.
Hoe komt men er aan dat de Voorzitter mij is wezen meedeelen, dat eerst aan het Hoofdbestuur moest gevraagd worden, of dat wel mocht, dat een «Confessioneel* predikant zou optreden voor het Leerstoelfonds van den Gereformeerden Bond? en dat er als deze toestemming afkwam er met mij over een datum zou gesproken worden?
1e. Nimmer is de Voorzitter bij me geweest om mij dat te zeggen!
2e. Ik trad voor den Kerkeraad op, en die heeft natuurlijk den datum bepaald,
3e. Ieder weldenkend mensch kan toch begrijpen dat indien ik had moeten optreden »met permissie* omdat men mij «Confessioneel* noemt, ik daarvoor bedankt had. Zou 't niet een klap in 't aangezicht geweest zijn van de Confessioneele Vereeniging en van bijkans de geheele gemeente Alphen, die toch Confessioneel is ? 2)
Als de afdeeling Alphen bedacht had hoe onbeduidend klein hun kring is in verhouding tot de gemeente, dan had ze reden gevonden om den Kerkeraad dankbaar te zijn, dat er tenminste met die weinigen welke lid van den Geref. Bond zijn rekening was gehouden. Maar ik vermoed dat de broeders het rijk alleen wilden hebben — en dat is niet geschied.
Tenslotte nog één vraag. Daar een ieder die schrijft mag verondersteld worden te weten wat hij schrijft, zou ik gaarne kort en bondig uiteengezet willen zien door de afdeeling Alphen het groote verschil in practijk tusschen het LEERSTOELFONDS van de Confessioneele Vereeniging en dat van den Gereformeerden Bond. Daarvan is in het ingezonden stuk sprake. Met belangstelling zal ik en velen met mij daarvan kennis nemen, wij weten dan voortaan welke gedragslijn wij hebben te volgen. Ik kan dat groote verschil niet zien. 3)
U mijnheer de Hoofdredacteur dankend voor de plaatsruimte.
Hoogachtend, N. G. VELDHOEN, Ned, Herv. Pred.
1) Den geachten Inzender is toch een ex. van »De Waarheidsvriend* thuis bezorgd door de Afd. Alphen, niet waar ? Waarom laat hij het dan voorkomen, alsof hij het buiten de Afd. Alphen om gehoord heeft, zonder meer? Is dat wel erg royaal ?
2) Hier »vloeit« de geachte Inzender een weinig »door«, wat altijd een ziekelijk ding is. 't Gaat bij ons met de spreekbeurten zooals het b.v, bij de Unie* gaat. Aan het Hoofdbestuur wordt een spreker gevraagd en de Bondssecretaris noodigt den spreker uit. De aanvrage van de Afd. Alphen, om Ds. Veldhoen als spreker te mogen laten optreden, was dan ook bij het Hoofdbestuur ingekomen en de Bondssecretaris had een uitnoodiging gereed.
Van »klappen" in het aangezicht en al dat fraais is dus absoluut niets waar.
Welk bewijs heeft de geachte Inzender, dat bijna de geheele gemeente Alphen, die onder Ds. Kalkman geen gezangen zong, nu Confessioneel is ? Dat zei men een paar jaar geleden b.v. ook van Bodegraven; dat zegt men (vergelijkenderwijs) ook van Den Haag, ook van Rotterdam, ook van Amsterdam enz. enz. enz. — waarbij de Gereformeerden altijd beperkt worden tot enkelen, die dan steeds zoo begeerig zijn, dat ze "alles* willen hebben, 't Is wel aardig! Is 't ook waar ?
3) Wat Ds. Veldhoen zelf "kort en bondig* als verschil heeft aangegeven is het niet; dat willen we wel zeggen, We spraken iemand uit Alphen (niet iemand van de Afd.) die ons na de spreekbeurt zei »onze handige Ds. Veldhoen heeft het er verleden week erg onhandig afgebracht; toen hij zou gaan zeggen waar het om ging, zei hij amen. 't Is lïet alsof er nog nooit over het verschil van Confessioneel en Gereformeerd, over Volkskerk en Gereformeerde Kerk gesproken is. Men wil hier de Gereformeerden dood zwijgen.«
Nu, heel handig vinden we het ook niet, om in een groote gemeente als Alphen te zeggen, dat het eenig onderscheid ligt in »éen of géén gezang» ...
't Is opinerkelijk, dat men van Confessioneele zijde nooit veel onderscheid weet — behalve als er ergens een «Gereformeerd* predikant de plaats zal gaan innemen van een Confessioneel; dan schijnt er plotseling gevaar te zijn, dat dan alles anders zal worden. De «Gereformeerden* moeten het maar met een «Confessioneel* doen; dat kan best, zegt men. Maar o wee! als de Confessioneelen het met een «Gereformeerden* moeten doen. Dan is Leiden in last!...
Verder is nu het woord aan de Afd. Alphen om den loop der dingen nader toe te lichten.
DE HOOFDREDACTEUR.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 28 februari 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's