De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Ingezonden.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Ingezonden.

11 minuten leestijd

»Wee hun" Jud.:11

Hooggeachte Redactie.'

Met verontwaardiging heb ik — en zeer zeker velen met mij, — kennis genomen van hetgeen Dr. Datema, Ned, Herv. Predt. te Delfshaven, geschreven heeftin »De Nieuwe Kerkbode."

Met verontwaardiging! Omdat de inhoud van dat schrijven zoo tergend, zoo alle perken te buiten gaand is.

gaand is. Niet omdat Dr. Kuyper daarin voor de zooveelste keer — 't zij terecht of ten onrechte — onder handen wordt genomen. Maar daarom omdat de schrijver is een voorvechter van den Gereformeerden Zendingsbond, een van de hoofdredacteuren van het Orgaan van dien bond, wiens belangen door hem moeten worden behartigd.

En nu meent U, Redactie, in uw onderschrift, dat:

Ook onze Gereformeerde Zendingsbond zal er »plezier van hebben, dat die huichelaars als De

»Waal Malefijt en Idenburg zijn weggejaagd".

En voorts:

»'t Is zooveel aangenamer om op audiëntie te »gaan bij Mr. van Deventer, en te staan in Ned.

lndië onder het regime van Mr. Fock"

doch, ik weet 't, dat is bittere scherts.

Maar voor Dr. Datema is die scherts: realiteit. Is dat niet treurig?

Gezien hetgeen hij schreef, gehoord het advies van hem om dit Ministerie niet te steunen, »opdat men er eeuwige vrucht van drage"! moet ik komen tot de ontzettende gedachte, dat Dr. Datema, een van de hoofdredacteuren van Alle den Volcke, " voorvechter van den Gereformeerden Zendingsbond: ... huichelt!

En hoe eer hij zijn functie in dien Bond neerlegt, hoe beter!

Beter voor hem zelf.

Beter, bovenal voor den Gereformeerden Zendingsbond.

Want een man die zóó medewerkt om de kerstening van ons Insulinde tegen te gaan, — een man, die op zulk een wijze de belangen der Zending, der Gereformeerde Zending, meent te mogen dienen, —een man die al het zijne er toe bijgedragen heeft een Christelijle Ministerie, dat ijvert voor de Zending, te doen vallen, ... zulk een man kan de Geref. Zendingsbond missen, zulk een man zal de Bond met blijdschap uit zijn gelederen zien vertrekken.

En zoo hij zulks niet vrijwillig doet, zal die Bond goed doen, hem daartoe te noodzaken.

Waöt, — nog eens, geachte Redachte, — zulke »voorvechters" kunnen we missen!

Missen we zelfs gaarne!

Omdat ze afbreken wat met zoo ontzettend veel moeite wordt opgebouwd door den Bond in 't algemeen, door de Hulpvereenigingen in 't bijzonder. Omdat tegenover het heerlijke doel van den Bond, het brengen van het Evangelie, naar den eischvan Gods Woord, aan de heidenen» zulke mannen niets anders doen dan den Islamitischen »Godsdienst« bevorderen.

Dat heeft Dr. Datema met zijn schrijven ook gedaan!

En ik noem dat, — met U —: schrikkelijk.

Maar, — Dr. Datema kan tevreden zijn!

Zijn doel is bereikt.

Het »vromige« Ministerie is gevallen!

Het is gevallen ia een strijd, waarin het ging:

» Voor of tegen Christus.*

En Dr. Datema heeft gezegd: tegen.U

Want, geachte Redactie, U is het immers met mij eens, dat de jongste stembusstrijd niet ging tegen de tariefwet, tegen Talma, tegen't Ministeiie, maar dat het betrof de keuze: Voor of tegen den Christus Gods!» »Voor of tegen de doorwerking van onze christelijke beginselen op elk terrein des levens.

Mannen als Dss. van Hoogenhuijze en Wagenaar zagen - zij het wat laat — den ernst van die leuze in, en ze hebben terecht gemeend dat de wapens bij den ernstigen strijd ten slotte saam moesten worden opgestoken.

Dat strekt hun tot eere!

Maar Dr. Datema is in zijn felle, niets-ontziende Kuyperhaat zóo vèr gegaan dat hij ten slotte heeft gezegd: »dan óok maar tegen den Christus» ... »En het zal U en velen nog rijkelijk vrucht des eeuwigen levens opleveren.«

Wat vromig, venijnig gepraat is dat!

En Dr. Datema is een van de hoofdredacteuren van »Alle den Volcke*...

Is voorvechter in den Gereformeerden Zendingsbond !...

Steunende die mannen, die met de N. Rott. Ct. zeggen: »in Indie vindt het christendom een vrije plaats, maar ddt christendom waarbij niet gesproken wordt van die onmogelijke en verschrikkelijke geschiedenis van Golgotha.»

Geachte Redactie, ik moet eindigen.

Straks wordt daar, in Veenendaal, onze zendelingleeraar van de Loosdrecht afgevaardigd naar Midden-Celebes.

Daarbij kan Dr. Datema, waar hij meedeed om ons christelijk Ministerie weg te jagen en daarmee tegelijk onzen christen Gouverneur-Generaal van Indie, Idenburg, natuurlijk niet tegenwoordig zijn.

Hij zal zich, naar ik hoop, schamen om zich dan te . vertoonen in de Kerk, waar gebeden zal worden voor de ontsluiting van onze Indien voor het Evangelie Gods.

En wanneer straks de zendingsdag is te Driebergen, dan zal Dr. Datema voor zijn spreekbeurt aldaar moeten bedanken en dat aan anderen overlaten, anders zal natuurlijk ieder weldenkend mensch zich daar van hem afkeeren.

Eerst meehelpen, dat Indie gesloten wordt voor het Evangelie en dan heel vromig gaan staan praten op het Zendingsterrein, dat dulden wij niet.

En mocht Dr. Datema die bescheidenheid missen, dan zal, naar ik hoop, de eerstvolgende ledenvergadering de gelegenheid openen Dr. Datema ter verantwoording te roepen en niets zal mij aangenamer zijn dan eens persoonlijk uit zijn mond te mogen hooren, wat hem bewoog te kiezen vóór den Islam, tegen Christus !...

Ik dank U, hooggeachte Redactie, voor de plaatsing en verblijf

Hoogachtend, Uw dw. dr. " J. LANGHOUT, lid der hulpzendingsvereeniging Leiden, van den Geref. Zendingsbond.

FEIJENOORD, Juli '13,

Geachte Redactie,

't Was in de week voor den stembusstrijd:

Daar ik vernomen had, dat Dr. P. G. Datema van Delfshaven voor zijn gemeenteleden zou optreden om dan over deze belangrijke zaak té spreken, was ik belangstellend om te weten op welke wijze Z.Eerw. deze dingen zou behandelen.

We verwachten immers, vooral van een Geref. predikant, dat zulke zaken met den noodigen ernst en met waardigheid worden behandeld. Maar helaas, dit is mij bitterlijk tegen gevallen. De spreker begon te vertellen, dat onze kerk heeft kunnen gewagen van veel strijd, waardoor ze vaak, zoo het scheen, haar ondergang nabij was; niet alleen ten tijde van de Fransche Revolutie maar ook in de dagen van de Doleantie. Niettemin, al lag ze ook nu en dan in puin, zij rees toch telkens weer heerlijk op. De mannen van '86 hadden allen politieke oogmerken (Z.Eerw. had met al die mannen gesproken), doch het is hun niet gelukt de Kerk omver te werpen.

Dat konden zij nietl

Nu was er een Bond van menschen in de Ned. Hervormde Kerk die de Waarheid wilden hooghouden; maar ach! dat is immers niet noodig. Z.Eerw. zei dan ook woordelijk: »wij behoeven voor de Kerk niet bang te zijn, de kerk zal zich zelf wel redden.

Maar nu komt het.

. Een kwartier later... de kerk is in gevaar!

Is 't heusch? dacht ik bij mijzelve; en de kerk kan niet in gevaar worden gebracht; immers, die zal ziek zelf wel redden !

Ja, ja zei Dr.-Datema, onze Herv. Kerk is in gevaar; en dat gevaar dreigt ons te overkomen van de zijde van 't Christelijk Ministerie.

Zij willen de kerk als 't ware ondergraven.

Laat alle man dus schouder aan schouder op de bresse staan, om den vijand te bekampen, opdat de kerk voor. instorten wordt bewaard. Wij kunnen onze stem dus niet uitbrengen op rechts , wijl er voor de kerk van de liberalen nog minder te duchten is als van de Chr. meerderheid in de 2e Kamer.

Doch ik vernam maar niet, op wien wij onze stem dan wèl mochten uitbrengen. Hierover ondervraagd zijnde gaf Z.Eerw. na lang dralen en schipperen te. te kennen, dat men gerust zijn stem op een liberaal kon uitbrengen, hoewel hij zelf zich van elke stemming onthield. «Z.Eerw. bemoeide zich niet met de politiek", moet men weten ("terwijl hij over de politiek sprak.)

»Maar dat is toch bezwaarlijk, " zei één der leden, want liberalen zijn toch geestverwanten van de socialisten welke" zich keeren tegen eiken Godsdienst. Dr. Datema bracht hem echter onder 't oog, dat hij dit zoo kwaad niet moest opnemen. Dat waren ««uitspattingen zei Z.Eerw. die men in geen geval op rekèning van die partijen kon schuiven. »Zulke uitspattingen treft men immers overal aan."

De rechterzijde-in de 2e Kamer randt de Kerk aan de liberalen daartegenover laten de Kerk zoo als zij is. Van hen hebben wij althans half zooveel kwaad niet te duchten als van de Christelijke Regeering  want weet ge wat die Regeering wil doen ?

Zij wil de centen deelen, en dat mag niet!

Daar staan wij pal voor ! Dat is het ónze!

En die centen zijn nu in gevaar. Dus de oogen goed open en stemt vooral geen man van Rechts",

»Ja maar Dominé, " zei een ander, «mogen wij dan het kwade doen, opdat het goede daaruit.voortkome ? De Schrift zegt: dat zij verre 1"

«Ach!" zei Ds. Datema, «dit moet je zóo niet opvatten; de H Schrift zegt nu eenmaal: «Wees niet al te rechtvaardig en niet al te goddeloos." De Sidoniërs hebben toch ook medegewerkt aan den bouw des tempels ...« enz. enz.

Dit nu. Geachte Redactie, is zoo ongeveer de rede geweest van Ds. Datema.

Mocht ik iets vergeten hebben, dan hoop ik dat Ds. Datema in dit blad de zaak nader zal toelichten. Ik zeg in dit blad. Omdat wij het niet gaarne in de Nieuwe Kerkbode zagen, aangezien genoemd orgaan kogel-vrij verklaard is en wij dus geen gelegenheid kunnen ontvangen ons op dit gebied te verweren of te verdedigen.

Een vraag slechts aan Ds. Datema:

Mogen voor U de finantiëele aangelegenheden der Kerk de hoojdzaak zijn, waardoor gij adviseert om de stem uit te brengen op de linkerzijde ? 01 moest deze, vooral voor U, de allerlaatste plaats innemen ?

U bent toch nog altijd Geref. predikant, is het niet? die als hoofddoel moet streven naar: «Tot de Wet en tot de Getuigenis!«

Ten slotte beval U nog met klem een boekje aan, getiteld: «Wien moeten wij, Nederlandsche Hervormden kiezen ? "

Ik heb dit vod na lezing weggeworpen, en ik verklaar niet te begrijpen, hoe een Geref. predikant het voor zoo'n vrijzinnig-Hervormde-boekjesman kan opnemen. Dit is mij tot dusverre een raadsel! Ik hoop dat Ds. Datema mij deze dingen eens duidelijk maakt. Dan zal hij zeer zeker met mij nog vele anderen verblijden.

Met dank voor de plaatsing,

P. DE RUITER

Onderschrift van de Redactie:

Wij willen voor de aardigheid eens even onder elkaar plaatsen wat de Antirev. Staatspartij en wat b.v. de Vrijz.-Dem. Bond op financieel gebied wil.

Het Program der Antirev. partij spreekt zich in Art. 20 duidelijk uit:

«Zij verklaart, dat noch voor het rijk in Europa noch voor de Indien door de Overheid een Staatskerk van wat vorm of naam ook, mag worden in stand gehouden of ingevoerd;

dat het den Staat niet toekomt zich met de^ inwendige aangelegenheden van Kerkgenootschap-pen in te laten; en dat ter bevordering van een meer dan dusgenaamde scheiding scheiding tus» schen Staat en Kerk de verplichting, uit art. 168 (nu art. 1.71) der grondwet voor de Overheid voortvloeiende, na uitbetaling aan de rechthebbenden van het rechtens verschuldigde, dient te worden opgeheven.»

Men stelle hiernaast § 6 van het werkprogram van den Vrijzinnig-Democratischen Bond:

«Ter volledige toepassing van het beginsel van scheiding van Kerk en Staat, verlangt de Bond: losmaking van de geldelijke banden tusschen den Staat en de Kerkgenootschappen.»

Hieruit blijkt terstond, hoe door de Vrijz.-Democraten ronduit wordt verklaard, dat zij eenvoudig willen doorsnijden den financieelen band, die de Kerk aan den Staat bindt, zonder den rechthebbenden terug te geven wat hun toekomt; 'terwijl de Anti-Revolutioaire partij, op het voetspoor van Groen van Prinsterer, scheiding voorstaat, mits uitgekeerd worde' aan de rechthebbenden het kapitaal, dat hun toekomt.

Als men nu voorts bedenkt dat Dr. Kuyper er op heeft aangedrongen, dat art. 171 bij deze grondwetsherziening zal blijven gelijk het is, dat de.Regeering wijl haar ontwerp art. 171 ook onaangetast liet en dat de Anti-Rev.-partij zich bij accoord verbonden had om niet bij amendement wijziging van dit artikel voor te stellen, dan voelt men hoe leugenachtig en onverantwoordelijk het is om de menschen wijs te maken dat het Ministerie Heemskerk onze Herv. Kerk de centen wilde afnemen en er dan bij te zeggen: de vrijzinnigen willen alles laten zooals het is.

Dat is eenvoudig gelogen.

Wanneer men voorts bedenkt dat. bij' de post voor een 17de predikantsplaats te Rotterdam 21 rechts en 5 vrijzinnigen vóór stemden en 17 vrijz. en alle socialisten tegen, , dan ziet men de leugen dat Links voor de Herv. Kerk is en Rechts tegen.

Mannen als de Beaufort en Foreest stemden tegen en werden nu door den Nat. Bond van Prot. kiezers aanbevolen!

Weet men niet wat het Ministerie Heemskerk voor de Herv. Kerk deed?

Het benoemde rechtzinnige hoogleeraren; het stelde voor tractement te geven voor den I7den predikant van Rotterdam, door de Eerste Kamer afgestemd; het gaf pred. tractement voor Nijverdal; in 1910 gaf het f600 per jaar aan de gemeente Overdinkel, Feijenoord kreeg f 1500. Nieuw-Weerdinge i 600, Spaarsdam f 1200, Ede f 2000 — alles per jaar.

Meer zeggen we niet.

De leugen ligt er dik op.

Nu is onze Herv. Kerk veilig. Socialist en liberaal behoeden haar..

De Heere vergelde ons niet naar onze zonden.

Hij zie in gunste op ons neder.

Want anders zal de leugen gaan heerschen.en de val zal niet uitblijven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Ingezonden.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 juli 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's