De Indische Kerk.
(Slot)
Het standpunt, dat de Staatscommissie ter zake van de financieele verhouding tusschen de Kerk en het Gouvernement inneemt, is dat de Kerk er naar behoort te streven zoo min mogelijk financieel van 's Lands kas afhankelijk te zijn. Daarbij is zij echter van oordeel dat waarborgen in het leven behooren te worden geroepen, dat eenmaal toegekende inkomsten niet zonder overleg met en instemming van de Kerk worden ingetrokken. De Kerk mag er niet aan blootstaan dat in haar belang genomen maatregelen door de Indische Regeering worden buiten werking gesteld, wel niet direct, maar dan toch indirect, door intrekking van de benoodigde fondsen.
De waarborg, die noodig geacht wordt, zou hierin kunnen gevonden worden, dat wanneer te eeniger tijd artikel 122 van het Reglement op het beleid der Regeering van Nederlandsch-Indie mocht worden herzien, daarin een voorschrift werd opgenomen in den geest van het voorschrift, vervat in artikel 171 der Grondwet. In afwachting daarvan ware een tijdelijke maatregel b.v. bij Kon. Besluit te treffen.
Naar de Commissie van meening is, zal ter bereiking van het doel om de Kerk zooveel mogelijk zelfsiandig, .te maken dit doel zeer bevorderd worden, wanneer aan haar de vrije beschikking gegeven wordt over een gedeelte van de fondsen, welke jaarlijks op de Indische begrooting te haren behoeve worden uitgetrokken. Zij dringt in dit verband er op aan dat aan de Kerk de beschikking worde gegeven over een bedrag, gelijkstaande met het gemiddelde van de sommen, die gedurende de jongstverloopen jaren uit dezen hoofde zijn uitgegeven. Voorts zou het van belang geacht worden dat niet door de Regeering maar door de hooge kerkelijke vergaderingen worde beslist, welke gemeenten voor subsidie in aanmerking komen en tot welk bedrag elk harer zal zijn te subsidieeren.
De Commissie, in aanmerking nemende, dat in de uitgaven voor algemeene doeleinden de Kerk zelve behoort te voorzien, zou voor de hierboven genoemde subsidies vaste bedragen willen zien vastgesteld, bedragen die ook bij toenemende behoefte niet zouden zijn te verhoogen; in. beginsel ware dus aan te nemen, dat in dit opzicht de Kerk zelve voor het ontbrekende hebbe te zorgem
Op haar voorstel om geen verandering te brengen in de wijze waarop de traktementen van de dienaren der Kerk worden uitbetaald, zon de Commissie eene uitzondering willen maken, nl. ten aanzien van de Inlandsche leeraren.
De Commissie wijst er op, dat door de zending met succes in de richting wordt gewerkt niet alleen van geestelijke, maar ook van financieele zelfstandigheid der Inlandsche gemeenten en dat zelfs, zoowel in de Bataklanden als op Java, gemeenten worden aangetroffen, tiie geheel in haar eigen behoeften voorzien, zoodat alleen het traktement van den Europeeschen leider, den zendeling, voor rekening komt van de zendingscorporatie.
De Commissie acht het van zeer groot belang voor de Inlandsche gemeenten, die tot de Indische Kerk behooren, dat ook daar naar deze financieele zelfstandigheid gestreefd worde. Intusschen is van aansporing dier gemeenten om bij te dragen in de kosten voor bezoldiging van hare leeraren, geen blijvend succes te verwachten, zoolange haar leeraren uit 's Lands kas bezoldigd worden en de overtuiging bestaat, dat wanneer behoefte aan meer leeraren ontstaat, de Regeering ook meer fondsen zal toestaan voor hunne opleiding en bezoldiging. Met het oog hierop is het wenschelijk, dat de Inlandsche leeraren — zonder dat hierdoor hun aanspraak op Landspensioen verloren gaat - — voortaan door de Kerk bezoldigd worden en dat ook door haar in de kosten van hunne opleiding voorzien worde. Hetgeen daarvoor thans op de Indische begrooting wordt uitgetrokken, worde daarom, als subsidie, aan de Kerk uitgekeerd, bij de berekening van welk subsidie eenige speelruimte zal zijn te laten, met het oog op de in de naaste toekomst te verwachten stijging van behoeften. Aangezien die behoeften in haar geheel bovendien stijgende zijn, door toeneming van het aantal gemeenten en bijgemeenten, in het bijzonder in de Molukken, zou deze wijze van uitkeering nog het voordeel opleveren, dat zij van stonde af aan de organen, die de Inlandsche gemeenten in de richting van zelfbestuur hebben te leiden, zou dwingen al het mogelijke te doen om die gemeenten in de kosten van de opleiding en van de bezoldiging der Inlandsche voorgangers te doen bijdragen. Hiermede zou, naar het de Commissie voorkomt, geen te zware plicht op de schouders der leidslieden gelegd worden, noch van de gemeenten meer gevraagd dan zij kunnen geven.
Naar gelang de offervaardigheid der Inlandsche gemeenten toeneemt, zal het hierbedoelde subsidie gaandeweg vermindering kunnen ondergaan. Het zou tot de taak der Synode moeten behooren hieraan bijzondere aandacht te schenken en ter zake geregeld aan de Regeering te rapporteeren.
Het hoofdstuk van de financieele verhouding tusschen de Kerk en het Gouvernement sluit met enkele opmerkingen omtrent de kosten der vergaderingen van de verschillende kerkelijke colleges. Deze opmerkingen komen ons echter van te weinig belang voor om er afzonderlijk melding van te maken. Uit het bovenstaande blijkt voldoende welke houding de Staatscommissie in deze zaak inneemt.
Bij gelegenheid komen wij op het Rapport der Staatscommissie nader terug om dan op enkele punten een kantteekening te maken, Ditmaal bepaalden wij ons slechts tot het geven van een résumé uit het verslag.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 22 augustus 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's