De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Stichtelijke overdenking.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Stichtelijke overdenking.

10 minuten leestijd

Hand. 1:9.

Hemelvaart.

Hoevelen zijn er niet in onze dagen, die geen rekening meer houden met de dingen van Gods Koninkrijk!

Men ontkent zoovele dingen, die weleer vaststonden onder ons volk. En alle klassen van menschen worden door héél het maatschappelijk leven meer en meer in een richting van ongeloof en wereldzin geleid.

Wie heft het hoofd en het hart nog naar boven?

Wie houdt nog rekening met de geestelijke dingen?

Wie denkt nog aan Jezus, die boven is, zittende aan des Vaders rechterhand, zijnde de bron en oorzaak van alle heil en zaligheid?

Alles is zoo stoffelijk!

En 't is, alsof alles nog méér naar het stof wordt heengetrokken, ook in kringen waar men het anders mocht verwachten.

Zoo komt de Hemelvaartsdag in 't gedrang. Die dag past niet in onze levenssfeer.

Maar dan is ook ons leven in gevaar. Dan  is het heil weg. Dan zijn we de ellendigste van alle schepselen. Zonder God, zonder Christus — zonder moed, zonder vrede, zonder geloof, zonder hope in de wereld. Niets dan wroeten in de aarde — waarbij de dagen des levens zwaar zijn. Niets dan grijpen naar 't vergankelijke — waarbij alles wind en ijdelheid is.

Hoe staat het met óns?

De onbekeerde mensch is uit de aarde aardsch. Het bedenken des vleesches gaat tegen God en Zijn dienst in, uit pure vijandschap.

En het is zoo goddelijk heerlijk om tot de goede keuze des harten te mogen worden gebracht om met Asaf uit te spreken: ^Wien heb ik nevens U in den hemel? Nevens U lust mij ook 'aieis op aarde. Bezwijkt mijn vleesch en mijn hart, zoo is God de rotssteen mijns harten en mijn deel in eeuwigheid."

Dan komt onze schat boven te liggen; en waar onze schat is, daar wil ook het harte toch — indien het wêl gesteld is — zoo gaarne wezen.

Gods volk ziet dan ook omhoog. Op Hemelvaartsdag zoo bizonder. Waarom?

We willen de historie van dezen dag even nagaan; en we willen dan de beteekenis er van nader bespreken.

We bevinden ons een weinig buiten Jeruzalem; zóo ver als een Jood op Sabbath wandelen mag (Hand. 1:12).

De Oostpoort zijn we doorgegaan, het «dal van Josafat hebben we achter ons, we zijn Gethsémané voorbij, den Olijfberg óp gewandeld.

Wat is het hier schoon! Wat ligt die Olijfberg als een schoon, rustig gevaarte buiten Jeruzalem, om de inwoners van de drukke tempelstad vriendelijk telkens uit te noodigen, om daar, onder de rustige schaduwen, een oogenblik te vertoeven.

En ja, het loont de moeite om aan de uitnoodiging gehoor te geven. Wat heeft men een prachtig gezicht op Jeruzalem, met z'n tempel en met het witte, vierkante paleis des stadhouders. Wat ligt Bethanië daar lief. Ook treft uw oog de olijvenhof Gethsémané. In de verte strekt zich de groote woestijn van Juda uit en nóg verder ligt de vruchtbare vlakte van de Jordaan, welke rivier als een zilveren streep in de donkerblauwe Doode zee uitloopt — terwijl de achtergrond van dit schilderachtig tafereel gevormd wordt door de bergen van Moab, die als een muur ten hemel oprijzen.

Aan de andere zijde ligt Bethlehem.

En ziet — staande boven Gethsémané, boven Jeruzalem, boven Golgotha, bemerken we den kring der discipelen vergaderd en in 't midden van hen Jezus.

Daar staan ze; élf maar, omdat éen is uitgevallen, een zoon der verderfenis zijnde.

Door Jezus zelf waren ze hier gebracht. Die was te Jeruzalem tot hen gekomen, die had hen medegenomen naar deze plaats.

En daar staan ze nu, de Heiland met Zijn jongeren — boven Bethlehem verheven, waar de eeuwige en eenige Zone Gods de ware menschelijke natuur had aangenomen, geboren uit een maagd; — boven Gethsémané, donker van schaduwen, waar de Heiland als een worm in het stof had gelegen, biddende en weenende voor God; — boven Jeruzalem, waar Jezus een goede belijdenis deed voor den Joodschen Raad en den stadhouder, wat Hem den dood waardig maakte; — boven Golgotha, waar kort geleden op den naakten en eenzamen heuvel drie kruisen nog stonden, Jezus hangend tusschentwee moordenaren; — boven Jozefs hof, met den rotssteen en het graf tusschen de boomen verscholen, waar de Heiland pas sluimerde, in het hart der aarde drie dagen en drie nachten.

En ja, daar boven verheven staat nu Jezus. En daar heeft Hij vergaderd Zijn discipelen. De Koning, die triumfantelijk van victorie tot victorie voortging, sprekend met Zijn lijfgarde.

O! zalige stond, om daar ook in den geest vergaderd te zijn, ervarende: Jezus is de sterke Held, 'de Leeuw uit Juda.'s stam, de overwinnaar van dood en hel — die daarbij in het midden-van Zijn gunstgenooten wil staan, om hen te doen deelen in Zijn heerlijkheid.

Kind van God, kunt gij een oogenblik uitkomen boven alle lijden, boven dood en hel, boven vloek en tranen boven zonde en schuld?

Staande met uw Borg en Goël op den Olijfberg, waar het zoo stil en zoo lieflijk is?

De Heiland spreekt met Zijn discipelen. En dan, al sprekende, breidt Hij Zijn handen plechtig uit en terwijl Hij ze zegenend opheft over de hoofden Zijner jongeren, wordt Hij opgenomen, daar zij het zagen, en hooger en hooger stijgend, gaat Hij door den eersten en tweeden hemel door, om voor het aangezichte Gods in te gaan, ontvangen met duizende jubels der engelen en der gezaligden, door den Vader gekroond met heerlijkheid, zittend aan Zijn rechterhand.

Wat ordelijk gaat alles toe! Jezus verdwijnt niet plotseling, zooals weinige dagen vroeger telkens bij elke verschijning, waarbij de discipelen en de vrienden niet wisten waar hun Heiland gebleven was.

Neen — 't gaat alles „terwijl zij het zagen", en zij staren Hem na, wetend, dat Hij is ingegaan in den hemel, om nu bij God te zijn.

Verwonderd zijn ze, maar niet bedroefd. Wat nu geschiedt — 't is slechts de kroon zetten op Jezus' arbeid tot lossing van Zijn volk. En blijde keeren ze naar Jeruzalem terug, wetende dat nu alles volmaakt is, wat Sion tot zaligheid dienen moet.

Geen kribbe en geen doeken meer voor Jezus; geen schande en vloek meer voor den Heiland; geen dood en vernedering meer voor den Messias — nu een troon en een kroon in den hemel, alles getuigende, dat Sion verlost is van hun zonde en hun vloek, van dood en hel, verzekerd van een erfenis der heerlijkheid in den hemel. 't Is het laatste bedrijf uit de tragedie van het recht.

God heeft Zijn recht gezocht in Sions Plaatsbekleeder.

En het eind is, na bloed en tranen —zie van den berg nog een oogenblik naar Bethlehem, naar Gethsémané, naar Jeruzalem, naar Golgotha daar beneden — eeuw'ge heerlijkheid, waarvan de Geest der gemeente op dezen dag zegt tot héél de Kerke Ohristi, van alle plaatsen Zijner heerschappij: dat is al voor u, ten troost voor uw leven en ten troost voor uw sterven!

De wereld roept vandaag: 't is onmogelijk I

Elk jaar worden door wereld en ongeloof oude en nieuwe bezwaren ingebracht tegen het feit van Hemelvaartsdag.

Wij willen vandaag de wereld niet te woord staan, maar we willen ons verlustigen in het Woord onzes Gods en het getuigenis der apostelen, dat zéér vast is, om te gedenken wat dit alles beteekent voor Sion.

En dan mogen we nu gedenken, dat de groote Jozua, die voor al Zijn volk daar gestaan heeft met vuile kleederen, nu door den Heere bekleed wordt met eeuwige schoonheid en heerlijkheid!

Nu wordt bewezen, dat Jezus, Sions Borg en Losser, alleszins volmaakt is geweest voor God, bij al Zijn arbeid. En waar Hij nu ingaat in den hemel, daar is voor Sion de hemel geopend.

O! waar nu de Heiland, die uitgebroken is uit het donkere graf, doorbreekt tot in den hoogsten hemel; waar Jezus nu een toegang vindt verre boven het firmament met die duizenden flonkersterren, waar de HEERE Heere woont in de openbaring van Zijn hoogste heerlijkheid; waar de Borg binnentreedt in het binnenste heiligdom, dat niet met handen gemaakt is —daar is nu vreugd bij Gods volk.

Bedreigd, benauwd, ten doode gedrukt, is Sion van nature een prooi van satan, dood en hel.

De zonden zijn zoo velen, de overtreding is zoo groot. En ach, hoe zal een onreine bestaan voor den heiligen God ? hoe zal een overtreder leven voor het aangezichte van Hem, die gesproken heeft: vervloekt is een iegelijk, die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen."

Wat zal héél Christus' Kerke aanvangen, zooals zij daar ligt, om der zonde wil als een voorwerp van Gods toorn en grimmigheid, niets anders kunnende voortbrengen, dan hetgeen voor God niet kan bestaan?

't Is enkel vloek.

En ziet — dan die eeuwige gedachten van ontfermen, die eeuwige roerselen van barmhartigheid over Sion, Gods gunst-en erf volk!

Dan dat gewillig Zich geven van den Zoon als Borg, om in de volheid des tijds uit het heiligdom des HEEREN Heeren te voorschijn te treden en onder Zijn volk te verschijnen, zeggende: Ik ben uw Heiland, uw Heelmeesjier, uw Borg en Losser!

Daar gaat Hij, de vlekkeloos heilige, in de diepste diepte van Gods vloek en oordeelen in. En Hij betaalt aan het recht Gods, tot den laatsten penning toe, uitstortende Zijn dierbaar bloed; Hij bestrijdt de vijanden zelfs tot in het donkere graf.

Alles voor arme zondaren.

Zal het baten? Zal hét verlossing brengen? Zal het den Heere aangenaam zijn?

En o! zie nu eens, wat daar op den Olijfberg geschiedt. Daar vaart Jezus, Sions Borg, óp naar den hemel; Hij vaart op met gejuich; Hij maakt de wolken tot Zijn zegewagen; Hij gaat in in de hoogste hemelen; Zijn vijanden, die de doodvijanden zijn van Sion, als gevangenen aan Zijn zegewagen gebonden hebbende — o! dan is het verlossingswerk van Jezus gansch volmaakt.

Dan worden vandaag de vijanden van Gods volk in den dood gelegd. Dan moeten nu satan, wereld, dood en hel vandaag Gods kind loslaten.

Dan ziet Sion den sterken Held voor zich, bij Wien uitkomsten zijn voor den dood en voor de eeuwigheid.

En-des Heeren Gemeente mag hooren: Hij die ons verlost heeft is in den hemel en wacht ons daar, totdat wij er ook zullen zijn, om dan eeuwig te deelen in Zijne heerlijkheid.

De deur des hemels wordt opengestooten vandaag.

Dé groote sleuteldrager sluit de hel voor Gods volk en ontsluit den hemel voor Zijn Sion.

En door de geopende deur ziet des Heeren Gemeente vandaag haar Heiland en Zaligmaker staan, biddend zoo lang de tijd der inwoning op aarde voor Gods kind voortduurt; helpend, troostend, beschermend zoolang de dagen des levens voortgaan; wachtend op het einde, dat allen bij Hem zijn. Waarbij telkens-uit den hemel klinkt: vrees niet, gij klein kuddeke, want het is uws Vaders welbehagen om u allen te geven wat Ik voor u verworven heb: eeuwig bij God te wonen.

In plaats dat Sion verteerd zal worden door Gods heiligheid en Gods gerechtigheid, is Sion den Heere aangenaam en welkom.

In plaats dat Sion gedood wordt door den overste der wereld, is Sion door Christus gezet in den hemel.

En uit den heinel daalt, voor kleinen en grooten in het geloof, dagelijks bij vernieuwing de troost neer: „Ik leef en gij zult leven." „Ik ben met ulieden, tot aan de voleinding der wereld."

O! dat Sion op dezen dag ervare de blijdschap van de heerlijkheid des Konings en men saam nog juiche: gezegend zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegening in den hemel in Christus" (Ef. 1:3).

En de God van vader Jacob ontdekke velen "aan hun ellende, armoede en dood, waar men nog ronddoolt buiten Christus, zich niet bekommerend om de dingen van Gods Koninkrijk.

Want is met Christus de hemel geopend — zonder Christus is de hemel gesloten en is de weg der verderfenis-het éenige pad voor jong en oud, voor rijk en arm. Die weg, die daar eindigt waar het vuur niet uitgebluscht wordt en waar de worm niet sterft.

Dat is ook de prediking van dezen dag.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Stichtelijke overdenking.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 mei 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's