Uit het kerkelijk leven.
Wij lazen in het Weekblad voor de Vrijzinnige Hervormden van 13 Maart jl.:
Onduldbare, brutale Willekeur.
Voor negen te Aalsum wonende vrijzinnigen, die van den heer J. van Veen, predikant tê Dockum, godsdienstonderwijs ontvangen, en zich bij dezen hadden aangemeld om tot lidmaat te worden aangenomen, werd onlangs bij den kerkeraad hunner woonplaats het vereischte getuigschrift van goed zedelijk gedrag aangevraagd.
Zij ontvingen een oproeping, om voor den kerkeraad te verschijnen, en gaven daaraan gevolg, op één na, die door ongesteldheid was verhinderd.
De geheele kerkeraad was present.
De voorzitter, ds C J Oskam, opende de bijeenkomst met de opmerking, dat op het maatschappelijk leven der opgeroepenen niets viel aan te merken.
Wijl hij echter, naar hij zeide, volgens het Algemeen Reglement de leer moest handhaven, bestaande in catechismus, belijdenis en artikelen tegen de Remonstranten, wenschte hij hun eenige vragen voor te leggen, die zij één voor één moesten beantwoorden.
Hij vroeg eerst: Gelooft gij, dat de leer der zaligheid van Godswege geopenbaard is in den bijbel?
Zij verklaarden die vraag niet goed te begrijpen behalve de timmerman van Kammen, een gehuwd man, die den predikant vroeg, of hij die vraag bentwoorden moest, om een getuigschrift van goed zedelijk gedrag te krijgen.
De man, die door ziekte verhinderd was geweest zijn vrouw behoorde tot de acht, die verschenen waren — kreeg later een bezoek van den predikant een ouderling.
Ja, kreeg hij tot bescheid. Nadat hij zijn vraag had herhaald, met hetzelfde gevolg, vroeg hij of de prediant daarop een eed wilde doen.
Toen hem dezelfde vragen werden voorgelegd, verklaarde hij zich bezwaard te gevoelen te antwoorden.
Deze verklaarde, voor particulieren geen eed te willen afleggen, en daarop weigerde van Kammen op de gestelde vraag te antwoorden.
De aanneming was hem te ernstig om zich voor een ieder te uiten, en de predikant wist bovendien uit een vroeger gesprek wel, hoe hij over een en ander dacht.
En nu het gevolg van dit alles!
Ds. Oscam vroeg vervolgens: Gelooft gij, dat Christus is waarachtig mensch en waarachtig God ?
Van Kammen weigerde weer; de anderen antwoordden allen: neen.
Het reglement is in dezen waarlijk niet dubbelzinnig of onduidelijk. Er wordt, omdat het overige ter beoordeeling staat van den kerkeraad, die aanneemt, alleen overlegging geëischt van een getuigschrift van goed zedelijk gedrag, èn er staat nog uitdrukkelijk bij, dat dit slechts mag worden geweigerd smet schriftelijke opgave van redenen, hun gedrag betreffende*.
De derde vraag luidde: Gelooft gij, dat Christus lichamelijk is opgestaan?
Weer klonk van allen: neen, behalve van van Kamen, die zweeg.
Als vierde vraag kwam: Gelooft gij, dat wij allen door Christus zalig gemaakt kunnen worden?
Zij verklaarden niet te begrijpen, wat ds. Oskam met deze vraag bedoelde. Er ontstond een gesprek over, waaraan hij echter weldra een einde maakte. Het was genoeg. Aan den predikant werden toen nog verscheidene wedervragen gedaan, totdat de zitting nadat zij twee uren had geduurd, werd opgeheven.
Bij het einde werd nog eens verzekerd, dat op het maatschappelijk leven der opgeroepenen niets viel aan te merken.
Aanvoerende, dat twee hunner zich onbehoorlijk gedroegen door de gestelde vragen niet te beantwoorden, en dat de anderen ontkennend antwoordden op de vragen 2 en 3, waaruit strijd bleek met twee van de hoofdbeginselen der Hervormde Kerk, heeft de kerkeraad van Aalsum aan dien van Dockum bericht, dat hij weigert, de gevraagde getuigschriften : van goed zedelijk gedrag af te geven.
Is dit geen onduldbare, brutale willekeur?
Het reglement is in dezen waarlijk niet dubbelzinnig of onduidelijk. Er wordt, omdat het overige ter beoordeeling_ staat van den kerkeraad, die aanneemt, alleen overlegging geëischt van een getuigschrift van goed zedelijk gedrag, èn er staat nog uitdrukkelijk bij, dat dit slechts mag worden geweigerd met schriftelijke opgave van redenen, hun gedrag betreffende.
En toch durft de kerkeraad het getuigschrift weigeren aan menschen, op wier zedelijk gedrag hij zelf verklaart, dat niets valt aan te merken!
Zijn bedoelde personen dan elders aangenomen en bevestigd — en komen ze met ', attestatie in hun woonplaats terug, dan staan | ze voor rekening van den Kerkeraad hunner 1 woonplaats, die dé, n volkomen bevoegd is, 1 om, toezicht houdend op de belijdenis en ieü 1 wandel der leden van de gemeente (art 14* 1 Regl. Kerkeraden), genoemde lidmaten na-I der onder handen te nemen. 1
Als zulke dingen niet zoo'n nadeeligen invloed hadden op het kerkelijk leven, en voor de betrokkenen allerlei onaangenaamheden meebrachten, zouden zij belachelijk zijn.
Maar nu zijn zij ergerlijk. j
Wie weet, hoe lang het duurt, vóórdat de negen personen, op wie niets te zeggen valt, het lidmaatschap der Kerk hebben verkregen !
Het Classicaal Bestuur van Dockum, dat uitspraak moet doen in hooger beroep — ds. Oskam van Aalsum is er nog wel scriba van! — heeft vroeger al eens getoond, ten believe der orthodoxie tot de domste en partijdigste dingen in staat te zijn.
Daarom is het lang niet onwaarschijnlijk, dat het de wetsverkrachting van den kerkeraad van Aalsum goedkeurt.
Als de zaak onderweg al niet struikelt over een formeele rechtskwestie, zal er dus in elk geval heel wat tijd verloopen vóórdat zij in orde is.
En dat alles door de handelwijze van een kerkeraad wiens vergrijp tegen de wet zoo klaar is als de dag!
***
We willen met een enkel woord onze meening in deze zeggen.
En dan is ons oordeel, dat héél de bepaling in art. 40 Regl. op het Godsdienstonderwijs: „elders woonachtigen worden tot de aanneming en bevestiging als lidmaten niet toegelaten dan.na te.hebben overgelegd een getuigschrift van goed zedelijk gedrag, afgegeven door of vanwege den Kerkeraad der gemeente hunner woonplaats" een onzinnige bepaling is.
Want de Kerkeraad is verplicht op leer en leven bij de leden der gemeente acht te geven en alles te doen wat het godsdienstig leven in de gemeente kan verhoogen (art. 13, 143 en 144 Regl. Kerkeraden) en nu weet de Kerkeraad, dat door een anderen Kerkeraad de eigen gemeente in de war geschopt wordt, zonder iets te mogen zeggen, 't Is dan ook tot ontwrichting van het kerkelijk leven. Alleen denkbaar bij de onmogelijke toestanden in onze Herv. Kerk, die vloeken tegen de eenvoudigste regelen van kerkrecht. Een huis tegen zichzelf verdeeld, kan niet bestaan. Maar... nu deze bepaling er is, nu meenen we, dat de Kerkeraad ter plaatse eenvoudig af te geven heeft wat gevraagd wordt. Kan men dat niet — omdat er bezwaren zijn tegen het zedelijk leven — dan weigert men met opgave van redenen. Maar anders ! heeft men getuigenis te geven aangaande hetgeen gevraagd wordt, n.l. een getuigschrift aangaande hot zedelijk gedrag. Zijn bedoelde personen dan elders aangenomen en bevestigd — en komen ze met attestatie in hun woonplaats terug, dan staan ze voor rekening van den Kerkeraad hunner woonplaats, die dan volkomen bevoegd is, om toezicht houdend op de belijdenis en levenswandel der leden van de gemeente (art 14* 1 Regl. Kerkeraden), genoemde lidmaten nader onder handen te nemen.
Want men behoeft leden der Gemeente die ontkennen, dat Jezus waarlijk Gods Zoon is en waarlijk mensch is geweest — zoo maar niet tot het Avondmaal toe te laten.
De beste oplossing ook in deze zaak ligt o. i. in de vaststelling van de belijdenisvragen, die overal hetzelfde behooren te zijn.
En in de wijziging van de Proponentsformule, die predikanten uitsluit, die de Godheid van Christus ontkennen.
Hier is wat te doen voor alle rechtzinnigen saèm. !
Liefst zoo spoedig mogelijk.
***
Rectificatie. 1 Kwam in ons vorig artikel „Kerkbezoek" de mededeeling voor dat in Woudrichem op de tweede feestdagen geen dienst is „wegens de markt te Gorinchem", dit is niet juist. Te W. wordt geregeld op de tweede feestdagen gepreekt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 maart 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's