Advent.
Steeds dieper dringt het heimwee door in al de voegslen mijner ziele en—, telkens als ik nederkniele, is 't of ik beter zie en hoor.
't Is me als een schepping in zes dagen, waar telkens dieper, telkens meer in 't hart de beeltnis van den Heer' ontwikkeld wordt en ingedragen.
En toch, hoe ver mijn Heiand kwam, doordringend in mijn zieleleven, daar is nog dieper diep gebleven, waar Hij de staf niet overnam.
Och, dring met louterende stroomen ook door mijn diepste diepten heen: geen komst dan Uwe komste alleen doet einde aan al mijn heimwee komen.
Eens komt de rust, de Sabbathdag. O, dag van mijn vervuld verlangen, als ik met welkomst-jubelzangen mijn Goël-zelf begroeten mag!
O, rijke weelde van gedachten, gij doet mij, die den Heiland beidt, van kracht tot krachte voortgeleid. Hem wachtend zien en ziende wachten.
1913.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's