Uit de Pers.
In „De Nederlander" (2de blad) van Zaterdag 31 Mei j. 1. staat een verslag (vervolg) van de 49ste vergadering der Confess. Vereeniging, waarin we kunnen lezen wat op die Vergadermg over het
Parochiestelsel
gezegd is geworden, met vevwerping van het Synodale voorstel èn verwerping van het voorstel Ds. Wagenaar.
Het verslag in z'n geheel opnemen laat onze plaatsruimte niet toe. Maar we willen er toch zooveel mogelijk van overnemen,
We lezen dan;
Vervolgens werd het woord verleend aan ds. G.H. Wagenaar te Rotterdam, die het onderwerp inleidde: Synodale voorstellen.
Spr. zal niet herhalen, wat hij vorige malen reeds over de Synodale voorstellen omtrent de parochie-vorming heeft gezegd. Hij staat thans stil bij het volgende: Om den vorm van het Synodale voorstel heeft het aanspraak op waardeering, om de wijze van uitwerking is het onaannemelijk. De voorstellen van den Kerkeraad te Rotterdam heffen onze bezwaren daartegen op, en spreker zou willen dat deze vergadering daaraan zijn adhaesie betuigde.
Spreker gelooft dat de bezwaren van opportuniteit, dat er richtingen zijn die door dit voorstel meer macht zullen krijgen, niet in rekening mogen komen. Toch heeft hij bezwaren, en wel van principiêelen aard.
Ten eerste verscheurt het voorstel, zooals het daar ligt, de historische eenheid der groote gemeenten. Deze worden namelijk gedeeld in onsamenhangende brokstukken zonder centraal verband.
Ons tweede bezwaar is dat de werking van het voorstel over te veel gemeenten wordt uitgebreid. Het moet alleen voor groote gemeenten gelden, en niet voor gemeenten waar bijv. slechts 2 predikanten staan. Kleinere plaatsen nemen graag de allures aan van-een groote stad, en het gevolg zou zijn dat er zich partijen gaan vormen vóór en tegen parochie-vormingen, Dat is allesbehalve bevorderlijk aan de gemeentelijke rust en orde.
Het derde bezwaar is, dat een toevallige meerderheid over het al of niet vormen eener parochie kan beslissen. Het moeten 2/3 der stemmen zijn.
Deze bezwaren maken voor ons het voorstel, zooals het daar ligt, onaannemelijk. Maar wij moeten anders doen dan het onaannemelijk verklaren zonder meer. Want er ligt een juist beginsel aan het voorstel ten grondslag. De toestand der Herv. Kerk in onze groote steden lijkt op 't oogenblik op anarchie. Dat zal niemand kunnen tegenspreken.
In principe verdient het synodale yoorstel toejuiching. Maar amendeering is noodzakelijk, zooals Rotterdam het heeft voorgesteld. Voorkomen moet worden dat de historische eenheid der buurtgemeenten wordt verbroken. Evenwel moeten ze zelfstandig kunnen optreden.
Dan zal er wel weer beweging komen in het loodzwaar organisme der Kerk. Er moet minder gerekend, meer gewerkt worden. Dan kan op deze wijze ook aan de tegenstanders der reorganisatie getoond worden in de practijk, hoe uitnemend een presbyteriaal stelsel werkt.
Laat men de zaak nuchter bezien en nooit zeggen: de Kerk wordt door dit voorstel (geamendeerd op de wijze zooals Rotterdam dit deed) in gevaar gebracht.
Na deze inleiding werd gelegenheid gegeven tot discussie.
Dr. Oorthuis te Amsterdam heeft overwegende bezwaren tegen het synodale voorstel en die bezwaren zijn door het referaat niet weggenomen. Ten eerste is de toestand in de groote steden werkelijk niet zoo erg, als ds. Wagenaar heeft geschilderd. Ten tweede zullen de buurtgemeenten absoluut zelfstandig worden. De centrale kerkeraad wordt een administratieve bureaucratische instelling, die precies 't zelfde zal doen wat de Synode thans doet. Hij wordt de groote politieagent, die als eenige beweging in de gemeente zich gaat openbaren, roept: houd je stil, want er moet orde zijn. Spreker teekent protest aan tegen het feit, dat de Rotterdamsche kerkeraad adhaesie heeft betuigd met het synodale voorstel. Het is een ongeloovig voorstel en spreker begrijpt zich niet, dat zoovele eminente mannen zich er door hebben laten begoochelen, ook de redactie van de Geref. Kerk, het orgaan der vereeniging, waarin den laatsten tijd niet anders dan vóór het voorstel werd geschreven. Wat zal het gevolg van het voorstel zijn ? Dat de menschen van sommige wijken overgeleverd kunnen worden aan predikanten, die niet de volle waarheid leeren, terwijl ze nu voortdurend andere predikanten op de kansels zien optreden.
Hoe gaat het in Amsterdam? Daar zijn wijken, o.a. die van ds. Schouwenburg, waar de organisatie voortreffelijk is, waar voortdurend huisbezoek gehouden wordt, enz.
Dr. Oorthuis stelt de volgende motie voor:
De vergadering, gehoord de besprekingen, gehouden naar aanleiding van het voorstel der Synode, inzake de vorming van »wijkgemeenten«.
Overwegende, dat door aanneming van dit - voorstel, niettegenstaande het beginsel van territoriale afbakening, 't welk er aan te gronde ligt, wel degelijk reglementair den weg opengesteld zou worden om — door verhuizingen en uitwisseling van stemmen — het verderfelijke stelsel van «Evenredige vertegenwoordiging" eerst in de grootere, straks ook in de kleine gemeenten, stilzwijgend in practijk te brengen en zoo het Anti-Christelijke beginsel zelf bedektelijk in de Ned. Herv. (Geref). Kerk in te voeren;
dat met name het facultatief karakter der voorgestelde »regeling« in plaats van een gewenschte vrijheid tot inwendige organisatie te verleenen, er inderdaad als op berekend schijnt om hernieuwde actie van "vrijzinnigen* uit te lokken en de kerkelijke kwestie ten opzichte van het recht der minderheden door »uitvechten« tot oplossing te doen brengen;
dat derhalve — in verband met de zondige gestalte der kerk — de aanneming van het Synodaal voorstel hoe ook geamendeerd, geen ander gevolg zou hebben, dan eenenijds: -de kerkelijk doorgevoerde verloochening van den Naam des Heeren; anderzijds: verscherping van den partijstrijd in het Lichaam van Christus;
spreekt als haar oordeel uit dat met alle waardeering voor de goede bedoeling, waarmede het is ingediend en ook in haar midden verdedigd, het voorstel ten eenenmale onaannemelijk is en onaannemelijk zal blijven, zoolang niet, door invoering der Leertucht langs den weg der kerkelijke vergaderingen, de organische eenheid der Ned. Herv. Kerk, ook in hare uitwendige gestalte, vaststaat,
en draagt het Hoofdbestuurop deze motie te doen toekomen aan de Class. Vergaderingen en aan de Synode der Ned. Herv. Kerk.
Ds. Woudstra, uit Utrecht, gaat geheel met het woord van ds. Oorthuis mee. Deze reorganisatie is niet schriftuurlijk en niet Gereformeerd. Zij gaat uit van de mannen, die niets voor de Geref. Kerk voelen. Als de Synode eerst de door ons voorgestane reorganisatie wil, dan kunnen we werkelijk zien, dat ze het goede wil. Maar doet ze dat niet, dan kunnen wij met geen enkel van hare voorstellen meegaan. (Applaus).
De heer Van Vlijmen te Rotterdam is overtuigd, dat we met het Synonale voorstel de paarden achter den wagen spannen. Wat zal er in Rotterdam gebeuren ? In een der kerken komt een modern predikant en in Koninginnekerk zal misschien een socialist komen, die de algemeene werkstaking aanprijst. God behoede ons voor zulke predikanten, (Applaus).
Ds. V. Wieten te Amsterdam meent dat de wijkarbeid volkomen mogelijk is ook onder het nu bestaande reglement. Wat zal een centrale kerkeraad beteekenen? Een machteloos instituut zal het zijn.
De heer Hagen te Amsterdam gelooft dat het voorstel voortkomt uit de ideeën der menschen, en niet uit een zien op God.
Dr. Troelstra uit 's-Gravenhage zou graag willen weten, waarop ds. Woudstra zijn uitspraak grondt dat het parochiestelstel in strijd is met het Gereformeerd beginsel.
Spreker meent dat in het parochiestelsel wel degelijk een schriftuurlijk beginsel schuilt. Een zich steeds uitbreidende stad verliest het karakter eener gemeente. Dit moet één organisch geheel zijn, dat samenleeft en samenstrijdt. Dat is in onze groote steden thans een illusie.
Ds. Schouwenburg wijst er o.a. op dat ds. Voorhoeve te Amsterdam de groote Duitsche gemeenten heeft. bezocht en daar ervan overtuigd is, dat het parochiestelsel het modernisme binnenhaalt. Spreker weet dit wel: zijn de predikanten nu lui, dan zullen zij dat ook zijn onder het parochiestelsel.
Dr. Schokking antwoordt ds. Oorthuis dat er een vergadering van het comité der redactie van de Geref. Kerk is bijeengekomen, waar men zich unaniem voor het voorstel-Rotterdam heeft verklaard. Ook dr. Kromsigt; die zich vroeger opponent getoond heeft. Hebben al die menschen zich laten begoochelen, of zouden de tegenstanders soms ook een verkeerd inzicht hebben. In wezen gaat het er om of de kerk zal worden presbyteriaal, dan wel of ze zal vasthouden aan het bestaande macht-systeem, (geroep: «onjuist").
Ds. Wagenaar vindt het verschrikkelijk, dat ds. Oorthuis heeft durven spreken van een goddeloos voorstel, zijn manier van bestrijden was unfair. (Ds. Oorthuis protesteert). Het gaat niet over de meerderheid, maar over het beginsel. We moeten ons er voor wachten te worden een bloot anti-moderne vereeniging. Ons Geref. beginsel zal de toekomst hebben, als de gemeenteleden weer vereenigd worden in kleine kringen en de gemeente niet verloopt.
De heer Henkemans bejammert het dat er persoonlijkheden in de discussies zijn en dat gemengd met zooveel bitterheid. Hij hoopt dat het voortaan Christelijker zal toegaan. Als het voorstel zoo heilzaam is, had ds. Wagenaar zich moeten verheugen dat er zooveel mogelijk gemeenten in parochie's zouden worden verdeeld, en het niet aannemelijk moeten maken door te zeggen dat er maar hoogstens 35 onder vallen.
Ds. Schokking blijft bij zijn ook in 't vorig jaar geuite meening dat het Synodale voorstel het modernisme bevordert en niets geen voordeel brengt aan het Gereformeerde beginsel.
Ds. Boer stelt voor, de motie-Amsterdam in deze vergadering niet in stemming te brengen, zij is daarvoor te gedund en men zou de verbittering die hier geheerscht heeft, bezegelen. Ds. Oorthuis pleit zichzelf vrij van persoonlijkheden. Hij acht het onmogelijk, om de stemming der motie aan te houden, nu de redactie van de Geref. Kerk — dus de Conf. Ver. tegenover de buitenwereld — den laatsten tijd voortdurend voor het Synodale voorstel heeft gepleit.
De voorzitter erkent in oprechtheid, dat er bij hem ook absoluut geen bitterheid des geestes bestaat. Hij acht het wenschelijk niet uiteen te gaan vóór een beslissing genomen wordt.
De motie-Amsterdam wordt hierna met bijna algemeene stemmen aangenomen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 juni 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's