De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de Pers.

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de Pers.

8 minuten leestijd

In „de Geref. Kerk" (No. 1291) lazen wij en van Dr. Kromsigt ontvingen wij onderstaand artikel, dat we gaarne in „de Waarheidsvriend" overnemen, opdat onze lezers kunnen zien wat Dr. Kromsigt op 't hart heeft.

't Artikel luidt:

De wraak der groote steden.

Men bouwt geen sanatoria in een moeras. Hoedemaker.

De groote nederlaag der rechtsche partijen bij de stembus van 17 en 25 Juni, grooter nog dan zelfs de pessimisten onder ons hadden gevreesd, is te beschouwen, als de wraak der groote steden over het niet verleenen van subsidie in haren ontzettenden, geestelijken nood. Mogen prof. Woltjer en alle anderen, die in 1909 subsidie weigerden voor de 17de predikantsplaats te Rotterdam of er tegen schreven in de pers of op andere wijze dit geestelijke belang tegenstonden, dit nu eens wel bedenken en eindelijk tot bezinning komen. Het Hollandsche spreekwoord zegt: »Wie niet hooren wil, moet voelem. Welnu allen, die gemeend hebben hunne geestelijke hulp op allerlei wijze aan de Volkskerk en aan de Volksschool (de openbare school) te moeten onttrekken, hebben dezen slag gevoeld. Het is te hopen, dat zij nu ook zullen hebben geleerd en alsnog leeren zullen.

Wij hebben nu reeds jaren lang gewaarschuwd. Wie als predikant in onze groote steden met ernst arbeidt, moet het wel opmerken, hoe de geestelijke toestand daar met den dag zienderoogen op de meest onrustbarende wijze achteruitgaat. Doch onze staatslieden op hunne studeerkamers of op andere wijze ver levende van het eigenlijke volksleven in onze arbeiderswijken en achterbuurten zagen (met zeer enkele uitzonderingen) den nood niet en lieten zich ook niet waarschuwen. Men meende: het zou zoo'n vaart niet loopen. Men zou het volk op andere wijze wel bereiken.

De Christelijke scholen bloeiden immers. Hoe namen zij toe in aantal en in macht! En ook de Gereformeerde kerken mochten zich immers in bloei en in een toenemend ledental verheugen ! Straks zouden zij door eene machtige evangelisatiebeweging den grooten aanval beginnen om ons volk weer te winnen voor den Christus Gods! Werd het breed opgezette Congres voor evangelisatie niet reeds gehouden ?

En intusschen gaf men op onverantwoordelijke wijze prijs, wat God ons in den historischen weg nog van het Christendom in ons volksleven gegeven en gelaten had. De Ned. Herv. Kerk werd vaak met hoon en smaad overladen. De meesten dachten er niet aan haar bij hare geestelijke taak, die men door zich af te scheiden en te onttrekken nog had verzwaard, ook maar eenigszins te steunen. Zelfs de zoo noodige staatssubsidie tot bereiking van de verwilderde massa's in de groote steden werd haar niet gegund.

Zoo was het in anti-revolutionaire kringen. En in Christelijk-historischen kring was er helaas geen eensgezindheid. De nawerking van de theorieën van Vinet over scheiding van Kerk en Staat, deed veel kwaad. Menigeen was zóó in zijn doctrinarisme bevangen, dat zelfs de oogenblikkelijke nood niet kon bewegen, met opzijzetting de theorie nu althans hulp te bieden. Helaas, wij moeten dit erkennen om niet eenzijdig te zijn in ons oordeel, was ook onder vele predikanten de lakschheid zeer groot. Men stond niet op als één man voor de belangen onzer Ned. Herv. Kerk in de groote steden. Er was moedeloosheid en verwarring. Men ontwaakte te laat en verrichtte toen alleen negatief en geen positief werk.

En zoo is de geestelijke brand in onze groote steden intusschen voortgegaan en al verder, verder nog dan zelfs de meest somber gestemde had vermoed. En nu is dit het einde.

Zal men nu hooren ?

Of zal men aan allerlei oppervlakkige verklaringen van de rechtsche nederlaag voet geven? Zal men alles aan bijkomstige oorzaken toeschrijven (b.v. aan de tariefwet) zonder tot de dieper liggende oorzaken van onze geestelijke inzinking door te dringen?

Dat zou zeker ontzettend zijn.

Want dan zou men de prediking verwerpen, waarmede God in de ontroerende feiten zelf thans tot ons komt.

Dan zou gelden ook voor ons volk en voor de leiders des volks: Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld.(Jer. 5 : 3.)

Dat verhoede God.

Wij hebben ons over dit schrijven van Dr. Kromsigt verbaasd, want daar staat toch : „de wraak der groote steden over het niet verkenen van subsidie in haren ontzettenden geestelijken nood".

Of neen — laat ons eerlijk zijn — we hadden too'n schrijven verwacht. Want we weten, dat Dr. Kromsigt zich juist op deze dingen blind staart. Dr. Kromsigt en déze zaak zijn éen.

Maar dat neemt niet weg, dat er bij ons altijd nog hoop over blijft, dat Dr. - Kr. tot een andere beschouwing zal komen. Hij lijkt ons te nuchter en te verstandig in zijn beschouwingen, dan dat hij altijd in deze strik zal blijven zitten. Laat de oud-predikant van Rotterdam, die tegenwoordig herder en leeraar te Amsterdam is, toch eens eerlijk worden en bekennen, dat het de zondige, treurige, geestelooze toestand is van onze Herv. Kerk die de oorzaak is van veel ellend, terwijl die Kerk weigert om haar zonde te belijden en terug te keeren tot den eenvoudigen weg van Gods Woord.

Neen — we moeten geen hospitaal en herstellingsoord bouwen in een moeras!

En daarom zijn we er dan ook volstrekt niet voor, om van de school een moeras te maken en er dan heel deftig den Bijbel te brengen.

We moeten ie school bouwen op de plaafs waar ze hoort en dan kan Gods Woord als Gods Woord gebruikt worden.

Het heilige wil heilig behandeld worden.

Gods Woord is geen toovermiddel.

En wat de Kerk betreft: onze Herv. Kerk handhaaft haar belijdenis niet, laat alles toe, duldt de meest afwykende prediking, laat den eenen predikant verwoesten wat de ander op bouwt, heeft geen predikanten genoeg, heeft er geen cent voor over, om meer predikanten te krijgen en meer Kerken te bouwen; heeft geen ouderlingen, die werken, die met het Woord vertrouwd zijn en uit dat Woord kunnen spreken tot anderen, die huisen krankenbezoek doen, die de predikanten helpen; onze kerk heeft niets over voor de armen, de kerkcollecten zijn treurig en klagen ons aan; onze kapitalen vermoorden ons en de armen krijgen een harden gulden — als 't mooi is.

Kom, kom, laat ons eerlijk zijn!

En laten allen die de Herv. Kerk waarachtig lief hebben en bidden mogen om haar herstel en opbouw, die werken mogen, om de waarheid Gods bekend te maken onder jongen en ouden — laten die allen het bekennen dat het zoo treurig staat met onze Kerk en dat de de oorzaak is, dat het volk verloren gaat, — wat in de groote fabrieks- en handelssteden het meest en het eerst aan den dag komt, terwijl de hoogere standen alom den rug toekeeren aan de Kerk, die zich Kerk noemt, maar zich niet als Kerk des Heeren openbaart. De arbeider, de middenstandsman, de geleerde, de edelman, die nog eerbied heeft voor Gods Woord en z'n knieën nog buigt voor den Christus Gods, verlaat onze Herv. Kerk hoe langer hoe meer en we houden over, een groote massa, die we houden... omdat de Kerk zich niet als Kerk openbaart, want anders raakten we die ook kwijt. Neen, we moeten het niet voorstellen alsof in de Herv. Kerk de gezonde, bijbelsche gedachte des Verbonds leeft — terwijl de gereformeerden in en buiten de Herv. Kerk het Verbond Gods te niet en het volk loslaten.

Want dan maakt men zich wat wijs, waarvan men zelf, bij eenig nadenken moet bekennen, dat het niet de waarheid is.

Onze Kerk moet ophouden te leven naar eigen lust en goedvinden.

Ea onze Herv. Kerk moet weer als Geref. Kerk gaan leven.

En daarbij moeten flinke, degelijke, echt christelijke scholen alom gebouwd worden.

Dat is de weg tot genezing.

En het doet ons pijnlijk aan, dat Dr. Kromsigt daar in zijn artikel niets van schijnt te willen weten. Daar draaft hij maar weer door op het stokpaardje van separatisme. En dan is er geen praten met Dr. Kromsigt, helaas.

Als hij bezig is om sanatoria te bouwen in een moeras, is hij doof voor elke redeneering die zegt, dat iemand die z'n Bijbel kent toch beter moest weten en dat onze Geref. Vaderen dan ook nooit die dwaasheid hebben uitgehaald.

Dr. Kromsigt hoort er niets van; gelooft er niets van.

Maar toch blijven we hopen, dat er nog eens verandering bij hem zal komen.

En dan samen recht door zee — waarbij de Heere nog altijd blijft een Waarmaker van Zijn Woord en een verrassend God, in de openbaring Zijner genade en liefde.


i) Men vergete niet, dat de arbeid in de groote steden onder de geschetste omstandigheden uit den aard der zaak deprimeerend werkt. Dr. Hoedemaker zeide eens: »Men wordt in een groote stad lam en tam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Uit de Pers.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 11 juli 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's