De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Indrukken uit Veenendaal!

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Indrukken uit Veenendaal!

13 minuten leestijd

Woensdag 30 Juli was voor de zaak der Gereformeerde Zending een gewichtige dag.

Op dien dag toch werd de eerste zendeliiig van den Gereformeerden Zendingsbond in de plaatselijke gemeente te Veenendaal bevestigd om straks als missionair dienaar des Woords naar Midden-Celebes uit te gaan. Zoowel voor den jongen man, die zich weldra met de vrouw zijner keuze aan dezen arbeid wijden zal, als voor den Gereformeerden Zendingsbond, alsook voor de betrokken gemeente was het een dag die niet gemakkelijk uit de herinnering zal uitgewischt worden.

Het was aan den morgen van dezen dag dan ook reeds een meer dan gewone drukte, die het anders nu niet bepaald om zijn rust zoo bekende dorp in de Geldersche vallei kenmerkte.

Veenendaal toch was de gemeente op welke het Bestuur van den Zendingsbond het oog gevestigd had. Waarschijnlijk eensdeels om oude relaties - Veenendaai toch is een der eerste en tevens een der weinige gemeenten die in haar wettige vertegenwoordiging van een Kerkeraad lid zijn van den Bond — anderdeels omdat de heer v. d. Loosdrecht deze gemeente geboren en opgevoed is, had het Bestuur van den Bond de Kerk ter plaatse uitverkoren om in het midden onze Hervormde Kerk de eerste zendende gemeente te zijn. 

De plechtige bevestiging zou eerst des avonds in een wettige samenkomst der gemeente geschieden, maar het Bestuur had aan den kerkedienst doen voorafgaan een vergadering van leden van den Bond en andere belangstellenden in het werk der Zending. Deze vergadering zou des namiddags ten half drie in het hotel „De Roskam" gehouden worden. 

Tegen het vastgestelde uur waren dan ook de zalen van genoemd hotel bijna geheel bezet. 

Nadat de aanstaande zendeling met zijne familie was binnengeleid en in de onmiddelijke nabijheid van de bestuurstafel had plaats genomen opende de Voorzitter, Dr. de Lind van Wijngaarden van Putten, het samenzijn  met het doen zingen van Psalm 72 : 10, het voorlezen van een gedeelte van Johannes 10 en gebed. De Voorzitter begon hierna alle aanwezigen een hartelijk welkom toe te roepen. Dat welkom betrof natuurlijk in het bijzonder den heer Van de Loosdrecht die gewezen werd op het gewicht van zijn taak vermaand werd om bij het vervullen daarvan zijn oog te vestigen op zijn grooten Zender die trouwe houdt in eeuwigheid en de werking zijner handen niet varen laat. Verder werden door spreker begroet. de afgevaardigden van andere zendingscorporaties, alsmede de Voorzitter van het Classicaal bestuur Van Wijk, Ds. van Popta van Bunnik. de verschillende afgevaardigen van Rotterdamsche Zendingsschool, het Ned. zendelinggenootschap, de Utrechtsche Zendingsvereeniging, het Java-Comité en de Zeisterbroedergemeente zegt spreker dat het nooit de bedoeling van den Gereformeerden Zendingsbond geweest is om in te grijpen in anderer arbeid, maar dat wij ons van het begin af ten doel gesteld hebben om het gereformeerde volkje ~ spreker zegt dat hij verkleinwoord gebruikt omdat er onder hen zooveel eenvoudigen naar de wereld zijn — op te wekken hun roeping die ook zij in den arbeid der zending hebben, te vervullen. Bij al wat ons van andere corporaties scheidt wijst de Voorzitter verder op de eenheid die daar tusschen allen die de - uitbreiding van Gods koninkrijk bedoelen, bestaat, een eenheid uitkomend in de belijdenis van den Heere Jezus Christus, als den algenoegzamen Borg en Middelaar, tot zaligheid van zondaren.

Nadat de Voorz. hierop den Secr. gelegenheid heeft gegeven voorlezing te doen van enkele ingekomen stukken, meerendeels bestaande uit betuigingen van sympathie en heilbeden, aan de heer Van de Loosdrecht het contract betreffende zijn uitzending onderteekend heeft, krijgt deze het woord en laat zich ongeveer hooren als volgt:

Het is met groote blijdschap, dat ik hier voor u sta. Wie had gedacht, dat ik, in deze gemeente geboren, eens hier zou worden afgevaardigd om te gaan werken onder de heidenen. Als ik mijn weg daartoe overzie, vermenigvuldigen zich de gedachten in mij. Wat de toekomst betreft, daarvoor heb ik geen vrees, want ik vertrouw en weet dat God de Heere in alles zal voorzien. — Terugziende op het verleden, op de dagen mijner jeugd, zoo herinner ik mij, bij veel anders, met dankbaarheid mijner grootmoeder, mij steeds heeft aangespoord tot den dienst van Jezus. Maar bovenal dank ik God voor Zijne leiding, waarbij Hij mij het oog des geloofs deed slaan op den Middelaar, en mij den vrede gaf.

In mijne eerste jeugd had ik nog weinig gehoord van het werk der zending, maar toch lag er toen reeds eene begeerte in mij eenmaal werkzaam te mogen zijn in den dienst mijns Heeren. Ik klaagde Hem mijn nood, en Hij heeft mij zoo verhoord, dat ik nu reeds met blijdschap mag .terugzien op mijn verblijf aan de Zendingsschool, waarbij 't ook met dankbaarheid herdenk al de liefde en de toewijding aan mij bewezien. Gaarne spreek ik nogmaals mijn dank uit aan allen, die aan mijne vorming hebben medegewerkt. vooral aan dr. Brouwer, den rector van de Zendingsschool, die mij liefde voor de zending heeft ingeprent, en als geliefde leermeester steeds eene ruime plaats in mijne herinnering is blijven innemen. En daarnaast ook het bestuur van den Gereform. Zendingsbond, dat tot mij kwam met de vraag, of ik zijn eerst uit te zenden zendeling wilde worden. Voor dat in mij gestelde vertrouwen breng 't u mijn innigen dank, en ik hoop dat ik nimmer zal beschamen,  En tevens dankende alle vrienden, die getoond hebben belang te stellen in mijne studiën, doe ik dat met een beroep op hun verderen steun.

Voor mijne ouders is dit hier voorzeker ook eene plechtige ure. Bij veel blijdschap zal er bij hen ook veel droefheid wezen. Gij hebt, uw kind overgevende in den dienst des Heeren, ondervonden wat God wil doen boven bidden en denken. En zal het heengaan van hier voor u srnartelijk zijn, gij weet toch dat de Heere ook daarin zal weten te sterken.

Dierbare ouders! laat me nu heengaan in naam van de liefde en de kracht onzes Gods.

Mijne vrienden! Ik en zij, die met mij henen gaat, wij zijn er van overtuigd, dat gij met ons zult blijven meeleven. De nood op Celebes is groot. en ons kuddeke aldaar is nog klein, maar wij weten dat God hulpe zal geven, en zoo gaan wij daarheen onder het Goddelijke wachtwoord : Voorwaarts !

Als de Voorzitter voor dit met aandacht gehoorde woord dank heeft gezegd, krijgen verschillende belangstellenden gelegenheid om te spreken. 

Ds. van Popta die het eerst van deze gelegenheid gebruikt maakt, dankt voor de uitnoodiging tot bijwoning dezer plechtigheid en verzekert van de belangstelling en het gebed der Classis. Hierna spreekt hij naar aanleiding van het Psalmwoord : "laat de heidenen weten dat zij menschen zijn" een kernachtig woord en eindigt met den wensch dat er onder de leden van den Bond steeds een eendrachtige saamwerking onder de banier der ons heilige beginselen moge zijn.

. Dr. Brouwer spreekt namens de Zendingsschool en het Ned. Zendelinggenootschap een woord van waardeering in het werk van den Zendingsbond. Hij stelt het op hoogen prijs dat waar de bede om hulp uit Celebes steeds dringerder wordt, de Bond wel trachten door de afvaardiging van zijnen eersten zendeling in dien nood ten deele te voorzien Spreker wenscht het Bestuur geluk en spreekt vervolgens zijn leerling op hartelijke wijze toe, zeggende dat hij hem met zijn aanstaande vrouw, met vertrouwen ziet heengaan, omdat hij overtuigd is, dat hun hope op den Hèere gevestigd is.

Hierna krijgt Ds. de Bruin van Veenendaal het woord om namens den Kerkeraad der plaatselijke Kerk het Bestuur van den Zendingsbond geluk te wenschen en den wensch uit te spreken dat de verhouding tusschen Bestuur en Kerkeraad steeds een goede en aangename zal mogen zijn.

Vervolgens wordt nog het woord gevoerd door den heer Neuman, als afgevaardigde van het Java-Comité; door den heer van der Roest, als afgevaardigde van de Utrechtsche Zendingsvereeniging ; den heer Kleinsmidt, als afgevaardigde van de Broedergemeente te Zeist ên Ds. Leenmans als oud-Bestuurslid van den Zendingsbond.

Overbodig is te zeggen dat ook in deze toespraken weer uitkwam dat iedere vogel zijn eigen lied zingt..

Nadat de Voorzitter de verschillende sprekers heeft dank gezegd voor hun gesproken woord, overhandigt hij nog aan den heer Van de Loosdiecht het Woord van God, den wensch uitsprekend dat het steeds voor hem zijn moge een lamp voor den voet en een licht op het pad. — Hierna wordt op zijn verzoek de samenkomst ten ongeveer half vijf gesloten met dankzegging door ds. Boonstra van Schoonhoven.

Na het gemeenschappelijk diner waaraan 64 personen deelnamen, kwam de gemeente tegen 7 uur samen in het huis des gebeds. Reeds vóór den aanvang der godsdienstoefening was het ruime kerkgebouw tot in de hoeken gevuld. Dank zij de goede zorgen van de regelingscommissie, bestaande uit de heeren Ds. de Bruin, Ds. Beekenkamp. en Ds. Bieshaar en de medewerking door Kerkeraad en Kerkvoogdij betoond, was onder den kansel een podium aangebracht waarop meer dan 100 plaatsen voor Bestuur en genoodigden waren gereserveerd.

Onder het zingen van Psalm 68 : 10 en 17 betrad Dr. de Lind van Wijngaarden den kansel vooraf gegaan door den bevestiger en gevolgd door den heer Van de Loosdrecht, den Kerkeraad en een 32-tal predikanten die aan de handoplegging zouden deelnemen. Te voren was in de consistoriekamer door Ds. van Popta een zegen gevraagd. Nadat gelezen was Jesaja 40:1—11 en door den dienaar op den kansel het votum, de zegen en het gebed waren uitgesproken, werd door de gemeente gezongen Psalm 72:6, waarna de Voorzitter van den Gereformeerden Zendingsbond een rede uitsprak naar aanleiding van Jesaja 40 : 9. Na het verband waarin dit woord voorkomt in den breede te hebben aangetoond, bepaalt de. redenaar zijn gehoor bij de ernstige roeping die van 's Heeren wege tot de gemeente komt om in Zijn Naam een verkondigster van goede boodschap te zijn.

Achtereenvolgens staat hij stil bij Sion en Jeruzalem, bij den hoogen berg, die door dat Sion beklornmen moet worden. Spreker zegt: dat is niet de hooge berg van eigen kracht en zelfgenoegzaamheid, maar de bedoeling is dat niet alleen in eigen kring, maar in de groote ruime wereld de boodschap des heils verkondigd rnoet worden. Vervolgens wordt gewezen op den rijken inhoud van die boodschap, terwijl ten slotte de steden van Juda werden aangemerkt als zinnebeeld van de heidenen, tot wie, omdat zij met Jeruzalem in verband staan, mede de goede boodschap moet worden uitgedragen. Na den wensch te hebben uitsproken dat dit gebod Gods in de gemeente een gebed des harten mag zijn, eindigt spreker zijn rede en verlaat onder het zingen van Psalm 86 : 5 den kansel, welke hierop aanstonds door den pastor loci, Ds. Jongebreur wordt beklommen. Deze begint met het Bestuur van den Zendingsbond namens den Kerkeraad hartelijk dank te zeggen dat het voor de bevestiging van zijn eersten zendeling-leeraar deze gemeente gekozen heeft. Het is der gemeente een eere dat zij, vooral in deze dagen waarin het werk er zending onder zoovele vrome en onvrome voorwendsels wordt tegengestaan, het orgaan zal zijn waardoor in het midden der Hervormde kerk de eerste missionaire dienaar des Woords naar de heidenwereld zal worden uitgezonden. Temeer is dit spreker een oorzaak van vreugde omdat de jongeling die uitgaat, in het midden van deze gemeente geboren, eenmaal aan den voet van dezen zelfden kansel, het teeken en zegel van het Verbond van Gods genade ontving. Vervolgens zich tot den jeugdigen zendeling richtend zegt hij, dat het werk der zending waarin hij zich wijden zal, een werk des geloofs is. Hij wijst er hem op hoe het daarom noodig is dat hij zal gaan en staan in het geloof. Zonder dat geloof zal hij niets vermogen, maar door dat geloof zal hij in dagen van voorspoed en zegen, aan God de eer kunnen geven, en zal hij in dagen van tegenspoed en tegenwerking zijn eigen leven weten te verliezen om ook dan, als zijn werk wordt afgebroken, en zijn raad wordt vernietigd, nochthans te vertrouwen dat dè Raad des Heeren bestaat en dat Hij Zijn welbehagen volvoert. 

Met de bede dat hij in dat geloof niet, zooals velen het tegenwoordig willen, zal zitten of liggen, maar dat hij naar de vermaning des apostels er in zal staan, welk staan alleen geleerd wordt op de School van den Heiligen Geest, besluit de bevestiger zijn toespraak en nadat de heer Van de Loosdrecht hierop van zijn zetel is opgestaan, wordt voorlezing gedaan van het Formulier der bevestiging van Dienaren des Woords, afgezonderd tot den dienst der Zending. Wanneer de nieuwe Dienaar de gebruikelijke vragen van het Formulier hem door den bevestiger gedaan, met een „ja ik, van ganscher harte" heeft beantwoord, wordt hem door de gemeente toegezongen Psalm 134:2 en 3. Nadat hij bij den derden regel van het eerste dezer verzen is nedergeknield, en de gemeente bij het aanheffen van het laatste vers is opgestaan, leggen al de aanwezige Dienaren des Woords hem de hand op het hoofd en spreken hem kortelijk toe.

Plechtig klonk het door het kerkgebouw toen achtereenvolgens een woord gehoord werd van Ds. Jongebreur van Veenendaal, Dr. de Lied van Wijngaarden van Putten, Ds. Boonstra van Schoonhoven, Ds. Beekenkamp van Delft, Ds. Heijer van Renkum, Ds. Klomp van Hillegersberg, Ds. Hupkes van Staphorst, Ds. Bieshaar van Zetten, Ds. van Ingen van Harderwijk, Ds. de Bruin van Veenendaal, Ds. van Popta van Bunnik, Dr. Brouwer van Rotterdam, Ds. Schippers van Ede, Ds. Leenmans van Utrecht, Ds. Zijlstra van Groot-Ammers, Ds.Bongers van Kamerik, Ds. .van Ingen van de Klundert. Ds. den Oudsten van St.-Maartensdijk, Ds. Kuylman van Lunteren, Ds. van Eist van Genemuiden Ds. Batelaan van Ouderkerk a. d. IJsel, Ds. van Dorp van Bodegraven, Ds. van Vliet van Leerdam, Ds. Kraag van Hasselt, Ds. Remme van Oud Beierland, Ds. van den Berg van Hoogeveen, Ds. de Geus van Wilnis, Ds, Kleinsmidt van Zeist, Ds. van Toorn van Leerbroek, Ds. van Mastrigt van Barneveld. Ds. Brunt van Zoelen en Ds. Benes van Delft.

Als de laatste met de hoogepriesterlijke zegenbede geëindigd heeft, wordt op verzoek van den bevestiger door de gemeente weer aangeheven Psalm 119:9 (eenigszins gewijzigd) waarna met de vermaning en de dankzegging van het Formulier de plechtigheid wordt besloten. Nadat nog gezongen is Psalm 22 : 14 en 16 en de zegenbede door Ds. Jongebreur is uitgesproken gaat men, algemeen onder den indruk van hetgeen geschied is, uiteen.

Ongeveer 9 uur was de plechtigheid afgeloopen. Verschillende genoodigden konden nog .vertrekken en naar hun heimath terugkeeren. Anderen vereenigden zich nog eenigen tijd in het hotel „de Roskam", om straks hetzij in genoemd hotel of bij de Veenendaalsche burgerij een gastvrij logies te vinden. De algemeene indruk was, dat wij een goeden dag hadden gehad en we mogen ons overtuigd houden, dat bij het verlaten van Veenendaal, zeker de bede voor de Gereformeerde Zending tot den troon der genade is opgezonden: „bevestig Gij het werk onzer handen over ons, ja, het werk onzer handen, bevestig dat".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's

Indrukken uit Veenendaal!

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 8 augustus 1913

De Waarheidsvriend | 4 Pagina's