De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

10 minuten leestijd

In het Bij blad van Pniël (No. 112) vonden we onder Correspondentie het volgende van de hand van Dr. J. H. Gunning, vroeger predikant te Utrecht, nu directeur van het Diacontssenhuis te Haarlem:

JV. V. R. te A. Gij klaagt over de Tuchteloosbeid onzer Kerk. Ik begrijp uw klacht, maar bezin u tienmaal eer gij verder gaat dan theoretische en platonische verzuchüngen. Hoe wilt gij toch ooit leertucht in onze Kerk hebben, walar onze Belijdenis in geen eeuwen herzien is, en de geringste, ook zelfs de allernoodzakelijkste, verandering er in de ketterjagers doet opstuiven, als de stier bij 't zien van een rooden doek ? Hoe worden de Gereformeerden, die den moed hadden de beruchte zinsnede van Art. 36 te schrappen, door de „getrouwere" zonen binnen en buiten hun Kerken bejegend? Indien men eerst de modernen heeft uitgebannen, komen daarna de ethischen aan de beurt, daarop de confessioneelen, de Kohlbruggianen, de bedaarde gereformeerden (type-de Lind) en dan zijn de Bondsmannen eindelijk alléén de baas in de volkomen tot „secte" geworden Herv. Kerk. En zou het dan pays en vree zijn onder de broederen?

Lees deze woorden eens uit den Lutherschen „Wartburg" van verleden Zaterdag — en verlang dan nog maar niet te hard naar leertucht. Zeker, men kan die ook, gelijk mijn lieve Vader deed, en gelijk de „reorganisatie"-broeders telkens doen, als een eerste eisch der liefde en der teedere barmhartigheid voorstellen. Maar ik hoop dan toch dat al die fraaie en liefelijke woorden nog madr wat gedrukt blijven, zonder tot p r a k t ij k over te gaan, want dan vrees ik, dat het Koninkrijk Gods en ons Protestantisme er niet door zullen bevorderd worden.

Hier hebt gij de woorden van de „Wartburg", die 'k nu niet in alles voor mijn rekening neem, maar die toch te denken geven.

„De Kerkelijke tucht. Kerkelijke tucht is alleen mogelijk bij het straffe kerkelijke systeem van Calvijn. Het woord discipline keert telkens in zijn geschriften terug. Hij vergelijkt haar bij de spieren, die het lichaam van Christus, d. i. Zijne gemeente bij elkaar houden en prijst met Augustinus de gehoorzaamheid als vader, wachter en oorsprong van alle deugden. Zonder tucht en gehoorzaamheid kan de Kerk niet bestaan. Als opvoedingsinstituut der menschheid verbindt zij zachtheid met gestrengheid. Deze laatste wordt uitgeoefend met alle middelen: ban, pijnbank, zwaard en vuur. Zwingli liet zonder genade zijn vriend der jeugd Manz als wederdooper verdrinken, Calvijn heeft zelfs een kind laten onthoofden, dat zijn ouders geslagen had. Van 1542— 1546 vonden in Geneve 58 executies plaats. Algemeen bekend is de terechtstelling van Servet. Calvijn is hier geheel een Elia of toornende Mozes, in elk geval een oud-Testamentische gestalte, een Protestantsch groot-inquisiteur in letterlijken zin. Want het inquirere, het onderzoeken, ondervragen behoort ook onder de kerkelijke discipline. De schuldigen werden ter bestraffing aan de wereldlijke overheid overgegeven. Aanbrengers krijgen deel in de boete-gelden, kinderen mogen tegen hun ouders getuigen. Spionneeren zat Calvijn in het bloed. Beza verhaalt dat hij reeds als student te Parijs een streng censor van de zeden zijner medestudenten was en daarom den bijnaam had gekregen van „de accusatief'! In elk geval is het opmerkelijk wat Calvijn op deze wijze heeft bereikt. Het losse Geneve werd een groot klooster. Men denke hier aan de tegenstelling met Wittenberg, dat zoo zedeloos was, dat de oude Luther er mede dreigde het te zullen verlaten."

De zegen der Kerk. Aan Ds. N. N. te A. Ook gij behoort tot die vrienden, die bedenkelijk het hoofd hebben geschud over mijn uitlating, dat ik er op den duur „niet kerkelijker op geworden ben". Laat mij u en anderen mogen geruststellen; ik denk er niet aan onze Herv. Kerk te verlaten, ik vind ze voor een vrijgeboren Hollander nog altijd de relatiéf-beste van de vele kerken, waarin het lichaam des Heeren ten onzent verdeeld is. Bij de „Gereformeerden" met hun splinterige dogmatiek, hun gezangenkwestie en tal van andere twistpunten, hield ik het geen maand uit; gij ziet aan Ds. Mense dat het bij de Baptisten ook al geen hemel-op aarde is; en ik verkies waarlijk onze Synode, met al haar gebreken, verre boven al die kleine pausjes, die in de kerkjes en kringetjes der secten en ., vrije" gemeenten den baas spelen. Het subjectivistische vrijbuiterschap (waarvoor ikzelf óók wel wat gevaar loop) hoort in geen enkele kerk thuis, óók niet in de onze, want gezag en orde, belijdenis en tucht moeten er zijn. De vraag is nu maar alleen, waar zijn de grenzen voor al die noodige en heilzame dingen ? En als ik nu Bondsbroeders, Confessioneelen, Reorganisatievrienden en meerdere anderen aan 't demonstreeren zie, wordt het er mij niet helderder en aantrekkelijker onder. Daarom laat ik die geleerde broeders nog maar wat schrijven en wrijven, en bepaal mij met een rustig hart tot het schoon óók niet volmaakte, toch vrij wat vrediger hoekje van de Inwendige Zending, waar ik nu arbeid, in plaats van mij te wagen in de arena theologorum Zoodra de zuivere Kerk er is, waarin ik, ondanks hare zuiverheid vrijelijk ademen kan, hoop ik een warm lofdicht op haar te zingen, en mèt u God voor dat wonder te danken. Maar aan „wegloopen" denk ik niet; ik zou ook absoluut niet weten waarheen! Laat ons in gebed en arbeid het goede voor onze kerk zoeken, den Christus, die toch alleen in haar te gebieden heeft, meer en meer de eereplaats in haar trachten te geven, en dan hare verdere ontwikkeling rustig aan  Hem overlaten, die tusschen de kandelaren wandelt, en die ook u en mij in eeuwigheid niet begeven of verlaten zal,

G.

Wat kan iemand met veel woorden toch weinig zeggen.

Wat kan een ernstig mensch toch over de dingen heen huppelen.

Wat moet het aangenaam zijn om in dit verband als „bedaarde Gereformeerden" geteekend te worden.

De baktanden uitgebroken. De handen slap. Onschadelijk.

In „Hollandia" (hoofdredacteur Ds. J. C. Sikkel van Amsterdam) lazen we:

Geestelijke vrijmaking.

Gelukkig blijven de onafhankelijksfeesten, die dit jaar in ons land gevierd moeten worden, nog op den achtergrond, — hoezeer, ze door velen met verlangen worden tegemoet gezien.

Ze behooren dan ook tot het najaar.

En eerst moeten we nog den strijd krijgen voor de vrijheid.

Die strijd moet in de verkiezingen voor de Tweede Kamer gevoerd worden.

Een zeldzame strijd zal het zijn.

Niet alsof de verkiezingen niet altoos belangrijk zijn.

Maar thans zijn ze stellig van meer dan gewoon elang.

In deze verkiezingen moet het groote pleit voorde vrijheid van onderwijs, en daarmee voor de geestelije vrijheid van ons volk beslecht worden.

De school moet volkómen vrij zijn.

Dat is zij niet, zoolang zij Overheidsschool is. Men moge in oordeel uiteengaan over de vraag, of het onderwijs door de Overheidsschool gegeven neutraal of Christelijk moet zijn, — in elk geval beslist de Overheid door de wet hierin.

Ze geeft dan öf neutraal onderwijs, waartegen de Christelijke conscientie moet opkomen, — of ze geeft naar eigen keus Christelijk onderwijs, waarvan velen, die neutraal onderwijs begeeren, niet gediend zijn, en dat aan de uiteenloopende overtuigingen der Christenen nooit algemeen voldoen kan.

Overheidsonderwijs is voor een land met een volk, dat geestelijke overtuiging heeft, altoos krenkend en ergerlijk.

Het staat tegen de geestelijke vrijheid van een volk vierkant over.

Men jubele over den aanvang der 19e eeuw, sinds ons land na korte overheersching der Franschen weer onafhankelijk werd, — maar wat is ons volk in die eeuw van onafhankelijkheid, in die 19e eeuw, geestelijk geknecht!

In de Kerk. En in de School.

In die eeuw brak de geestelijke strijd echter door voor de vrijheid, voor de geestelijke vrijheid.

Voor de vrijheid, de vrijmaking der Kerk. En voor de vrijheid, voor de vrijmaking der School.

Hoe taai heeft toen de eeuw, die van vrijheid roemde, de knechting vastgehouden en de vrijheid, de vrijmaking weerstaan!

De geknechte Kerk was de Kerk en moest  Kerk blijven. En de geknechte School was de School en moest de School blijven.

Met groote moeite en volharding in lijden kon de Kerk, die geestelijk vrij wou zijn naar eigen geloof toelating vinden om te mogen bestaan.

En met even groote moeite schier mocht de geestelijk vrije School toelating vinden om te mogen bestaan.

Maar de geknechte Kerk bleef de Kerk, voor welke door wet en rechtbank alle historische kerkelijke goederen en inkomsten moesten zijn, al de historische rechten, plus de schatkist.

De geestelijke vrije Kerk mocht slechts afstaan en betalen, en voorts een geminacht bestaan lijden.

Zóó verging het ook de geestelijk vrije School.

Tot dat er aanvankelijk verandering kwam.

Althans voor de School.

Nog wel geen recht als gelijke der geknechte school.

Veel minder de eere, die haar toekwam als de eigen geestelijk zelfstandige school van het volk.

Maar dan toch een vergoeding, een tegemoetkoming, een subsidie.

Natuurlijk kon en kan en mag dit zóó niet blijven.

De subsidie klom.

Maar daarmee was nog geen recht gedaan.

De vrijmaking was daarmee niet verkregen.

Zoolang de geknechte school twee volle handen van de Overheid en uit de publieke kassen ontving en ontvangt, en de Vrije School een halve uitkeering, bleef en blijft het knechtschap in eere en leed en lijdt het fiere volk, dat. geestelijk vrij en zichzelf wil zijn, grievend onrecht.

Dit grievend onrecht zit in de Grondwet.

Voor de Kerk ook.

Helaas, helaas, dat zooveel Christenen hiervoor blind zijn!

Moge de opening hunner oogen niet te laat komen!

Dat dit grievend onrecht voor de geestelijk vrije School in de Grondwet zit, .— daarvoor althans is het oog van vele Christenen eindelijk verlicht geworden.

Van velen; niet van allen.

Helaas, er zijn nog blinden en half blinden ook onder degenen, die onder het Evangelie buigen!

En er zijn er zelfs die de volledige geestelijke vrijheid der school niet begeeren, die deze volledige geestelijke vrijheid eerder vreezen; en die terug gaan hunkeren naar de Egyptische vleeschpotten der geknechte School.

Verhoede de Heere, dat zij de kracht van ons Christenvolk in den naderenden stembusstrijd niet breken door naar den vijand over te loopen.

Geheel gerust zijn wij niet.

Ontwake al wat bewust de volle geestelijke vrijheid op schoolgebied liefheeft, toch geheel en in en in volle kracht voor den kamp, die komt.

Men roept om Evangelisatie, — en met reden. De kamp om het behoud van ons volk is echter alleen mogelijk met de geestelijke vrijheid op schoolgebied

De huidige Grondwet houdt inzake gelijkheid van recht de vrije school buiten de poort.

De Overheidsschool blijft zoo de school.

En in stad en land blijkt de Vrije school de gedulde, die een vergoeding krijgt.

De poort der Grondwet de geestelijke vrije school. moet daarom open voor

De geestelijke vrije school moet de eere ontvangen, die haar toekomt.

De eere van de eigen geestelijke actie van ons eigen volk.

De eere van het vrije geestelijk bedoelen, dat alleen waarlijk bekwaam en gerechtigd is, om onderwijs te geven.

De geestelijk vrije school moet de school worden in ons goede land, de school van een geestelijk vrij volk.

Hulde aan het Ministerie, dat dit voorstelde! Het eerde zichzelf, terwijl het ons volk eerde.

Nu komt al de Egyptische macht op, om de zegepraal der geestelijke vrijheid te weerstaan.

Sta het Christenvolk dan in fiere slagorde, strijdende den strijd des Heeren!

En geve onze God de victorie!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's