Uit het kerkelijk leven.
Inschrijven van lidmaten
Moderne menschen leven altijd uit de geachte dat ze het rijk alleen hebben en dat ze alles mogen doen wat ze willen. En die de brutaliteit heeft om op hun handelingen aanmerking te maken worden altijd voorgesteld als ruziezoekers en bekrompen menschen. Verbeeld u, in ons kerkelijk leven staat de eene Kerkeraad ten nauwste in verband met den anderen Kerkeraad, saam onder één wet en één orde.
Maar neen, daar stoort de moderne zich niet aan. Die ontduikt in eigen gemeente de wet en verbreekt in eigen kring de goede orde b.v, door de allerdwaaste belijdenisvragen te stellen, geheel in strijd met geest en hoofdzaak van de leer onzer Herv. Kerk, en als die Kerkeraad dan ook nog jongelui uit endere gemeenten tot belijdenis-doen toelaat, dan zou de Kerkeraad, onder wiens opzicht deze jongelui leven en die hun namen heeft in te schrijven in de lidmatenboeken, niet eens mogen vragen — waar 't bekend is, dat het misbruik in moderne gemeenten niet van de lucht is — of er wel vragen gesteld zijn, die overeenstemmen met die in onze Herv. Kerk gebruikelijk zijn en voorgeschreven.
Dat is de grootste brutaliteit in de oogen van de alleenwijze moderne heeren.
Toch achten we dit de weg dien we uit moeten.
Als dan de roekeloosheid de spiegaten uitloopt, is het tijd dat er controle wordt geoefend.
Waarom we ook zoo gaarne zouden willen, dat in art. 39 Begl. godsd, onderwijs minstens déze wijziging gemaakt werd, dat de woorden „althans wat den geest ende hoofdzaak betreft', kwamen te vervallen.
't Minste is toch al, dat aan allen, die in de Herv. Kerk belijdenis des geloofs afleggen dezelfde vragen worden gesteld.
En het voorstel van coll. Briede, Herv. pred. te Franeker, staat ons best aan, dat er in de vragen voor de schriftelijke kerkvisitatie ook een zal worden ingebracht, die informeert of de vragen van art. 39 gesteld zijn en zoo niet welke dan.
Zoo kan er controle en orde komen. Maar om nu te blijven bij 't geen pas nu weer gebeurd is.
De Kerkeraad van Rijswijk (Z.-H.), waar het kerkelijk leven in de Herv. Kerk op enkele graden beneden O staat, liet enkele jongelui uit Den Haag toe tot het belijdenis afleggen in de Herv. Kerk te Rijswijk.
Men behoeft niet te vragen waarom?
Doch toen deze jongelui werden aangediend door den Kerkeraad van Rijswijk aan den Haagschen Kerkeraad, besloot men daar, alvorens hunne namen in te schrijven, eens te informeeren op welke vragen deze jongelui waren toegelaten. Of het Reglement in deze wel geëerbiedigd was.
En nu is men boos in Modernen Kring. Wat verbeeldt die Haagsche Kerkeraad zich wel, om zich te bemoeien met den Kerkeraad van Rijswijk, die zich beliefde te bemoeien met jongelui uit Den Haag!
Het Weekblad voor de Vrijzinnige Hervormden schrijft er dit over:
Weer een greep naar het nieuwe strijdmiddel.
Ook de kerkeraad van 's-Gravenhage is begeerig geworden, het nieuwe strijdmiddel der orthodoxie te hanteeren, en blijkt een kansje te willen wagen, om te ontkomen aan de inschrijving van vrijzinnigen, die eerst tot lidmaten zijn aangenomen en bevestigd.
Deze kerkeraad wil dat echter niet doen op ruwe wijze en langs onwettigen weg. Daarom heeft hij zich gewend tot het Classicaal Bestuur.
En dientengevolge is dit Bestuur op onderzoek uitgetrokken.
Zoodoende heeft de kerkeraad van Rijswijk, die de Haagsche vrijzinnigen pleegt aan te nemen — onlangs is dat nog weer gebeurd met verscheidene leerlingen van den emeritus-predikant A. S. Carpéntier Alting, die toen de bevestiging heeft geleid —, van het Classicaal Bestuur het volgende schrijven ontvangen:
Bij ons Bestuur is ingekomen een schrijven van den Kerkaraad der Ned. Herv. Gemeente te te 's-Gravenhage, waarin deze verklaart, zich bezwaard te gevoelen door de onzekerheid met betrekking tot de vraag, of de Haagsche jongelieden, die in uwe gemeente worden bevestigd, wel bevestigd worden op vragen, die »in geest en hoofdzaak» in overeenstemming zijn met de belijdenisvragen, voorgeschreven in art. 39 van het Regl. op het Godsdienstonderwijs.
De Kerkeraad acht zien niet gerechtigd, zoolang deze onzekerheid niet is opgeheven, om in de toekomst de aldus bevestigde jongelieden in te schrijven in de lidrnatenregisters der Gemeente 's-Gravenhage, en beroept zich op de Synodale circulaire van 20 Aug. 1912, no. 488.
Wij verzoeken dientengevolge uwen kerkeraad, ons te melden, welke vragen bij de jongste bevestiging van Haagsche jongelieden door den emer. predikant Carpéntier Alting zijn gedaan, en hoe de vragen luiden, die door den pastor loci bij dergelijke gelegenheden gebruikt worden.
Ook het optreden van den Haagschen kerkeraad is niet in orde. Een kerkeraad is natuurlijk niet bevoegd, de inschrijving te'weigeren op ^rond van »onzekerheid« omtrent de gestelde vragen, .want hij is dat op geen enkelen grond.
Van »weigeren« mag hierbij zelfs in het geheel geen sprake zijn. Alleen zou de inschrijving, niet «geweigerd* mogen worden, doch achterwege moeten blijven, als een bevestiging door een Classicaal Bestuur ongeldig mocht zijn verklaard.
Maar de kerkeraad van 's-Gravenhage heeft, door zich te richten tot het Classicaal Bestuur, toch een beter standpunt ingenomen dan die van Tzum en Leiden.
Merkwaardig overigens, dat de kerkeraad vroeger van die »onzekerheid« nooit last heeft gehad!
Gelukkig dat die Haagsche Kerkeraad er toch nog met een pluimpje afkomt, .want men bewandelde daar een beteren weg dan te Tzum en te Leiden.
We zullen zien wat het oplevert. Er komt beweging.
Nog altijd wachtende.
Het Weekblad voor de Vrijzinnige Hervormden is ons altijd nog een antwoord schuldig op ons vervolg-artikel „op de catechisatie", waar we met uitspraken van binnen-en buitenlandsche theologen ons oordeel staafden, dat zij, die met geest en hoofdzaak van de leer Kerk verschillen en nochtans in de Kerk bljjven oneerlijke menschen zijn.
Nu dachten we, dat de geachte Hoofdredacteur „De Waarheidsvriend" misschien niet meer las. Maar tot onze blijdschap bemerken we dat dit nog wel het geval is.
Mogen we daarom bij deze vriendelijk vragen, of wij het genoegen nog zullen mogen smaken een antwoord van het Weekblad der Vryz. Herv. te ontvangen?
't Zal ons hoogst aangenaam zijn. En de zaak zelf lijkt ons nog altijd niet geheel onbelangrijk.
Zóo liefst niet.
Ook wij hebben meer dan eens aangedrongen op „verzamelen". Die bij elkaar hooren moeten ook bij elkaar komen, . Althans moet bij velerlei, dat dan nog verschilt, datgene wat vereenigt den boventoon voeren. Ook de wereld moet zien en ervaren dat we één zijn, allen die wenschen te buigen voor den Christus Gods en die den Heere wenschen te dienen naar Zijn Woord,
Nu is dat gérnakkelijker neergeschreven dan in practijk gebracht. Want telkens steekt dat ellendige giftbeest der verdeeldheid den vuilen kop weer omhoog en wordt soms in een oogenblik afgebroken wat met véél moeite was opgebouwd.
Daartoe werken doorgaans van twee of meer kanten allerlei verkeerde dingen mee. Dikwijls is het niet eens zoo in bizonderheden aan te wijzen wèt het is. Maar soms ook wél.
Zoo is er bij de confessioneelen over 't algemeen een geweldige afkeer van allen die zich gereformeerd noemen in onze Herv. Kerk en geen gezangen laten zingen. We hebben iemand gekend, die botweg beweerde; dat zoo iemand het evangelie niet kon prediken en met zeer groote woorden en veel gebaren, die een vervaarlijk geluid maakten, werd in de Kerkeraadskamer afgesproken, dat geen anti-gezangenman ooit op den preekstoel zou komen.
En Dr. Hoedemaker noemde de niet-gezangenzingers de „afgescheidenen."
Die geest werkt op tal van plaatsen. En mede dat geeft wel eens den doorslag om 'hartstochtelijk uit te roepen: „God beware onze gemeente voor een Bondsman" en het doet het feit wel eens geboren worden, dat confessioneelen met ethischen saam gaan' werken, opdat de gereformeerden er net lekker buiten vallen.
Dan wordt gezegd : die en die is toch zoo'n nette man en die en die zou zoo goed passen in het Kiescollege, in den Kerkeraad, in het college van Kerkvoogden enz, enz.
Of die persoon dan staat op den bodem van de belijdenis?
Ach — men moet nu niet naar alles zoo nauwkeurig informeeren...
Of die persoon Kerkrechterlijk Gereformeerd denkt ?
Ach — men moet nu op alles geen zout willen leggen
En zoo komen dan telkens de gereformeerden er juist buiten vallen.
Terwijl de ethischen niet zelden heel veel voelen voor die tactiek — en gaarne een handje meehelpen.
Zoo staat menig confessioneel dan practisch op het standpunt: dat die en die fractie toch ook in dit of dat college behoort vertegtówoordigd te worden, alleen tot een vertegenwoordiging van de fractie der gereformeerden kan men nog maar niet besluiten.
En als men er eindelijk toe moet komen, dan., , is er nog wel iets op te vinden.
Deze en dergelijke dingen vinden we niet eerlijk. En waar deze dingen bij velen een haat tegen het gereformeerde, in den vorm waarin dit zich nu 100 jaar onder ons vertoont, verraadt, .willen wij er niet over zwijgen.
Wij zijn voor eerlijke samenwerking. Maar dan ook samenwerken in eerlijkheid, zooals dat onder geestverwanten behoort.
En ja — dan hebben we gezegd, dat er confessioneelen zijn, die practisch voor evenredige vertegenwoordiging zijn.
Al wil men dan modernen niet.
Doch ook gereformeerden niet.
Overigens is de redeneering: die en die moeten we niet afstooten, die en die schakeering heeft toch ook recht op vertegenwoordiing in de colleges, onze Kerk is een volkskerk enz. enz.
Maar practisch moeten de gereformeerden afgestooten en buitengesloten worden.
In Amersfoort, Hilversum, Leiden, Middelburg enz. enz. is dat 't geval geweest en wé zouden wel willen dat degenen die in het midden van de confessioneelen de leiding hebben dit eens wilden onder de oogen zien en het feit erkennend, tegelijk deze practijken veroordeelden.
Want hoewel er niets vernederends in zit om hand-en spandienst te verrichten, zoo is het niet bevorderlijk voor rechte samenwerking om als houthakkers en waterdragers behandeld te worden.
En daarom zouden we aan „De Geref. Kerk" — welk Weekblad ook wij altijd verkeerdelijk het orgaan der Confess. Vereeniging genoemd hebben, maar slechts een uitgave is van een Comité en niet van de Confess. Vereeniging — ook wel willen vragen: trek nu niet één zin uit z'n verband, maar laat het gedeelte uit ons artikel „Het Parochiestelsel" (Waarheidsvriend 6 Juni jl.) dat hierop betrekking heeft, eens in z'n geheel opgenomen worden in „De Geref. Kerk" en laat het eens erkend worden, dat hier iets zit wat niet goed is onder ons.
Verzamelen blazen rondom „den grootst gemeenen deeler der belijdenis" ligt niet op onze lijn; hoewel we gaarne alles wat eenigszins aannemelijk is op kerkrechtelijk terrein willen steunen, als 't mogelijk is.
Maar als we verzamelen willen blazen dan moeten we onze kracht niet zoeken in woorden maar in daden.
Naar' uitwijzen van onze beginselen wat betreft belijdenis en Kerkrecht.
Want zooals het nu gaat, zóo mag en kan het niet.
Voorstellen tot handhaving der leer.
Onder dit opschrift bespreekt Kerkblaadje onder redactie van Ds, J. C, V. Meischke te Raamsdonkveer, de vaste medewerker Dr. J. C. S, Locher te Waspik de voorstellen van onzen Geref, Bond in zake de proponentsformule enz.
Ook verleden jaar mochten we van dezen kant aanstonds bewijzen van sympathie ontvangen, waarom het ons verheugt dat Kerkblaadje zich ook na weer uitspreekt ten gunste van ons pogen,
We laten het artikel van Dr, Locher in z'n geheel volgen:
Niet van de Synode zelve, maar van verschillende kanten komen er voorstellen tot handhaving van de leer tot de Classicale Vergaderingen en Kerkeraden en tot de Synode.
Het is verblijdend, dat van verschillende zijde het besef gewekt wordt van het treurige, verkeerde van den tegenwoordigen toestand, dat gewezen wordt op de noodzakelijkheid om terug te keeren tot de oude paden. Wanneer wij onze instemming met deze beweging betuigen, dan is het niet.uit lust om uit te bannen, niet om onze meening te doen zegevieren, maar opdat Gods Woord heersche in onze Kerk en aan de arme schare geen steenen voor brood gegeven worde.
Vooral is het te doen om hetgeen de proponenten moeten onderteekenen, voordat zij tot de Evangeliebediening worden toegelaten. Tegenwoordig moeten zij, wat de leer aangaat, beloven, „overeenkomstig het karakter der Christelijke Kerk in het algemeen en de Nederlandsche Hervormde Kerk in 't bijzonder, het Evangeiie van Jezus Christus te verkondigen." Wat men als zoodanig wil doen doorgaan, daar blijft men heden nagenoeg vrij in.
Nu heeft onder leiding van Ds. Groenewoud te Ee de jaarvergadering van orthodoxe kerkeraden in de classis Dokkum een gewijzigde formule voorgesteld; men wil laten beloven om, „in overeenstemming met de Belijdeniis der Ned. Hervormde Kerk, uitgedrukt in hare symbolische geschriften, het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen, " Ook laat deze formule aan de belofte van opvolging der kerkelyke verordeningen voorafgaan die van „gehoorzaamheid aan bet levend Hoofd der *Kerk, "
Een soortgelijk voorstel zal uitgaan van de Confessioneele vereeniging, blijkens het verslag van hare jaarvergadering.
De Gereformeerde Bond tot verbreiding en verdediging der Waarheid in de Nederlandsche Hervormde (Gereformeerde) Kerk komt ook dit jaar, evenals verleden jaar, niet slechts met één, maar met drie voorstellen; ook hetgeen de godsdienstonderwijzers onderschrijven, maar vooral hetgeen de a.s, lidmaten beloven, dient gewijzigd te worden.
Wij laten die voorstellen in haar geheel volgen:
„Art. 27 van het Reglement op het Examen (de z, g, proponentsformule) worde aldus veranderd :
»Wij ondergeteekenden, door het Provinciaal Kerkbestuur van X (of door de Commissie tot de zaken der Waalsche Kerken) tot de openbare Evangeliebediening in de Nederlandsche Hervormde Kerk toegelaten, - beloven in het diep besef van onze roeping en in vertrouwen op God, dat wij daarin met ijver en trouw zullen werkzaam zijn naar uitwijzen van Gods Woord, overeenkomstig de Formulieren van Eenigheid; om alzoo het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen en de belangen van het Godsrijk in het algemeen en van de Ned. Herv, Kerk in 't bijzonder te bevorderen, ons daarbij onderwerpende aan alle wettige orde in
„Vervolgens worde art, 19 van het Reglement op het Godsdienstonderwijs (de godsdienstonderwijs-verklaring) aldus veranderd:
»Wij ondergeteekenden, bij het Classicaal Bestuur van X (De Waalsche Commissie) geëxamineerd en toegelaten tot het geven van Godsdienstonderwijs, beloven, dat wij, in gehoorzaamheid aan onze roeping en in vertrouwen op God, daarin met ijver en trouw zullen werkzaam zijn, om de leer, die in het Oude en Nieuwe Testament en in de twaalf artikelen des Christelijken Gelools begrepen is — en in de Formulieren van Eenigheid door de Herv. Kerk zelve omschreven —, te onderwijzen en alzoo het Evangelie van Jezus Christus te verkondigen om de belangen van het Godsrijk in het algemeen en van de Ned. Herv, Kerk in het bijzonder naar vermogen te bevorderen, in alles ons onderwerpende aan alle wettige orde in Gods Kerk.
En eindelijk zij het verzoek, dat art, 39 van het Reglement op het Godsdienstonderwijs (de belijdenisvragen) aldus worde gewijzigd:
»De bevestiging van lidmaten heeft plaats in eene daarvoor bepaalde godsdienstoefening, bij welke hun de volgende vragen ter beantwoording worden Voor In tegenwoordigheid van God en van Zijne Gemeente vraag ik U:
Vooreerst: belijdt gij, op grond van Gods Heilig Woord en in overstemming met de belijdenisschriften der Kerk, te gelooven in God den Vader, den AImachtige. Schepper des hemels en der aarde, en in Jezus Christus, Zijnen eeniggeborenZoon, onzen Heere en in den H. Geest ?
Vervolgens: belooft gij bij deze belijdenis in leer en leven door Gods genade te volharden ?
Eindelijk : belooft gij tot den bloei van het Gods. rijk in het algemeen en van de Ned. Herv. Kerk in 't bijzonder in gehoorzaamheid aan Gods Heilig Woord naar uw vermogen volijverig mede te werken en U te onderwerpen aan alle wettige orde in Gods Kerk? »
Aldus de voorstellen. Met groote belang, stelling hebben we kennis genomen van de wijzigingen, sedert verleden jaar daarin aangebracht. Toen reeds verklaarden wij (zie No. 12) met de strekking van die voorstellen te kunnen medegaan; maar we opperden enkele bezwaren. Het was toen vooreerst de bedoeling, een voorstel te geven bij wijze van overgang. Toen wilde men verplichten op „de leer die in het Oude en Nieuwe Testament en in de twaalf artikelen des Christelijken geloofs begrepen is, in den zin, die door de Kerk onzer vaderen, blijkens hare belijdenis daaraan gehecht wordt." Daar lag iets vaags in-thans'is het eenvoudiger, beslister uitgedrukt.
In de belijdenisvragen van verleden jaar misten wij de vraag naar het geloof in God den Vader". Het was enkel verplichten op de leer, Qok dat bezwaar vervalt bij het onderhavige voorstel.
De belofte van een godzaligen wandel zooals men ze thans wil gevraagd zien, bevalt ons door hare soberheid en eenvoudigheid ook beter dan die van verleden jaar,
Eindelijk iiepgen we met groot genoegen waar, dat men ook daar is begonnen te voelen voor ons bezwaar tegen de belofte van de opvolging van de kerkelijke verordeningen zonder meer. De Gereformeerde Bond stelt voor om te lezen „met onderwerping aan alle wettige orde in Gods Kerk."
Tegenover eene Synode, die bang is voor al wat naar „doleantie" zweemt, zou het goed zijn om dat woord , , wettig" iets nader toe te lichten, opdat ze niet meene, dat men hier een slag om den arm wil houden en eventueele afscheuring zou verdedigen met te zeggen; Ik heb wel beloofd mij aan de wettige orde te onderwerpen, doch u, Synode, erken ik niet als wettig.
Doch dat is bijzaak. We verblijden ons, dat nu. de oogen daarvoor open gaan, dat eene Kerk de conscienties harer leden nag veel minder aan hare verordeningen en reglementen zonder beroep op Gods Woord mag binden, dan aan hare leer. Hoe vele gevallen zijn er voorgekomen, dat juist voorgangers met eene teedere conscientie in conflict kwamen met de eene of andere reglementaire bepaling, die wellicht zelfs goed bedoeld, maar toch menschen werk was? Of wil men onze reglementen voor onfeilbaar houden, waaraan men toch elk jaar zit te verbeteren? De belofte van onderwerping aan de kerkelijke orde geeft genoegzamen waarborg tegen willekeur en bindt de conscientie niet aan de reglementen zondermeer maar verplicht om altijd, ook in geval van conflict, den weg van orde te bewandelen.
Daar in het Reglement voor Kerkelijk Opzicht de Tucht naar de proponentsformule en. de belijdenisvragen verwezen wordt, zal men voor de leertucht geplaatst worden. En dan zal men vanzelf inzien, dat om die leertucht volkomen te kunnen uitoefenen, eene betere organisatie moet komen. Doch gaarne gaan we daarin mede, dat de belijdenis, het Woord, voorop gesteld wordt, en dat de organisatie eerst daarna aan de orde komt.
Stelt ge u nu voor, dat die wijzigingen angenomen worden? Neen! Dat weten we wel; toch is het goed, er telkens weder op te wijzen, opdat het al. meer worde gevoeld: Gods Kerk is geen dispuutgezelschap; Gods Kerk is onderworpen aan Zijn Woord. We mogen geen vrede hebben met den bestaanen toestand!
* * *
Wij willen deze gelegenheid nog eens aangrijpen om vooral de Kerkeraden te vragen: help ons in ons pogen om .bij de Synode gehoor te krijgen, om in deze tot andere toestanden in onze Kerk te komen.
Ongeveer 500 Kerkeraden hebben ons adres ontvangen.
Men behoeft dit adres niet over te schrijven, doch alleen in te vullen en te onderteekenen.
Dan zenden aan het Class. Bestuur met verzoek om het door te zenden aan de Synode.
Jammer dat de Confess. Vereeniging ons adres niet kon overnemen. Want het gaat niet alleen om de proponentsformule, maar ook om de verklaring voor godsdienstonderwijzers en om de belijdenisvragen.
Er had dan één voorstel op de Synodale tafel kunnen komen, door allen gesteund, t Begin van 't „verzamelen blazen" in daden omgezet. Maar nu dat niet het geval is, nu moet ieder in eigen kring doen wat mogelijk is, opdat de zaak als zaak in kracht winne.
En de Heere doe ook mede door dit pogen nog iets goeds geboren worde voor onze Hervormde (Gereformeerde) Kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 juni 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's