Uit het kerkelijk leven.
De Gereformeerde Kerk en het Volksleven.
X.
Onze tijd vraagt naar leiding. Mens wil vooruit. Het romantische gevoelsleven is uit. Men voelt dat men met de werkelijkheid te doen heeft. De loodzware scepter van het pessimisme, die lang velen in droeve-overpeinzing deed stil zitten, is gebroken. En ieder is druk bezig in het midden van het practische leven. Alles is in stage beweging.
Binnen de grenzen van hart en huis woelen de geesten. Binnen de grenzen van land en volk vermeerderen de nooden en stapelen de vraagstukken zich op.
Het rusteloos internationaal verkeer en de toenemende concurrentie op de wereldmarkt; ; héél de wereld-èn levensbeweging scheppen nieuwe problemen en stellen zware eischen.
De uitbreiding der steden en de toename ! der bevolking vorderen alle krachten en handen tot hulp en raad en steun en leiding.
In overeenstemming nu met deze diep ingrijpende, practische, merkwaardige voortgang en beweging der dingen verlangt men nu een Kerk die leeft en mééleeft. Een Kerk die gids en leidsvrouwe kan zijn. Een Kerk die getuigt en leert, die helpend en vertroostend hare handen kan en wil uitbreiden wijd rondomme. En onze Hervormde (Gereformeerde) Kerk is een huis dat tegen zich zelf verdeeld is; zij wordt verteerd door de leugengeesten, die in haar midden worden geduld en vertroeteld; zij wordt verscheurd door partijgeest en zucht naar haarkloverijen; zij wordt hoe langer hoe meer uit het volksleven teruggedrongen, omdat zij in alles blijkt onwillig te zijn tot het Woord des Heeren terug te keeren, onder het regiment van haar hemelschen Koning zich te voegen en de zielenooden der schare, de eischen des levens te begrijpen.
Alles leeft en is in beweging,
't Socialisme breidt zich uit in stad en land.
De politiek zoekt naar nieuwe vormen.
De wetenschap der natuur legt beslag op de geesten en proclameert telkens nieuwe wijsheid.
Industrie en wtlvaartdoenreuzenschreden. Het vraagstuk van onze Koloniën is aan de orde van den dag.
En onze Hervormde (Gereformeerde) Kerk houdt haar mond. Zij spreekt niet. En als zij spreekt zijn haar klanken zoo onzeker.
Zy heeft meer van een riet, dat door den wind heen en weer bewogen wordt, dan van een pilaar en vastigheid der waarheid.
Zij heeft meer van een flikkerende kaars, dan van een vuurtoren in het midden der golven, de lichtstralen uitwerpend vér over de zee.
't Sectarisme bloeit. De onbetaalde rekeningen der Kerk vermeerderen met den dag. De afscheidingen houden niet op.
De partijschappen worden talrijker en de onderlinge strijd scherper en pijnlijker. De meeningen kruisen, de geesten spreken elkaar tegen, de handen hangen slap, de voeten haasten zich niet tot hulpe.
Ja, sociale droomerijen en dwaze denkbeelden van volksmisleiders die hoort men aanprijzen onder het volk.
En de ongebonden pers werpt alles op de boekenmarkt en in de handen van allen man.
Maar de Kerk des Heeren is niet de leidsvrouwe ; onze Gereformeerde Kerk draagt niet de lampe vol lichtschijnsel voor elk pad; zij staat er niet als de pilaar en vastigheid der waarheid, die wijsheid en kracht geeft voor elk terrein des levens.
De ziel roept om brood en krijgt geen voedsel; dikwijls slechts steenen.
Het hart dorst naar waarheid en vraagt naar een antwoord — maar de leugengeesten spreken zich vrij uit en laten de ziel in het duister.
Wijsheid ontbreekt bij de schare — en dwaasheid wordt haar opgedischt.
Leiding wordt aan de Kerk gevraagd — en zij wankelt zelf op haar fundamenten, waarbij zij onmogelijk geven kan wat tot steun is voor het volk.
Zelf niet worstelend in het geloof, zelf niet gefundeerd op den eeuwigen rotssteen, zelf niet bezittend de woorden des levens, zelf niet haar fakkel ontstekend aan de Zonne des heils, zelf niet tredend met vaste schreden in 's Heeren weg, zelf niet met vuur in de beenderen en met liefde in het hart gevonden — kan zij anderen niet geven wat noodig is en kan zij geen heilzamen vrede èn troostende kracht verspreiden in de wereld rondom.
Is het niet verschrikkelijk ?
En dat door eigen schuld I
Want neen, het is niet voor 't eerst dat de Kerk van Christus in het gedrang komt en dat het licht veel óp donkerheid gelijkt.
Maar dat mag er ons niet toebrengen, om hier maar overheen te loopen. Neen, er is oorzaak om er juist met allen ernst op te wijzen en er met bizonderen nadruk van te getuigen.
Onze Gereformeerde Kerk stond zoo goed. Na zoo langen en zwaren strijd was zij er in ons Vaderland bovenop. Zij zette haar stempel ook op héél het volksleven. En niet alleen, dat zij nu tekort schoot in haar grootsche taak om de nog niet gekerstende volkeren met den Christus Gods bekend te maken.
Onze Gereformeerde Kerk stond zoo goed. Na zoo langen en zwaren strijd was zij er in ons Vaderland bovenop. Zij zette haar stempel ook op héél het volksleven.
En niet alleen, dat zij nu tekort schoot in haar grootsche taak om de nog niet gekerstende volkeren met den Christus Gods bekend te maken.
Maar in eigen boezem verloor zij terrein. Sterker, — allerlei leugengeesten stonden op in haar midden. En zij heeft niet getuigd fan de waarheid. Zij is in de prediking des Woords te kort geschoten en de tucht heeft zij niet gehandhaafd.
En dit heeft gemaakt, dat men van een publiek recht der Kerk niet meer weten wil, dat men haar paedagogische plaats in het volksleven onduldbaar acht.
„Weg met haar!" wordt geroepen. '' Én met angstvallige zorg heeft men haar buiten alles gedrongen — buiten de school, buiten het vereenigingsleven, buiten staat en maatschappij — in de hoop datzij, ingekerkerd binnen de muren van bedehuis en binnenkamer weldra kwijnend zal sterven en voor altijd zal verdwijnen,
Nu is dit, Gode zij dank, een ijdele illusie des ongeloofs. De Kerk des Heeren is onvernietigbaar, onvergankelijk, - blijvend tot het eind dei wereld. De poorten der hel kunnen haar niet overweldigen. De verhoogde Heiland is met haar tot het eind der dagen.
Maar zij zal, waar zij zich openbaart in het midden onzer Hervormde (Geref.) Kerk meer tot openbaring moeten komen, wat alleen geschieden zal, wanneer zij weer zal gaan belijden: „Eén is onze Meester, namelijk Christus, en wij zijn allen broeders."
Zij zal een keus moeten leeren doen, waar zoovélen over haar willen heerschen en velerlei inzettingen haar willen opleggen.
Zij zal Christus als Koning en Gods Woord tot licht moeten leeren kiezen, dan zal zij bekleed zijn mei sterkte en zij zal haar pad zuiver weten te bewaren, in het midden der wereld zijnde als een Leidsvrouwe, als een pilaar en vastigheid der waarheid.
Anders zal het licht van den kandelaar genomen worden en haar plaats zal door een ander worden ingenomen. O, wat is betover véél, ja, over èlles beslissend: of de Kerk het wagen durft met Gods Woord!
Durft ze dat niet, dan is haar kracht gebroken en wijsheid ontbreekt haar.
Maar mag zij het wagen met het Woord, dan kan zij met dat Woord uitgaan om èlles te belichten, en het zal heerlijke vruchten afwerpen voor heel het volk.
Want waar het Woord recht gesneden wordt, waar de volle raad Gods verkondigd wordt, daar oordeelt men niet, dat een christen de .zaken van het publieke leven, van het maatschappelijke, van het sociale leven maar moet laten gaan zooals ze zullen gaan, zich zelf terugtrekkend binnen den kring van het innerlijke-, van het mystieke geloofsleven.
Neen, daar voelt en zegt men, dat de christen met deze dingen heeft te maken en dat de Kerk des Heeren hier een roeping heeft, met Gods Woord in de hand.
Daar laat men niet alles over aan Voltaire, Huusseau, Marx, Lasaalle. Daar trekt men alles onder het licht van Gods Woord, om de ellende en den nood bloot te leggen — maar niet om alle ellende uit stoffelijke oorzaken te verklaren, ook niet om een klassenstrijd te prediken, doch om te prediken: Gerechtigheid verhoogt een volk, maar de zonde is eene schandvlek der natiën" (Spr. 14:34) en alzoo te brengen een Evangelie der liefde, die uit God is en naar Gods geboden vraagt, om die te betrachten. Daar peilt men de wonde en wijst op het medicijn.
(Wordt vervolgd.)
Onze Synode.
Verschillende belangrijke dingen zijn reeds door de Synode dezes jaars behandeld.
We noemen er een paar.
Er was een voorstel van de Class. Verg. van Dokkum e.a. om in het reglement op de Kerkvisitatie de volgende vraag in te voegen: zijn bij gelegenheid van de bevestiging van de nieuwe lidmaten in het afgeloopen jaar de in art. 39 Regl. Godsdienstonderwijs geformuleerde vragen gesteld?
Zoo neen, hoe waren de vragen geformuleerd? Dat was dus in den geest van 't geen on langs Ds. Briede van Franeker voorstelde en bedoelde om op de allervoorzichtigste - wijze een weinig controle te kunnen uitoefenen op de vaak zoo willekeurige handelwijze van sommige predikanten en kerkeraden.
Het rapport der commissie beval deze invoeging evenwel niet aan.
De beslissing werd uitgesteld tot de voorstellen aan de orde komen die op genoenid art. 39 (belijdenisvragen) betrekking hebben.
. — Evenals bijna ieder jaar kwamen ook nu van verschillende Classicale vergaderingen voorstellen in, om de Synode op andere wijze saam te stellen en aan de Classicale vergaderingen hare oude rechten weer terug te geven.
De Class, verg. van Gouda en Breda wilde de leden der Synode doen benoemen door de Class, vergaderingen.
De Class, vergadering van Sneek, Amsterdam, Leiden, Gouda en Brielle verzocht om aan de Class, vergaderingen de oude rechten terug te geven.
Beide voorstellen werden als onvoldoende geformuleerd en onvoldoende toegelicht voor kennisgeving aangenomen.
Bij het laatste voorstel werd weer gevraagd wat toch eigenlijk de rechten der Classicale vergaderingen zijn. De Synode zei: degenen die er om roepen, verzuimen altijd ze nauwkeurig te omschrijven.
Ons dunkt hier is werk voor Dr. Kromsigt c.s.
Vóór 1914 in 't land is moest vanwege de Confess. Vereeniging een geschriftje het licht zien, dat met het oog op de tegenwoordige omstandigheden eenvoudig en practisch de dingen in het licht komt stellen.
— Het verslag in zake het hooger onderwijs in de godgeleerdheid vanwege de Ned. Herv. Kerk over den cursus 1912—'18 gaf aanleiding tot uitvoerige besprekingen.
O.a. gaf de hoogleeraar Dr. Daubanton als zijn meening te kennen, dat de studenten het kerkelijk voorbereidend examen eerst zouden kunnen doen, als er tenminste twee jaren na het candidaatsexamen zouden verloopen zijn. De theologische studie moet alzoo minstens vijf jaren duren. Hij meende, dat dan de resultaten van het proponentsexamen, waarover nu zoo geklaagd wordt, beter zullen zijn.
De Synode wilde van zulk een verplichten termijn, die veel te lang is, mets weten.
De hoogleeraren hebben het, meende zij, zélf in hun macht de jongelui langer en beter te laten studeeren.
De wenschelijkheid werd door de Synode uitgesproken, dat aan alle Universiteiten college wordt gegeven in de Chr. Zedekunde.
— Door den Kerkeraad van Op-en Neder-Andel was aan de Synode een schrijven gericht, waarin gevraagd werd het oordeel van de Synode te mogen weten in zake het doopen van kinderen, wier ouders het bijwonen van de godsdienstoefeningen verzuimen. De Kerkeraad meende, dat ouders verplicht zijn ter kerk te gaan, gelijk de derde belijdenisvraag hun dat oplegt. En de Kerkeraad neigde tot de meening over, dat die ouders eerst getrouwer moesten worden in het bijwonen van de godsdienstoefeningen, alvorens de kinderen mochten worden gedoopt.
De commissie van rapport oordeelt om verschillende redenen, dat de Kerkeraad van Op-en Neder-Andel niet den weg moet opgaan, waarvan hij hier spreekt.
1e het zou hoor dwang in onze Kerk invoeren;
2e het niet-kerkgaan is niet altijd een bewijs van onverschilligheid;
3e de plicht van kerkgaan wordt ten onrechte afgeleid uit de derde belijdenisvraag;
4e het gaat niet aan, de onthouding van den doop als een tuchtmiddel aan te wenden. Men mag het kind den doop niet onthouden, om de ouders te straffen.
Deze overwegingen zullen den Kerkeraad door tusschenkomst van het Provinciaal Kerkbestuur en het Classicaal Bestuur worden toegezonden.
— Een voorstel van de Classicale vergadering van Tiel, het vorig jaar verworpen, werd thans opnieuw ingediend, om n.l. in het reglement op het Godsd.-onderwijs voor te schrijven, dat men, om belijdenis des geloofs te kunnen, af leggen en als lidmaat te worden aangenomen, minstens de twee laatste aren geregeld godsdienstonderwijs moet hebben genoten.
Zoo iets is allernoodzakelijkst.
Er wordt zoo lichtvaardig in deze gehandeld. Niet zelden op onverantwoordelijke wijze geknoeid „om iemand maar lidmaat te maken."
Maar de Synode verwierp het voorstel, ongeveer aldus redeneerend, de Synode wil natuurlijk alles doen, om geregeld Godsienstonderwijs te bevorderen en ziet het groote belang hiervan in, maar een voorschrift als gevraagd wordt stuit op te vele moeilijkheden. Er zullen zich te vele gevallen voordoen, dat het niet kan worden nagekomen. En eene bepaling, waarvan voortdurend dispensatie zal worden verleend, zal ten slotte zijne goede werking missen.
Jammer dat het verworpen is.
Een bepaling voor ongehuwden, dat ze „hier of elders" gedurende de "twee laatste jaren „geregeld" godsdienstonderwijs ontvangen hebben — zou zoo nuttig zijn en zoo goed kunnen werken.
— De Classicale vergadering van Meppel had een voorstel ingediend om het ook in onze Herv. Kerk (evenals b.v. in Duitschland) tot een gewoonte te maken, dat predikanten op beroep zullen gaan preeken.
Verschillende argumenten worden er tegen ingebracht: men vindt het een vernedering, predikanten een proefpreek te doen houden;
de meest hoogstaande predikanten, die het weigeren, zullen dan het minst in aanmerking komen;
de positie in eigen gemeente wordt geschaad, als 't bekend wordt, dat de predikant op beroep heeft gepreekt;
door veel op beroep te preeken staat de dienst in eigen gemeente te veel stil.
Er worden ook argumenten vóór het voorstel ingebracht:
het is een voordeel, dat allen, die moeten beroepen, ook kunnen hooren en niet enkel de z.g.n. hoorcommissie; bovendien is het goedkooper. Daar komt bij, dat de tegenwoordige bepaling toch reeds veel ontdoken wordt en predikanten in naburige gemeenten of op andere wijze feitelijk op beroep preeken.
Toch valt het voorstel met groote meerderheid van stemmen.
— Naar aanleiding van het door de Synode verworpen voorstel der heeren Daubanton en Gronemeyer, om eene Constituante samen te roepen, diende de secretaris der Synode, Ds. Knottenbelt, het voorstel in, om in het voorjaar van 1914 eene kerkelijke conferentie te houden ter bespreking van godsdienstige en kerkelijke belangen. Alle Kerkeraden zullen zich daar kunnen doen vertegenwoordigen door hunne predikanten en evenveel ouderlingen als er predikantsplaatsen in de gemeente zijn.
De voorbereiding zal zijn aan de Synodale Commissie. De noodzakelijke kosten worden gedragen door de algemeene kas, met uitzondering van de reis-en verblijfkosten der afgevaardigden (predikanten en ouderlingen), die blijven ten laste der gemeenten (Kerkvoogdij).
In zijne toelichting bij dit voorstel zette de secretaris uiteen, dat het wenschelijk is, dat vertegenwoordigers der gemeenten over godsdienstige en kerkelijke onderwerpen met elkaar beraadslagen. Wel zal daardoor geen oplossing van de moeilijkheden in de Kerk verkregen worden, maar de leden kunnen elkaar beter leeren begrijpen, en menig misverstand kan uit den weg worden geruimd.
Vele Synode-leden waren eenigszins sceptisch ten opzichte van de vruchten eener zoodanige vergadering. Een der rechtsche leden zag zelfs gevaren van de zijde van een zeker soort van gereformeerde predikanten, die hij met bommenwerpers en petroleurs vergeleek. (Socialisten, modernen enz. zijn welkom!)
Toch besloot de Synode eens een proef te wagen om daarmee tegelijk een bewijs te geven „dat het haar ernstig streven is, de verschillende partijen tot elkaar te brengen en door wederkeerige verdraagzaamheid en waardeering beter te doen samengaan in de Kerk.
Wat lief!
Voor gereformeerde menschen om er verlangend naar uit te zien en er véél van te verwachten ...!
— Het rapport over de Schriftelijke Kerkvisitatie vermeldde o. a. dat het zielental der Herv. Kerk klom tot ongeveer 2, 877, 000. Godsdienstonderwijs werd gegeven aan 280, 687 leerlingen. 27.215 jongelieden enz. werden als lidmaat aangenomen en bevestigd.
Voor ondersteuning aan behoeftigen werd door de verschillende diaconieën uitgegeven f 2, 929, 151, waaruit blijkt, dat de diaconale armenzorg in onze Kerk een werk van grooten omvang is.
— Prof. van Veldhuizen, voorzitter der commissie van nieuwe wetsvoorstellen, vraagt of de Synode de behandeling der voorstellen tot wijziging van de proponentsformule en van de belijdenisvragen niet zou uitstellen tot een volgend jaar, nu immers reeds besloten is een kerkelijke conferentie te houden.
De meerderheid antwoordde hierop ontkennend. Een minderheid oordeelde, dat die conferentie van invloed zou kunnen zijn op de meening der Kerk aangaande die groote vraagstukken. De meerderheid echter had niet zulk een groote verwachting van de conferentie en betoogde, dat er waren, die de beteekenis van deze conferentie blijkbaar nu reeds wijzigden, daar oorspronkelijk toch bedoeld was eene vergadering, die slechts zou bespreken en niet eene, die zou adviseeren. Bovendien meende de meerderheid, dat de Synode dergelijke belangrijke voorstellen moeilijk ter zijde kon leggen daar zij door een groot aantal leden der Kerk waren ingediend en ondersteund.
Met 13 tegen 6 stemmen werd besloten, dat de commissie dus haar rapport moest voltooien en de Synode dat zou behandelen.
— Een voorstel van de Classicale Vergadering van Breda om voor te schrijven, dat onmiddellijk na den doop aan de ouders doopbewijzen worden uitgereikt, kon geen meerderheid vinden.
De Synode vreest, dat het niet zal beantwoorden aan het doel. De doopbewijzen zullen in vele gevallen verloren gaan vóór men ze moet gebruiken.
— De Kerkeraad van Aalsum c. a. had om voorlichting gevraagd. Lidmaten dier emeente zijn te Dokkum bevestigd op vragen edeeltelijk geheel afwijkend van die, welke n art. 39 Regl. Godsd.onderwijs zijn geformuleerd. De Kerkeraad heeft daarop de inchrijviüg in het lidmatenboek niet willen weigeren, maar heeft tegelijk besloten zich m inlichtingen tot de Synode te wenden, ragende wat „geest en hoofdzaak" bij de belijdenisvragen is.
De Synode, zich van oordeel onthoudend of ier werkelijk door den Kerkeraad van Dokum gehandeld is naar art. 39 van het Regl. op het godsdienstonderwijs, besloot den Kerkeaad van Aalsum naar het Class. Bestuur te verwijzen als het in rang boven hem staand bestuur, aan hetwelk hij voorlichting te vragen heeft.
De secretaris der Synode, Ds. Knottenbelt, wilde 't hierbij echter niet laten en stelde voor, het Classicaal Bestuur bepaaldelijk op te ragen een onderzoek in te stellen naar de vragen, die te Dokkum zijn gedaan en dan naar bevind van zaken te handelen.
Hiertegen werd natuurlijk ernstig verzet aangeteekend door de vrijzinnigen, die meenden in de Herv. Kerk alIes te mogen doen en met de belijdenis der Kerk spelen naar believen, zonder dat zij willen dat iemand daar aanmerking op maken zal.
Zy beweerden, dat zij hèt óok afkeurden dat oppervlakkige vragen worden gedaan geen wonder!) maar waren van meening dat de weg, door den Secretaris aangewezen, een zéér gevaarlijke is.
Wat de Synode zelf nooit heeft willen doen — zeiden ze — wordt nu door de Synode aan het Classicaal Bestuur opgedragen D.l. te bepalen wat onder geest en hoofdzaak is te verstaan en naar aanleiding daarvan een tuchtzaak te beginnen. En gaat 't eene Classicale Bestuur, op aanwijzing van de Synode, vóór, dan zullen anderen volgen en zal de ketterjagerij spoedig in vollen gang zijn ...
Wat ernstige waarschuwing, van die vrijzinnigen I 't Mocht evenwel niet baten.
De Synode ging met 11 tegen 7 met het voorstel van den Secretaris mee.
— Ds. Schrieke rapporteert over een verzoek van Dr. Cannegieter, Herv. Predt. te Middelburg, of de bepaling door den Kerkeraad aldaar 4 Mei 1893 gemaakt, dat bij doopsbediening de bijstand van doopsgetuigen wordt geëischt, indien geen van beide ouders lidmaat der Ned. Herv. Kerk is, voor de predikanten verbindend is.
De Synode besluit te antwoorden, dat hij zijn bezwaar moet indienen bij den Kerkeraad aldaar en zoo noodig zich richten moet tot het Classicaal Bestuur van Middelburg,
— Enkele rapporten zullen gedrukt worden o.a. dat betreft de benoeming van een commissie voor de rechtspraak, het vorig jaar door de Synode voorloopig aangenomen. 8 Prov. Kerkbesturen bleken vóór en 3 tegen de instelling van deze vaste commissie; 28 Class, vergaderingen waren er voor en 16 tegen.
Ook wordt gedrukt het rapport omtrent het voorstel van den ring Harderwijk, handelend over vermeerdering van de inkomsten der Algem. Weduwen-en Weezenbeurs, door vrijwillige inzamelingen in eigen kring. Bovendien zouden alle leden der Beurs evenveel contributie moeten betalen en wel f25 per jaar.
— In bespreking komt thans het rapport omtrent het vorige jaar voorloopig aangenomen voorstel op de wijkgemeenien.
De Prov. Kerkbesturen waren, uitgenomen dat van Friesland, vóór de aanvaarding.
Van de Class, vergaderingen waren er 30 in meerderheid vóór en 15 tegen.
In den geest van de Rotterdamsche amendementen zijn wijzigingen aangebracht.
Eenstemmig beveelt de commissie van rapport de definitieve aanneming aan.
— Drie jaren geleden is een poging gedaan de ordening der zendelingen in kerkelijke banen te leiden en ook voor de zendelingen, teruggekeerd in het Vaderland, een weg te openen tot arbeid in de Kerk alhier.
Nu was weer een dergelijk voorstel aan de orde, welk voorstel door de Synode werd aangenomen en aan het advies der Kerk zal worden aangeboden.
Er was natuurlijk wel tegenstand in de Synode bij deze zaak. Want een deel der Synode wil van kerkelijke zending niet weten, gevoelt niets voor de kerkelijke ordening en verzette zich tegen de bevoegdheid der teruggekeerde zendelingen om als hulpprediker op te treden, omdat de opleiding een geheel andere is als die der hulppredikers.
Evenwel, de Synode nam het voorstel aan en de Kerk zal zich op de classicale vergaderingen van 1914 hebben uit te spreken.
— Ds. Steenbeek van Vianen leest het rapport voor omtrent het voorstel van den Geref. Bond tot verbreiding en verdediging van de Waarheid in de Ned. Herv. (Geref.) Kerk, Dit voorstel bedoelt, zooals onze lezers weten, wijziging van art. 27 Regl. op het Examen (proponentsformule) en van deartt. 19 (godsdienstonderw.verklaring) en 39 van het Regl. Godsd. (belijdenisvragen). Van 74 Kerkeraden en Class. Vergaderingen waren gelijkluidende of daarmee overeenstemmende voorstellen ingekomen.
Het rapport zal later behandeld worden.
Bedriegen ons de voorteekenen niet, dan zal, waar de meerderheid der commissie tegen wijziging der proponentsformule is, deze zaak wel naar de papiermand gaan.
Dewijl evenwel de meerderheid van de commissie is vóór de schrapping van de woorden „althans wat betreft den geest en de hoofdzaak" bij de belijdenisvragen, kan in deze misschien nog - wel iets goeds van de Synodale tafel komen.
We hopen het van harte — gelijk anderen „niet zonder vrees" de behandeling dezer zaak tegemoet zien.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 augustus 1913
De Waarheidsvriend | 4 Pagina's