Vragenbus.
VRAAG. IS onze Herv. Kerk een Kerk die er een belijdenis op nahoudt of is elke leer in haar midden geoorloofd?
ANTWOORD. Twee dingen moeten we dus vast houden, ziende op de geschiedenis van onze Herv Kerk in den jare 1816. En wel deze twee: 1e. werd er met ronde woorden verklaard en verzekerd, dat het moest gaan om de leer in de-formulieren vervat en 2e. werd er geniepig, heimelijk een aanslag gepleegd om ongemerkt in de Herv. Kerk te komen tot gansch andere toestanden. Daar willen we nu nog even nader bewijs voor geven.
In den grond van de zaak was men beducht voor de Gereformeerde leer. Daarom had men z'n hart vastgehouden toen er in 1815 (toen de koning dus nog niet de nieuwe organisatie aan de Kerk had opgelegd) enkele stemmen opgingen, die vroegen : »roep een algemeene Synode samen tot regeling van de Kerkelijke organisatie!» Daar was men o! zoo benauwd voor. En de Raad van State had dan ook zulks afgeraden uit vrees, dat dan vrij zeker de zuiverheid der leer ter sprake zou komen en men meende niet zeker te zijn, dat daarbij altijd die gematigdheid zoude plaats grijpen, welke alleen de rust der Kerk kon verzekeren!»
Voor een herhaling van een Dordtsche Synode was men benauwd.
't Moest alles vooral "matigs en bezadigd" gaan — en vooral alles in 't verborgen.
Zoo iets van werken der duisternis — zooals dieven doen. Naar den aard der roofdieren, die bij nacht uitgaan....
Daarom niet de Kerk saamgéroepen — men zou het wel anders klaarspelen. Én »bij geheim besluit» werd dan ook de commissie aangesteld, die belast was met de samenstelling van het nieuwe Reglement.
In 't geheim, stil", geniepig zou er gewerkt worden, wat ook duidelijk uitkomt als we de Handelingen van de Synode van 1816 op blz. 38 en de Handelingen van de Synode van 1817 op blz. 92 opslaan.
O! zeker, met ronde woorden werd verklaard, dat het ging om de leer, vervat in de formulieren van eenigheid.
En met ernst werd het verzekerd, 'dat men niet zou dulden, dat er aan die leer getornd werd.
Ook wilde men zich niet wagen aan enkele veranderingen of nieuwe dingen, waarom gevraagd werd.
Alles bewijs voor degenen die de historie van onze Herv. Kerk kennen, dat zij is een belijdende Kerk, met de eenig wettige belijdenis, die vervat is in de formulieren van eenigheid.
Met «ronde woorden» staat het èn door den Koning en door de Synode van 1816 geschreven op de historiebladen.
Maar, maar.... In de Handelingen der Synode van 1816 snuffelend, vinden we dan b.v. op blz. 38 »..., de groote omzichtigheid, welke behoort in acht genomen te worden omtrent een zaak, die de bijzondere en huishoudelijke belangen der gemeente zoo onmiddelijk raakt. Veranderingen van dezen aard, ook wanneer zij minder belangrijk zijn, vestigen de aandacht van alle leden der gemeente, omdat allen zich daarin betrokken achten; ligtelijk dus baren zij opzien en geven aan velen, niet in staat om derzelver waarde te beoordeelen, ongenoegen, om zo hunne bijzondere wenschen, denkbeelden en vooroordeelen beleedigd worden. Behoedzaamheid ten dezen is dus vooral noodig in den aanvang eener nieuwe kerkelijke organisatie, die reeds handen vol werk en veel gelegenheid tot berispen geeft.»
"Behoedzaamheid, » «langzaam, » «ongemerkt» — dat zijn zoo de meest voorkomende woorden in het Synodale woordenboek. Wat we duidelijker nog zien in de Handelingen van de Synode van 1817 blz. 92, waar we lezen: » dat men door welgekozen maatregelen van tijd tot tijd, onmerkbaar tot stand kan brengen, wat men op eenmaal, of in 't geheel niet, óf niet zonder groote ontevredenheid daarstellen kan.»
Dat verklaart ons, hoe men, waar toch met 'ronde woorden verzekerd was, dat het ging om de leer, vervat in de formulieren van eenigheid — na enkele jaren kon bemerken, dat het niet om die leer ging. Juist om die leer te wijzigen, slapper te maken, te ondergraven en uit te bannen was het te doen!
In dat licht hebben we de verdere geschiedenis na, 1816, — waar het dan voornamelijk gaat om «leergeschillen» — te bezien.
Om dadelijk maar eens een allerzonderlingst oordeel van de Synode mee te deelen aangaande de formulieren van Doop en Avondmaal:
In 1817 was er een commissie — voorzitter Ds. Lobry van Leeuwarden — die inzake den openbaren eeredienst' van raad moest dienen (we zagen het vroeger reeds in betrekking tot de vragen vóór het Avondmaal en die ook haar oordeel te zeggen had aangaande de liturgie-formulieren. En nu moet men hooren hoe in een Synode, die «niet was zaamgeroepen om leergeschillen op te lossen» en die «met ronde woorden» uitsprak, dat het ging om de oude, beproefde Gereformeerde leer, in de formulieren van eenigheid vervat — hoe die Synode over de liturgieformulieren (formulieren van Doop en Avondmaal) dorst te spreken.
De commissie dan zei: «Ten aanzien van deze was bij de commissie in overweging gekomen, of het opstellen van nieuwe of wel het veranderen der oude, dienstig konde zijn aan de bevordering van eene meer stichtelijke en plechtige bediening van Doop en Avondmaal; doch het is haar voorgekomen, dat deze maatregel ontijdig en ongepast zoude zijn.
Immers zijn er liturgie-formulieren opgesteld ten gebruike van leeraren, welke'nog niet behoorlijk geoefend waren in al de deelen der H. bediening en welke dus noodig hadden, door zekere voorschriften aan eene gepaste en eenparige leiding gewend te worden. Deze behoefte bestaat niet meer; van daar dus, dat ook onderscheiden liturgie-formulieren reeds in onbruik zijn geraakt, en in andere onderscheiden bekortingen, bijvoegselen en veranderingen plegen gebruikt te worden, behoudens derzelver geest.
Het bepalen dus van nieuwe formulieren of van veranderingen in de oude, zoude de leeraren belemmeren en den geest aan nieuwe banden leggen».
Wat een beschouwing!.... Geen wonder, dat Ds. D. Molenaar later in zijn adres aan alle mijne Hervormde Geloofsgenooten, in 1827 - uitgegeven, ook over déze zaak spreekt en hij noemt dan de uitdrukkingen van de Synode daar gebruikt «een strik met veel list opgesteld en in werking gebracht.»
{Wordt vervolgd).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 april 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's