De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Staat en Maatschappij.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Staat en Maatschappij.

6 minuten leestijd

Mr. Groen's standpunt.

In een van de laatste nummers van De Waarheidsvriend werd de vraag gesteld, wat het voordeel is, dat de splitsing der openbare school in allerlei scholen naar de verdeeling in groepjes van orthodoxen, neutralen, Roomschen en Joden heeft boven „de vrije school voor heel de natie."

Naar aanleiding o.m. van deze vraag schrijft Dr. Kromsigt een artikel in de Gereformeerde Kerk van de vorige week onder het opschrift: „Tweeërlei oordeel met tweeërlei doel."

De redacteur van ons blad, die de vraag stelde, zal zeker het antwoord op de beschouwingen van den Amsterdamschen predikant niet schuldig blijven.

Zonder echter in zijn arbeid te treden, moge het ons vergund zijn op één punt, voorkomende in het onderschrift van het artikel, betreffende het standpunt dat Mr. Groen van Prinsterer in zake de school innam, een korte aanteekening te maken.

Wij doen dit met te meer vrijmoedigheid omdat wat hier geschreven werd, feitelijk buiten de gestelde vraag ligt en Dr. Kromsigt den wensch uitspreekt, dat wat hij hier in herinnering brengt aan de lezers van De Waarheidsvriend zal worden medegedeeld. Ook wordt ons de taak zeer vergemakkelijkt door hetgeen wij even te voren in de brochure van'Mr. Diepenhorst „De vrije school in de Grondwet" lazen en waarin juist enkele belangrijke opmerkingen worden gemaakt over de schoolpolitiek van den stichter der AR. partij.

Dr. Kromsigt citeert Groen's standpunt uit het Rapport van Geref. Schoolonderwijs van 1904:

Ofschoon Groen in beginsel vasthield aan de openbare Christ, school, zag hij thans (in 1857) in de vrije scholen een onmisbaar surrogaat tegenover het systeem der neutrale school. Groen wilde eigenlijk eene openbare school die overeenstemde met de behoeften eener Christelijke natie. Zijn einddoel was eene hervorming van de openbare in Christelijken geest. Niet een uittocht der Christenen naar de bijzondere school, om gene dan aan haar lot over te laten of zoo slecht mogelijk te maken.

Waarop Dr. Kromsigt dan deze woorden laat volgen:

Dit standpunt van Groen was ook dat van Keuchenius. Dit kan in onze dagen niet luide genoeg worden herhaald. Laat nu De Waarheidsvriend dit eens aan hare lezers meedeelen.

Wij voldoen bij deze gaarne aan het verzoek van Dr. Kromsigt, daaronder dan tevens plaatsende wat Mr. Diepenhorst naar onze meening zoo juist omtrent het standpunt van Mr. Groen opmerkt.

Gaarne beroepen Ignotus en anderen — zoo schrijft Mr. Diepenhorst — zich op uitingen van Groen van Prinsterer, die meende dat met de ontwikkeling der vrije school niet mocht worden volstaan. Nog pas heeft Dr. Kromsigt in De Nederlander betoogd, dat bij Groen valt te ontwaren een breede principieele lijn, die hem voor de Christelijke staatsschool deed ijveren, en een smalle realistische lijn, welke hem op de bijzondere school het oog deedslaan. De antirevolutionairen volgen dan volgens hem meer de smalle, de Christelijk-Historischen de breedelijn. Het is hier niet de gelegenheid om deze lijnen kwestie tot oplossing te brengen of om te beslissen, wie tot de smalle gemeente behoort. Maar wel mag omtrent Groen dit worden opgemerkt: Te ontkennen valt niet dat meerdere uitingen de gedachte wekken, alsof Groen principieel voor de vrije school minder voelde dan bij van der Brugghen. Het is verstaanbaar, dat hij bij de alleenheerschappij der openbare school in zijne dagen, op kerstening van die openbare school allereerst de aandacht richtte. Met weemoed — wie zal het laken? — heeft hij die openbare school prijs gegeven. Het was evenwel vooral wanhoop aan groeikracht en ontwikkeling van het bijzonder onderwijs, die hem voor splitsing der staatsschool deed ijveren. Met reden mag worden verwacht, dat, leefde Groen in onze dagen, hij vooraan zou staan in de rij van hen, die de leus; «de vrije school voor heel de natie» aanheffen.

Wij zijn hét met deze beschouwing van Mr. Diepenhorst geheel eens.

Mr. Groen zou zich van harte verblijden over de plaats, die thans de vrije Christelijke school te midden van ons volksleven inneemt.

***

Een goed werk.

Het Bestuur der Unie heeft een goed werk verricht door de locale comite'é op te wekken om in de tegenwoordige omstandigheden, waar eenerzijds de eindstrijd voor de vrije school staat aangevangen te worden en anderzijds de schoolstrijd de voorstanders voor de openbare school doet te hoop loopen, het gewijzigde Unierapport opnieuw tot onderwerp van studie te maken en de geschiedenis van dit gewichtige stuk benevens den inhoud daarvan te bespreken.

In de circulaire waarin het bestuur tot actie opwekt, wordt de aandacht gevestigd op een tweetal blaadjes die van wege het Bestuur der Unie zijn beschikbaar gesteld om onder het volk zoo ruim mogelijk te doen verspreiden.

Met groote belangstelling hebben wij van den inhoud van die twee nummers kennis genomen: „De openbare school" en "De school met den Bijbel" Ze zijn uitgegeven bij J. H. Kok te Kampen en voor luttelen prijs te bekomen.

In het eerste nummer wordt met nadruk op het groote gevaar dat ons volk bedreigt vanwege de openbare school die met haar neutraliteitskarakter een geslacht heeft doen opstaan dat vervreemd is van God en Zijn Woord, een geslacht dat slechts oog heeft voor het stoffelijke.

In het tweede blaadje gaat een krachtige aandrang uit om tot algeheele gelijkstelling te geraken tusschen openbaar en bijzonder onderwijs.

Als straks allerwege de leuze zal weerklinken : „Op voor de openbare school!" dan zal het Christenvolk zich op moeten maken voor de Scholen met den Bijbel en recht voor haar vragen: recht van gelijkstelling met de neutrale school!

Na een halve eeuw van onrecht hebben wij aan te dringen op volkomen erkenning onzer rechten.

Dan hebben allen die het wel meenen met de belangen van Neerlands Jeugd te steunen in de worsteling voor de School met den Bijbel, den strijd om volkomen gelykstelling, opdat eindelijk de schoolstrijd beslist worde en het onrecht een einde hebben.

Wij bevelen met warmte het lezen der beide blaadjes bij ons volk aan.


1) a.w. blz. 571.

2) Opmerkelijk, dat Ds. J. A. L. Hovy van Beilen op de Algemeene Predikantenvergadering, die ervan uitgaat, dat eenheid des geloofs mogelijk is bij verscnil van dogmatische overtuiging, (N.B. of men den Christus in het Christendom de Hem toekomende plaats laat of niet) er op wees, hoe weinig intellectualistisch Calvijns opvatting van het geloof is (N.R.C. 3 April 1913 Avondblad B),

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Staat en Maatschappij.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's