De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

9 minuten leestijd

In het Maandblad van de Chr. Postbeambten, „Door Plicht tot Recht" lezen we het volgende artikel, dat we gaarne overnemen:

Zondagsrust.

Geachte Redactie!

Als getrouw lezer van uw blad, als iemand die veel belang stelt in uw Bond »Door Plicht tot Recht«, verzoek ik u vriendelijk om een plaatsje voor onderstaand stuk. Bij voorbaat mijn dank!

In het laatste nummer van uw blad las ik het verslag eener vergadering, waar een motie werd aangenomen behelzende de Zondagrust,

Nu heeft deze zaak steeds mijn belangstelling en gaarne zou ik wenschen, dat door de Chr», vakbeweging hiervoor wat meer werd gedaan.

Deze zaak bezit mijn belangstelling, zei ik zooeven. En waarom ? Het antwoord is spoedig gegeven: Omdat er van Zondagsheiliging zonder Zondagsrust zoo weinig kan komen.

En ook, omdat het zoo noodig is voor den mensch, dat hij één dag per week eens uit de beslommeringen van 't leven gaat, om dan naar lichaam en ziel eens uit te rusten.

En wij danken er den Heere onzen God voor, dat Hij in Zijn liefde ons zulk een dag geschonken heeft. Maar helaas, de mensch heeft het ook hierin beter willen weten dan de Heere, de Schepper van hemel en aarde,

Men is begonnen om elkander dezen heerlijken dag, waarop niemand recht heeft, deze den Heere en zoo elkander te ontnemen. Wie is die God, dat wij Hem zouden gehoorzamen? heeft ook hierin weerklonken.

En dit kan geen verwondering baren. Zou de mensch, die in alles door de zonde lijnrecht staat tegenover zijn God, dit punt onaangeroerd laten? Dat zou een onmrogelijkheid zijn.

En nu maakt men zich er af en men zegt: Ach, het kan nu eenmaal niet anders.

Maar is dit waar ? Kan het niet anders ? Is al de arbeid, welke verricht wordt, zoo noodzakelijk ? Verre van daar!

Egoïsme, onnadenkendheid, enz.: 'dit zijn de factoren waardoor zooveel nuttelooze arbeid moet worden gedaan!

Maar toch mocht men verwachten dat in een Christenland, zooals ons Vaderland, een land, dat 80 jaren worstelde voor geloofsvrijheid, een land doortrokken met het bloed der martelaren, meer werd gevoeld voor 's Heeren wetten!

Maat ach, wat is het goud verdonkerd!

En deze motie lezende, heb ik mij eens in verbinding gesteld met postmannen, om zoodoende nog eens wat meer te hooren, aangaande hun dienst op Zondag!

Daardoor ben ik tot de ontdekking gekomen dat velen, direct of indirect om de 14 dagen zijn uitgesloten om op te gaan naar Gods huis!

's Morgens dienst, waardoor zij dan verhinderd zijn, dikwijls nog 's middags dienst. Nu ja, 's avonds dan toch vrij. Maar doordat velen hunner kleine kinderen hebben, moet dan of de man of de vrouw thuisblijven. Is dat niet droevig, en aan wie de schuld? Kon de dienst op Zondag niet veel meer worden ingekrompen ?

Als het in Amerika, Engeland, Australië, landen alle zooveel grooter dan ons Vaderland, kan, zou het dan hier niet kunnen?

En ik heb gezegd «mannen, strijdt, strijd met heiligen ernst voor Zondagsrust".

Maar toen moest ik hooren «als postman mogen wij dit niet doen!« Het is ons verboden!

Dat vond ik hart, maar toch, bij eenig nadenken kon ik dit begrijpen, al keurde ik het niet goed. Want wie zal er nu voor strijden?

Deze gedachte liet mij niet met rust. En ik besloot om eens een paar malen een postman te volgen op zijn Zondagochtendtocht!

Maar wat ik toen gezien heb, dat bedroefde mij meer dan ik zeggen kan.

Want nu ontdekte ik, dat toch velen Christenmannen wetend of onwetend, maar daardoor niet minder zondig, ook den postman geen rust gunnen.

Want bij hoevelen mannen van naam, vooraanstaand in het Christelijk leven op allerlei gebied, moest de man de post bezorgen.

Bij Bestuursleden van verschillende Chr. Vereenigingen, bij mannen welke zitting hebben in Kerkeraden, bij Predikanten en Hoogleeraren in de theologie, bij Chr. Kamerleden enz.

Welk een ontgoocheling I Welk een teleurstelling! Zelfs één predikant, gaande naar Gods huis om daar de blijde boodschap te brengen, ontzag zich niet, den postman te vragen : "Hebt u niets voor mij ? «

Ik was vol! En het woord des Heilands kwam mij voor den geest. "Doe wel naar hun woorden maar niet naar hun werken».

Ik had genoeg gezien! En ik besloot genoemden Predikant te volgen naar de kerk.

Maar wat er bij mij omging, toen ik daar de Wet hoorde lezen en wij moesten zingen Ps. 92: 1, «Laat ons den rustdag wijden,met psalmen tot Gods , eer, « kan ik niet zeggen; rnijn hart was te vol! Voortdurend moest ik denken aan de woorden van Ps. 130:2,

»Zoo gij in 't recht wil treden, O Heer! en gadeslaan, Onz' ongerechtigheden; Ach! wie zal dan bestaan? "

«Christenmannen! wat moet daar de wereld van zeggen, die toch ook zulk een handelwijze ziet ? Wat zal God de Heere daarover wel zeggen?

Begrijpt gij dan niet, dat gij door zoo te handelen veel kwaad, zeer veel kwaad, doet. Moest gij niet de eerste wezen, welke door uw voorbeeld anderen moest opwekken?

Is het zoo noodig dat gij op Zondag de post ontvangt?

Zegt nu niet: -«Daardoor zal de postman niet vrij zijn«. Het is uw plicht uw heilige roeping door uw voorbeeld, anderen te trekken.

Eenmaal zal ook hier rekenschap van moeten worden afgelegd!

Geeft Gode wat Gode's is. De rustdag komt Hem toe. Die moet Hem worden geheiligd. En dit helpt gij nu ook door zulke daden verhinderen! Want wat kan een Christelijk Minister doen, ook in het belang van den Zondagsrust, als gij zulk een voorbeeld geeft-Wie zal haar dan hierin steunen ?

O, brengt dan Heilig vuur op het altaar, dan zal er kracht uit gaan ook van dezen strijd.

Dan, als alle Christenmannen hierin handelen naar des Heeren gebod, voorzeker dan zal uw voorbeeld bij velen navolging vinden.

En vat kost het u weinig moeite! Een klein brieve gezonden aan den Directeur van het Postkantoor uwer inwoning, met het verzoek om Zondags aan uw woning niet te doen bestellen, en het is afgeloopen.

Hoevelen kunt gij, mannen van invloed, niet opwekken hetzelfde te doen ? b.v. op vergaderingen enz. ? Kent dan uw plicht en helpt ook den Chr. postman in dezen strijd. Dan zal de Zondagsdienst minder worden, en velen zullen ook dan naar de begeerte van hun hart kunnen opgaan naar Gods huis.

Moge de Heere onze God, ook deze zwakke poging zegenen. Dat is mijn oprechte bede.

Met vriendelijke groete en hartelijken dank. .

Een vriend der postmannen.

Wat er van de heilsfeiten bij de modernen overblijft kan nog weer eens blijken uiteen Hemelvaartsoverdenking, die wij indertijd vonden in het Weekblad voor de vrijz. Hervormde (1 Mei '13):

In den Hemel.

Het Hemelvaartfeest is jonger dan het Paaschfeest. Als ieder rechtgeaard Israëliet vierden Jezus' vrienden en vriendinnen telken jare deze gedachtenis van den uittocht der vaderen uit Egypte met blijden geest. Toen was er een floers over gelegd, want de dag van vreugde was geworden een dag van bitteren rouw. Maar het licht begon te dagen; wanneer zij in werkelijkheid of in gedachten gingen naar zijn graf, dan waren hun reeds de engelen van hun geloof en hunne liefde vooruitgesneld. Hij is hier niet — dus klonk 't hun tegen —, hij is uit het rijk der dooden opgewekt en door God in den hemel opgenomen. En met schooner glans dan immer te voren schitterde voor hen nu het Pascha als feest der overwinning, behaald door hunnen Heer.

Intusschen zette de overlevering haar eigen arbeid voort. Toen, tal van jaren na Jezus' heengaan, iets daarvan schrifieiijk werd vastgesteld, heette het, dat de verheerlijkte Meester herhaaldelijk aan de zijnen was verschenen, nog veertig dagen na zijne opstanding op aarde had vertoefd, om daarna zichtbaar omhoog te stijgen en achter de wolken te verdwijnen. En een afzonderlijke feestdag werd daarvoor ingesteld.

De vorm dezer overlevering, gegrond op eene geheel verouderde wereldbeschouwing, is in ons oog beslist verwerpelijk. De gedachte van Paschen en Hemelvaart daarentegen is ongeëvenaard schoon. Beide feesten spreken van de zekere zegepraal van den Christelijken geest, en van de kroon door den lijder verworven. Wie alzoo het leven kon geven, moest het eeuwige leven deelachtig zijn.

De zijnen nu hebben deel aan deze heerlijkheid. Niet altijd hebben zij dat hoog gevoel van hunne heerlijke voorrechten. Er komen oogenblikken van zwakheid, van dofheid, waarin een wolk dit vriendelijke licht van hunnen hemel verbergt. Doch dat het niet hersenschimmig is, daarvan zijn zij levendig overtuigd.

Eene zaligheid als die der hemelingen doorstroomt hen, waar zij deel hebben aan de. zege huns Meesters. Somwijlen zien zij, hoe het recht zegeviert, het goede in zijne waarde Wordt erkend. Zelfs kennen zij, die de litteekenen dragen van bloedigen strijd, de overwinning op die zonde, welke zij nooit hebben gewild doch al te vaak gepleegd. En blijven geene rampen hun gespaard, zoodat van hemelsch geluk geen sprake schijnt te kunnen wezen, hunner is ook de heerlijke ondervinding van een rijken zegen uit kwaad, waar dat mede middel werd, om hen reiner, beter te maken.

Daarnevens staat hunne roeping, om als Gods medearbeiders de zegepraal van den Christelijken geest te bevorderen. Hebben somtijds de menschen in overspanning gemeend, dat het léven voor den hemel bestond in het zich onttrekken aan de wereld en de verplichtingen, welke het leven oplegt aan lederen mensch, wij weten in Jezus geest te handelden door ons met onverzwakte kracht te geven aan den kring, waarin God ons heeft geplaatst. Daar is kind en vrind, die wij kunnen bijstaan en aanmoedigen in hunnen strijd. Daar bestaan vele vereenigingen en bonden, welke wij stoffelijk en zedelijk kunnen steunen in hun kamp tegen de zonde, hun ijveren voor gerechtigheid. In ons gezin, welke plaats ook wij daar innemen, hebben wij te zorgen, dat eene gezindheid van vredelievendheid en blijmoedige dienstvaardigheid den boventoon heeft. '

Blijde mogen wij - ons gestemd gevoelen op dezen feestdag, ter willé van onzen verheerlijkten Meester, maar niet minder om de voorrechten, ons zelf geschonken. Des Christens vreugde is onafhankelijk van eenig geschiedverhaal."

Te midden der vergankelijkheid levende, voelen wij ons rustig gestemd, waar zoo verheven taak in het heden ons is toevertrouwd, en de hoop op schoone. toekomst ons vriendelijk tegenlacht. Mits wij weten, dat wij reeds nu zijn overgegaan uit den dood tot het leven omdat wij elkander liethebben dat wij reeds hier in Christus Jezus zijn medegezet in den hemel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's