Een ander zal u gorden.
Joh. 21:18.
Och, dat waren zaalge stonden, waande ik in mijn jeugdig vuur, toen ik, pas van u gevonden, Heiland, jubelde ieder uur; toen ik zelf mij gordde en weelde mijn armoe mij verbeeldde en, van eigen kracht bewust, paden koos naar 's harten lust.
Maar, die tijd is heengevaren. 'k Heb het beter sinds verstaan: bij het klimmen mijner jaren bood ik U de handen aan om van u geleid te worden, mij van U te laten gorden en te brengen, kalm en stil. Heiland, waar ik niet en wil.
Wil in mij Uw ijver wekken; sla mijn eigen beeld in gruis; doe mij blij de handen strekken, ware 't, Heiland, tot het kruis! 't Ik moet immer meer verderven, Gij gestalte in mij verwerven tot mijn vat, ontledigd, al wat Gij schenkt bevatten zal.
1913.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 mei 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's