De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

8 minuten leestijd

ALPHEN Z.-H. 3 Maart 1913.

Hooggeachte Heer Hoofdredacteur.

Gaarne maken wij gebruik van de gelegenheid ons door U aangeboden, om een en ander nader toe te lichten, als antwoord op het ingezonden stuk van Ds. N. G. Veldhoen, Ned. Herv. Pred. te Alphen, voorkomende n het nummer van «De Waarheidsvriend» d. d. 28 Febr. 1913.

In de eerste plaats willen we even opmerken, dat door een bestuurslid onzer afdeeling, bij Ds. Veldhoen nog dezelfde week een exemplaar van «De Waarheidsvriend» is thuis bezorgd, zoodat Z.Eerw. van het ingezonden stuk onzer afdeeling ook kennis had kunnen nemen, zonder daarop van bevriende zijde opmerkzaam te zijn gemaakt.

Ds. Veldhoen ziet in het stuk «waarheid en onwaarheid», «een onder het gras wegschuilenden adder», «een spel van rijke fantasie», «gekwetsten hoogmoed» en «verbittering». Natuurlijk, menschen van den Geref. Bond mag men van alles beschuldigen en alles naar het hoofd werpen, terwijl men dan zélf zoekt om daardoor vrij uit te gaan.

Waarheid en onwaarheid te schiften, is de taak die Ds. Veldhoen in het stuk zegt op zich te nemen. Voorwaar een zware taak, een ondoenlijke taak. Want als Ds. Veldhoen het ingezonden stuk onzer afdeeling nog eens goed naleest, zal hij — eerlijk zijnde — moeten bekennen, ja — zoo is de loop der dingen geweest en zoo is alles in zijn werk gegaan.

Het verwondert ons dan ook niet, dat Ds. Veldhoen van 1 tot 19 Febr. dus bijna drie weken noodig heeft gehad voor dat schiftingswerk; want waarlijk onwaarheid te zoeken, daar, waar geen onwaarheid is, nogeens het is een ondoenlijke taak, en al zijn we dan ook nog zoo handig, onze handigheid laat ons dan wel eens in den steek. Betreffende drie gebeurtenissen is Ds. Veldhoen het volmaakt met ons eens, daar kunnen we dus overheen stappen.

Maar dan houdt het op, zegt Ds. Veldhoen en dan komt Z.Eerw. met een stukje uit de notulen van Alphen's Kerkeraad en zegt: Ziet ge wel, ik heb niet gesproken voor de afdeeling Alphen v/d Geref. Bond, maar op verzoek van den Kerkeraad.

Maar die notulen komen hier niet bij te pas, die zijn voor ons — in het geval waar het hier om gaat — niets zeggend, (hoewel we natuurlijk gaarne willen gelooven, dat ze volkomen juist weergeven, wat in de Kerkeraadsvergadering is besproken).

Het gaat in dit geval hierom, wat heeft Ds. Veldhoen gezegd tegen ons bestuurslid, dat bij hem kwam . om den uitslag van de Kerkeraadsvergadering te vernemen? Tegen dat bestuurslid zeide Ds. Veldhoen, dat hij het verzoek onzer afdeeling in de vergadering van den Kerkeraad had verdedigd en op de vraag van de Kerkeraadsleden: «wie moet dan toch voor dat doel optreden», had geantwoord; «dat zal ik dan zelf wel doen.»

Van hetgeen volgens de notulen in de Kerkeraadsvergadering is besloten heeft Ds. Veldhoen tegen ons bestuurslid geen woord gerept. Nog eens, we gelooven gaarne, dat de bedoeling van den Kerkeraad is geweest, dat Ds. Veldhoen een lezing zou houden in het belang van het Leerstoelfonds der Confessioneele Vereeniging en dat van den Geref. , Bond, maar dan had Z.Eerw. eerlijk moeten zijn en ons bestuurslid dat moeten mededeelen, maar dat heeft Ds. Veldhoen niet gedaan.

Verder zegt Ds. Veldhoen: Enkele dagen daarna was het genoegzaam in de gemeente bekend, zoo dat ik er zelfs over geïnterpelleerd werd. Wat noemt Ds. Veldhoen genoegzaam ? Als Ds. Veldhoen door iemand (misschien ook wel van bevriende zijde) geïnterpelleerd werd, is dat dan genoegzaam voor het bestuur van onze afdeeling, om te. weten wat Ds. Veldhoen van plan was? Of moeten we dan afgaan op een los gerucht, dat misschien énkelen ter oore kwam, is dat genoegzaam?

Als Ds. Veldhoen op verzoek vanden 'Kerkeraad zou optreden, waarom dat dan niet öns medegedeeld, - Ons bestuur was toch met hem in onderhandeling over het vervullen van de spreekbeurt.

Eigenaardig ook dat Ds. Veldhoen nü pas komt zeggen, ik sprak op verzoek van den Kerkeraad. Want, onder het verslag van de door Ds. Veldhoen gehouden lezing (zie Waarheidsvr. van 24 Juni) plaatst de Hoofdredacteur een onderschrift en zegt daar o. m. ook; Ds. Veldhoen sprak op uitnoodiging van de afd. Alphen en omstr. v. d. Geref. Bond. Waarom nam Ds. Veldhoen toen direct de pen niet op om te schrijven; Pardon, mijnheer de Hoofdredacteur, U is zeker verkeerd ingelicht, want ik sprak niet voor de afd. Alphen v. d. Geref Bond, maar op verzoek v. d. Kerkeraad.

Vervolgens vraagt Ds. Veldhoen eenigszins uitdagend: »Hoe komt men er aan, dat de Voorzitter mij 'is wezen meedeelen, dat eerst het Hoofdbestuur moest gevraagd worden, of dat wel rnocht, dat een Confessioneel predikant zou optreden voor het Leerstoelfonds van den Geref. Bond? en dat er als deze toestemming afkwam, er met mij over een datum zou gesproken worden« en triomfantelijk klinkt het dan: "Nimmer is de Voorz. bij me geweest om mij dat te zeggen.«

Ds. Veldhoen heeft hier niet goed gelezen. We hebben niet beweerd dat onze Voorz. bij hem geweest is. Daar staat in ons stuk woordelijk dit: Door den Voorz. onzer afdeeling werd zulks ter kennis gebracht van Ds. Veldhoen en met Z.Eerw. afgesproken, dat na bekomen goedkeuring van het Hoofdbestuur, ons afdeelingsbestuur zich dan verder met hem verstaan zou, omtrent datum van de spreekbeurt enz. De Voorz. heeft hiervan wel degelijk kennis gegeven aan Ds. Veldhoen en dat is geschied in de bestuurskamer van het Evangelisatiegebouw te Oudshoorn, de laatste maal dat Ds. Veldhoen aldaar op een Donderdagavond een preekbeurt vervulde. Weet Ds. Veldhoen dat soms niet meer? Nu, dan zijn er behalve onze Voorz. nog wel andere bestuursleden van de Evangelisatie er bij tegenwoordig geweest, die weten het nog wèl, en wanneer Ds. Veldhoen lust heeft dan willen we D. V. gaarne op een door Z.Eerw; nader te bepalen dag en uur een bestuursvergadering beleggen en dan Ds, Veldhoen en de bestuursleden van de Evangelisatie daarbij uitnoodigen.

Laat Ds. Veldhoen dus niet zoo onnoozel vragen: Hoe komt men er aan? want het is wèl ter kennis van Z.Eerw. gebracht.

Misschien dat Ds. Veldhoen zich toen niet goed meer herinnerde wat het besluit van den Kerkeraad was, want anders' verwondert het ons dat Z.Eerw. toen daarin bewilligd heeft en niet tegen onzen Voorz. zeide: Maar die toestemming van het Hoofdbestuur is niet noodig, dat wil ik zelfs niet, want ik spreek op verzoek van den Kerkeraad en die zal dan ook wel den datum bepalen.

Ten slotte nog een bestraffing aan het adres onzer afdeeling wegens onze vermetelheid en heerschzuchtigheid. Gij kleine kring van mannen van den Geref. Bond te Alphen, gij hadt den Kerkeraad (Ds. Veldhoen zal bedoeld hebben gij hadt mij) dankbaar moeten zijn, dat er met Uw klein getal nog rekening is gehouden, Want weet gij niet, dat bijna de geheele gemeente Alphen Confessioneel is ?

Neen, Ds. Veldhoen, dat weten we niet. Het zal ons aangenaam zijn, als U het ons eens zult willen bewijzen. Wèl weten we dat de Gereformeerde prediking hier het meest geliefd is. Dat getuigen toch ontegenzeggelijk altijd de stampvolle kerken, wanneer mannen als Ds. v.Ingen (destijdste Woubrugge), Ds. V. Dorp van Bodegraven, Ds. Hartwigsen van Leiden en andere Geref. predikanten alhier optreden.

Zoo b. v. ; Ook nog in dezen winter, geen enkele Woensdagavondbeurt. was zóo flink bezocht als toen óp 5 Febr. op uitnoodiging van het Suppletiefonds der Christ. School, Ds. Batelaan van Ouderkerk a/d IJssel optrad.

En dat de Gereformeerden in Alphen nog niet zoo gering zijn, als Ds. Veldhoen het wel wil laten voorkomen, bewijzen ook wel de notabelenverkiezingen der laatste jaren, waarbij men dan liberaal en sociaal te hulp roept om toch maar te verhinderen, dat een man van Geref. richting gekozen wordt. En eindelijk de vraag van Ds. Veldhoen, om eens kort en bondig uiteen te zetten het verschil tusschen het Leerstoelfonds der Confessioneele Vereeniging en dat van den Geref. Bond.

We willen Ds. Veldhoen voorstellen daar nog even mee te wachten, totdat we betreffende het andere tot meer eenstemmigheid geraken. Want waarlijk, anders vreezen we, dat wij de kwestie waar het hier om gaat, uit het oog gaan verliezen en het is toch in de eerste plaats noodig — nietwaar Ds. Veldhoen — om waarheid en onwaarheid te schiften.

Intusschen willen we nu alvast namens onze afdeeling Ds. Veldhoen een abonnement aanbieden op «De Waarheidsvriend», opdat Z.Eerw. daarin dan kan lezen een duidelijke uiteenzetting van het verschil tusschen Confessioneel en Gereformeerd, tusschen Volkskerk en Gereformeerde Kerk, dan hoeft Z.Eerw. wanneer, hij weer eens in het publiek voor een dergelijk doel optreedt, niet meer te zeggen, dat het verschil misschien gelegen is in het al of niet zingen van een gezang. Met beleefden dank voor de opname.

Hoogachtend,

Het Bestuur van de afd. Alphen en Omstr, v. d. Geref. Bond.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 maart 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's