De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

4 minuten leestijd

Neutrale school met den Bijbel. Dat wonder zal in Rotterdam vertoond worden.

Het voorstel van B. en W, te Rotterdam, om 2 openbare kweekscholen te stichten en daar ook onderwijs in Bijbelsche geschiedenis te doen geven, is met groote meerderheid van stemmen aangenomen.

Men schijnt in Rotterdam niet in te zien, dat de neutraliteit en de Bijbel twee elkander uitsluitende begrippen zijn; dat het een onder het ander lijden moet.

Dat een neutrale school met den Bijbel ophoudt neutraal te zijn; of anders, dat de Bijbel op de neutrale school ophoudt Bijbel te zijn.

De christelijke voorstanders van dit voorstel vleien zich met de gedachte, dat een geloovig leeraar voor dat vak zal worden benoemd, wel beseffend, dat het een hemelsbreed verschil maakt, of Bijbelsche Ge­schiedenis onderwezen wordt door een man, die den Bijbel houdt voor Gods Woord, of door een, die aan dèn Bijbel geen grootere dan letterkundige waarde toekent. Hoe het in dat geval met de neutraliteit moet gaan, dat is hun bijkans een kwestie van later zorg.

Maar vreemder nog is het, dat liberalen en zelfs socialisten voorgestemd hebben. Het heet dan, dat ze zulks deden om de opvoedende kracht, die van den Bijbel uitgaat en om zijn letterkundige beteekenis.

Alles goed en wel, maar dan is de vraag niet te onpas, waarom hebben de liberalen en socialisten dan geen onderwijs in de bijbelsche geschiedenis op alle openbare scholen ingevoerd reeds 30, 40 jaar geleden?

Wat schromelijk onrecht hebben ze dan toch der openbare, neutrale jeugd aangedaan!

Die opvoedende kracht en letterkundige waarde heeft de Bijbel toch nu niet pas gekregen?

Of hebben de heeren liberalen en socialisten daar nu pas erg ingekregen? Wel wat laat. Dat die toch zoo hardleersch kunnen zijn!

En — waar een rechtsche meerderheid in den Gemeenteraad al niet goed voor kan zijn! »R1. Ct."

In het laatste nummer van »De Bazuin« vonden wij het volgende

INGEZONDEN:

Mijnheer de Redacteur.

Het zal velen Gereformeerden in den lande niet aangenaam hebben aangedaan te lezen in het Programma voor het congres voor Geref. Evangelisatie (onder leiding van Prof. Lindeboom) de namen van vrouwen. Dat het zoo spoedig zoover gekomen zou zijn, had ik niet verwacht. Men heeft toegelaten, dat Mevr. Havelaar van Beeck Calkoen en Mevr, Brummelkamp het feminisme in onze kringen binnen brachten — daar zijn altijd menschen die iets nieuws interessant vinden — maar werd geantwoord op bestrijding onzerzijds: van het kerkelijk terrein moet de vrouw afblijven, daar zal ze zwijgen, daar mag ze niet spreken, dat geven we u toe; alsof een scherpe scheiding mogelijk ware. Dit is niet mogelijk gebleken. Met de verschijning dezer twee vrouwen-namen op dit programma is een stap nader gedaan naar het rechtstreeks zondigen tegen het woord van Paulus: dat uwe vrouwen in de gemeente zwijgen. Want het staat leelijk voor de vrouwen, dat zij in de gemeente spreken». Men verdedigt zich met te zeggen: 't is geen godsdienstoefening. Alsof het Paulus niet te doen was om de vrouwen het spreken in het publiek, voor een vergadering te verbieden. Zoo is het altijd door onze Geref. Vaderen opgevat. Als het leelijk staat voor een vrouw te spreken voor een aantal mannen en vrouwen, die op een bepaald oogenblik als plaatselijke kerk vergaderd zijn, maar niet om godsdienstoefening te houden. »lk laat de vrouw niet toe, dat zij leere", zegt Paulus, Hier zullen twee vrouwen gaan leeren.

Hoe lang zal het nu nog duren, voor men de vrouw als predikant in de godsdienstoefeningen der Geref. Kerken, lijnrecht tegen de letter van het verbod in, toelaat? 't Zal nooit gebeuren, antwoorden mij de samenstellers van het programma. Maar een nieuwe stap — geenszins de eerste — is gezet naar het op non-activiteit stellen van een verbod des H. Geestes. Dit is scherp gezegd, volstrekt niet geringachting van de mannen, die tot het congres het initiatief namen en er de leiding van hebben, noch ook uit gebrek aan waardeering voor hun arbeid. 

De zuigkracht der beginselen is te sterk. Met éen concessie aan het revolutionaire feminisme is men begonnen, met een volgende heeft men het in de Geref. Kerken ingedragen, straks zal de derde volgen. Zal dan pas het verzet beginnen? Ik reken op de instemming van velen, als ik beweer, dat het vroeger beginnen moet, dat het nu dient aangevangen.

Met dank voor de plaatsing,

DRS. J. ITJESHORST JZ.

DELFT, 25 Maart 1913.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 april 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's