Wat ons hindert.
Al wat mij de Vader geeft, zal tot Mij komen; en die tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen. Joh. 6:37. Niemand kan tot Mij komen, tenzij dat de Vader, die Mij gezonden heeft, hem trekke. Joh. 6:44a.
„Jezus neemt de zondaars aan" zegt ge, en vraagt: „wat zou u hindren, zondaar, om tot Hem te gaan, u te tellen bij Gods kindren? — Wat mij hindert? — Bang verdriet! Vraag: „wat hindert mij wel niet ?
Zeven zeelen dwingen mij in den kerker mijner zonden tot de bangste slavernij, die ter wereld wordt gevonden! —„Kom ! zoo roept ge ? Ach, eer ik kwam, vloog een vogel vleugellam.
Hel en wereld, vleesch en bloed, de onmacht, de onwil, de ongekende hoogmoed van mijn boos gemoed, blindheid voor mijn diepe ellende, dwaze zelfgerechtigheid, 't recht der hoogste Majesteit !
Zie, dit al en zooveel meer hindert mij en blijft mij hindren om te komen tot den Heer', mij te tellen bij Zijn kindren. Zou dan ooit de mensch bestaan uit zichzelf tot God te gaan?
God zij lof! Ik voel 't gemis van mijn God; ik voel met smarte d'angel der verderfenis in mijn God-vijandig harte; 'k weet, dat mij naar heilig recht 't loon der zonde is opgelegd.
't Loon der zonde is dood. — Ik gruw! Zou het daartoe moeten komen, dat, o God, mij zondaar, Uw . toorn en gramschap overstroomen; dat Gij mij verloochent en hooploos ik verloren ben?
Is daarmede Uw recht voldaan, groote God, ik moet het dulden; doem en dood dient ondergaan als bezoldiging der schulden. Eischt Uw kreukloos recht mijn bloed, 't zij erkend; ik keur het goed.
God is groot! — Ik ben niet waard, dat Zijn vinger mij beroere; dat zijn arm mij, gansch ontaard, uit mijn diepen jammer voere. 'k Steek den mond in 't stof, en stil buig ik mij voor 's Heeren wil.
Maar — mijn God, dat is gena; daartoe ben ik zelf onmachtig: 'k buig mij voor Uw wil en ga, onder al mijn zwakheid krachtig, tot een God, die niet versmaadt, Dien Hij tot Zich komen laat.
Zeven zeelen trokken mij tot mijn aardschen kerker neder; zeven zeelen lokken mij tot des Hemels vrijheid weder, en — dit laatste zevental trekt mij machtig bovenal.
Zie, dat geeft mij hope en moed, dat God-zelf mijn kwijtbrief toekent, Jezus' zondedelgend bloed mij, ook mij, werd toegerekend en in d' eeuwgen Vrederaad ook mijn naam geschreven staat.
Al wat Hem de Vader gaf heeft mijn Goël aangenomen: daarom ben ik vrij van straf, daarom mag ik tot Hem komen. Zoo alleen neemt, wel verstaan, Jezus arme zondaars aan.
1913.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 15 augustus 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's